74. Gevoeligheid voor psychose en veilig contact

Hoe kan therapie genezen 74.

Cliënten met een gevoeligheid voor psychose kunnen vaak moeilijk duidelijk maken wat er precies aan de hand is. Ze raken op zichzelf teruggetrokken en gaan contacten vaak liever uit de weg. Ze houden soms slechts een enkele vertrouweling over. Door eenzaamheid en het verbreken van die communicatielijn, de laatste strohalm, kan een tot dan toe verborgen waan plots veranderen in een acute psychotische stoornis (Leader, 2012).

Als psychotische cliënten een ontvanger hebben, iemand die luistert, kunnen ze volgens Leader beginnen met schrijven of creëren van hun geschiedenis, omdat ze zich op iets of iemand kunnen richten. Een therapeut kan proberen te vertellen dat de waan niet klopt, maar hij kan ook gewoon, en beter, getuige zijn van het verhaal. Dit verhaal vertelt zichzelf en is de levensader naar buiten. Het verhaal, hoe vreemd ook, betekent voor de cliënt een hersteloperatie om de waarde van zijn ik te bevestigen, en gezien en gehoord te worden.

Als dit lijntje naar buiten wordt doorbroken, kan de waan overgaan in een psychose waarbij alle contact met de realiteit verloren gaat. In het geval van een crisis moet de therapeut daarom bereikbaar zijn en zijn ontvangersfunctie openstellen. Daarmee kan een echte psychose volgens Leader voorkomen worden.


Begrenzing door ritme en onderbrekingen van sessies

Het luisteren naar en ontvangen van de vreemde, eigenaardige of onwaarschijnlijke verhalen is een belangrijke taak bij cliënten met ernstige psychische problematiek. Dat is echter niet het belangrijkste in de therapie volgens Leader (2012). De inhoud van een therapiesessie is vaak uiteindelijk minder belangrijk dan de begrenzing van de therapie door het ritme, de planning, de duur van de sessie, de afsluiting en de voorkomende onderbrekingen.

Het willen vergroten van inzicht, interpretatie of bespreken van andere inhoudelijke thema’s werken zelfs vaak averechts. Overweldigende psychotische verschijnselen hebben iets hardnekkigs wat ze des te onverdraaglijker maakt. Cliënten met zulke ervaringen hebben mogelijk de neiging om veel gevoelens voortaan uit de weg te gaan uit angst voor nieuwe onverdraaglijk gevoelens.

Het wennen aan de begrensde aandacht en afsluiting van sessie kan keer op keer heftige gevoelens oproepen die daaraan refereren. Leader veronderstelt dat het basisritme van aan- en afwezigheid, een soort seriële negativiteit veroorzaakt. Hierdoor kan een cliënt geleidelijk wennen aan de heftige gevoelens die gepaard gaan met het onderbreken van een verder stabiel, veilig en voedend contact.

Dit proces kan overigens ook slopend zijn voor de therapeut (Leader, 2012). Perioden van vooruitgang worden afgewisseld met periode van pijn en terugtrekking alsof alle opgebouwde intimiteit slechts een voorbode was van afwijzing. Te grote intimiteit is vaak ondraaglijk.

Juist als het goed gaat, kan een cliënt denken dat de therapeut hem toch zal laten vallen. Kleine veranderingen zoals een droge keel of verandering van stem of houding kunnen als teken van afwijzing worden opgevat, vakanties of uitval van een sessie door omstandigheden als bewijs dat de cliënt in de steek wordt gelaten.


Vuistregels voor het omgaan met gevoeligheid voor psychose

Er zijn meer mensen dan je denkt die last hebben van wanen en psychose. Het kan best zijn dat je iemand in de familie of vriendenkring hebt die deze gevoeligheid kent, maar het goed verborgen heeft weten te houden. Ik vind het belangrijk om kort aan te geven hoe familieleden of vrienden om kunnen gaan met iemand met een dergelijke gevoeligheid. Het taboe op dit soort ernstige psychische klachten moet doorbroken worden.

Margreet de Pater (2012), een betrokken Nederlandse psychiater geeft in haar boek ‘De eenzaamheid van de psychose’ concrete vuistregels voor het omgaan met cliënten met gevoeligheid voor psychosen of schizofrenie.

