58. Opheffen van blokkades binnen de psyche

Hoe kan therapie genezen 58.

Therapie kan volgens Ruppert (2012) helpen genezen door het opnieuw leren integreren van afgesplitste traumadelen en het daarmee opheffen van geblokkeerde psychische functies.

Om dit aanschouwelijk te maken gebruikt hij het model van een opgedeelde persoonlijkheid. Door een traumatische ervaring is er een opdeling of afsplitsing in de persoon ontstaan. Het essentiële mechanisme om verder te leven na een traumatische ervaring is volgens Ruppert namelijk een gegeneraliseerde dissociatie en blijvende afsplitsing.

Als gevolg van deze blijvende afsplitsing bestaat er als het ware een opgedeelde persoonlijkheid met drie verschillende persoonlijkheidsdelen, namelijk een gezond deel, een getraumatiseerd deel en een overlevingsdeel.

Het getraumatiseerde deel bestaat uit een bevroren of verstard deel dat ontstond tijdens een situatie van grote angst, onmacht en hulpeloosheid, en werd afgekapt, geïsoleerd en omringd door dikke beschermingsmuren.

Het gezonde deel bestaat uit verschillende psychische structuren, dat relatief goed verder kan functioneren zolang het niet per ongeluk raakt aan dit weggestopte getraumatiseerde deel.

Het overlevingsdeel komt echter in actie zodra het weggestopte, getraumatiseerde deel naar boven dreigt te komen en opnieuw voor gevoelens van onmacht, verlies, doodsangst of wanhoop zou kunnen zorgen. Overlevingsstrategieën zorgen daarbij voor het in stand houden van de afsplitsing.

De overlevingsstrategieën vormen de belangrijkste belemmering in therapie. Ze verhinderen de integratie van traumatische levenservaringen en blokkeren daarmee gedeelten van het voortdurende in verandering zijnde, gezonde psychische systeem. In therapie kan via het gezonde deel het getraumatiseerde deel bereikt worden, waardoor een beroep op overlevingsstrategieën niet meer nodig is.

Uiting geven aan een diep verlangen

Het bereiken van het traumadeel gebeurt via een speciale methode waarbij een diep verlangen als uitgangspunt genomen wordt. De kern van de behandeling van Ruppert (2012) draait om het benoemen van en uiting geven aan dit onvervulde, diepe verlangen. Dit verlangen heeft vaak te maken met iets wat iemand heeft gemist en niet voor zichzelf heeft kunnen vragen.

Een traumatische periode heeft bijvoorbeeld overspoelende gevoelens van hulpeloosheid en machteloosheid opgeroepen en een diep verlangen naar zorg en liefde dat er op dat moment niet was.

Het verlangen kan ook te maken hebben met een behoefte aan liefdevol en gezond contact dat er te weinig is geweest bijvoorbeeld vanwege een te weinig of juist te veel betrokken ouder.

Dit zal niet meer worden goed gemaakt, maar het verlangen zorgt er voor dat de psyche blijft hangen in het verleden. Het blokkeert de ontwikkeling naar een volwassen en gezond psychisch functioneren. Daarom is er een helingsproces nodig om dit oude verlangen te kunnen loslaten en nieuwe, reële mogelijkheden te kunnen ontwikkelen.

Doorslaggevend is volgens Ruppert dat de blokkade die in de traumasituatie is ontstaan, wordt opgeheven. De blokkade weerhoudt je er van je zelf te voelen, te bewegen, en jezelf met al je levendigheid uit te drukken. Genezing kan ontstaan als de door trauma geblokkeerde gevoelsuitingen weer kunnen gaan stromen en het voelen weer in zijn volle omvang geïntegreerd wordt met alle andere psychische functies.

Dit helingsproces en de stappen die er voor nodig zijn, heeft hij bijzonder mooi onder woorden gebracht en daar vertel ik graag nog wat meer over (volgende blog) .

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde  autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

57. Ruppert: bevrijding van trauma, angst en onmacht

Hoe kan therapie genezen 57.

Na de eenvoudige benadering van trauma’s door sommige wetenschappers ga ik graag in op de zeer interessante methode van Franz Ruppert (2012). Ruppert is een Duitse hoogleraar en psychotherapeut die veel ervaring heeft met psychotrauma. Zijn methode ‘Bevrijding van trauma, angst en onmacht, op weg naar gezonde autonomie en liefde’, maakte veel indruk op me.

