73. Eenzaamheid en ontstaan van een psychose

Hoe kan therapie genezen 73.

Hoe klachten als een psychose of schizofrenie zich kunnen ontwikkelen, blijft een zeer complex en ingewikkeld probleem. Therapeuten zoeken nog steeds op allerlei manieren naar antwoorden vanwege het dringende, wanhopige appel van cliënten met deze ernstige klachten. Hoe kunnen mensen zo verstrikt raken in hun eigen gedachtewereld dat ze van niemand meer iets aannemen, en niet of nauwelijks meer in staat zijn tot contact met de realiteit?

Eenzaamheid lijkt een belangrijke bijdrage te leveren (de Pater, 2012) aan het ontstaan van een psychose. Maar hoe kan het dat kinderen ook in ogenschijnlijk normale gezinnen zich erg eenzaam gaan voelen? En hoe kan het dat kinderen die te maken hebben gehad met duidelijke verwaarlozing er ook regelmatig redelijk gezond vanaf komen?

Ik zie een verband tussen het gevoel van eenzaamheid, zich niet kunnen uiten en een verstoorde ontvangersfunctie tussen het kind en de ouders. Mogelijk ligt een oorzaak van een psychose in het niet tot stand kunnen brengen van een gezond, steunend contact met de ouders en het daarom niet bespreekbaar kunnen maken van die eenzaamheid.

De verstoorde ontvangersfunctie (Leader 2012) kan ontstaan in gezinnen waarin de ouders een te groot emotioneel en symbiotisch beroep doen op hun kinderen, waardoor de kinderen gaan zorgen voor hun ouders. De ouders hebben door hun eigen ontwikkelingstekorten niet kunnen fungeren als een ontvanger en steunend contact voor hun kind.

Het uiten van de eigen gezonde emoties en impulsen kan in die gezinnen door ouders als onwelkom of bedreigend worden opgevat. Een gevoelig kind wordt daardoor op zichzelf teruggeworpen en kan het vragen om hulp, contact of aandacht opgeven.

Afsplitsen in plaats van uiten van woede of verdriet

Ruppert (2012) heeft helder beschreven hoe kinderen in ogenschijnlijk gezonde gezinnen op deze manier symbiotisch verstrikt geraakt zijn met hun ouders. Kinderen ontwikkelen in dit soort gezinnen allerlei overlevings- en ontkenningsstrategieën om de liefde van hun ouders te behouden.

Ze durven niet te praten over wat er met henzelf aan de hand is omdat ze bang zijn voor sociale afwijzing of verachting binnen hun eigen familie. Bij zulke kinderen kan er een emotionele verdoving ontstaan zijn, omdat ze hun eigen gevoelens hebben weg gereguleerd met behulp van allerlei cognitieve afweerstrategieën. Via verkeerde rationalisaties kunnen ze bovendien de indruk wekken van verwerking.

Als een kind steeds wordt afgewezen als het zijn boosheid, angst of verdriet laat zien, leert het zich aangepast en netjes te gedragen om de liefde van de ouders te behouden. Het gaat zorgen voor de emoties van de ouders en komt in een omgekeerde wereld terecht, waar de ouders vooral van hem houden als hij ook lief voor hen is.

Het kind leert niet anders dan dat hij voortdurend anderen gunstig moet stemmen om genoeg zorg te krijgen. De ultieme manier daarvoor is om te zorgen dat iedereen zich netjes gedraagt en lief voor elkaar is, zodat hij zelf zich geen zorgen meer hoeft te maken dat zijn ouders te kort komen. Desnoods met geweld of onder bedreiging van zelfmoord eist hij dat de wereld zich verbetert (Ruppert, 2012).

Gebrek aan aandacht, of verwaarlozing zelf veroorzaken niet altijd trauma’s en psychische problemen. Daar kunnen veel kinderen nog best mee omgaan. Maar het niet toelaten om je boosheid daarover te uiten omdat ouders dat zelf niet aankunnen of ongelukkig van worden, kan er voor zorgen dat een kind zijn woede, pijn en verdriet gaat ontkennen. Het kind blijft zitten met zijn woede, waardoor het gevoel van verwaarlozing en gebrek aan aandacht blijft voortbestaan, en steeds in nieuwe situaties herhaald wordt.