Ze geeft goede tips voor familieleden om met rand psychotische klachten van cliënten om te gaan: Geef steun zonder te discussiëren. Kom niet met oplossingen of adviezen hoe het zou moeten. Geef grenzen aan op een duidelijke, vriendelijke manier. Wees zo eerlijk mogelijk in het contact wat er wel en wat er niet kan of haalbaar is. Een cliënt wil graag gewoon contact, maar heeft ook heel veel rust nodig om bij te komen. Eigenlijk zegt de cliënt steeds ook zelf wat er nodig is.

Soms kost dit echter zoveel van het empathisch vermogen van de omgeving dat die er aan onder doorgaan en een opname het beste is. Deze cliënten hebben vaak een heel team van deskundigen nodig om hun leven vanaf de grond opnieuw op te bouwen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Advertenties

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

24. Extra risico op traumatische ervaringen bij gevoelige kinderen

Hoe kan therapie genezen 24.

Het verschil van opvatting over het ontstaan van trauma’s tussen therapeuten zoals Bowlby en Klein vind ik intrigerend. Wie zou er gelijk hebben? Therapeuten die menen dat negatieve ervaringen of trauma’s vooral ontstaan in de gekleurde waarneming van het kind zoals Melanie Klein (1975), of therapeuten die menen dat negatieve ervaringen of trauma’s echt en werkelijk gebeurd zijn zoals Bowlby (1980)?

Ik denk dat het allebei het geval kan zijn. Het kan zowel komen door echte afwijzing, daadwerkelijk verstoten of verwaarloosd worden, als door afwijzing die niet zo bedoeld is, maar wel zo overgekomen of geïnterpreteerd werd. Gevoelige, kwetsbare kinderen lopen daarbij extra veel risico omdat zij relatief gewone, nare gebeurtenissen al als traumatisch kunnen ervaren. En grote negatieve gebeurtenissen als extreem traumatisch kunnen ervaren. Ook zijn er wat dat betreft sterke kinderen die relatief weinig last hebben van duidelijk negatieve gebeurtenissen en meer gevoelige kinderen die snel gekwetst of geraakt zijn.

Daar laat ik het nu even bij. Straks kom ik nog wel terug op het verschil tussen echte en verbeelde trauma’s. Nu ga ik eerst weer terug naar de interne wereld van de cliënt. Uiteindelijk kan ik namelijk als therapeut de omgeving en de ouders vaak niet direct bij de individuele behandeling betrekken. Het effect van hun gedrag zal ik bovendien weer tegenkomen in de manier waarop de cliënt denkt en handelt, en de manier waarop problemen of klachten tot uiting komen. Een individuele behandeling richt zich toch vooral op de binnenwereld van de cliënt.

De hechtingtheorie zelf komt ook nog aan de orde als ik inga op de relatietherapie van Sue Johnston. Bij relatietherapie is er namelijk wel een stukje van de omgeving aanwezig, de partner. Dan kan je als therapeut de invloed van hechting veel makkelijker zichtbaar maken en gebruiken in de therapie.

Ik ga nu eerst verder met de ideeën van een moderne psychiater, Gabbard (2010), die geïnspireerd werd door theorieën van eerdere psychoanalytici. Deze psychiater wees me op een probleem waar ik ook mee worstel namelijk dat, hoe mooi je theorie of aanpak ook is, er ook steeds tekortkomingen aan kleven.

Gabbard: moderne psychodynamische psychotherapie
De ideeën van veel psychoanalytici werden door hun opvolgers verfijnd, veranderd en gemoderniseerd. Een van de hedendaagse therapieën die gebaseerd werden op de rijkdom aan ideeën binnen de psychoanalyse is de psychodynamische psychotherapie. De Amerikaanse psychiater Glenn Gabbard, geboren in 1949, schreef onder andere een boek over de psychologie van de Sopranofamilie, The Psychology of the Sopranos: Love, Death, Desire and Betrayal in America’s Favorite Gangster Family.

