51. Shapiro: EMDR en traumaverwerking

Hoe kan therapie genezen 51.

Nog niet zolang geleden ontstond er een nieuwe therapie om trauma’s sneller te verwerken: EMDR. Deze EMDR therapie werd ontwikkeld door Francine Shapiro, een Amerikaanse psychologe die werd geboren in 1948. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization en Reprocessing Therapie (Shapiro and Forrest, 2004).

Shapiro vertelt dat haar belangstelling voor therapie in eerste instantie ontstond vanwege persoonlijke moeilijkheden. Ze zocht jarenlang naar een effectieve methode om zelf te leren omgaan met bepaalde angsten en angstige herinneringen. Ze probeerde elke methode uit om haar angsten te verminderen. Ze verbaasde zich bovendien dat deze methoden bij het grote publiek zo weinig bekend waren.

Vanuit deze grote belangstelling studeerde ze ook klinische psychologie. Zo verzamelde ze een enorme hoeveelheid kennis en ervaring over het omgaan met allerlei soorten angsten. Tot haar eigen verbazing eindigde ze er mee om zelf een methode te creëren, die ze EMDR noemde.

De aanzet tot haar methode ontdekte Shapiro bij zichzelf tijdens het maken van een wandeling. Ze merkte een bijzonder verschijnsel op, namelijk dat haar oogbewegingen een gunstig, stress verminderend effect hadden op haar nare gedachten van dat moment. Ze vond dit zo frappant dat ze bij zichzelf ging proberen hoe dit precies werkte. Daarna vroeg ze familie, vrienden en studenten om het ook uit te proberen.

Vervolgens verfijnde ze de procedure steeds verder met behulp van eigen en andermans ervaringen, en kennis uit de verschillende therapierichtingen zoals de psychoanalyse en cognitieve therapie. Ze ontdekte overeenkomsten tussen de psychoanalytische techniek die Freud (1910) gebruikte om pijnlijk herinneringen naar boven te brengen en de EMDR-procedure. Treffend vond ik haar uitspraak dat ze op een gegeven moment aan het kijken was naar vrije associatie in turbospeed.

Ze herkende de vrije associatie-techniek die Freud had ontwikkeld (zie blog 10, overwinnen van innerlijke weerstanden), maar dan in de hoogste versnelling: de veranderingen in gevoelens en gedachten bij haar proefpersonen gingen op een gegeven moment zo snel dat ze het als het ware voor haar ogen zag gebeuren.

Uiteindelijk na uitgebreid onderzoek bij diverse cliënten lanceerde ze EMDR als een therapie voor het genezen of verminderen van klachten door traumatische gebeurtenissen en andere nare levensgebeurtenissen.


Hoe werkt de EMDR-procedure
?

EMDR wordt het vaakst gebruikt naar aanleiding van een eenmalige traumatische gebeurtenis waarbij sprake is van herbelevingen of angstige beelden in de periode na het trauma.

De procedure komt er in het kort op neer dat de traumatische gebeurtenis eerst besproken wordt. Daarna wordt er aan je gevraagd om je de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Daarbij zal de therapeut nu de eigen hand op ongeveer 30 cm voor je ogen heen en weer bewegen. Heel modern is dat de bewegingen niet meer met de hand van de therapeut gedaan worden maar door een apparaatje met led lampjes die je met je ogen kan volgen.

Er volgt zo een set van ongeveer 25 oogbewegingen per keer. Na elke set wordt er even pauze genomen. Tijdens de set van oogbewegingen komen er meestal allerlei gedachten, beelden en gevoelens boven, en soms ook andere lichamelijk sensaties.

Er wordt gevraagd wat er nu, in het heden, de ergste herinnering is van wat er is gebeurd. Daarna volgt een nieuwe set. Na elke set wordt gevraagd wat er veranderd is. Bij de volgende set richt je je op de meest opvallende verandering.

Door dit herhaald herinneren van de gebeurtenis verliest de herinnering vaak zijn lading. De herinnering verandert, de beelden verliezen aan kracht en worden vaak kleiner en waziger. Vaak komen er ook spontane gedachtes, emoties en associaties met andere gebeurtenissen boven.

