63. Deskundig dresseren van een cliënt

Hoe kan therapie genezen 63.

Ik ben weinig therapeuten tegengekomen zoals Ruppert (2012) en Malan (1983) die gevoel hebben voor de onnoembare ervaring van onveiligheid die veel kwetsbare cliënten liever verborgen houden.

Ik wil je hier daarom graag waarschuwen dat deze onveiligheid en bijbehorende overlevingsmechanismen heel makkelijk over het hoofd gezien worden. De vraag dringt zich bij me op of therapeuten, mezelf inbegrepen, niet regelmatig per ongeluk bezig zijn om cliënten die gevoelig zijn een kunstje aan te leren. In de therapie draait het er soms op uit dat de cliënt geen hulp krijgt, maar vooral leert om de normen, ideeën en waarde van de therapeut over te nemen.

Een goede therapie is misschien die therapie waarbij een therapeut doorheeft dat zijn eigen opvatting en theorieën mogelijk slechts als een placebo zullen werken en dat daarbij niet alleen de cliënt maar ook de therapeut behaagd wordt. Het pakket aan wensen en eisen waaraan een cliënt bij veel therapieën moet voldoen om beter te worden, kan zelfs haaks staan op de ontwikkeling en emotionele groei tot zelfstandigheid van een cliënt.

De symptomen verdwijnen door de overtuigingskracht van de gebruikte theorieën en interventies, maar keren in een ander vorm weer terug, omdat de cliënt niet geleerd heeft ze zelf aan te gaan en op zijn eigen manier te verwerken of op te lossen.

Natuurlijk kunnen we een cliënt een heleboel soorten gedrag aanleren en afleren. We kunnen een cliënten sociale vaardigheden aanleren en zorgen dat ze zich netter gedragen en beter functioneren in de maatschappij. We kunnen ze leren relativeren en zelfs leren geloven dat ze niet meer bang hoeven te zijn voor de dood (zie blog 36, de dood is niet eng, K. Byron, 2002).

Uiteindelijk zullen cliënten die zich in hun jeugd onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen tot emotioneel stabiele personen een veilige proeftuin nodig hebben. In die proeftuin kunnen ze alsnog al die dingen uitproberen die ze als kind hebben overgeslagen, zoals het niet hoeven voldoen aan de verwachtingen, tekort mogen schieten, aandacht opvragen, en ook boos worden, de strijd aangaan en daarbij de grenzen leren accepteren die een volwassen, betrokken ander daaraan stelt.

Weerstand als signaal van een overlevingsmechanisme

Over overlevingsmechanismen wil ik nog wat kwijt. Ik zie een verband tussen verdedigingsmechanismen, bescherming en overlevingsmechanismen. Eerder had ik het over Kohut (1984) die de bekende verdedigingsmechanismen van Freud (1965) omgedoopt had tot beschermingsmechanismen. De weerstanden en verdedigingen die Freud benoemd had, waren volgens hem geen weerstanden, maar waardevolle acties om jezelf te beschermen tegen het opdringerige of grensoverschrijdend gedrag van anderen en van therapeuten (zie blog 12).

Kohut zag weerstand tegen de therapeut dan ook niet als een noodzakelijk deel van het therapieproces, maar eerder als een signaal dat de therapeut te weinig rekening houdt met de cliënt, en zich te weinig inleeft in de positie van de cliënt.

We zouden de verdediging- en beschermingsmechanismen in de lijn van Ruppert (2012) echter ook kunnen benoemen als overlevingsmechanismen. Allerlei rationalisaties, verklaringen, afweer en weerstand kunnen we dan zien als overlevingsreacties in een onveilige omgeving. Die overlevingsreacties bestaan uit een afsplitsing van het gevoel waardoor je angst, pijn, verdriet of afwijzing niet hoeft te voelen.

Dit afsplitsen zorgt er ook voor dat je op dat moment geen contact voelt met jezelf of met anderen. Het is in die zin geen gezond verdedigings – of beschermingsmechanisme maar een vorm van dissociatie om pijnlijke gevoelens niet te hoeven aangaan.

Dit biedt een ander perspectief op hoe een therapeut met allerlei rationalisaties en weerstand om kan gaan. Weerstand is dan inderdaad zoals Kohut zegt een signaal van de cliënt dat de therapeut te weinig rekening houdt met de leefwereld van de cliënt.

Bovendien zou het dan een signaal zijn dat iemand zich nog niet veilig genoeg voelt om emoties die hij altijd buiten de deur heeft gehouden, te laten zien. De cliënt heeft die gevoelens moeten afsplitsen om op een bepaald moment alleen verder te kunnen en door te gaan met zijn leven. Het gaat dan vaak om gevoelens die iemand liever verborgen houdt zoals een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. Het kan soms lang duren voordat die gevoelens in therapie uiteindelijk aan de orde kunnen komen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

Advertenties

36. De dood is niet eng?

Hoe kan therapie genezen 36.