Die titel spreekt me erg aan en wekt bij mij de indruk dat hij heel wat ervaring heeft metde achterkant van de samenleving en onderkant van de menselijke geest. Flauw woordgrapje zal je misschien denken, maar soms heb ik er behoefte aan om uitdrukkingen of woorden aan te passen omdat het dan net iets beter bij mijn eigen gevoel past. Ik moet overigens bekennen dat ik het boek zelf nog niet gelezen heb. Wel ken ik zijn boek ‘Psychodynamische therapie in de praktijk’ (Gabbard, 2010). Daarin legt hij heel helder de principes van de psychodynamische psychotherapie uit. Ik beperk me hier tot wat hij denkt hoe therapie kan werken.

Gabbard is tamelijk bescheiden over genezing door therapie. Hij gaat wel uit van vooruitgang door therapie. Hij zegt dat je alleen de vooruitgang van een cliënt kan bijhouden als je enig idee hebt van de manier waarop psychodynamische therapie werkt. Hij stelt dat het een enorme opgave is om vast te stellen wat de mechanismen van therapeutisch handelen zijn.

Hij ziet alleen al een groot probleem om daar achter te komen omdat wij therapeuten de neiging hebben veel te veel waarde te hechten aan onze theorieën: we denken graag dat onze voortreffelijk geformuleerde interpretaties op grond van een bepaalde theorie bij de cliënt tot diepzinnige inzichten zal leiden.

Ook de cliënten zelf zullen vaak niet veel betrouwbaarder kunnen vertellen wat heeft geholpen dan therapeuten. Volgens hem vinden veel veranderingen waarschijnlijk onbewust plaats. Toch gaat hij er gelukkig wel verder op in wat de mogelijke mechanismen zijn hoe therapie kan helpen. Het heeft te maken met de doelstelling die de therapeut voor ogen heeft. Dat licht ik zo graag verder toe.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1, Attachment. London: Pimlico. Gabbard, G. (2010). Psychodynamische therapie in de praktijk. Amsterdam: Hogrefe. Klein, M. (1975). Love, Guilt and Reparation and other Works 1921-1945. London: Vintage.

 

 

15. Vrede na verwerking van een emotionele gebeurtenis

Hoe kan therapie genezen 15.

Regelmatig heb ik me zelf afgevraagd hoe een cliënt kan weten of hij een gebeurtenis helemaal heeft verwerkt. Malan (1983, zie ook het  vorige blog) gaf me daarop een doorleefd antwoord. Verwerking van nare gebeurtenissen zou je kunnen zien als het op zo’n manier doorwerken van emoties dat je ze volledig hebt kunnen ervaren en er vrede mee kan voelen.

Er vrede mee hebben kun je vaak pas op het moment dat je beseft dat het niet anders kon gaan dan het gegaan is, gegeven de omstandigheden die je op dat moment had. De emotionele ladingen van boosheid, schaamte of verdriet zijn verdwenen en daarvoor in de plaats komt het ten volle accepteren van wat er is gebeurd. Er is berusting ontstaan van hoe het is gelopen.

In de woorden van Malan zou je verder kunnen zeggen dat therapie geneest, als je in staat bent om je emoties aan te gaan en zowel de positieve en negatieve kanten van gebeurtenissen in je leven ten volle kunt toestaan. Naarmate je je eigen emotionele reacties meer durft toelaten en meer contact krijgt met je positieve en negatieve eigen gevoelens, ga je je dankbaarder en levenslustiger voelen. Je kunt je eigen emotionele kracht gaan voelen die zich ontwikkelt doordat je steeds beter met allerlei emotionele gebeurtenissen kunt omgaan.

Heftige gevoelens kunnen verdragen
Voor de psychoanalytische therapie volgens Malan (1983) moet je overigens wel behoorlijk wat angst en andere heftige gevoelens kunnen verdragen. Malan waarschuwt daarom voor psychoanalytische therapie bij bijna-psychotische cliënten. Psychotische cliënten hebben mogelijk eerder te weinig dan te veel afweermechanismen tot hun beschikking. Hij stelt dat je heel voorzichtig moet zijn met de klassieke analytische techniek van afstandelijke, vrijzwevende aandacht en de weigering iets anders te geven dan duidingen bij dit soort cliënten. 