Ik denk dat deze methode een betere en diepere verwerking in gang kan zetten dan bijvoorbeeld NLP (zie vorige blog). Hoe die diepere verwerking tot stand komt, kom ik later op terug. Eerst laat ik Shapiro nog even aan het woord over het succes van EMDR bij verschillende psychische klachten.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis.                 Washington: Gateway Editions.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

Advertenties

30. Begrijp je pijn, het genezen van onverklaarbare pijnklachten

Hoe kan therapie genezen 30.

Peter Heijligenberg schreef het boek ‘Begrijp je pijn, een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarde lichaamspijnen’ (2010). Hij geeft daarin een hele speciale kijk op hoe therapie kan genezen. Ik zie het als een specifieke en bijzondere vorm van de cognitieve therapie van Beck (1995, zie vorige blog). Misschien zal je sommige pijnklachten zoals vage rugpijn, buikpijn of schouderpijn beter gaan begrijpen, als je gelezen hebt hoe Heijligenberg er tegen aankijkt.

Het verband tussen cognitieve therapie en lichamelijke pijnklachten ligt niet onmiddellijk voor de hand. Tijdens zijn werk als psychotherapeut merkte Heijligenberg dit verband echter regelmatig op. Hij ontdekte dat lichamelijke reacties en pijnklachten in je lichaam het gevolg kunnen zijn van een oordeel of gedachte over een specifieke, moeilijke of nare gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Dat oordeel heeft te maken met jezelf in relatie tot de ander. Een nare gebeurtenis heeft namelijk heel vaak te maken met iets dat er fout ging in het contact tussen de cliënt en iemand anders die belangrijk is voor die cliënt.

Het gaat om gebeurtenissen waarbij de cliënt emotioneel geraakt is, maar dat niet heeft beseft. Dit kan van alles zijn zoals een conflict, onrecht, verwijten, of iets waar hij zich voor schaamde of als vernederend heeft ervaren. Graag vertel ik je hoe hij tot zijn ideeën kwam.

Bel me, al is het midden in de nacht

Peter Heijligenberg behandelde in zijn praktijk veel mensen met pijnklachten. Na een aantal jaren met deze cliënten te werken, merkte hij dat de pijnklachten heel vaak te maken hadden met een nare gebeurtenis die had plaatsgevonden ongeveer een dag voordat de pijnklachten waren opgetreden.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie wist hij dat gedachten grote invloed hebben op gevoelens en het gedrag van mensen. Daarom vroeg hij steeds vaker aan cliënten wat er precies door hen heen was gegaan op het moment dat de pijn was ontstaan.

Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij vroeg of cliënten hem wilde bellen zodra de pijn toenam, al was het midden in de nacht. Zo ging hij samen op zoek met de cliënt naar het moment of de nare gebeurtenis waarop de pijn voor het eerst gevoeld werd. Veel cliënten konden zich dat nog heel goed herinneren.

Ook liet hij cliënten een dagboekje bijhouden waarin ze schreven wanneer de pijn toenam of wat er dan door hen heenging. Daarmee bouwde hij een schat aan ervaring op over hoe pijnklachten bij allerlei cliënten ontstonden.

Als psychotherapeut was hij zich sterk bewust dat het niet de nare gebeurtenis zelf is die nare gevoelens of pijn oproept, maar de interpretatie of gedachten over de gebeurtenis. Hij merkte tijdens de gesprekken dat die gedachten vooral bestonden uit voornemens om te zorgen dat iemand niet nog een keer zoiets ergs zou meemaken. Dit voornemen bleek echter vaak eerder blokkerend en minder psychisch gezond dan nodig. Hij ontwikkelde daarop een manier om de pijnklachten te verminderen via de behandeling van de nare ervaring en het voornemen dat er aan gekoppeld werd.