Over de vier vragen van Byron Katie (zie blog 34) werd ook al in de Griekse oudheid gefilosofeerd bijvoorbeeld door Socrates. Hij was een meester in het aan de orde stellen van levensvragen.

Ik kwam meer overeenkomsten tegen tussen Byron Katie (2002) en de oude Griekse filosofen. Zo stelt Epicures de onnodigheid van angst voor de dood aan de orde: ‘Als wij er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.’ In die trant schrijft Katie Byron (2002) dat we niet bang hoeven zijn voor de dood. De dood is alleen maar een dood voorwerp of lichaam, daar is verder niets angstigs aan, behalve datgene wat jij er in ziet of aan toeschrijft met je eigen gedachten. De dood is niet eng volgens haar.

Ik kan wel gedeeltelijk met die redenatie meekomen. Persoonlijk vind ik het idee van de dood ook niet echt eng. Ik vind de dood niet eng, zolang het een dood ding betreft, een dode spin, een dode mug of een dood lichaam. Toch krijg ik van gedachten aan de dood vaak beroerde gevoelens. De dood kan bij mij ernstige, akelige, verdrietige en ook weemoedige gevoelens oproepen. Zodra een van mijn dierbaren iets ergs overkomt, ben ik nergens meer. Ik ben niet bang voor de dood van een lichaam, maar wel voor al het gemis, de emoties, de angst anderen alleen achter te laten of zelf alleen achter te blijven.

Wat te doen als je kindje komt te overlijden en je hebt het levenloze lichaampje in je armen? Vertel je me dan nog dat de dood niet beangstigend is. Zeg je me dan dat mijn diarree die ik heb van angst, niet nodig is, omdat de dood niet eng is? Hoef ik niet bang te zijn voor de leegte van het bedje en het gemis?

Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan redenaties dat de dood niet eng is, dan ben ik verloren en heb ik tijd nodig om te herstellen en er over te praten. Ik ben bang overspoeld te raken door emoties en heb behoefte aan iemand die me even vasthoud of bij me is op de moeilijkste momenten. Ik wil bang mogen zijn voor de dood en ik wil tijd krijgen om de moeilijke, pijnlijke emoties die de dood met zich meebrengt, toe te laten en te verwerken.

Op zo’n moment zit ik er niet op te wachten om de dood weg te redenen. Ik wil dat de dood er mag zijn en dat er over gesproken kan worden. Bij het verwerken van verdriet heb ik er weinig behoefte aan om de dood te relativeren. Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan een omkeertechniek, maar aan iemand die wil luisteren en mijn pijn wil aanhoren.

Eigen verantwoordelijkheid voor je lijden?

De therapie van Byron Katie vind ik op zich heel helder en duidelijk als het gaat om het loslaten van boze gedachten. Ze gaat alleen wel erg ver in haar redenaties, en ik vind het soms te stellig en onrealistisch. Alles heb je volgens haar in eigen hand en je bent zelf verantwoordelijk voor je lijden.

Ze noemt haar therapie ‘the Work’. Ze vraagt om alle overtuigingen te onderzoeken die jou pijn bezorgen. Maak jezelf wakker uit je nachtmerries, de zoete dromen zorgen wel voor zichzelf. Als je innerlijke wereld vrij en fantastisch is, waarom zou je die dan willen veranderen? Als de droom mooi is, wie wil er dan nog wakker worden? vraagt ze.

En als je dromen niet mooi zijn, ben je welkom bij the Work. Dit doorwerken van overtuigingen kost tijd, soms korter, soms langer tot je je bevrijd hebt van je meeste stress veroorzakende gedachten. Het betekent geen bevrijding van angst, verdriet, boosheid of problemen maar wel een bevrijding dat je die gevoelens en problemen aankunt en kunt verdragen als ze zich aandienen, en te weten dat ze ook weer verdwijnen als de tijd en de realiteit zijn beloop krijgt.

Die laatste zin daar kan ik het wel mee eens zijn, maar ik houd toch wat moeite met haar absolute manier van denken. Het gaat mij een stap te ver dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen lijden, en dat je alles in het leven in de hand zou kunnen hebben.

Het laat ook weinig ruimte voor allerlei onbewuste reactiepatronen die soms moeilijk te achterhalen of te beïnvloeden zijn. Je kunt je eigen gedrag zeker wel beïnvloeden, maar slechts tot op zekere hoogte. Het lijkt me wat dat betreft zinnig om straks ook wat over gedragstherapie te vertellen en hoe die therapie probeert cliënten te genezen. Eerst wil ik zo nog iets kwijt over een bevrijdend, gouden moment van inzicht.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.