75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

65. Pesso: aan den lijve of lichaamsgerichte psychotherapie

Hoe kan therapie genezen 65.

Pessotherapie wordt in Nederland steeds bekender. Albert Pesso en Diane Pesso-Boyden zijn de Amerikaanse grondleggers van deze lichaamsgerichte vorm van psychotherapie. In Amerika heet het Pesso-Boyden System Psychomotor, ofwel PBSP. In het boek ‘Aan den lijve’ over Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997) wordt het doel van deze psychotherapie mooi omschreven: weer in contact komen met de eigen zielsbewegingen en de eigen levenskracht.

De therapie is niet gericht op het oplossen van problemen, maar het in gang zetten van een proces. Of ook: beter leren voelen en een manier van leven opbouwen die beter strookt met het echte zelf. De methode maakt gebruik van psychoanalytische, gezinstherapeutische en cliëntgerichte uitgangspunten om tot één geïntegreerde behandeling te komen.

In deze therapie worden de gevoelsuitingen in het lichaam gebruikt als toegangspoorten naar de eigen geblokkeerde levensenergie. Deze gevoelsuitingen staan niet op zichzelf, ze hebben bijna altijd te maken met een ander. De ander speelt dan ook een cruciale rol. Blokkeringen zijn het gevolg van niet gezien, niet gehoord, afgewezen, of niet genoeg ontvangen zijn als kind door belangrijke anderen. Deze onvervulde basisbehoeften van een kind liggen aan de basis van de gestagneerde levensenergie, en komen vaak tot uiting in symptomen, waar de cliënt hulp voor zoekt: vermoeidheid, verdriet, lichamelijke klachten of andere psychische problemen.

Er is een natuurlijk principe van tegemoetkoming en wederkerigheid dat zich onvoldoende heeft voltrokken in de jeugd. Dit heeft Pesso accommodatie genoemd. Deze accommodatie vormt het draaipunt van de therapie. Doordat anderen je alsnog tegemoetkomen, met jou accommoderen, wordt het mogelijk om weer in contact te komen met de oorspronkelijke interactieve energie. Verstarde gevoelens en bewegingen kunnen in het lichaam worden gevoeld, geuit en gericht worden op een ander die het nu wel kan ontvangen (Attekum, 1997).

Symbolische vervulling van gemis

Net als Ruppert (2012), die andere mensen opstelt in de ruimte om bepaalde rollen van familieleden uit te drukken, maakt Pessotherapie gebruik van rolfiguren. Pessotherapie wordt gedaan in een groep waarbij de groepsleden rollen op zich nemen om bepaalde scènes en belangrijke personen uit het leven van de cliënt uitdrukken. Dit wordt accommoderen genoemd.

Pessotherapie is daarbij overigens heel down to earth. Het gaat om het in contact komen met vaak heel pijnlijke gevoelens in jezelf, zoals gevoelens van gemis, verlatenheid, eenzaamheid of afwijzing. Het uitdrukken en ontvangen ervan door een ander die accommodeert, geeft de mogelijkheid om deze gevoelens in perspectief te plaatsen. Ook kan er een andere afloop gemaakt en uitgebeeld worden waardoor je basisbehoefte als kind alsnog symbolisch vervuld kan worden.

Door een andere afloop te ervaren zowel in woorden als lijfelijk, kun je een meer positieve en realistische beleving krijgen van jezelf en anderen. Daarmee open je een perspectief op meer bevredigende ervaringen en relaties met anderen.

Ik vind het een heel bijzondere therapie waarbij het lichaam als het ware een stem krijgt en onbewust opgehoopte spanningen gaan vertellen wat er aan de hand is. Voor mij werd nog duidelijker dat nare herinneringen niet alleen in je hersenen zijn opgeslagen maar ook in allerlei vormen van spierspanning in je lichaam.

Ik moet ook denken aan de psychotherapie van Heiligenberg, ‘Begrijp je pijn’ (2010). In die therapie worden lichaamspijnen gezien als signalen van een psychische blokkade (zie blog 30). Rugpijn, nekpijn, kniepijn of schouderpijn kunnen namelijk verbonden zijn met een specifiek besluit dat iemand nam door een moeilijke of traumatische ervaring. Zo’n besluit bestaat vaak uit een voornemen om iets, een bepaald gevoel, nooit meer te willen meemaken. Net als bij Pessotherapie wordt het lichaam als ingang gebruikt om meer te weten te komen over de onbewuste besluiten die je dagelijks leven vormgeven en beperken.

