71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

Advertenties

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

42. Sue Johnson: Houd me vast

Hoe kan therapie genezen 42.

Ik benadruk graag hoe belangrijk een voedend contact met andere mensen kan zijn voor de psychische gezondheid. Hulp, steun en intimiteit kunnen dienen als bron van energie en ontspanning. Het is als zuurstof van het psychische leven zoals Kohut (1984) het noemde. Zoals we zuurstof nodig hebben om te ademen, hebben we ook anderen nodig die ons kunnen voeden en energie geven (blog 4).

Toch zijn er niet zoveel therapeuten die dit ook direct als uitgangspunt van hun therapie kiezen. Kohut en Bowlby (1980, blog 19) deden dit wel. Zij maakten duidelijk wat goede relaties en hechting met andere mensen kunnen betekenen. Dat is ook een reden waarom ik nu graag wat vertel over Sue Johnson (2012) en haar relatietherapie. Zij ontwikkelde de methode ‘Houd me vast’. Dit is een methode waarin de rol van empathie, liefde en hechting heel helder naar voren komt.

Met het uitstapje dat ik nu maak, ga ik overigens niet in op de relatietherapie zelf en hoe dat in zijn werk gaat. Het gaat mij steeds om de schat aan ervaring van therapeuten en hun ontdekkingen hoe ze cliënten hebben kunnen helpen. Sue Johnson past daarom heel goed in dit rijtje. Ze heeft heel knap uiteengezet hoe haar therapie kan helpen genezen.

Wat maakt een relatietherapie succesvol?

Sue Johnson vertelt dat ze er lang over gedaan heeft om te begrijpen hoe ze stellen kon helpen om weer tot elkaar te komen. Vanuit haar werk als psychotherapeut had ze al ervaren dat het luisteren naar en het ingaan op sleutelemoties essentieel waren voor verandering in individuele therapie. Toch kwam ze daarmee niet veel verder in relatietherapie. Ze merkte dat ze er op de een of andere manier naast zat.

Ze keek urenlang gefascineerd naar op de band vastgelegde sessies en besloot te blijven kijken totdat ze de dramatische gestrande liefdes die ze daar zag echt zou begrijpen. Uiteindelijk zag ze een duidelijk plaatje. Ze zag relaties waarin de ene partner de aanvallende, verwijtende partij bleek en de andere partij zich steeds meer terugtrok.

Er viel haar iets op aan de partners die zich meer op zichzelf hadden teruggetrokken. Als deze partners in staat waren om hun angst voor verlies en isolement op te biechten, konden ze ook gaan praten over hun verlangen naar genegenheid en verbondenheid. Die openbaring bewoog dan de verwijtende partners om met meer tederheid te reageren, en om hun eigen behoeften en angsten met de ander te delen. Plotseling leek het alsof beide partners naakt, maar sterk van aangezicht tot aangezicht tegenover elkaar stonden.

Ze beschrijft dit als wonderbaarlijke en dramatische momenten. Ze veranderden alles en vormden het begin van een nieuwe positieve spiraal van liefde en verbondenheid. Paren vertelden haar dat dergelijke momenten hun leven veranderd hadden.

Toch gaf dat haar nog niet het gevoel dat ze het helemaal begreep. Ze wilde nog verder kijken en het nog beter begrijpen. Ze zag toen iets waardoor alles op zijn plek viel, en ze de sleutel kreeg tot succesvolle relatietherapie. Daar zal ik nog wat meer over vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1. London: Pimlico.
Johnson, S. (2012). Houd me vast. Zeven gesprekken voor een hechtere en veilige  relatie. Utrecht: Kosmos.
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

29. Aandachtspunten bij cognitieve therapie

Hoe kan therapie genezen 29.

Volgens Aaron Beck (1990) is het veranderen van overtuigingen een wezenlijk, cruciaal onderdeel van therapie. Er zijn echter ook beperkingen aan cognitieve therapie waarvan Beck er een aantal op een rij gezet heeft. In de aanbevelingen die Beck geeft voor cliënten met persoonlijkheidsproblemen herken ik de psychoanalyticus die hij vroeger was. Daar maakt hij duidelijk dat er bij cliënten met complexe problematiek vaak toch meer komt kijken dan het veranderen van overtuigingen.

Hij noemt bijvoorbeeld het belang van het werken aan duidelijke gezamenlijke therapiedoelen en het gebruik van allerlei technieken uit de gedragstherapie, het aanleren van allerlei vaardigheden en het versterken van het vertrouwen in eigen kunnen, afhankelijk van de problematiek van de cliënt.