Deze techniek versterkt namelijk de angst en het vergroot overdrachtsverschijnselen. Dat is bij cliënten met dergelijke klachten zelfs onnodig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Het kan leiden tot destructieve of zelfbeschadigde gedragingen, onmogelijke overdrachtssituaties en voortijdig stoppen met de therapie.

Daarbij merkt hij nog op dat het risico op suïcide dan nog wel aanvaardbaar is, maar het risico op doodslag dat ook onder de oppervlakte kan liggen, niet. Zijn standpunt dat suïcide behoort tot een nog net aanvaardbaar risico klinkt heel hard, maar Malan heeft ervaren dat zowel warme betrokkenheid als meedogenloosheid beide nodig kunnen zijn voor het slagen van een therapie.

Ik vind dat een erg dappere uitspraak van Malan en ik weet niet of ik dat aan zou durven. Ik denk dat ik als de donder over zou schakelen naar minder angstige vormen van therapie zoals bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, een vorm van therapie die meer een verandering van mentaliteit beoogt dan een verandering van je innerlijke, diepste zijn.

De analytische therapie van Malan gaat vooral over een wezenlijke, emotionele ommekeer in iemands leven. Hij is er van overtuigd dat er bij cliënten die dat aankunnen een climax nodig is van vaak zeer heftige positieve en negatieve gevoelens om tot echte verandering te komen. Daar geeft hij ook allerlei verschillende en uiteenlopende voorbeelden van die zeer tot de verbeelding spreken.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

10. Genezen door overwinnen van innerlijke weerstanden

Hoe kan therapie genezen 10.

Freud heeft zoveel ideeën ontwikkeld en beschreven dat het eigenlijk onmogelijk is om de kern er uit te halen. Toch wil ik proberen een nog wat preciezer beeld te schetsen van zijn genezingsmethode en de problemen die verborgen wensen met zich meebrengen (zie vorige blog). Het idee dat symptomen en klachten een vermomming kunnen zijn van een onderdrukte herinnering of verlangen heeft namelijk grote consequenties voor de therapie en de genezing van die symptomen.

Volgens Freud (1965) kan genezing van het symptomen uiteindelijk tot stand komen als een onderdrukte herinnering weer onderdeel kan worden van bewuste mentale deel van de hersenen. Het eerdere psychische conflict komt weer boven dat men wilde vermijden, maar het kan nu op een makkelijkere manier opgelost worden.

Het bewust worden van die herinnering of wens veronderstelt wel het overwinnen van een behoorlijke weerstand, namelijk het alsnog onder ogen durven zien van de pijnlijke ervaringen en het verlangen dat zorgde voor het psychische conflict. In andere woorden, een van de sleutelingrediënten van therapie is het bewust worden van beschamende of pijnlijke emoties vanwege verborgen verlangens.

Om deze pijnlijke herinneringen naar boven te halen, ontwikkelde Freud de techniek van vrije associatie. Met behulp van deze techniek kan een cliënt in zijn eigen tempo leren om de spontaan in hem opkomende gedachten steeds vaker toe te laten, te erkennen en uiteindelijk te uiten.

Voor het genezen van psychische klachten moet je dus eerst het psychische conflict dat onderdrukt wordt op tafel zien te krijgen en vervolgens moetje leren om met dat psychische conflict op een goede manier om te gaan.

Het psychische conflict bestaat eigenlijk omdat je normale, maar wel lastige, kinderlijke of erotische verlangens en behoeftes hebt, die om vervulling of oplossing vragen. Een goede manier betekent dan vooral dat je erkent dat je deze wensen hebt, dat ze er mogen zijn en dat je ze eventueel kunt bevredigen, of verplaatsen bijvoorbeeld door sublimatie, het omzetten in creatieve energie.

De machtige analytische therapeut

Freud heeft zijn ideeën en ervaringen ook op een geweldige en fantasierijke manier gepresenteerd. Ik ben zelf zeer gecharmeerd geraakt van zijn manier van denken. Ik vind het dapper, maar tegelijkertijd ook wel gevaarlijk wat hij bedacht. Ik wil je nu toch iets vertellen van mijn fantasieën op dit terrein waardoor ik wat bedenkingen heb gekregen. 