Een ervaringsgerichte therapie vind ik overigens heel wat moeilijker te beschrijven dan een theoretisch sterk gefundeerde therapie zoals de psychoanalyse. Het spijt me dat ik er niet duidelijker over kan zijn. Voelen en lichamelijk ervaren vertaalt zich moeilijk in een overzichtelijke beschrijving. Je zou het moeten meemaken om de bevrijding die het teweeg kan brengen zelf aan de lijve ter ervaren.

Laten we de schat aan ervaringen die psychotherapeuten hebben, koesteren en hopen dat ze hun schatten kunnen opschrijven en overdragen aan anderen. Hier geef ik het woord ook even kort aan Irvin Yalom (2002), die zijn kennis en ervaringen op een bijzondere, heldere toegankelijke manier kan verwoorden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

61. Extreme ontkenningsstrategieën en behoefte aan liefde

Hoe kan therapie genezen 61.

Tijdens het therapieproces moeten er allerlei verschillende vormen van afsplitsing van de eigen gevoelens en bijbehorende overlevingsstrategieën overwonnen worden. Ruppert (2012) beschrijft zijn ervaringen met zeer verschillende type cliënten met matige tot zeer ernstige psychopathologie. Ontkenning en overlevingsstrategieën kunnen daarbij extreme vormen aannemen en soms leiden tot een psychose of waanzin. Vooral kinderen die verstrikt zijn geraakt in een traumatisch bindingssysteem dat al meerdere generaties bestaat, kunnen zich soms in extreme bochten wringen om de realiteit te ontkennen.

Een kind kan verstrikt raken omdat er van generatie op generatie te weinig liefde en aandacht voor kinderen in het gezin bestaat. Grootmoeder was bijvoorbeeld een intelligente vrouw die zelf weinig liefde of steun had ervaren en gericht was geraakt op prestaties en aandacht in de buitenwereld. Deze grootmoeder was nauwelijks in staat haar eigen kinderen op te voeden. Een van haar kinderen werd in de puberteit uit huis geplaatst omdat het grootmoeder niet lukte om voor haar te zorgen.

Dit kind heeft op haar beurt een groot emotioneel tekort ervaren. Ze heeft dit weggestopt en omgezet in de wens om zelf een gelukkig en ideaal gezin te stichten. Het gebrek aan steun en liefde van haar moeder vertaalt zich nu in een grote behoefte aan aandacht en liefde van haar eigen kinderen.

Het kind van deze moeder voegt zich tenslotte in de psychische structuur van de moeder en probeert daarbinnen haar moeder de liefde te geven waar ze zo naar verlangt. Zo leert een kind te zorgen voor de emotionele behoefte van haar getraumatiseerde moeder en haar eigen behoeften te negeren. Het is volledig symbiotisch verstrikt geraakt met de behoeften van haar moeder.

De behoefte om ondanks alles door de ouders geaccepteerd en geliefd te worden, en de loyaliteit met het gezin zijn zulke sterke psychische krachten dat emotioneel misbruikte kinderen steeds opnieuw moeite blijven doen om hun ouders te begrijpen, te troosten en te helpen (Ruppert, 2012).

Sommige kinderen gaan zelfs zo ver dat ze zelf als ‘gek’ bekend komen te staan, om hun ouders te beschermen tegen het verwijt dat die een aandeel hebben in de slechte psychische gezondheid van hun kind.

Loyaliteit, extreme angst en moord

Volgens Ruppert spelen dit soort onbesproken en geheimgehouden familiedrama’s een duidelijke rol bij schizofrenie en psychose. Volgens hem betekent psychotisch zijn symbiotisch verstrikt zijn en in de afgrond getrokken worden door de traumagevoelens en herhaalde verwaarlozing in de vorige generaties, vooral in de moederlijke lijn.

Er is sprake van extreme loyaliteit en extreme angst als de waarheid aan het licht komt dat de moeder tekort gekomen is in haar zorg. De wens om dit te voorkomen is vaak veel sterker dan de wens om een normaal leven te leiden. Bij de familie willen horen vormt vaak het hoogste doel, tegen elke prijs, zelfs als het de cliënt het eigen verstand of het eigen leven kost. Het gaat hier niet om verdrongen herinneringen vanwege trauma maar van ontkenning van angst en andere emoties om bij het gezin te blijven horen.

