77. Jij bent de maat van jouw dingen

Hoe kan therapie genezen 77.

Als onze waarneming en gevoel serieus genomen worden, hoeven we niet te discussiëren hoe we een stoel precies waarnemen. Of de stoel blauwpaars of paarsblauw geverfd is. Het is allebei het geval, en kan naast elkaar bestaan. We hoeven niet te discussiëren of een bank wel of niet lekker zit. Met mijn korte benen zit ik er anders op dan jij met je langere benen.

Mijn lichaam is de maat van mijn dingen, jouw lichaam is de maat van jouw dingen. Ik ben de maat van mijn waarheid, jij bent de maat van jouw waarheid. Laten we niet twisten over welke meetlat echter of beter is. Laten we een bank uitzoeken waarop we allebei lekker kunnen zitten, ongeacht of de maten kloppen.

Mijn verliefdheid zal anders verlopen dan jouw verliefdheid. Ik kan er ziek van worden, diarree van krijgen, misselijk, en pijn in mijn hart. Die diarree is echt, en de rest gebeurt ook echt, ook als dat bij jou zo niet gebeurt. Zodra ik het echter ga benoemen, kun je van mij een interpretatie horen die soms ver van de waarheid verwijderd is. Tijdens het benoemen kan het verwrongen worden door allerlei mechanismen van censuur, zelfbescherming, afweer, afsplitsing, projectie, bewuste verdraaiing en onwetendheid.

Voor mij is het belangrijk om zo helder mogelijk te krijgen dat ervaren gevoelens in het moment zelf echt en waar zijn. Elke therapeut moet er op bedacht zijn dat zijn eigen beleving heel vaak klopt, maar die van de cliënt tegelijkertijd ook, hoe vreemd of onmogelijk dat soms ook toeschijnt.

Zelf moet ik daar steeds weer alert op zijn, omdat het zo eenvoudig en makkelijk is om het te vergeten. Het is belangrijk wat je zelf als therapeut waarneemt, en tegelijkertijd moet je zeer ontvankelijk zijn voor de waarneming, uitleg en interpretatie van de andere partij die het mogelijk anders heeft gevoeld of opgevat.

Waarheid durven toelaten

Als je gevoelens echt zijn waarom raken we dan vaak zo in de war en twijfelen aan onszelf? Twijfel heeft naar mijn idee te maken met het niet goed genoeg kunnen voelen wat er echt gebeurt in een situatie hier en nu.

Als je geen goed contact maakt met de realiteit van dat moment, krijg je de neiging om de situatie te gaan verklaren en te isoleren met je verstand, je verbeelding te gebruiken of af te gaan op de mening en suggesties van anderen. Als je eigen gevoel niet sterk genoeg is, afgesplitst is, of er niet mag zijn, dan ga ja af op wat anderen voelen of denken in plaats van op je eigen gevoel van dat moment.

Je kunt je misschien ook voorstellen wat er gebeurt als iemand jouw gevoel niet serieus neemt en zijn eigen gevoel over de situatie laat overheersen. Als iemands eigen gevoel sterk overheerst, dan heeft die de neiging om de eigen gevoelens en gedachten als het ware op anderen te plakken. Ofwel, hij gaat met zijn eigen gedachten invullen wat goed is voor een ander.

Iemand zal die bank, auto, bloem of therapie kiezen die goed bij hem past en denken dat dat ook het beste is voor de ander. Hij wil graag dat de wereld zoals hij die zelf ervaart, ook voor anderen geldt en probeert anderen ervan te overtuigen. Sommige mensen kunnen die neiging heel sterk hebben. Ze verkondigen erg graag hun eigen waarheid en hebben geen zicht op of belangstelling voor de waarheid van anderen.

Ieder heeft zijn eigen waarheid, maar daarnaast bestaat er ook een gemeenschappelijke waarheid. De waarheid bestaat echt, maar je komt haar alleen te weten als je haar ook wilt leren kennen of wilt toegeven. Gezamenlijke waarheid en betekenis kunnen tot stand komen in de interactie. Het gaat erom je eigen waarheid te mogen voelen en durven zeggen in contact met een ander. Dit geloof ik, zo waarlijk heet ik Candida Albicans Blanchefleur Johnston.

Voorbij afweer en ontkenning terug naar de realiteit

Het contact met de realiteit wordt naar mijn idee gebaseerd op al je zintuigen en gevoelens. Een goed contact met je interne gevoelsleven is de basis voor contact met de realiteit en met andere mensen. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als dit gevoelsleven geblokkeerd is geraakt. Mensen kunnen extreem in de war raken als ze geen contact meer hebben met hun eigen echte gevoelens.

Bij schizofrenie lijkt juist dat het geval, een blokkade van gevoelens en grote problemen met het waarnemen van en contact met de werkelijkheid. De gevoelens zijn geblokkeerd geraakt door afsplitsing, dissociatie en andere overlevingsmechanismen omdat ze door anderen om wat voor reden dan ook niet goed gezien, ontkend of genegeerd werden.

Daarbij volg ik de opvatting van Ruppert (2012) dat er bij schizofrenie sprake is van extreme ontkenningsstrategieën, sterke cognitieve afweer en bijkomende rationalisaties. Juist bij deze psychische problemen is sprake van het uitzetten en wegmaken van allerlei gevoelens waardoor het contact met de realiteit verloren gaat. De werkelijkheid van het eigen gevoel wordt geweld aangedaan uit loyaliteit met de gevoelens van de mensen die het meest dierbaar zijn.

Juist daarom is het zo belangrijk zoals Leader (2012) stelt om de binnenwereld van iemand met schizofrenie of een psychose weer serieus te gaan nemen en hem voorbij alle rationele en cognitieve afweer- of overlevingsstrategieën terug te brengen naar zijn eigen innerlijke echte gevoel van de werkelijkheid in het hier en nu.