Ik heb me eens voorgesteld hoe dat zou gaan zo’n psychoanalytische behandeling waarbij je op een bank gaat liggen en zomaar moet gaan vertellen wat er in je omgaat. Want zo ging dat toen volgens mij. Freud had de techniek bedacht van vrije associatie om toegang te krijgen tot onderwerpen die iemand lastig of schaamtevol vond om te bespreken.

Ik stelde me het zo voor. Je komt als vrouw bij een mannelijke therapeut. Je moet op een bank gaan liggen en alles maar vertellen wat er in je opkomt, zonder censuur. Je moet je stapje voor stapje helemaal bloot geven. Wat denk je dat er dan gebeurt? Je moet je als vrouw overgeven aan iemand die in jouw ogen alle macht krijgt om maar met jou te doen wat hij wil. Als ik me dat alleen al voorstel krijg ik op slag een opwindend gevoel. Ik zou me letterlijk en figuurlijk moeten blootgeven. Vind je het gek dat ik dan lichamelijke, seksuele gevoelens krijg?

Dat komt volgens mij niet omdat de problemen waarvoor ik kom seksueel van aard zijn. Ik denk dat het komt door de machtspositie waarin ik als vrouw geplaatst wordt, waardoor automatisch dat soort gevoelens opgeroepen worden, bij mij althans wel.

Wat ik wil zeggen, is dat ik het gevoel heb gekregen dat Freud die gevoelens eigenlijk door zijn techniek zelf opriep. Hij kreeg er een probleem bij, namelijk dat de cliënte na een tijdje als vanzelf over de erotische gevoelens begon te vertellen die door haar liggende positie ten overstaande van een machtige mannelijke therapeut werden opgeroepen.

Het is natuurlijk mogelijk dat het kunnen toestaan, uitspreken en doorwerken van deze erotische, beschamende en soms vernederende gevoelens een diepgaande therapeutische werking kunnen hebben. Mijn vraag is wel of het ook nodig is om zover te gaan. Ik moet je toegeven dat ik het tamelijk eng vind, maar dat zegt misschien meer iets over mijzelf, en vooral over mijn trots of schaamte, dan over de geneeskracht van deze therapie.

Het genot van vernedering

In andere woorden, psychoanalytische therapie volgens Freud kan in mijn ogen behoorlijk gevaarlijk en zelfs schadelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld sterke gevoelens van schaamte en vernedering oproepen, die vervolgens hopelijk in de therapie worden verwerkt en doorgewerkt. Bij andere psychoanalytici kom ik af en toe ook de opvatting tegen dat analyse een gevaarlijke component heeft.

Lacan (Leader, 2012) benoemde het verschijnsel dat een therapie gevoelens van erotisch verlangen en vernedering kan bewerkstelligen ‘erotomanie mortifiante’ of wel vernederde erotomanie. Erotomanie betekent dat een cliënt een speciale unieke, hardnekkige verslavende liefde gaat ervaren voor een ander.

Door de vorm en structuur van langdurige psychoanalytische georiënteerde therapieën ontstaat er een speciale band met de therapeut, die door de cliënt op allerlei manieren wordt uitgelegd, die vernederde effecten heeft. De prijs daarvan kan zijn dat de cliënt lange tijd tot een passieve, inerte houding vervalt in aanbidding en met erotische gevoelens voor de therapeut.

Dit kan volgens Lacan op zich sterke therapeutisch effecten hebben. Het schept stabiliteit. Het biedt oefening om met afwijzing, frustratie en vernedering om te gaan. En het kan een bevrijding betekenen van de seksuele energie die bij andere relaties of als vernieuwde creativiteit kan worden ingezet. Leader (2012) vertelde in dat kader dat sommige van deze therapieën soms tientallen jaren of een leven lang duren en emotioneel intensiever ervaren kunnen worden dan een huwelijk. Een leven lang therapie, ik vraag me toch af of dat de bedoeling is.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editons.
Leader, D. (2012) Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.