Inmiddels is Heijligenberg geen praktiserend therapeut meer. Gelukkig heeft hij zijn methode heel precies beschreven zodat zijn kennis niet verloren is gegaan. Ik zal er nog iets meer van toelichten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

25. Elke therapeut zijn eigen doel

Hoe kan therapie genezen 25.

Zoals Gabbard zegt (zie vorige blog), weten we nog te weinig vaak wat de mechanismen zijn waardoor klachten verdwijnen. Toch kunnen therapeuten bijzonder veel voor cliënten betekenen en genezen er regelmatig cliënten. Daarom ga ik graag verder met zijn ideeën daarover.

Volgens Gabbard (2010) heeft het werkingsmechanisme in de therapie vaak te maken met de doelstelling of het doel die de therapeut in zijn opleiding geleerd of ontwikkeld heeft. Ofwel, de doelstelling in een therapie hangt vaak sterk samen met het theoretische kader dat er onder ligt. Hij noemt een aantal mogelijke doelen waarin ik soms de gedachten van bekende therapeuten terugzag.

Een doel van therapie kan zijn om de aard van onbewuste conflicten te onderzoeken om daarmee de zichtbare symptomen te verhelpen. De symptomen of klachten worden daarbij gezien als uitingen of verplaatsingen van onbewuste behoeften of wensen. Deze therapeutische stroming werd vooral gebaseerd op Freuds ideeën (zie blog 9, 10 en 11) en wordt ook wel Egopsychologie genoemd.

Een ander doel van het therapeutisch proces is om je ware zelf te ontdekken, het gevoel jezelf te mogen zijn en authentiek. Dat komt me bekend voor, het doet me erg aan Karen Horney denken (zie blog 6, 7 en 8).

De psychoanalytische therapie op basis van de Zelfpsychologie van Kohut (blog 3 en 4) heeft als doel om op een volwassen en gepaste wijze gebruikt te kunnen maken van betekenisvolle anderen. Het gaat om een verbeterd vermogen om voedende relaties aan te gaan.

Therapeuten met een relationele oriëntatie hebben als belangrijkste doel om zicht te geven op relaties met anderen. Ze laten cliënten zien dat ze de neiging hebben om eigenschappen en ideeën van zichzelf ook toeschrijven aan anderen, en dat dit relaties nadelig beïnvloedt. Door de therapie vindt er een transformatie plaats waardoor een cliënt meer in de werkelijke wereld en minder in een fantasiewereld leert leven.

Therapeuten die veel werken met trauma’s en verwaarlozing in de jeugd gaan uit van een tekort in het vermogen om eigen en andermans gevoelens, gedachten en gedragingen in te schatten en te onderscheiden. Dit vermogen wordt ook wel mentaliseren genoemd. Ze hebben bijvoorbeeld als doel om dit vermogen om een plaatje te maken van de innerlijke wereld van anderen alsnog aan te leren of te verbeteren.

Daarbij moest ik weer even denken aan mijn zorgen bij het opvoeden. Als je er bij stilstaat, is me dat nogal een taak: om kinderen te leren om de innerlijke wereld van andere kinderen goed te leren in schatten. Hopelijk gaat dat toch voor een groot deel automatisch en vanzelf, anders sta ik niet in voor mijn opvoedkundige kwaliteiten.

Gabbard schets nog veel meer therapeutische doelen, maar hier laat ik het even bij. Het is zo al wel duidelijk dat de inbreng, achtergrond en motieven van de therapeut niet over het hoofd gezien kunnen worden bij de werking van therapie. Gabbard waarschuwt daarnaast voor de onbewuste inbreng van de therapeut.

Onbewuste motieven van de therapeut
Gabbard (2010) geeft heel mooi aan dat we nooit helemaal zeker kunnen zijn wat onze motieven zijn of wat we van plan zijn, bij geen enkel psychotherapeutisch proces. Therapeuten kunnen bijvoorbeeld vrij makkelijk en onbewust een specifieke relatie ontwikkelen met cliënten om aan het eind van een werkdag een goed gevoel te hebben.