In therapie kan iemand leren om zijn woede of angst weer te voelen en op een normale manier te uiten. Hij kan leren dat hij terecht boos mag zijn als een ander hem afwijst, en dat hij niet voortdurend anderen aandacht hoeft te geven of vrolijk moet zijn om verdriet of boosheid van anderen te voorkomen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

Advertenties

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

62. Overleving in plaats van verwerking bij trauma?

Hoe kan therapie genezen 62.

Er zijn heel wat verschillende methoden ontwikkeld om trauma’s te verwerken, zoals ik al eerder liet zien (zie bv blog 47 en 51). Veel van deze therapieën berusten volgens Ruppert (2012) echter eerder op overlevingstechnieken dan op verwerking van het trauma. Hij noemt daarbij technieken als ademhalingsoefeningen, imaginatietechnieken en NLP.

Ook het gebruik van reguliere medicatie of homeopathische middelen rekent hij onder overlevingstechnieken, c.q. symptoombestrijding. En ik denk dat slaap en genoeg rust nemen zoals Merckelbach (blog 56) adviseerde daar ook onder valt. Deze technieken kunnen zeker helpen om traumagevoelens tijdelijk in toom te houden of te stabiliseren. Je kunt je echter sterk afvragen of daarbij sprake is van diepere verwerking.

Ruppert denkt van niet. Hij ziet het ervaren van desillusie en het ontwikkelen van een reëel contact met zichzelf als een noodzakelijke voorwaarde voor echte verwerking. Alleen gezonde delen van de psyche die contact maken met de realiteit en geen illusies meer koesteren, kunnen hulpbronnen zijn om een trauma te verwerken. Overlevingsstrategieën vormen daarbij juist een belemmering.

Ook rituelen om het trauma kwijt te raken of verzoening met de dader ziet Ruppert niet als noodzakelijk voor het verwerken. Het gaat vooral om het weer in contact komen met jezelf en de eigen hulpeloosheid en zwakte te herkennen en toe te laten. Vandaar uit kan je meer constructieve relaties aangaan met anderen en stoppen om het weerkerende patroon van afwijzing te herhalen.

Bij andere therapeuten zoals Horney (1991) en Malan (1983) kwam ik hetzelfde tegen, namelijk dat het kunnen accepteren van de tekortkomingen en falen van anderen en het doorzien van de illusie van een ideale wereld de overgang betekent naar psychische gezondheid.

Eerder besprak ik dat er bij bevrijdende, gouden momenten in de therapie (blog 37) een verandering van innerlijke houding ontstaat: er komt een proces op gang door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen, waarna het loslaten van angst of boosheid volgt en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Die innerlijke verandering waarbij echte verwerking van iets pijnlijks optreedt, zou ik nu preciezer beschrijven als het kunnen doorzien van het eigen onvermogen en het loslaten van verwachtingen van hoe iets had horen te gaan.

Overlevingsmechanismen en gevoeligheid voor suggesties

Een innerlijke verandering van houding kan niet ontstaan zolang iemand zijn pijnlijkste gevoelens van onvermogen op allerlei manieren uit de weggaat. Dit is echter geen bewuste keuze maar een manier van overleven die iemand uit noodzaak heeft aangeleerd.

Ruppert (2012) heeft overtuigend geschreven over de gevaren van het afsplitsen van psychische functies en dissociatie bij gevoelige kinderen. Hij merkte dat bepaalde mensen delen van hun psyche makkelijk kunnen uitzetten of afsluiten. Zijn idee is dat ze dit al vroeg geleerd hebben in het gezin van herkomst. Ze hebben een overlevingsmechanisme ontwikkeld waarbij het veiliger was om te doen wat anderen zeiden uit gevaar voor afwijzing, uitsluiting of verlies van liefde. Het was veiliger om hun angsten niet te tonen, hun onvermogen te verbloemen en te doen alsof alles goed ging.

Cliënten die gevoelig zijn voor suggestie zitten mogelijk nog steeds vast in dat overlevingsmechanisme. Ze hebben zich emotioneel weinig kunnen ontwikkelen uit angst voor uitsluiting en afwijzing. Vanuit dezelfde angst voor afwijzing doen ze dan ook heel graag wat een arts of therapeut hen adviseert.

Ze nemen soms alles aan en over van de therapeut, proberen alles uit wat de therapeut zegt en zijn bijna slaafs gehoorzaam in de hoop dat ze van hun klachten af kunnen komen. Als therapeut merk je dat je bij deze cliënten soms zeer omzichtig te werk moet gaan en het gevoel kan krijgen dat er maar erg weinig beklijft.