Hij schrijft de oorsprong van psychische problemen toe aan traumatische gebeurtenissen in de familie die generaties lang kunnen doorwerken. Het kan zijn dat een cliënt zelf een of meerdere traumatische ervaringen heeft gehad, zoals het verlies van een moeder, vader, broer of zus, een scheiding, misbruik, geweld of een ernstig ongeluk. Het kan echter ook zijn dat vader, moeder, opa of oma zoiets heeft meegemaakt.

De gevolgen van een dergelijk trauma werken onbewust door in het gedrag van degene die het is overkomen. Een moeder kan bijvoorbeeld erg voorzichtig worden met een kind omdat ze eerder een kind verloren heeft. Ze kan zich erg gaan hechten aan haar andere kinderen, waardoor die veel meer worden ingeperkt in hun vrijheid dan nodig. Een jongen die vroeger regelmatig slaag heeft gehad, kan dit gewoon vinden en ook zijn eigen kinderen streng en met slaag opvoeden. Of het kan zich juist erg afzetten tegen een dergelijke opvoeding en zijn kinderen te veel vrijlaten. Je zou kunnen zeggen dat het trauma kan zorgen voor een overdreven of uitvergrootte reactie zonder dat je je daarvan bewust bent.

Zelf geeft Ruppert een verklaring die gebaseerd is op de therapie van familieopstellingen van Hellinger. Analoog daaraan spreekt hij van traumaopstellingen. Hij combineert dit met psychotherapie. Zijn ervaringen als psychotherapeut vind ik dermate waardevol en goed passen in de rest van mijn verhaal dat ik er graag over vertel.


Genezen door integratie van afgesplitste psychische functies

Hoe denkt psychotherapeut Franz Ruppert (2012) cliënten te genezen? Daarvoor moeten we eerst kijken naar zijn ideeën hoe de psyche functioneert. De psyche is een enorm complex geheel waarin diverse functies een rol spelen zoals waarnemen, geheugen, denken en voelen.

Het is de taak van een gezonde psyche om al deze taken te integreren. Psychische gezondheid is volgens hem dat we de werkelijkheid in al haar verscheidenheid, diepte, geladenheid en tegenstrijdigheid kunnen waarnemen en verduren.

Het gaat daarbij om een harmonische samenwerking van de emotionele functie, die de energie levert en de cognitieve functie die de uitvoering reguleert en evalueert. Hierdoor zijn we in staat om voortdurend en flexibel mee te bewegen met de stroom van veranderingen in de werkelijkheid.

De psyche heeft allerlei taken die gericht zijn op zelfbehoud en behoud van de soort. Een van de functies is daarbij ook dat het zich kan beschermen tegen een realiteit die te belastend of te schadelijk is. Op allerlei manieren kan de werkelijkheid verdraaid, vervaagd of op afstand gehouden of geblokkeerd worden.

Het tijdelijk uitschakelen, het niet hoeven voelen, dissociatie genoemd, kan gezien worden als een van de functies van een gezonde psyche. In bepaalde, moeilijke omstandigheden is dit beschermen tegen of vervagen van de werkelijkheid zelfs het centrale doel van de psyche.

Het uitschakeling of afsplitsen van bepaalde psychische functies leidt echter op langere termijn tot psychische klachten. De integratie van denken, waarnemen en voelen komt dan niet goed meer tot stand. Hierdoor kan een cliënt last kan krijgen van allerlei symptomen zonder te begrijpen waardoor dat komt.

De behandeling richt zich op hernieuwde integratie van de psyche en het herstellen van de functies die tijdelijk zijn uitgeschakeld. Allerlei afweermechanismen om de werkelijkheid buiten de deur te houden zijn dan niet meer nodig. Hoe dit in zijn werk kan gaan in therapie, zal ik vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

31. Hoe verdwijnen of verminderen pijnklachten?

Hoe kan therapie genezen 31.

Hoe precies kan psychotherapie er voor zorgen dat fysieke pijnklachten verdwijnen? Die vraag kwam vroeger regelmatig bij me op als cliënten tijdens de begeleiding vaak terloops vertelden dat hun hoofdpijn, rugpijn, maagpijn of nekpijn inmiddels was verdwenen.