Schizofreen zijn betekent in Rupperts woorden dat de betrokkene zich extreme ontkenningsstrategieën heeft eigengemaakt. Het kind wil de vrede in de wereld bewerkstelligen en de Messias zijn om de liefde voor iedereen in de familie te herstellen en vecht hiervoor met zijn eigen leven. Het schroomt niet om voor zelfmoord of soms voor moord te kiezen als dat in zijn eigen ogen het probleem van liefdestekort oplost. Zo zou je sommige moorden kunnen duiden als een noodgedwongen oplossing van een enorm loyaliteitsprobleem.

Zo zou je ook kunnen zeggen dat kinderen die te veel gedwongen worden om te leven zoals hun ouders dat voor zich zien, extreme escapemechanismen kunnen gaan gebruiken om aan een goedbedoeld, maar te rigide regiem te ontkomen.
Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

60. Loslaten van illusies om trauma te genezen

Hoe kan therapie genezen 60.

Naast het ontwikkelen van gezonde delen (zie blog 58 en 59), is het volgens Ruppert (2012) noodzakelijk voor genezing dat iemand zijn eigen illusies gaat herkennen en wil opgeven. Dit proces kan veel tijd kosten. Een illusie kun je niet zomaar opgeven. Het wordt vaak juist uit alle macht gehandhaafd.

De realiteit verandert voortdurend, maar een gecreëerde werkelijkheid staat stil. Iemand die een deel van zichzelf heeft afgesplitst om bepaalde gevoelens niet meer te hoeven meemaken, heeft dat stukje van wereld stilgezet. Bovendien zal hij dat stukje ook stil en bevroren willen houden uit angst om de gevoelens die hij daarmee uit de weg gaat, alsnog te gaan ervaren. Iemand kan daarbij allerlei gedachten, gevoelens en herinneringen hebben ontwikkeld die fungeren als een schild tegen wat er zich in werkelijkheid heeft afgespeeld.

Alleen als iemand kan gaan zien en erkennen dat hij door een afsplitsing bepaalde gevoelens buiten de deur houdt en daarom heen een verhaal of schijnwerkelijkheid gemaakt heeft om die afsplitsing in stand te houden, kan er een ingang ontstaan naar gezondere vormen van voelen, denken en ervaren en kan de illusie worden losgelaten.

Ik moet hier denken aan Karen Horney (1991) en het loslaten van het ideale zelfbeeld (zie blog 7 en 8). Een cliënt heeft vaak zijn eigen ideale waarden ontwikkeld die tot nu toe helder, duidelijk, juist en veilig voelden. Het is angstig om onder de ogen te zien dat datgene wat iemand als veilig ervaart juist een belemmering kan zijn voor groei. Illusies, bluf, trots, make-belief en onkwetsbaarheid moeten plaatsmaken voor het aangaan van de werkelijkheid en allerlei moeilijke gevoelens die je vaak liever niet wilt ervaren, zoals gevoelens van eenzaamheid, schaamte, verlies, verdriet of vernedering.

Hoeveel tijd het kost om illusies en trauma’s achter je te laten en hoe vaak je dit moet doen, is moeilijk in te schatten. Bij sommige cliënten gaat het snel, binnen enkele dagen, bij anderen duurt het weken, maanden, soms ook jaren, afhankelijk van het soort trauma en hoe toegankelijk het trauma of de traumatische periode is. Vooral het losmaken van het gezin van herkomst kan soms bijzonder lang duren.

Enorme moed nodig om zich los te maken

Franz Ruppert (2012) heeft vaak in zijn praktijk gezien dat het moeilijk is voor kinderen om zich los te maken van een familie die hun kwaad heeft aangedaan. Ze hebben het vroegere systeem van het gezin verregaand verinnerlijkt. Ze hebben veel strategieën aangeleerd om in een dergelijk familie te overleven. Ze spelen het spel mee en zwijgen erover naar de buitenwereld uit angst om verstoten te worden, voor sociale afwijzing of angst voor moord of zelfmoord van een van de familieleden.

Dit kunnen allemaal reële angsten zijn, want de ouders zijn daadwerkelijk onberekenbaar door hun eigen verleden en traumatisering. Ook doodsangst kan soms dermate groot zijn dat vermijdingsstrategieën zoals dissociatie en afsplitsing van psychische functies bijzonder diep zijn ingeslepen. Dit proces om te gaan zien hoe het eigen gedrag zo sterk beïnvloed werd door interacties in het gezin vergt een enorme moed.

Pas wanneer een cliënte besluit niet meer eenzijdig te investeren in de relatie met de dader, en hem of haar niet meer beschermt, kan het glashelder worden wat ze haar leven te verduren heeft gehad en waaraan ze heeft meegedaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company

59. Vier stappen in het helingsproces

Hoe kan therapie genezen 59.