Hij noemt ook de meer dan gewone aandacht voor de relatie tussen de cliënt en therapeut. De effectiviteit van de therapie kan volgens hem behoorlijk toenemen als de overdrachtsrelatie tussen hen gebruikt kan worden als ingang voor het benaderen van de problemen van de cliënt. Een therapeut moet dan ook veel aandacht geven aan zijn eigen emotionele reacties op de cliënt om deze als extra bron van informatie te kunnen gebruiken tijdens het proces. Daar kun je ook het belang van hechting in de relatie in herkennen waar ik het eerder over had (blog 21).

Verder geeft hij het belang aan van het ingaan op angst voor veranderingen. Hij schrijft dat de herkenning van de angst die opgeroepen wordt door veranderingen zelfs cruciaal is voor een succesvolle behandeling. Veranderen gaat vaak gepaard met veel angst. Cliënten moeten hun oude vertrouwde houding en gewoontes gaan loslaten en onbekende nieuwe dingen gaan uitproberen. Als een cliënt voorbereid wordt op angsten die kunnen ontstaan tijdens het therapieproces komt dat minder uit de lucht vallen. Dit kan helpen om de cliënt door moeilijke perioden heen te loodsen.

Nog tien andere principes bij cognitieve therapie

Ook Judith Beck (1995) benadrukt een scala aan technieken die gebruikt worden naast puur cognitieve technieken. In haar inleiding noemt ze tien principes die aan de basis liggen van elke cognitieve therapie zoals het voortdurend opnieuw aanpassen en inschatten van de problemen van de cliënt, de therapeutische band, empathie en veiligheid, en actieve houding en samenwerking van beide partijen, en een doelgerichte en oplossingsgerichte benaderingswijze.

Wat dat betreft vind ik het wel jammer dat cognitieve therapie in de praktijk soms beperkt wordt tot een technische vorm cognitieve herstructurering, het dure woord voor anders leren denken. Het wordt zelfs wel eens omdenken genoemd, in mijn ogen een armoedig woord voor een tot techniek gereduceerde therapie.

Ondanks de beperkingen vind ik het een geweldige, toegankelijke en concrete methode. Ik heb ervaren dat je sommige mensen inderdaad binnen enkele sessies een ander besef van hun problemen kunt geven, waardoor ze veel angst en spanning kunnen loslaten. Bij redelijk emotioneel stabiele cliënten met niet te veel klachten kun je er snel iets mee bereiken. Veel psychologen gebruiken het als basis voor hun eigen therapie die ze verder aanvullen met kennis vanuit andere therapiestromingen en hun eigen klinische ervaringen.

Een heel mooi voorbeeld hoe je gedachten bepaalde symptomen en pijnklachten kunnen veroorzaken vond ik bij een Nederlandse psychotherapeut, Peter Heijligenberg (2010). Het ligt misschien een beetje buiten het kader van alle bekende buitenlandse namen die ik tot nu toe heb genoemd. Ik wil het toch noemen omdat het fraai toelicht hoe gedachten pijn zouden kunnen veroorzaken en kunnen verminderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, A.T., Freeman A. and associates (1990). Cognitive Therapy of Personality
Disorders. New York: The Guillford Press.
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford
Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch
niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

 

21. Onveilige hechting oorzaak van psychische klachten

Hoe kan therapie genezen 21.

Onveilige hechting in de kindertijd kan allerlei gevolgen hebben voor de emotionele ontwikkeling van kinderen. Het wetenschappelijk vaststellen van deze gevolgen is dan ook een belangrijk onderzoeksterrein. Veel wetenschappers hebben zich daarbij laten inspireren door Bowlby (1980) en het onderzoek naar hechtingsgedrag van Marie Ainsworth. Onderzoek heeft zich bijvoorbeeld gericht op gezinnen waar de communicatie zichtbaar inadequaat is. Ik wil een paar bevindingen noemen.

Er werd inderdaad vaker onveilig hechtingsgedrag gezien in gezinnen met duidelijk inadequate communicatie. Ook werden er verschillen in hechting gevonden tussen verschillende soorten gezinnen. In gezinnen waar sprake was van geweld, verwaarlozing of emotioneel of seksueel misbruik werd er vaker onveilige vermijdende of ambivalente hechting gezien (zie vorige blog voor een indeling van hechtingsgedrag).

Gedesorganiseerd gehechtheid lijkt vooral veroorzaakt te worden door beangstigend of angstig en extreem intensief gedrag van ouders. Die kinderen zitten als het ware gevangen in het onoplosbare probleem dat hun hechtingsfiguur zowel een bron van troost en veiligheid is, als van stress en angst (IJzendoorn en Bakermans-Kranenburg, 2010). Verder onderzoek hiernaar liet bijvoorbeeld zien dat bepaald soort gedrag van de ouder zoals teruggetrokken of afwezig gedrag, een bulderende stem, een aanvalshouding of ruwe behandeling, desorganisatie van gehechtheid op kan roepen.