Uiteindelijk doen ze niet wat goed is voor hen zelf, maar wat goed is voor de therapeut. Vaak werkt dit ook even en zijn ze tijdelijk van hun klachten af. Pas als de onderliggende onveiligheid kan worden benaderd, kan een cliënt steeds vaker doen wat goed is voor hem zelf, en suggesties en adviezen van anderen op hun waarde beoordelen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

61. Extreme ontkenningsstrategieën en behoefte aan liefde

Hoe kan therapie genezen 61.

Tijdens het therapieproces moeten er allerlei verschillende vormen van afsplitsing van de eigen gevoelens en bijbehorende overlevingsstrategieën overwonnen worden. Ruppert (2012) beschrijft zijn ervaringen met zeer verschillende type cliënten met matige tot zeer ernstige psychopathologie. Ontkenning en overlevingsstrategieën kunnen daarbij extreme vormen aannemen en soms leiden tot een psychose of waanzin. Vooral kinderen die verstrikt zijn geraakt in een traumatisch bindingssysteem dat al meerdere generaties bestaat, kunnen zich soms in extreme bochten wringen om de realiteit te ontkennen.

Een kind kan verstrikt raken omdat er van generatie op generatie te weinig liefde en aandacht voor kinderen in het gezin bestaat. Grootmoeder was bijvoorbeeld een intelligente vrouw die zelf weinig liefde of steun had ervaren en gericht was geraakt op prestaties en aandacht in de buitenwereld. Deze grootmoeder was nauwelijks in staat haar eigen kinderen op te voeden. Een van haar kinderen werd in de puberteit uit huis geplaatst omdat het grootmoeder niet lukte om voor haar te zorgen.

Dit kind heeft op haar beurt een groot emotioneel tekort ervaren. Ze heeft dit weggestopt en omgezet in de wens om zelf een gelukkig en ideaal gezin te stichten. Het gebrek aan steun en liefde van haar moeder vertaalt zich nu in een grote behoefte aan aandacht en liefde van haar eigen kinderen.

Het kind van deze moeder voegt zich tenslotte in de psychische structuur van de moeder en probeert daarbinnen haar moeder de liefde te geven waar ze zo naar verlangt. Zo leert een kind te zorgen voor de emotionele behoefte van haar getraumatiseerde moeder en haar eigen behoeften te negeren. Het is volledig symbiotisch verstrikt geraakt met de behoeften van haar moeder.

De behoefte om ondanks alles door de ouders geaccepteerd en geliefd te worden, en de loyaliteit met het gezin zijn zulke sterke psychische krachten dat emotioneel misbruikte kinderen steeds opnieuw moeite blijven doen om hun ouders te begrijpen, te troosten en te helpen (Ruppert, 2012).

Sommige kinderen gaan zelfs zo ver dat ze zelf als ‘gek’ bekend komen te staan, om hun ouders te beschermen tegen het verwijt dat die een aandeel hebben in de slechte psychische gezondheid van hun kind.

Loyaliteit, extreme angst en moord

Volgens Ruppert spelen dit soort onbesproken en geheimgehouden familiedrama’s een duidelijke rol bij schizofrenie en psychose. Volgens hem betekent psychotisch zijn symbiotisch verstrikt zijn en in de afgrond getrokken worden door de traumagevoelens en herhaalde verwaarlozing in de vorige generaties, vooral in de moederlijke lijn.

Er is sprake van extreme loyaliteit en extreme angst als de waarheid aan het licht komt dat de moeder tekort gekomen is in haar zorg. De wens om dit te voorkomen is vaak veel sterker dan de wens om een normaal leven te leiden. Bij de familie willen horen vormt vaak het hoogste doel, tegen elke prijs, zelfs als het de cliënt het eigen verstand of het eigen leven kost. Het gaat hier niet om verdrongen herinneringen vanwege trauma maar van ontkenning van angst en andere emoties om bij het gezin te blijven horen.

Schizofreen zijn betekent in Rupperts woorden dat de betrokkene zich extreme ontkenningsstrategieën heeft eigengemaakt. Het kind wil de vrede in de wereld bewerkstelligen en de Messias zijn om de liefde voor iedereen in de familie te herstellen en vecht hiervoor met zijn eigen leven. Het schroomt niet om voor zelfmoord of soms voor moord te kiezen als dat in zijn eigen ogen het probleem van liefdestekort oplost. Zo zou je sommige moorden kunnen duiden als een noodgedwongen oplossing van een enorm loyaliteitsprobleem.