Heijligenberg (2010) gaf er een heel inzichtelijk antwoord op. Om pijnklachten te genezen moet volgens Heijligenberg het voornemen dat ten grondslag ligt aan de pijn (zie vorige blog) veranderd worden in een beter, adequater voornemen. Hij ging daarom samen met de cliënt na hoe die had gereageerd op de gebeurtenis en of hij ook anders had kunnen reageren. Iemand die zich bijvoorbeeld had voorgenomen niet meer met partner te praten over iets wat haar dwars zat, kwam er achter dat ze daarmee eigenlijk het contact op slot had gezet. Na het bespreken er van besefte ze dat ze er wel over moest gaan praten.

Heijlingenberg (2010) spreekt van het gouden moment van inzicht. Zulke gouden momenten heeft hij talloze keren mogen meemaken. Cruciaal tijdens de behandeling is dat de cliënt tot inzicht komt dat zijn voornemen niet goed heeft uitgepakt en dat hij op een andere, gezondere manier kan gaan reageren.

‘Op het moment dat zo’n inzicht doorbreekt, kun je aan de uiterlijke fysiek reactie van iemand zien dat er innerlijk iets belangrijks gebeurd is. Er wordt een weldadige ontspanning zichtbaar over het hele lichaam en meestal volgt en diep, lange tevreden zucht.’ De pijn is dan verdwenen. De veranderde innerlijke houding tot de ander leidt tot het verdwijnen van de klachten. De veranderde houding door een innerlijk besef en de daar op volgende ontspanning en berusting zou je hier het sleutelingrediënt kunnen noemen.

Na zo’n moment van zelfinzicht richt de therapie zich verder op het toepassen van dit inzicht in het dagelijks leven, bijvoorbeeld hoe iemand dan op een goede manier met haar partner kan gaan praten. De behandeling kan worden afgesloten als het nieuwe inzicht en gedrag geïntegreerd raken in het leven van de cliënt.

In het kort komt genezing tot stand door het achterhalen van de nare gebeurtenis, het benoemen van het voornemen dat de cliënt maakte door de nare gebeurtenis, het vervangen van het voornemen door een psychisch gezonder voornemen, en het oefenen van gezonder gedrag in de praktijk.

Ook bij andere therapeuten ben ik trouwens een duidelijk verband tegengekomen tussen fysieke pijn en herinneringen aan een nare of traumatische gebeurtenis. Shapiro (2004) vertelt bijvoorbeeld over een man die al jaren last had schouder- en rugpijn die zich plotseling herinnerde hoe de pijn ontstaan was. Door het behandelen van de traumatische herinnering verdwenen ook de schouder- en rugpijn volledig.

Shapiro ken je misschien van de EMDR-behandeling van trauma’s. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Op die therapie zal ik later zeker terugkomen.
Pijnplekken verbonden met voornemens

De ideeën van Heijligenberg (2010) gaan nog een stapje verder. Na lange jaren van ervaring ontdekte hij dat niet alleen een voornemen een rol speelde in de pijnklachten, maar dat bepaalde voornemens aan specifieke plekken gekoppeld bleken. Hij kwam op dit spoor omdat hij een cliënt had met pijn in haar linkerknie die haar voornemen aan hem vertelde: ze had besloten haar irritaties voortaan in zichzelf op te lossen.

Hij beleefde een soort déjà vu, omdat hij dit voornemen al een paar keer eerder had gehoord. En inderdaad toen hij de andere cliënten met pijn in de linkerknie opzocht in zijn archief, bleek dat zij hetzelfde voornemen hadden gehad. Het bleek geen toeval, maar een patroon. Ook bij 32 andere pijnplekken kon hij bij tenminste drie cliënten eenzelfde voornemen terugvinden.

Uiteindelijk heeft hij bij 115 pijnplekken een voornemen kunnen vinden dat specifiek bij die pijnplek hoort. In zijn boek heeft hij al deze pijnplekken benoemd. Hij heeft volledig beschreven wat het bijbehorende voornemen is. Vervolgens heeft hij ook zijn advies er aan toegevoegd hoe je dit voornemen kunt veranderen.

Ik geef je een voorbeeld zodat je er nog iets meer bij kan voorstellen. Stel je hebt pijn links onder in je rug naast je stuitje. In het boek zoek je die plek op. De plek heeft nummer 82. Vervolgens kijk je bij 82 wat het betekent en wat je kunt doen. Daar vind je een beschrijving van het voornemen die bij die pijnplek hoort en een advies. Een stukje daarvan geef ik hier weer:

Pijn circa 10 cm links van het stuitje (82). Gedrag of Innerlijke houding: je bent tot de conclusie gekomen dat de ander niet geïnteresseerd is in de diepere wensen en verlangens die jij hebt. Je voelt dit als een gemis in jullie contact. Je neemt je voor om daar niet meer met de ander over te praten.

