Einde van Hoe kan therapie genezen?

Hoe kan therapie genezen, slot.

Hier stop ik met het publiceren van het verhaal van Blanchefleur Johnston over hoe therapie kan genezen. Het slot van dit verhaal kun je lezen in het boek ‘Hoe kan therapie genezen’ dat nu te koop is als e-boek. Daarin lees je het antwoord op hoe therapie kan genezen.

Mogelijk heb je dit blog gelezen op zoek naar een goede behandeling of persoonlijke groei. Bij mij kan je daarvoor terecht. Met een verwijzing van de huisarts voor een gz-psycholoog (basis GGZ) wordt de behandeling deels of helemaal vergoed. Kijk daarvoor verder op kosten psychologische hulp. Ik help je graag!

Als je mijn blog hebt gewaardeerd, denk ik dat je het slot van dit e-boek misschien ook  de moeite waard vindt om te lezen. Ook kun je natuurlijk verder lezen op de website van mijn praktijk:
www.psy-image.nl

E-boek:
Specificaties: K.I. de Groot (2015). Hoe kan therapie genezen.
ISBN: 978-90-822810-0-2, 158 pagina’s, pdf 1,3 MB, te lezen op elke computer, ipad of e-reader. Bestellen.

In dit e-boek vind je, naast alle gepubliceerde blogs, het uiteindelijke antwoord van Blanchefleur Johnston op de vraag hoe therapie kan genezen, en ook bijvoorbeeld nog:

Hoeveel therapie heb je nodig om te genezen?
Terug naar het wetenschappelijke bewijs
Een revue van therapeuten
Ideale therapie
Voorkeur voor wezenlijke verandering
Diep en waar besef van eigenheid
Enkele andere verborgen gedachten

Meer informatie over het e-boek op: Psy-Image/Hoe kan therapie genezen

Niet te stuiten optimisme over de kracht van therapie

Het heeft me veel tijd gekost om in relatief eenvoudige woorden te schrijven wat het geheim van therapie inhoudt. Voor mij is het toch wel een huzarenstukje geweest om dit verhaal te voltooien.

Ik ben er mee doorgegaan omdat ik het gevoel had dat ik onderweg zelf steeds iets wijzer werd. Dankzij mijn blog heb ik nog veel beter kunnen begrijpen wanneer en hoe therapie werkt en wanneer niet. Ook bleek ik een niet te stuiten optimisme te hebben over de kracht van therapie.

Ik hoop dat steeds meer mensen gaan begrijpen waarom therapie zo belangrijk is om je verder emotioneel te ontwikkelen, vooral voor diegenen die daar in eerdere fasen van het leven te weinig kans voor hebben gekregen.

Blanchefleur Johnston, Karina de Groot   Karina de Groot

 

Advertenties

75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

62. Overleving in plaats van verwerking bij trauma?

Hoe kan therapie genezen 62.

Er zijn heel wat verschillende methoden ontwikkeld om trauma’s te verwerken, zoals ik al eerder liet zien (zie bv blog 47 en 51). Veel van deze therapieën berusten volgens Ruppert (2012) echter eerder op overlevingstechnieken dan op verwerking van het trauma. Hij noemt daarbij technieken als ademhalingsoefeningen, imaginatietechnieken en NLP.

Ook het gebruik van reguliere medicatie of homeopathische middelen rekent hij onder overlevingstechnieken, c.q. symptoombestrijding. En ik denk dat slaap en genoeg rust nemen zoals Merckelbach (blog 56) adviseerde daar ook onder valt. Deze technieken kunnen zeker helpen om traumagevoelens tijdelijk in toom te houden of te stabiliseren. Je kunt je echter sterk afvragen of daarbij sprake is van diepere verwerking.

Ruppert denkt van niet. Hij ziet het ervaren van desillusie en het ontwikkelen van een reëel contact met zichzelf als een noodzakelijke voorwaarde voor echte verwerking. Alleen gezonde delen van de psyche die contact maken met de realiteit en geen illusies meer koesteren, kunnen hulpbronnen zijn om een trauma te verwerken. Overlevingsstrategieën vormen daarbij juist een belemmering.

Ook rituelen om het trauma kwijt te raken of verzoening met de dader ziet Ruppert niet als noodzakelijk voor het verwerken. Het gaat vooral om het weer in contact komen met jezelf en de eigen hulpeloosheid en zwakte te herkennen en toe te laten. Vandaar uit kan je meer constructieve relaties aangaan met anderen en stoppen om het weerkerende patroon van afwijzing te herhalen.

Bij andere therapeuten zoals Horney (1991) en Malan (1983) kwam ik hetzelfde tegen, namelijk dat het kunnen accepteren van de tekortkomingen en falen van anderen en het doorzien van de illusie van een ideale wereld de overgang betekent naar psychische gezondheid.

Eerder besprak ik dat er bij bevrijdende, gouden momenten in de therapie (blog 37) een verandering van innerlijke houding ontstaat: er komt een proces op gang door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen, waarna het loslaten van angst of boosheid volgt en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Die innerlijke verandering waarbij echte verwerking van iets pijnlijks optreedt, zou ik nu preciezer beschrijven als het kunnen doorzien van het eigen onvermogen en het loslaten van verwachtingen van hoe iets had horen te gaan.

Overlevingsmechanismen en gevoeligheid voor suggesties

Een innerlijke verandering van houding kan niet ontstaan zolang iemand zijn pijnlijkste gevoelens van onvermogen op allerlei manieren uit de weggaat. Dit is echter geen bewuste keuze maar een manier van overleven die iemand uit noodzaak heeft aangeleerd.

Ruppert (2012) heeft overtuigend geschreven over de gevaren van het afsplitsen van psychische functies en dissociatie bij gevoelige kinderen. Hij merkte dat bepaalde mensen delen van hun psyche makkelijk kunnen uitzetten of afsluiten. Zijn idee is dat ze dit al vroeg geleerd hebben in het gezin van herkomst. Ze hebben een overlevingsmechanisme ontwikkeld waarbij het veiliger was om te doen wat anderen zeiden uit gevaar voor afwijzing, uitsluiting of verlies van liefde. Het was veiliger om hun angsten niet te tonen, hun onvermogen te verbloemen en te doen alsof alles goed ging.

Cliënten die gevoelig zijn voor suggestie zitten mogelijk nog steeds vast in dat overlevingsmechanisme. Ze hebben zich emotioneel weinig kunnen ontwikkelen uit angst voor uitsluiting en afwijzing. Vanuit dezelfde angst voor afwijzing doen ze dan ook heel graag wat een arts of therapeut hen adviseert.

Ze nemen soms alles aan en over van de therapeut, proberen alles uit wat de therapeut zegt en zijn bijna slaafs gehoorzaam in de hoop dat ze van hun klachten af kunnen komen. Als therapeut merk je dat je bij deze cliënten soms zeer omzichtig te werk moet gaan en het gevoel kan krijgen dat er maar erg weinig beklijft.

Uiteindelijk doen ze niet wat goed is voor hen zelf, maar wat goed is voor de therapeut. Vaak werkt dit ook even en zijn ze tijdelijk van hun klachten af. Pas als de onderliggende onveiligheid kan worden benaderd, kan een cliënt steeds vaker doen wat goed is voor hem zelf, en suggesties en adviezen van anderen op hun waarde beoordelen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

59. Vier stappen in het helingsproces

Hoe kan therapie genezen 59.

Ruppert (2012) spreekt van vier stappen in het helingsproces bij trauma. Deze bestaan uit het ontwikkelen van gezonde delen, het opgeven van overlevingsstrategieën en erkennen van illusies, de integratie van afgesplitste traumadelen en de nieuw verkregen autonomie vullen met eigen levensdoelen.

Dat klinkt misschien wat abstract, maar in de praktijk valt dat erg mee. Ruppert gaat er mee aan de slag met een methode die hij traumaopstellingen noemt. In deze traumaopstelling staat een bepaald verlangen van de cliënt centraal (zie vorige blog).

Een cliënt geeft zo goed mogelijk weer wat op dat moment zijn verlangen is. Hij verlangt er bijvoorbeeld naar om zich niet meer zo vaak afgewezen te voelen door anderen. Of hij wil zich minder vaak eenzaam voelen. Dit verlangen wordt opgesteld, dat wil zeggen dat cliënt in de ruimte gaat staan en zijn verlangen uitspreekt.

Vervolgens nemen andere personen, cliënten of andere aanwezigen de rol op zich van dierbare anderen zoals een vader, moeder, broer of zus op aanwijzing van de therapeut. Iedereen wordt opgesteld in de ruimte en gaat op de cliënt reageren vanuit de rol die hij gekregen heeft.

Het is verbazingwekkend hoe goed anderen zich kunnen inleven in hun rol en hoe ze gaan reageren op het verlangen van de cliënt (Ruppert, 2012). Vaak komt er tijdens deze opstelling een traumatische gebeurtenis in de geschiedenis van de cliënt of van zijn ouders naar voren, die verband heeft met het gevoel van afwijzing dat een cliënt zo vaak heeft ervaren. Het trauma wordt onbewust keer op keer beleefd door de cliënt zonder dat het zich heeft opgelost. Door de traumaopstelling krijgt de cliënt de mogelijkheid het trauma eindelijk bewust te doorleven en los te laten.

Je kunt je voorstellen dat dit overigens moeilijk en pijnlijk kan zijn. Mensen vrezen dat ze gevoelens van afwijzing, eenzaamheid en verlatenheid opnieuw moeten meemaken en dat ze dat niet aankunnen. Ze houden vaak liever de illusie in stand dat het ook zo wel gaat en nemen de klachten die ze hebben voor lief. Verder bestaat er ook een enorme loyaliteit naar de ouders. Illusies over hoe het vroeger ging, worden daarbij sterk gekoesterd.

Daar komt bij dat een cliënt zich moet toestaan om gelukkig te zijn, ook als men ziet dat anderen dat niet zijn. Als het lukt om de pijn en angst wel aan te gaan, kan het een grote bevrijding betekenen, een groei naar meer autonomie en een opening van nieuwe wegen. Je hoeft geen façade meer hoog te houden en de energie die het heeft gekost om je voortdurend met afweermechanismen staande te houden, komt vrij.

De poort naar vrijheid: trauma aangaan en overwinnen

Hoe kan iemand dan volgens Franz Ruppert een door trauma veroorzaakte psychische afsluiting overwinnen? Het heeft geen zin, zegt hij, om te geloven dat genezing ontstaat door het trauma te herbeleven en uiting te geven aan alle daarbij behorende pijn, angst en woede. Hij waarschuwt zelfs voor de gevaren van emotioneel afreageren. Het proces van emotionele confrontatie en afreageren kan namelijk een in zichzelf in standhoudend mechanisme worden, dat zelfs erg verslavend kan zijn.

Hij gelooft in het bewust aangaan van de angst en pijn die je vroeger zijn overkomen. Hij benoemt het als een poort waar je doorheen moet gaan. Als je door de poort heen gaat en de angst en pijn daarachter aangaat en de nare gevoelens van vroeger herbeleeft, waarneemt en voelt zonder ze weg te drukken of af te reageren, kan een verandering ontstaan in het gevoel. Je kunt er achter komen dat je nu niet meer zo hulpeloos was als vroeger om iets te doen. Je kunt ervaren dat je dit gevoel nu wel kunt verdragen.

Als je in staat bent om de gevoelens van afwijzing of er niet bijhoren toe te laten en te beseffen dat deze gevoelens je afhouden van werkelijk contact met anderen, kun je oude, ongezonde vormen van contact loslaten en nieuwe manieren vinden om op eigen initiatief contact met anderen aan te gaan. Je kunt ontdekken dat je de taken waarbij je als kind de hulp van je ouders zo nodig had, nu als volwassene zelfstandig kunt uitvoeren, of alsnog kunt leren van ieder ander die wil helpen.

Bovendien kun je gaan merken dat er een nieuwe weg is waarin je weer veel meer energie voelt, en dit kunt uitdrukken door middel van mimiek, gebaren, je stem, woorden en je gehele lichaam. Door de verbeterde integratie van denken, voelen en waarnemen gaat de energie in jezelf weer stromen. Ruppert noemt dit de poort naar vrijheid. Het is een poort naar vrijheid om je op een gezonde, ongedwongen manier te verhouden met dierbare anderen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde   autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

 

47. Verwerken van emotionele gebeurtenissen en NLP

Hoe kan therapie genezen 47.

Mensen kunnen veel last hebben van herinneringen aan pijnlijke, traumatische of emotionele gebeurtenissen. Bovendien kan het vermijden van die herinneringen oorzaak zijn van allerlei symptomen. Bij de invloed van traumatische gebeurtenissen heb ik al uitgebreid stilgestaan toen ik het over Bowlby had. Ook bij bijvoorbeeld Freud (blog 9), Heijligenberg (blog 31), Byron Katy (blog 34) en Sue Johnson (blog 43) kwam de invloed van trauma’s kort aan de orde.

Toch valt daar nog veel meer over te zeggen. Trauma’s zijn als blikjes dynamiet die heel veel pijn kunnen doen als je ze uiteindelijk durft aan te gaan. Er zijn enkele bekende therapeuten die juist aan trauma’s specifiek aandacht hebben besteed. Zij hebben speciale technieken ontwikkeld voor het verwerken van emotionele of traumatische gebeurtenissen, en dan denk ik aan NLP van Bandler (2001), EMDR van Shapiro (2004), en enkele iets minder bekende, maar zeer waardevolle methoden.

Ik zal beginnen met Bandler, omdat zijn NLP-techniek veel wordt gebruikt door coaches, maatschappelijk werkers en soms ook door psychologen tijdens de therapie. Je kan het ook vrij eenvoudig op jezelf toepassen.

Ik wil wel een waarschuwing geven. Ik vind NLP een hele praktische, maar tamelijk computerachtige techniek waarbij de kans op verschuiving van klachten groot is. Met NLP kan je bijvoorbeeld negatieve gedachten over jezelf afleren en een positief zelfbeeld kan aanleren. Met een aangeleerd positief zelfbeeld kun je de neiging ontwikkelen om negatieve emoties te vermijden of te onderdrukken. Dat kan voor allerlei nieuwe klachten zorgen. Net als bij gedragstherapie (zie blog 41) kunnen klachten dus makkelijk op een ander terrein de kop opsteken.

De NLP-methode vind ik vooral heel geschikt voor eenvoudige problemen of vervelende gebeurtenissen. Het kan heel nuttig zijn om dagelijkse moeilijkheden met deze methode aan te pakken.

Bandler: NLP of hoe haal je wat in je hoofd

Richard Bandler, geboren in 1950, bedacht een fraaie denktechniek waarmee je allerlei lastige en belemmerende gedachten kunt veranderen, en je leven veel positiever tegemoet kan treden. Hij heeft het begrip NLP, of Neuro-Linguïstische Programmering, zelf uitgevonden. Daarmee wilde hij ook afstand nemen van bestaande psychologische specialismen. In zijn boek ‘Hoe haal je wat in je hoofd’ (2001) legt hij uit wat het inhoudt.

Bandler noemt het liever geen therapie maar een leerproces. In feite leert hij mensen op een fundamentele manier hun eigen verstand te gebruiken. Met deze techniek kun je zelfstandig leren allerlei vervelende ervaringen te herprogammeren zodat je er minder of geen last meer van hebt. Ook traumatische ervaringen zou je op die manier als het ware bij kunnen sturen volgens Bandler. Daar ga ik straks nog wat meer over zeggen, maar eerst wil ik je enkele eigen ervaringen met deze techniek vertellen.

Persoonlijk heb ik wel wat aan deze techniek gehad. Dankzij de NLP heeft mijn naam Candida Albicans voor mij een mooie zangerige glans gekregen. Candida Albicans Blanchefleur, Candida, Albicans, Blanchefleur. Door het te herhalen, het mooi ritme te voelen en te koppelen aan een positief gevoel dat ik van het ritme kreeg, heb ik een veel prettiger idee bij mijn eigen naam. Ik kan mijn wat ouderwetse, schimmelachtige naam nu veel meer waarderen. Bij het woord schimmelachtig denk ik nu bijvoorbeeld ook eerder aan een mooi wit paard dan aan een klein plantje.
Ik geef toe, ik noem me zelf nog steeds liever Blanchefleur, maar schaam me niet meer voor de eerste twee namen Candida en Albicans. Dat trucje heb ik geleerd van Bandler (2001).

Verder heb ik mijn allergie voor berkenpollen kunnen afleren dankzij NLP. Feitelijk komt het er op neer dat je je hersenen iets anders programmeert. Je leert het als het ware een ander kunstje of ander liedje. Het heeft te maken met het besturen van je eigen onbewuste. Hoe je dat zelf kunt doen, zal ik je vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

43. Emotionele ontvankelijkheid als sleutel voor verbondenheid

Hoe kan therapie genezen 43.

De zoektocht van Sue Johnson (2012) naar succesvolle relatietherapie leverde haar uiteindelijk een diepgaand inzicht op. Ze keek steeds opnieuw naar de opnames van relatiegesprekken om de transformaties te begrijpen die ze daar zag gebeuren. Tenslotte vond ze het antwoord op haar vraag waarom er een positieve verandering tussen partners kon optreden.

Toen ze nogmaals keek naar de dramatische momenten die relaties hadden getransformeerd, zag ze een grote gelijkenis met de hechtingstheorie van Bowlby (1980, zie blog 19). Ze concludeerde dat het succes van een relatie stond of viel met de mogelijkheid tot veilige emotionele verbinding, de basis voor beminnen en bemind worden. Deze emotionele ontvankelijkheid ziet ze als de sleutel voor verbondenheid. Hierop baseerde Johnson (2012) haar Emotionally Focused Therapie, ook wel EFT genoemd.

De meeste verwijten in de ruzies begon ze te zien als een wanhopige roep om hechting, een protest tegen verlies van verbondenheid. Zo’n protest kan alleen worden weggenomen als de geliefde dichterbij komt en de ander vasthoud en geruststelt. Niets anders helpt. En als dat herstel van verbondenheid niet tot stand komt, gaat de strijd door. Een van de sleutelingrediënten van herstel van de relatie is deze speciale vorm van emotionele ontvankelijkheid gebaseerd op de hechtingtheorie.

Ze begreep dat alle conflicten, heftige emotie en drama’s die ze tijdens de sessies meemaakte, draaiden om hechtingsbanden. Daarmee had ze ook een plattegrond gevonden voor de liefde en kon ze nu systematisch de stappen van de reis plannen naar een speciale vorm van liefdevolle verbondenheid. Met de methode die ze ontwikkelde kunnen volgens Sue Johnson niet alleen relatietrauma’s geheeld worden, maar kunnen ook andere soorten trauma’s of monsters uit onze jeugd geheeld of verjaagd worden.


Hoelang duurt Emotionally Focused Therapie?

Op basis van haar ontdekkingen ontwikkelde Sue Johnson een vastomlijnde therapie. Het bestaat uit zeven gesprekken die een speciale vorm van emotionele ontvankelijkheid willen bevorderen. Die emotionele ontvankelijkheid noemt ze de sleutel tot duurzame liefde. Centraal daarin staat het leren durven uiten van je kwetsbare behoeften naar je partner.

Er moet dan wel heel hard gewerkt worden. Elk gesprek heeft zijn eigen thema. Het vijfde gesprek heeft bijvoorbeeld het thema ‘Kwetsuren vergeven’. Hierin worden de zes stappen naar vergevingsgezindheid besproken. Het zesde gesprek heeft als thema ‘De band versterken via seks en aanraking’. Daarin wordt onder andere uitgelegd wat de verschillen zijn tussen geïsoleerde seks, troostseks en synchrone seks. De belofte wordt gedaan dat veilige relaties de springplank zijn naar de meest opwindende en avontuurlijke erotische ontmoetingen.

Ik vind het bijzonder knap hoe zij ingewikkelde thema’s zo helder, compact en aanstekelijk heeft verwoord. Er komt wel een stemmetje in me op dat zegt dat de hechtingtheorie van Bowlby een hele mooie, maar niet de enige route is naar het verbeteren van een relatie. Soms kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een te veel aan hechting of aanhankelijkheid. Dan gaat het in een relatie meer om ‘Laat me los’ dan ‘Houd me vast’.

De methode komt me soms ook wel wat optimistisch of idealistisch over vanwege de grote beloften die erin worden gedaan. Na dit uitstapje over de ideeën van Johnson, ga ik terug naar een meer bescheiden therapeut, die empathie als allerbelangrijkste ingrediënt van zijn therapie zag, Carl Rogers.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1, Attachment. London: Pimlico. Johnson, S. (2012). Houd me vast. Zeven gesprekken voor een hechtere en veilige relatie. Utrecht: Kosmos.