Afweer, rationalisaties en overlevingsmechanismen spelen overigens bij iedereen in meer of minder mate een rol. Heel veel mensen gebruiken bovendien hun verbeelding of allerlei bedenksels en redeneringen om in te vullen hoe de wereld van mensen om hen heen er uit ziet. Hoe vaak gebeurt het bijvoorbeeld niet dat je gevoelens van een ander meent te begrijpen terwijl je ze met je eigen verbeelding hebt ingevuld.

Hoe minder verklaringen, rationalisaties en theorieën je gebruikt en hoe meer je luistert naar de gevoelens van jezelf en de ander in het hier en nu, hoe meer je echt te weten komt over anderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

 

Advertenties

63. Deskundig dresseren van een cliënt

Hoe kan therapie genezen 63.

Ik ben weinig therapeuten tegengekomen zoals Ruppert (2012) en Malan (1983) die gevoel hebben voor de onnoembare ervaring van onveiligheid die veel kwetsbare cliënten liever verborgen houden.

Ik wil je hier daarom graag waarschuwen dat deze onveiligheid en bijbehorende overlevingsmechanismen heel makkelijk over het hoofd gezien worden. De vraag dringt zich bij me op of therapeuten, mezelf inbegrepen, niet regelmatig per ongeluk bezig zijn om cliënten die gevoelig zijn een kunstje aan te leren. In de therapie draait het er soms op uit dat de cliënt geen hulp krijgt, maar vooral leert om de normen, ideeën en waarde van de therapeut over te nemen.

Een goede therapie is misschien die therapie waarbij een therapeut doorheeft dat zijn eigen opvatting en theorieën mogelijk slechts als een placebo zullen werken en dat daarbij niet alleen de cliënt maar ook de therapeut behaagd wordt. Het pakket aan wensen en eisen waaraan een cliënt bij veel therapieën moet voldoen om beter te worden, kan zelfs haaks staan op de ontwikkeling en emotionele groei tot zelfstandigheid van een cliënt.

De symptomen verdwijnen door de overtuigingskracht van de gebruikte theorieën en interventies, maar keren in een ander vorm weer terug, omdat de cliënt niet geleerd heeft ze zelf aan te gaan en op zijn eigen manier te verwerken of op te lossen.

Natuurlijk kunnen we een cliënt een heleboel soorten gedrag aanleren en afleren. We kunnen een cliënten sociale vaardigheden aanleren en zorgen dat ze zich netter gedragen en beter functioneren in de maatschappij. We kunnen ze leren relativeren en zelfs leren geloven dat ze niet meer bang hoeven te zijn voor de dood (zie blog 36, de dood is niet eng, K. Byron, 2002).

Uiteindelijk zullen cliënten die zich in hun jeugd onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen tot emotioneel stabiele personen een veilige proeftuin nodig hebben. In die proeftuin kunnen ze alsnog al die dingen uitproberen die ze als kind hebben overgeslagen, zoals het niet hoeven voldoen aan de verwachtingen, tekort mogen schieten, aandacht opvragen, en ook boos worden, de strijd aangaan en daarbij de grenzen leren accepteren die een volwassen, betrokken ander daaraan stelt.

Weerstand als signaal van een overlevingsmechanisme

Over overlevingsmechanismen wil ik nog wat kwijt. Ik zie een verband tussen verdedigingsmechanismen, bescherming en overlevingsmechanismen. Eerder had ik het over Kohut (1984) die de bekende verdedigingsmechanismen van Freud (1965) omgedoopt had tot beschermingsmechanismen. De weerstanden en verdedigingen die Freud benoemd had, waren volgens hem geen weerstanden, maar waardevolle acties om jezelf te beschermen tegen het opdringerige of grensoverschrijdend gedrag van anderen en van therapeuten (zie blog 12).

Kohut zag weerstand tegen de therapeut dan ook niet als een noodzakelijk deel van het therapieproces, maar eerder als een signaal dat de therapeut te weinig rekening houdt met de cliënt, en zich te weinig inleeft in de positie van de cliënt.

We zouden de verdediging- en beschermingsmechanismen in de lijn van Ruppert (2012) echter ook kunnen benoemen als overlevingsmechanismen. Allerlei rationalisaties, verklaringen, afweer en weerstand kunnen we dan zien als overlevingsreacties in een onveilige omgeving. Die overlevingsreacties bestaan uit een afsplitsing van het gevoel waardoor je angst, pijn, verdriet of afwijzing niet hoeft te voelen.

Dit afsplitsen zorgt er ook voor dat je op dat moment geen contact voelt met jezelf of met anderen. Het is in die zin geen gezond verdedigings – of beschermingsmechanisme maar een vorm van dissociatie om pijnlijke gevoelens niet te hoeven aangaan.

Dit biedt een ander perspectief op hoe een therapeut met allerlei rationalisaties en weerstand om kan gaan. Weerstand is dan inderdaad zoals Kohut zegt een signaal van de cliënt dat de therapeut te weinig rekening houdt met de leefwereld van de cliënt.

Bovendien zou het dan een signaal zijn dat iemand zich nog niet veilig genoeg voelt om emoties die hij altijd buiten de deur heeft gehouden, te laten zien. De cliënt heeft die gevoelens moeten afsplitsen om op een bepaald moment alleen verder te kunnen en door te gaan met zijn leven. Het gaat dan vaak om gevoelens die iemand liever verborgen houdt zoals een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. Het kan soms lang duren voordat die gevoelens in therapie uiteindelijk aan de orde kunnen komen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.