Advies: Als je dit voornemen uitvoert dan zal jullie contact een meer afstandelijk karakter krijgen. Je doet er goed aan om de ander te vragen hoe het komt dat hij of zij geen interesse heeft in jouwe diepere wensen en verlangens. Als blijkt dat de ander die interesse niet wil of kan opbrengen, dan doe je er goed aan om hem of haar te zeggen dat jij dit in jullie contact als een gemis ervaart.

Op deze manier geeft Heijligenberg bij elke pijnplek een beschrijving van het voornemen en een advies wat je zou kunnen doen. Hij waarschuwt daarbij wel dat je een ervaren therapeut moet zijn met veel kennis van pijnklachten om deze methode op een goede manier te kunnen gebruiken.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur

Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming                 anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

 

30. Begrijp je pijn, het genezen van onverklaarbare pijnklachten

Hoe kan therapie genezen 30.

Peter Heijligenberg schreef het boek ‘Begrijp je pijn, een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarde lichaamspijnen’ (2010). Hij geeft daarin een hele speciale kijk op hoe therapie kan genezen. Ik zie het als een specifieke en bijzondere vorm van de cognitieve therapie van Beck (1995, zie vorige blog). Misschien zal je sommige pijnklachten zoals vage rugpijn, buikpijn of schouderpijn beter gaan begrijpen, als je gelezen hebt hoe Heijligenberg er tegen aankijkt.

Het verband tussen cognitieve therapie en lichamelijke pijnklachten ligt niet onmiddellijk voor de hand. Tijdens zijn werk als psychotherapeut merkte Heijligenberg dit verband echter regelmatig op. Hij ontdekte dat lichamelijke reacties en pijnklachten in je lichaam het gevolg kunnen zijn van een oordeel of gedachte over een specifieke, moeilijke of nare gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Dat oordeel heeft te maken met jezelf in relatie tot de ander. Een nare gebeurtenis heeft namelijk heel vaak te maken met iets dat er fout ging in het contact tussen de cliënt en iemand anders die belangrijk is voor die cliënt.

Het gaat om gebeurtenissen waarbij de cliënt emotioneel geraakt is, maar dat niet heeft beseft. Dit kan van alles zijn zoals een conflict, onrecht, verwijten, of iets waar hij zich voor schaamde of als vernederend heeft ervaren. Graag vertel ik je hoe hij tot zijn ideeën kwam.

Bel me, al is het midden in de nacht

Peter Heijligenberg behandelde in zijn praktijk veel mensen met pijnklachten. Na een aantal jaren met deze cliënten te werken, merkte hij dat de pijnklachten heel vaak te maken hadden met een nare gebeurtenis die had plaatsgevonden ongeveer een dag voordat de pijnklachten waren opgetreden.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie wist hij dat gedachten grote invloed hebben op gevoelens en het gedrag van mensen. Daarom vroeg hij steeds vaker aan cliënten wat er precies door hen heen was gegaan op het moment dat de pijn was ontstaan.

Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij vroeg of cliënten hem wilde bellen zodra de pijn toenam, al was het midden in de nacht. Zo ging hij samen op zoek met de cliënt naar het moment of de nare gebeurtenis waarop de pijn voor het eerst gevoeld werd. Veel cliënten konden zich dat nog heel goed herinneren.

Ook liet hij cliënten een dagboekje bijhouden waarin ze schreven wanneer de pijn toenam of wat er dan door hen heenging. Daarmee bouwde hij een schat aan ervaring op over hoe pijnklachten bij allerlei cliënten ontstonden.

Als psychotherapeut was hij zich sterk bewust dat het niet de nare gebeurtenis zelf is die nare gevoelens of pijn oproept, maar de interpretatie of gedachten over de gebeurtenis. Hij merkte tijdens de gesprekken dat die gedachten vooral bestonden uit voornemens om te zorgen dat iemand niet nog een keer zoiets ergs zou meemaken. Dit voornemen bleek echter vaak eerder blokkerend en minder psychisch gezond dan nodig. Hij ontwikkelde daarop een manier om de pijnklachten te verminderen via de behandeling van de nare ervaring en het voornemen dat er aan gekoppeld werd.

Inmiddels is Heijligenberg geen praktiserend therapeut meer. Gelukkig heeft hij zijn methode heel precies beschreven zodat zijn kennis niet verloren is gegaan. Ik zal er nog iets meer van toelichten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.