Zo zou je ook kunnen zeggen dat kinderen die te veel gedwongen worden om te leven zoals hun ouders dat voor zich zien, extreme escapemechanismen kunnen gaan gebruiken om aan een goedbedoeld, maar te rigide regiem te ontkomen.
Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

58. Opheffen van blokkades binnen de psyche

Hoe kan therapie genezen 58.

Therapie kan volgens Ruppert (2012) helpen genezen door het opnieuw leren integreren van afgesplitste traumadelen en het daarmee opheffen van geblokkeerde psychische functies.

Om dit aanschouwelijk te maken gebruikt hij het model van een opgedeelde persoonlijkheid. Door een traumatische ervaring is er een opdeling of afsplitsing in de persoon ontstaan. Het essentiële mechanisme om verder te leven na een traumatische ervaring is volgens Ruppert namelijk een gegeneraliseerde dissociatie en blijvende afsplitsing.

Als gevolg van deze blijvende afsplitsing bestaat er als het ware een opgedeelde persoonlijkheid met drie verschillende persoonlijkheidsdelen, namelijk een gezond deel, een getraumatiseerd deel en een overlevingsdeel.

Het getraumatiseerde deel bestaat uit een bevroren of verstard deel dat ontstond tijdens een situatie van grote angst, onmacht en hulpeloosheid, en werd afgekapt, geïsoleerd en omringd door dikke beschermingsmuren.

Het gezonde deel bestaat uit verschillende psychische structuren, dat relatief goed verder kan functioneren zolang het niet per ongeluk raakt aan dit weggestopte getraumatiseerde deel.

Het overlevingsdeel komt echter in actie zodra het weggestopte, getraumatiseerde deel naar boven dreigt te komen en opnieuw voor gevoelens van onmacht, verlies, doodsangst of wanhoop zou kunnen zorgen. Overlevingsstrategieën zorgen daarbij voor het in stand houden van de afsplitsing.

De overlevingsstrategieën vormen de belangrijkste belemmering in therapie. Ze verhinderen de integratie van traumatische levenservaringen en blokkeren daarmee gedeelten van het voortdurende in verandering zijnde, gezonde psychische systeem. In therapie kan via het gezonde deel het getraumatiseerde deel bereikt worden, waardoor een beroep op overlevingsstrategieën niet meer nodig is.

Uiting geven aan een diep verlangen

Het bereiken van het traumadeel gebeurt via een speciale methode waarbij een diep verlangen als uitgangspunt genomen wordt. De kern van de behandeling van Ruppert (2012) draait om het benoemen van en uiting geven aan dit onvervulde, diepe verlangen. Dit verlangen heeft vaak te maken met iets wat iemand heeft gemist en niet voor zichzelf heeft kunnen vragen.

Een traumatische periode heeft bijvoorbeeld overspoelende gevoelens van hulpeloosheid en machteloosheid opgeroepen en een diep verlangen naar zorg en liefde dat er op dat moment niet was.

Het verlangen kan ook te maken hebben met een behoefte aan liefdevol en gezond contact dat er te weinig is geweest bijvoorbeeld vanwege een te weinig of juist te veel betrokken ouder.

Dit zal niet meer worden goed gemaakt, maar het verlangen zorgt er voor dat de psyche blijft hangen in het verleden. Het blokkeert de ontwikkeling naar een volwassen en gezond psychisch functioneren. Daarom is er een helingsproces nodig om dit oude verlangen te kunnen loslaten en nieuwe, reële mogelijkheden te kunnen ontwikkelen.

Doorslaggevend is volgens Ruppert dat de blokkade die in de traumasituatie is ontstaan, wordt opgeheven. De blokkade weerhoudt je er van je zelf te voelen, te bewegen, en jezelf met al je levendigheid uit te drukken. Genezing kan ontstaan als de door trauma geblokkeerde gevoelsuitingen weer kunnen gaan stromen en het voelen weer in zijn volle omvang geïntegreerd wordt met alle andere psychische functies.

Dit helingsproces en de stappen die er voor nodig zijn, heeft hij bijzonder mooi onder woorden gebracht en daar vertel ik graag nog wat meer over (volgende blog) .

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde  autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.