Ruppert (2012) spreekt van vier stappen in het helingsproces bij trauma. Deze bestaan uit het ontwikkelen van gezonde delen, het opgeven van overlevingsstrategieën en erkennen van illusies, de integratie van afgesplitste traumadelen en de nieuw verkregen autonomie vullen met eigen levensdoelen.

Dat klinkt misschien wat abstract, maar in de praktijk valt dat erg mee. Ruppert gaat er mee aan de slag met een methode die hij traumaopstellingen noemt. In deze traumaopstelling staat een bepaald verlangen van de cliënt centraal (zie vorige blog).

Een cliënt geeft zo goed mogelijk weer wat op dat moment zijn verlangen is. Hij verlangt er bijvoorbeeld naar om zich niet meer zo vaak afgewezen te voelen door anderen. Of hij wil zich minder vaak eenzaam voelen. Dit verlangen wordt opgesteld, dat wil zeggen dat cliënt in de ruimte gaat staan en zijn verlangen uitspreekt.

Vervolgens nemen andere personen, cliënten of andere aanwezigen de rol op zich van dierbare anderen zoals een vader, moeder, broer of zus op aanwijzing van de therapeut. Iedereen wordt opgesteld in de ruimte en gaat op de cliënt reageren vanuit de rol die hij gekregen heeft.

Het is verbazingwekkend hoe goed anderen zich kunnen inleven in hun rol en hoe ze gaan reageren op het verlangen van de cliënt (Ruppert, 2012). Vaak komt er tijdens deze opstelling een traumatische gebeurtenis in de geschiedenis van de cliënt of van zijn ouders naar voren, die verband heeft met het gevoel van afwijzing dat een cliënt zo vaak heeft ervaren. Het trauma wordt onbewust keer op keer beleefd door de cliënt zonder dat het zich heeft opgelost. Door de traumaopstelling krijgt de cliënt de mogelijkheid het trauma eindelijk bewust te doorleven en los te laten.

Je kunt je voorstellen dat dit overigens moeilijk en pijnlijk kan zijn. Mensen vrezen dat ze gevoelens van afwijzing, eenzaamheid en verlatenheid opnieuw moeten meemaken en dat ze dat niet aankunnen. Ze houden vaak liever de illusie in stand dat het ook zo wel gaat en nemen de klachten die ze hebben voor lief. Verder bestaat er ook een enorme loyaliteit naar de ouders. Illusies over hoe het vroeger ging, worden daarbij sterk gekoesterd.

Daar komt bij dat een cliënt zich moet toestaan om gelukkig te zijn, ook als men ziet dat anderen dat niet zijn. Als het lukt om de pijn en angst wel aan te gaan, kan het een grote bevrijding betekenen, een groei naar meer autonomie en een opening van nieuwe wegen. Je hoeft geen façade meer hoog te houden en de energie die het heeft gekost om je voortdurend met afweermechanismen staande te houden, komt vrij.

De poort naar vrijheid: trauma aangaan en overwinnen

Hoe kan iemand dan volgens Franz Ruppert een door trauma veroorzaakte psychische afsluiting overwinnen? Het heeft geen zin, zegt hij, om te geloven dat genezing ontstaat door het trauma te herbeleven en uiting te geven aan alle daarbij behorende pijn, angst en woede. Hij waarschuwt zelfs voor de gevaren van emotioneel afreageren. Het proces van emotionele confrontatie en afreageren kan namelijk een in zichzelf in standhoudend mechanisme worden, dat zelfs erg verslavend kan zijn.

Hij gelooft in het bewust aangaan van de angst en pijn die je vroeger zijn overkomen. Hij benoemt het als een poort waar je doorheen moet gaan. Als je door de poort heen gaat en de angst en pijn daarachter aangaat en de nare gevoelens van vroeger herbeleeft, waarneemt en voelt zonder ze weg te drukken of af te reageren, kan een verandering ontstaan in het gevoel. Je kunt er achter komen dat je nu niet meer zo hulpeloos was als vroeger om iets te doen. Je kunt ervaren dat je dit gevoel nu wel kunt verdragen.

Als je in staat bent om de gevoelens van afwijzing of er niet bijhoren toe te laten en te beseffen dat deze gevoelens je afhouden van werkelijk contact met anderen, kun je oude, ongezonde vormen van contact loslaten en nieuwe manieren vinden om op eigen initiatief contact met anderen aan te gaan. Je kunt ontdekken dat je de taken waarbij je als kind de hulp van je ouders zo nodig had, nu als volwassene zelfstandig kunt uitvoeren, of alsnog kunt leren van ieder ander die wil helpen.