Verder blijkt de gehechtheidtheorie ook gedeeltelijk te kunnen voorspellen welke mensen gevoeliger zijn voor psychische klachten en traumatische gebeurtenissen (IJzendoorn en Bakermans-Kranenburg, 2010). Uit verschillend onderzoek bleek dat veilig gehechte kinderen later beduidend minder kans hadden op psychische klachten dan kinderen met andere hechtingstijlen. Kinderen met een gedesorganiseerde hechtingstijl hadden het vaakst last van allerlei psychische klachten.

Als we een oorzaak weten van psychische klachten betekent dat helaas niet direct dat we ze ook met therapie goed kunnen behandelen. Wat zou therapie kunnen bijdragen in geval van onveilige hechting?

Verbeteren van gehechtheid door therapie
Of wat heeft de gehechtheidsrelatie nu met succes van de therapie te maken? Therapeutisch gezien zou het kunnen herstellen of verbeteren van de gehechtheidrelatie kunnen helpen om psychische klachten te verminderen. Bowlby gebruikte naar mijn weten zijn eigen theorie uiteindelijk niet om daarmee een therapie te ontwikkelen. Hij gebruikte het als invalshoek om psychische klachten te verklaren en impliciet als uitgangspunt voor zijn relatie met de cliënt.

Anderen hebben geprobeerd hechting meer expliciet in de therapie te betrekken. IJzendoorn en Bakermans-Kranenburg (2010) geven op basis van hun ervaringen en onderzoek bijvoorbeeld enkele aanbevelingen voor therapie.

Ten eerste zou de therapie een veilige basis moeten scheppen voor het onderzoeken en uiten van de eigen emotionele problemen. Gehechtheid is volgens hen geen noodlot dat in de eerste jaren vast komt te staan, maar speelt levenslang een rol en kan veranderen als gevolg van nieuwe positieve ervaringen. Een sleutelingrediënt is het opdoen van nieuwe, veilige positieve ervaringen in de hechting met andere mensen. Een therapeut kan fungeren als rolmodel en nieuwe positieve gehechtheidervaringen bieden.

Ten tweede adviseren ze een juiste koppeling tussen de cliënt en de therapeut, waarbij de gehechtheidstijl van allebei betrokken wordt. Ze vonden dat dit behoorlijke invloed heeft op het proces en de uitkomst van de therapie. Uit onderzoek bleek dat een optimale match vooral bestaat als de therapeut een andere hechtingstijl heeft dan de cliënt. Therapeuten met een veilige hechtingsstijl waren op zich het best in staat om tegemoet te komen aan de behoeften van de cliënt.

In de praktijk hebben natuurlijk lang niet alle therapeuten een dergelijke stijl. Er zijn genoeg therapeuten die zelf een moeilijke jeugd als achtergrond hebben waarin onveiligheid een rol heeft gespeeld. Wat dat betreft zeggen IJzendoorn en Bakermans-Kranenbrug dat een gereserveerde therapeut met een wat vermijdende hechtingstijl heel geschikt kan zijn voor cliënten met een onveilig ambivalente hechtingsstijl.
Wat dit nog meer voor gevolgen heeft voor therapie kom ik zo op.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston


Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1, Attachment. London: Pimlico.
IJzendoorn, R. en Bakermans-Kranenburg, M. (2010). Gehechtheid en trauma. Diagnostiek en behandeling voor de professional. Amsterdam: Hogrefe.

 

 

13. Malan: de therapeut mogen afwijzen

Hoe kan therapie genezen 13.

Nu je van me hebt gehoord hoe Kohut, Horney en Freud (zie vorige blogs) er over denken hoe ze cliënten kunnen genezen, wil ik je graag laten kennismaken met een volgende bijzondere therapeut, David Malan. Hij heeft op een prachtige manier uitgewerkt hoe therapie kan genezen.

Ik kan je vertellen dat ik het boek van Malan (1983) ‘Individuele psychotherapie’ zeker negen keer heb gelezen. Laag voor laag voor laag dringt hij steeds dieper door in de betekenis van symptomen voor een cliënt. Het maakte enorme indruk op me hoe het hem lukte om steeds een nieuwe, diepere verklaring te geven van hetzelfde gedrag dat iemand vertoonde. 

Veel cliënten hebben klachten of problemen omdat ze in hun jeugd zorg en aandacht tekort zijn gekomen. Malan gaat er vanuit dat ze vervolgens een mechanisme hebben ontwikkeld dat er voor zorgt dat ze hulp en steun niet meer willen, of nog steeds niet kunnen aannemen. De tekort gekomen zorg zal niet meer kunnen worden goedgemaakt, maar toch is therapie zinvol om het patroon van gebrek aan hulpbronnen te doorbreken.

Door het patroon dat cliënten vroeger hebben geleerd, blijven ze nog steeds tekort komen, terwijl er eigenlijk wel hulp beschikbaar is. Door de herinneringen van vroeger waarin iemand niet kon vertrouwen op hulp, maakt de cliënt eigenlijk de relaties met anderen kapot van wie die anders wel hulp zou kunnen ontvangen. Malan noemt dit een soort zelfvernietigend mechanisme, dat aan de oppervlakte kan worden gebracht en doorgewerkt om uiteindelijk geneutraliseerd en omgekeerd te worden.

Verdediging en angst voor verborgen gevoel
Om grip te krijgen op deze emotionele problemen gaat Malan (1983) uit van een driehoek van Verdediging, Angst en een Verborgen gevoel. Dat wil zeggen dat je diep in je een gevoel hebt waarvan je niet wil dat anderen er achter komen. Dit verborgen gevoel is vaak een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. De cliënt is bang voor dat grote, enorme gevoel. Ook wil de cliënt liever de angst daarover niet voelen, en doet dat door zich tegen deze angst op allerlei manieren te verdedigen.

Dit verborgen gevoel heeft meestal te maken met vroegere gevoelens van tekortkoming van een of beide ouders. Dit blokkeert de relatie met belangrijke anderen mensen. Die relatie met belangrijke anderen beschrijft hij met behulp van een tweede driehoek van relaties. Dit is de driehoek van relaties van de cliënt met Anderen, de Therapeut en de Ouders.

De nare of akelige gevoelens die de cliënt heeft ten opzichte van anderen zijn ontstaan in de kindertijd. Ze weerspiegelen zich ook in de huidige relatie met de therapeut. Het doel van de therapie is dan om ‘onder de verdediging en de angst te rijken naar het verborgen gevoel via de relatie met de therapeut’. De cliënt kan zo via zijn relatie met de therapeut die heftige verborgen gevoelens leren openleggen en alsnog leren doorwerken.

Slagen door te falen
Malan (1983) schets de zware rol van de therapeut daarbij. De functie van de therapeut is eigenlijk om niet te slagen, maar te falen. Het zo nu en dan falen van de therapeut zorgt er namelijk voor dat een cliënt zeer pijnlijke gevoelens aangaat en doorwerkt, en uiteindelijk een reëel, berustend gevoel van tevredenheid kan ontwikkelen.

Daarmee wordt er een ‘correctieve emotionele ervaring’ geboden zoals een andere psychoanalyticus, Winnicott, dat ooit zo mooi benoemde. Deze correctieve emotionele ervaring, die de therapeut biedt, of in andere woorden het doorwerken van allerlei pijnlijke gevoelens uit het verleden en een erop volgend reëel en berustend gevoel, is een van de sleutelingrediënten van zijn therapie.

De therapeut moet daarvoor ten eerste symbolische zorg geven, wat hij doet door te luisteren en te proberen de cliënt te begrijpen. Daarna moet hij falen om genoeg te geven. Dit laatste is eigenlijk vrij makkelijk omdat een therapeut nooit meer kan geven dan inherent is aan de therapeutische situatie.

De therapeut moet vervolgens accepteren dat de cliënt boos wordt en de therapeut zal afwijzen en dit toestaan en begrijpen. Daarna moet hij alle woede en destructiviteit die op hem gericht worden vanwege het gevoel van verwaarlozing dat hij oproept, toestaan, blootleggen en accepteren. Wanneer dit goed gaat, kan een cliënt opnieuw leren vertrouwen, en kan daarna een onverwachte en dramatische verbetering plaatsvinden.

Hoe zo’n dramatische wending kan gebeuren, heeft Malan ook fraai uiteengezet (volgende blog).

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

N.B. Per 1 juli 2015 is het e-boek ‘Hoe kan therapie genezen’ verschenen.
ISBN 978-90-822810-0-2.
Hierin staan alle blogs in een makkelijk leesbare volgorde, en wordt er uiteindelijk een eerlijk en persoonlijk antwoord gegeven op hoe therapie kan genezen. Bestel: Hoe kan therapie genezen.

Tip: doe de zelfbeeldtest om te kijken hoe je er zelf op dit moment voorstaat en therapie je misschien verder kan helpen.