54. Onzorgvuldig gebruik van EMDR-therapie

Hoe kan therapie genezen 54.

Shapiro (2004) waarschuwt voor onzorgvuldig gebruik van de EMDR-techniek, waarbij sommige therapeuten slechts gedeeltes van de procedure uitvoeren. Goede therapie is volgens haar een interactie tussen de therapeut, de cliënt en de methode.

EMDR is niet een eenvoudige oogbewegingstherapie, maar behoort volgens haar in het rijtje thuis van andere complexe therapieën zoals cognitieve therapie, gezinstherapie en psychodynamische therapie. Ze benadrukt daarbij dat EMDR een duidelijk onderscheiden vorm van therapie is met principes en technieken die echt verschillend zijn van andere therapieën.

Voorwaarde voor dit soort therapie is wel dat het trauma op zijn minst herkend moet zijn als een traumatisch, en dat hoeft niet het geval te zijn. Voor duidelijk herinnerde trauma’s vind ik het een hele mooie methode. Voor vroege of afgeweerde trauma’s ligt dat ingewikkelder.

Trauma’s uit de kindertijd zoals emotionele verwaarlozing, dwingende ouders of afwezige ouders, en allerlei persoonlijke problemen worden vaak niet als trauma beleefd, maar als iets wat tot een normale opvoeding behoort. Ook kunnen allerlei vormen van ontkenning, loyaliteit en afweer nare ervaringen buiten het bewustzijn houden. Die ervaringen kunnen moeilijker met EMDR benaderd worden. Daarvoor hebben we naast EMDR veel kennis nodig van bijvoorbeeld verdedigingsmechanismen, hechtingsgedrag en afhankelijkheidsproblematiek.

Ik vind EMDR een mooie elegante procedure, maar ik vind andere technieken om trauma’s te behandelen zelf prettiger in het gebruik. Ik vind de EMDR-techniek soms een wat afstandelijke procedure waar je jezelf als therapeut aardig achter kan verschuilen. Zoals Shapiro zelf ook zegt, kan dat makkelijke ten koste gaan van de interactie en de betrokkenheid in de therapeutische relatie.

EMDR losgekoppeld van echte therapie verwordt naar mijn idee tot een technische aanpak van problemen, die sterk lijkt op technieken die ook bij NLP gebruikt worden. Soms worden EMDR en NLP zelfs doelbewust samen gebruikt. Ik zal een voorbeeld geven.

Het juiste beeld, de juiste slogan

Er is een techniek ontwikkeld die EMDR en NLP combineert, de NLP-vingertechiek. Cladder (1998) schets die techniek als volgt. Eerst wordt het traumatische beeld opgespoord. Bij het traumatische beeld wordt een slogan gezocht, een zinnetje dat het gevoel zo goed mogelijk weergeeft zoals ‘Ik ben hulpeloos’, of ‘Ik had iets moeten doen’.

Vervolgens wordt er al experimenterend en ervarend gezocht naar een wijziging in het beeld of in de slogan, die emotioneel en fysiek beter voelt. De cliënt volgt ondertussen steeds met zijn ogen de vingerbewegingen van de therapeut. Een nieuwe slogan kan bijvoorbeeld zijn, ‘Ik heb het beste gedaan wat op dat moment binnen mijn vermogen lag’. Dan maakt de cliënt het beeld leeg, zucht een keer diep. De therapeut vraagt hoeveel spanning er nog gevoeld wordt en hoe geloofwaardig de nieuwe slogan al is.

De eenvoud waarmee problemen met deze techniek opgelost worden, doet me weer denken aan de gedragstherapie (zie blog 38 t/m 41). Daar wordt ook vaak aan een enkel concreet probleem gewerkt, wat zich dan vaak inderdaad oplost. Voor het verminderen van diepgewortelde emotionele problemen en het verminderen van innerlijke psychische conflicten zal het niet erg geschikt zijn.

De eenvoud waarmee sommige therapeuten trauma’s menen te kunnen oplossen, vind ik ook wel intrigerend. Het zou zo mooi zijn. En misschien ook kunnen we sommige trauma’s toch makkelijk verwerken, makkelijker dan we denken. Mogelijk hangt dit samen met de oorzaak van het trauma.

Over de oorzaak van trauma’s zijn de meningen namelijk tamelijk verdeeld. Er zijn bijvoorbeeld mensen, wetenschappers, die menen dat traumatische herinneringen eigenlijk weinig te maken hebben met echte gebeurtenissen maar eerder met een rijke fantasie. Ze denken ook dat ze op een eenvoudige manier te verwerken zijn. Daar wil ik nog wat meer over zeggen.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Cladder, J.M. (1998). Korte psychotherapie met hypnose en NLP. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

Advertenties

38. Gedragstherapie: het aanleren van ander gedrag

Hoe kan therapie genezen 38.