Bovendien kun je gaan merken dat er een nieuwe weg is waarin je weer veel meer energie voelt, en dit kunt uitdrukken door middel van mimiek, gebaren, je stem, woorden en je gehele lichaam. Door de verbeterde integratie van denken, voelen en waarnemen gaat de energie in jezelf weer stromen. Ruppert noemt dit de poort naar vrijheid. Het is een poort naar vrijheid om je op een gezonde, ongedwongen manier te verhouden met dierbare anderen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde   autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

 

58. Opheffen van blokkades binnen de psyche

Hoe kan therapie genezen 58.

Therapie kan volgens Ruppert (2012) helpen genezen door het opnieuw leren integreren van afgesplitste traumadelen en het daarmee opheffen van geblokkeerde psychische functies.

Om dit aanschouwelijk te maken gebruikt hij het model van een opgedeelde persoonlijkheid. Door een traumatische ervaring is er een opdeling of afsplitsing in de persoon ontstaan. Het essentiële mechanisme om verder te leven na een traumatische ervaring is volgens Ruppert namelijk een gegeneraliseerde dissociatie en blijvende afsplitsing.

Als gevolg van deze blijvende afsplitsing bestaat er als het ware een opgedeelde persoonlijkheid met drie verschillende persoonlijkheidsdelen, namelijk een gezond deel, een getraumatiseerd deel en een overlevingsdeel.

Het getraumatiseerde deel bestaat uit een bevroren of verstard deel dat ontstond tijdens een situatie van grote angst, onmacht en hulpeloosheid, en werd afgekapt, geïsoleerd en omringd door dikke beschermingsmuren.

Het gezonde deel bestaat uit verschillende psychische structuren, dat relatief goed verder kan functioneren zolang het niet per ongeluk raakt aan dit weggestopte getraumatiseerde deel.

Het overlevingsdeel komt echter in actie zodra het weggestopte, getraumatiseerde deel naar boven dreigt te komen en opnieuw voor gevoelens van onmacht, verlies, doodsangst of wanhoop zou kunnen zorgen. Overlevingsstrategieën zorgen daarbij voor het in stand houden van de afsplitsing.

De overlevingsstrategieën vormen de belangrijkste belemmering in therapie. Ze verhinderen de integratie van traumatische levenservaringen en blokkeren daarmee gedeelten van het voortdurende in verandering zijnde, gezonde psychische systeem. In therapie kan via het gezonde deel het getraumatiseerde deel bereikt worden, waardoor een beroep op overlevingsstrategieën niet meer nodig is.

Uiting geven aan een diep verlangen

Het bereiken van het traumadeel gebeurt via een speciale methode waarbij een diep verlangen als uitgangspunt genomen wordt. De kern van de behandeling van Ruppert (2012) draait om het benoemen van en uiting geven aan dit onvervulde, diepe verlangen. Dit verlangen heeft vaak te maken met iets wat iemand heeft gemist en niet voor zichzelf heeft kunnen vragen.

Een traumatische periode heeft bijvoorbeeld overspoelende gevoelens van hulpeloosheid en machteloosheid opgeroepen en een diep verlangen naar zorg en liefde dat er op dat moment niet was.

Het verlangen kan ook te maken hebben met een behoefte aan liefdevol en gezond contact dat er te weinig is geweest bijvoorbeeld vanwege een te weinig of juist te veel betrokken ouder.

Dit zal niet meer worden goed gemaakt, maar het verlangen zorgt er voor dat de psyche blijft hangen in het verleden. Het blokkeert de ontwikkeling naar een volwassen en gezond psychisch functioneren. Daarom is er een helingsproces nodig om dit oude verlangen te kunnen loslaten en nieuwe, reële mogelijkheden te kunnen ontwikkelen.

Doorslaggevend is volgens Ruppert dat de blokkade die in de traumasituatie is ontstaan, wordt opgeheven. De blokkade weerhoudt je er van je zelf te voelen, te bewegen, en jezelf met al je levendigheid uit te drukken. Genezing kan ontstaan als de door trauma geblokkeerde gevoelsuitingen weer kunnen gaan stromen en het voelen weer in zijn volle omvang geïntegreerd wordt met alle andere psychische functies.

Dit helingsproces en de stappen die er voor nodig zijn, heeft hij bijzonder mooi onder woorden gebracht en daar vertel ik graag nog wat meer over (volgende blog) .

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde  autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.