7. Innerlijke conflicten door een ideaalbeeld

Hoe kan therapie genezen 7

De overgang van kind naar volwassene, de puberteit, kun je bij uitstek de tijd noemen om allerlei verschillende soorten gevoelens te ontdekken en emotioneel te groeien. Allerlei emoties, spanningen, onzekerheden en groeipijnen horen daarbij. Volgens de Amerikaanse psychiater en psychoanalytica Karen Horney (1991, vorige blog) ontstaan spanningen of innerlijke conflicten vooral als je eisen aan jezelf stelt die passen in het ideaalbeeld, maar die niet horen bij het ware zelfbeeld. 

In de puberteit of later kan een gevecht ontstaan tussen het ware zelf, datgene wat je echt kan en bent, en het ideale zelf, dat wat je in je verbeelding kunt of wilt zijn. Dit levert intern behoorlijke conflicten op, die je kunt voelen in de vorm van ontevredenheid, verzet, angstaanvallen, somberheid, moeheid, of uitputting.

Als je een ideaal zelfbeeld nastreeft, voel je je de ene keer geweldig als het af en toe inderdaad lukt om aan je idealen te voldoen. Het andere moment voel je volledig tekortschieten op moment dat je er niet aan kan voldoen. Zo krijg je een wisselend, instabiel gevoel afhankelijk van de normen die je hebt gesteld. Ook kunnen mensen op allerlei manieren gaan proberen dit ideaal beeld in stand te houden, waarbij veel middelen geoorloofd zijn, van lief zijn, iets voor een ander doen, vleien, beïnvloeden, tot jokken, bedriegen, liegen, bedreigen en manipuleren.

Naast het ideale beeld van jezelf heb je ook een eigen oorspronkelijk, echt zelf. Dit ware zelfbeeld heeft weinig last van spanningen of conflicten. Daarbij streef je geen normen na, maar ontwikkel jezelf op basis van wensen en verlangens die in jezelf zitten. Je ontwikkelt je op basis van de spontane gevoelens die in je opkomen in plaats van aan de hand van wensen en normen van anderen. Je leert weer luisteren naar signalen van jezelf die zijn ondergesneeuwd door de opgelegde normen en wensen van anderen. Dit ware, echte, zelf is de basis van persoonlijke groei. Daar ligt ook de kern van therapie volgens Horney.

Ontwikkeling van eigen identiteit door therapie
Horney gaat er vanuit dat therapie een proces is dat zich in zijn eigen tempo ontwikkelt met een volledig eigen logica waarin steeds meer delen van de persoonlijkheid tot rijping komen.

Ze waarschuwt voor te optimistische, makkelijke en snelle genezing van klachten. Een snelle verbetering van symptomen betekent meestal niet erg veel. De symptomen zijn eigenlijk signalen van onderliggende problematiek die zo ie zo niet te genezen is. Volgens Horney kunnen we de verkeerde koers die de ontwikkeling van een persoon heeft genomen ook niet genezen. We kunnen iemand alleen assisteren om hem geleidelijk over zijn eigen moeilijkheden heen te laten groeien, zodat hij meer en meer een prettigere, minder veeleisende, constructieve ontwikkeling kan gaan volgen.

De doelen in therapie zijn gericht op het vinden van zichzelf, en de mogelijkheid om het ware zelf te ontwikkelen. Het aangaan van bevredigende menselijke relaties is daar een belangrijk deel van, maar ook voldoening kunnen ervaren in werk en het aangaan van verantwoordelijkheden.

Wat daarvoor nodig is, is in het kort dat iemand alle behoeften, wensen en doelen die zijn groei belemmeren, te boven kan komen of kan overwinnen. Iemand kan zich pas echt gaan ontwikkelen als die kan zien dat deze behoeften en gewenste doelen eigenlijk illusies zijn. Je zult je valse trots en hoop moeten gaan opgeven om je eigen echte mogelijkheden te bevrijden.

Je zou kunnen zeggen dat de sleutel van verandering ligt in de veranderde waarneming van het kind van zijn omgeving. Iemand kan zichzelf pas ontwikkelen als hij zich ontdaan heeft van een fantasievolle, maar irreële en te ideale kijk op de werkelijkheid. Geloof mij maar dat wat Horney beschrijft een moeilijk proces is, waarin je met pijn en moeite afstand moet doen van een fantasiewereld, waarin je je in de kindertijd zo veilig hebt gevoeld.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston


Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation.