34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

Advertenties

13. Malan: de therapeut mogen afwijzen

Hoe kan therapie genezen 13.

Nu je van me hebt gehoord hoe Kohut, Horney en Freud (zie vorige blogs) er over denken hoe ze cliënten kunnen genezen, wil ik je graag laten kennismaken met een volgende bijzondere therapeut, David Malan. Hij heeft op een prachtige manier uitgewerkt hoe therapie kan genezen.

Ik kan je vertellen dat ik het boek van Malan (1983) ‘Individuele psychotherapie’ zeker negen keer heb gelezen. Laag voor laag voor laag dringt hij steeds dieper door in de betekenis van symptomen voor een cliënt. Het maakte enorme indruk op me hoe het hem lukte om steeds een nieuwe, diepere verklaring te geven van hetzelfde gedrag dat iemand vertoonde. 

Veel cliënten hebben klachten of problemen omdat ze in hun jeugd zorg en aandacht tekort zijn gekomen. Malan gaat er vanuit dat ze vervolgens een mechanisme hebben ontwikkeld dat er voor zorgt dat ze hulp en steun niet meer willen, of nog steeds niet kunnen aannemen. De tekort gekomen zorg zal niet meer kunnen worden goedgemaakt, maar toch is therapie zinvol om het patroon van gebrek aan hulpbronnen te doorbreken.

Door het patroon dat cliënten vroeger hebben geleerd, blijven ze nog steeds tekort komen, terwijl er eigenlijk wel hulp beschikbaar is. Door de herinneringen van vroeger waarin iemand niet kon vertrouwen op hulp, maakt de cliënt eigenlijk de relaties met anderen kapot van wie die anders wel hulp zou kunnen ontvangen. Malan noemt dit een soort zelfvernietigend mechanisme, dat aan de oppervlakte kan worden gebracht en doorgewerkt om uiteindelijk geneutraliseerd en omgekeerd te worden.

Verdediging en angst voor verborgen gevoel
Om grip te krijgen op deze emotionele problemen gaat Malan (1983) uit van een driehoek van Verdediging, Angst en een Verborgen gevoel. Dat wil zeggen dat je diep in je een gevoel hebt waarvan je niet wil dat anderen er achter komen. Dit verborgen gevoel is vaak een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. De cliënt is bang voor dat grote, enorme gevoel. Ook wil de cliënt liever de angst daarover niet voelen, en doet dat door zich tegen deze angst op allerlei manieren te verdedigen.

Dit verborgen gevoel heeft meestal te maken met vroegere gevoelens van tekortkoming van een of beide ouders. Dit blokkeert de relatie met belangrijke anderen mensen. Die relatie met belangrijke anderen beschrijft hij met behulp van een tweede driehoek van relaties. Dit is de driehoek van relaties van de cliënt met Anderen, de Therapeut en de Ouders.

De nare of akelige gevoelens die de cliënt heeft ten opzichte van anderen zijn ontstaan in de kindertijd. Ze weerspiegelen zich ook in de huidige relatie met de therapeut. Het doel van de therapie is dan om ‘onder de verdediging en de angst te rijken naar het verborgen gevoel via de relatie met de therapeut’. De cliënt kan zo via zijn relatie met de therapeut die heftige verborgen gevoelens leren openleggen en alsnog leren doorwerken.

Slagen door te falen
Malan (1983) schets de zware rol van de therapeut daarbij. De functie van de therapeut is eigenlijk om niet te slagen, maar te falen. Het zo nu en dan falen van de therapeut zorgt er namelijk voor dat een cliënt zeer pijnlijke gevoelens aangaat en doorwerkt, en uiteindelijk een reëel, berustend gevoel van tevredenheid kan ontwikkelen.

Daarmee wordt er een ‘correctieve emotionele ervaring’ geboden zoals een andere psychoanalyticus, Winnicott, dat ooit zo mooi benoemde. Deze correctieve emotionele ervaring, die de therapeut biedt, of in andere woorden het doorwerken van allerlei pijnlijke gevoelens uit het verleden en een erop volgend reëel en berustend gevoel, is een van de sleutelingrediënten van zijn therapie.

De therapeut moet daarvoor ten eerste symbolische zorg geven, wat hij doet door te luisteren en te proberen de cliënt te begrijpen. Daarna moet hij falen om genoeg te geven. Dit laatste is eigenlijk vrij makkelijk omdat een therapeut nooit meer kan geven dan inherent is aan de therapeutische situatie.

De therapeut moet vervolgens accepteren dat de cliënt boos wordt en de therapeut zal afwijzen en dit toestaan en begrijpen. Daarna moet hij alle woede en destructiviteit die op hem gericht worden vanwege het gevoel van verwaarlozing dat hij oproept, toestaan, blootleggen en accepteren. Wanneer dit goed gaat, kan een cliënt opnieuw leren vertrouwen, en kan daarna een onverwachte en dramatische verbetering plaatsvinden.

Hoe zo’n dramatische wending kan gebeuren, heeft Malan ook fraai uiteengezet (volgende blog).

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

N.B. Per 1 juli 2015 is het e-boek ‘Hoe kan therapie genezen’ verschenen.
ISBN 978-90-822810-0-2.
Hierin staan alle blogs in een makkelijk leesbare volgorde, en wordt er uiteindelijk een eerlijk en persoonlijk antwoord gegeven op hoe therapie kan genezen. Bestel: Hoe kan therapie genezen.

Tip: doe de zelfbeeldtest om te kijken hoe je er zelf op dit moment voorstaat en therapie je misschien verder kan helpen.