Gedragstherapie vind ik zelf een hele directe en praktische therapiemethode. In het heel kort gaat het om aanleren en afleren van gedrag waardoor je je onder andere makkelijker kan bewegen in het sociale verkeer. Ik maak er zelf ook dagelijks gebruik van, omdat je er allerlei gedrag mee kunt beïnvloeden. Ik heb het bijvoorbeeld gebruikt om ons konijn in haar hok te leren springen. Ik gebruik het om mijzelf te belonen als ik mijn ‘to do lijstje’ afheb, en om mezelf aan het werk te zetten als ik geen zin heb.

Het Handboek gedragstherapie van Orlemans et al. (1993) beslaat ongeveer tweeduizend bladzijden. Ik zoem even in op een paar relevante dingen om een globaal idee te krijgen van de gedragstherapie.

Brinkman (in Orlemans, 1993) geeft aan wat gedragstherapie eigenlijk is. Het is concreet en meestal gericht op de huidige problemen van de cliënt. Het doel is om de problemen van de cliënt zo goed mogelijk in kaart te brengen, te begrijpen en op te lossen. De symptomen genezen zo je wilt.

Het gaat in op de symptomen die iemand heeft, en leert de cliënt allerhande technieken om deze symptomen de baas te worden. Het bestaat onder andere uit vaardigheidstrainingen zoals sociale vaardigheden, timemanagement vaardigheden, vaardigheden om problemen op te lossen, ademhalingsoefeningen en ontspanningsoefeningen om allerlei situaties beter aan te kunnen. Veel psychologie op de werkvloer bestaat ook uit het aanleren van dergelijke vaardigheden.

Na de inventarisatie van klachten en problemen wordt er een concreet probleem uitgekozen en uitgediept. De cliënt leert daarbij systematisch te kijken naar het eigen probleemgedrag. ‘De therapie werkt toe naar een zo snel mogelijke oplossing van problemen, maar is ook een ontdekkingsreis die de cliënt meer duidelijk maakt over zichzelf’ (Orlemans, 1993). Skinner was een van de grondleggers van deze therapiemethode.


Skinner: de functie van probleemgedrag

Skinner is een Amerikaanse psycholoog, wetenschapper, auteur en filosoof die leefde van 1904 tot 1990. Hij verdiepte zich onder andere in de wetenschappelijke verklaring van menselijk gedrag. Om gedrag te kunnen beïnvloeden moest je volgens hem de functie van het gedrag kunnen begrijpen. Hij bestudeerde daarom tot in detail wat er aan bepaald gedrag voor afging, het gedrag zelf en wat de gevolgen van dat gedrag waren. Dit wordt ook wel de functieanalyse van gedrag genoemd (Orlemans, 1993).

Die functieanalyse is de kern van de gedragstherapie geworden. De functieanalyse kun je zien als een theorie over de functie die een klacht in het leven van de cliënt heeft: waar dienen de klachten toe, of wat heeft de cliënt aan de klachten. Er wordt vanuit gegaan dat de klacht op de een of ander manier functioneel is, en ook iets oplevert. De cliënt heeft als het ware baat bij de klachten of het gedrag omdat die ervoor zorgen dat hij of zij daarmee bepaalde dingen niet aan hoeft te gaan of kan vermijden.

Er wordt in de therapie veel tijd besteed aan het samen ontdekken welke positieve beloningen die cliënt krijgt door de klacht of het gedrag dat daarbij hoort. Door de positieve gevolgen van een op zich vervelende klacht worden die klachten in stand gehouden. Ofwel, één van de belangrijkste ingrediënten bij gedragstherapie is het uitgangspunt dat problemen of klachten een functie hebben, iets belangrijks opleveren voor de cliënt, waardoor de klachten zichzelf in stand houden.

De beloning kan uit van alles bestaan, bijvoorbeeld uit extra aandacht, of dingen niet hoeven doen die je moeilijk vindt of denkt niet te kunnen. Het kan ook bestaan uit het vermijden van iets naars of akeligs dat niet optreedt. De beloning is dan dat je geen naar of akelig gevoel krijgt maar een neutraal gevoel.

Ik geef toe dat dit een erg korte en tamelijk eenvoudige uitleg van gedragstherapie is. Veel dieper kan ik er helaas niet opgaan. Ik wil wel graag nog een concreet voorbeeld geven van hoe functieanalyse kan helpen om klachten te verminderen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993).
Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.