Dit betekent dat een therapeut voortdurend alert moet zijn op alle mogelijke moeilijkheden, gevaren, valkuilen en onbewust motieven van zowel de cliënt als de therapeut zelf. Met behulp van psychoanalytische technieken als interpretatie, vrije associatie, duiding van overdracht, tegen overdracht, en ook diverse technieken uit andere stromingen zoals suggestie, cognitieve herstructurering, exposure, bevestiging, zelfonthulling en cliënt gerichte methoden laveert hij tussen de gevaren door.
Uiteindelijk kan de cliënt dan leren hoe hij een volwassen en betrokken relatie met de therapeut ontwikkelt, en leren om dit ook buiten de therapie met anderen te durven aangaan.

Gabbard sluit zich aan bij de opvattingen van Winnicott en Malan (zie blog 13, de therapeut mogen afwijzen) dat het uiteindelijk erg belangrijk is dat, wat er ook gebeurt, de therapeut blijft volhouden. Vanwege het basale gebrek aan vertrouwen dat er vaak bestaat, zal de cliënt tijdens de therapie de therapeut vernietigen. De therapeut zal die aanvallen van de cliënt moeten zien te overleven. Uiteindelijk kan de cliënt het vertrouwen krijgen dat hij niet zal worden afgewezen, gezond gehecht kan raken en echt gebruik gaan maken van de therapeut.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Gabbard, G. (2010). Psychodynamische therapie in de praktijk. Amsterdam: Hogrefe.

10. Genezen door overwinnen van innerlijke weerstanden

Hoe kan therapie genezen 10.

Freud heeft zoveel ideeën ontwikkeld en beschreven dat het eigenlijk onmogelijk is om de kern er uit te halen. Toch wil ik proberen een nog wat preciezer beeld te schetsen van zijn genezingsmethode en de problemen die verborgen wensen met zich meebrengen (zie vorige blog). Het idee dat symptomen en klachten een vermomming kunnen zijn van een onderdrukte herinnering of verlangen heeft namelijk grote consequenties voor de therapie en de genezing van die symptomen.

Volgens Freud (1965) kan genezing van het symptomen uiteindelijk tot stand komen als een onderdrukte herinnering weer onderdeel kan worden van bewuste mentale deel van de hersenen. Het eerdere psychische conflict komt weer boven dat men wilde vermijden, maar het kan nu op een makkelijkere manier opgelost worden.

Het bewust worden van die herinnering of wens veronderstelt wel het overwinnen van een behoorlijke weerstand, namelijk het alsnog onder ogen durven zien van de pijnlijke ervaringen en het verlangen dat zorgde voor het psychische conflict. In andere woorden, een van de sleutelingrediënten van therapie is het bewust worden van beschamende of pijnlijke emoties vanwege verborgen verlangens.

Om deze pijnlijke herinneringen naar boven te halen, ontwikkelde Freud de techniek van vrije associatie. Met behulp van deze techniek kan een cliënt in zijn eigen tempo leren om de spontaan in hem opkomende gedachten steeds vaker toe te laten, te erkennen en uiteindelijk te uiten.

Voor het genezen van psychische klachten moet je dus eerst het psychische conflict dat onderdrukt wordt op tafel zien te krijgen en vervolgens moetje leren om met dat psychische conflict op een goede manier om te gaan.

Het psychische conflict bestaat eigenlijk omdat je normale, maar wel lastige, kinderlijke of erotische verlangens en behoeftes hebt, die om vervulling of oplossing vragen. Een goede manier betekent dan vooral dat je erkent dat je deze wensen hebt, dat ze er mogen zijn en dat je ze eventueel kunt bevredigen, of verplaatsen bijvoorbeeld door sublimatie, het omzetten in creatieve energie.

De machtige analytische therapeut

Freud heeft zijn ideeën en ervaringen ook op een geweldige en fantasierijke manier gepresenteerd. Ik ben zelf zeer gecharmeerd geraakt van zijn manier van denken. Ik vind het dapper, maar tegelijkertijd ook wel gevaarlijk wat hij bedacht. Ik wil je nu toch iets vertellen van mijn fantasieën op dit terrein waardoor ik wat bedenkingen heb gekregen. 

Ik heb me eens voorgesteld hoe dat zou gaan zo’n psychoanalytische behandeling waarbij je op een bank gaat liggen en zomaar moet gaan vertellen wat er in je omgaat. Want zo ging dat toen volgens mij. Freud had de techniek bedacht van vrije associatie om toegang te krijgen tot onderwerpen die iemand lastig of schaamtevol vond om te bespreken.

Ik stelde me het zo voor. Je komt als vrouw bij een mannelijke therapeut. Je moet op een bank gaan liggen en alles maar vertellen wat er in je opkomt, zonder censuur. Je moet je stapje voor stapje helemaal bloot geven. Wat denk je dat er dan gebeurt? Je moet je als vrouw overgeven aan iemand die in jouw ogen alle macht krijgt om maar met jou te doen wat hij wil. Als ik me dat alleen al voorstel krijg ik op slag een opwindend gevoel. Ik zou me letterlijk en figuurlijk moeten blootgeven. Vind je het gek dat ik dan lichamelijke, seksuele gevoelens krijg?

Dat komt volgens mij niet omdat de problemen waarvoor ik kom seksueel van aard zijn. Ik denk dat het komt door de machtspositie waarin ik als vrouw geplaatst wordt, waardoor automatisch dat soort gevoelens opgeroepen worden, bij mij althans wel.

Wat ik wil zeggen, is dat ik het gevoel heb gekregen dat Freud die gevoelens eigenlijk door zijn techniek zelf opriep. Hij kreeg er een probleem bij, namelijk dat de cliënte na een tijdje als vanzelf over de erotische gevoelens begon te vertellen die door haar liggende positie ten overstaande van een machtige mannelijke therapeut werden opgeroepen.

Het is natuurlijk mogelijk dat het kunnen toestaan, uitspreken en doorwerken van deze erotische, beschamende en soms vernederende gevoelens een diepgaande therapeutische werking kunnen hebben. Mijn vraag is wel of het ook nodig is om zover te gaan. Ik moet je toegeven dat ik het tamelijk eng vind, maar dat zegt misschien meer iets over mijzelf, en vooral over mijn trots of schaamte, dan over de geneeskracht van deze therapie.

Het genot van vernedering

In andere woorden, psychoanalytische therapie volgens Freud kan in mijn ogen behoorlijk gevaarlijk en zelfs schadelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld sterke gevoelens van schaamte en vernedering oproepen, die vervolgens hopelijk in de therapie worden verwerkt en doorgewerkt. Bij andere psychoanalytici kom ik af en toe ook de opvatting tegen dat analyse een gevaarlijke component heeft.

Lacan (Leader, 2012) benoemde het verschijnsel dat een therapie gevoelens van erotisch verlangen en vernedering kan bewerkstelligen ‘erotomanie mortifiante’ of wel vernederde erotomanie. Erotomanie betekent dat een cliënt een speciale unieke, hardnekkige verslavende liefde gaat ervaren voor een ander.

Door de vorm en structuur van langdurige psychoanalytische georiënteerde therapieën ontstaat er een speciale band met de therapeut, die door de cliënt op allerlei manieren wordt uitgelegd, die vernederde effecten heeft. De prijs daarvan kan zijn dat de cliënt lange tijd tot een passieve, inerte houding vervalt in aanbidding en met erotische gevoelens voor de therapeut.

Dit kan volgens Lacan op zich sterke therapeutisch effecten hebben. Het schept stabiliteit. Het biedt oefening om met afwijzing, frustratie en vernedering om te gaan. En het kan een bevrijding betekenen van de seksuele energie die bij andere relaties of als vernieuwde creativiteit kan worden ingezet. Leader (2012) vertelde in dat kader dat sommige van deze therapieën soms tientallen jaren of een leven lang duren en emotioneel intensiever ervaren kunnen worden dan een huwelijk. Een leven lang therapie, ik vraag me toch af of dat de bedoeling is.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editons.
Leader, D. (2012) Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.