74. Gevoeligheid voor psychose en veilig contact

Hoe kan therapie genezen 74.

Cliënten met een gevoeligheid voor psychose kunnen vaak moeilijk duidelijk maken wat er precies aan de hand is. Ze raken op zichzelf teruggetrokken en gaan contacten vaak liever uit de weg. Ze houden soms slechts een enkele vertrouweling over. Door eenzaamheid en het verbreken van die communicatielijn, de laatste strohalm, kan een tot dan toe verborgen waan plots veranderen in een acute psychotische stoornis (Leader, 2012).

Als psychotische cliënten een ontvanger hebben, iemand die luistert, kunnen ze volgens Leader beginnen met schrijven of creëren van hun geschiedenis, omdat ze zich op iets of iemand kunnen richten. Een therapeut kan proberen te vertellen dat de waan niet klopt, maar hij kan ook gewoon, en beter, getuige zijn van het verhaal. Dit verhaal vertelt zichzelf en is de levensader naar buiten. Het verhaal, hoe vreemd ook, betekent voor de cliënt een hersteloperatie om de waarde van zijn ik te bevestigen, en gezien en gehoord te worden.

Als dit lijntje naar buiten wordt doorbroken, kan de waan overgaan in een psychose waarbij alle contact met de realiteit verloren gaat. In het geval van een crisis moet de therapeut daarom bereikbaar zijn en zijn ontvangersfunctie openstellen. Daarmee kan een echte psychose volgens Leader voorkomen worden.


Begrenzing door ritme en onderbrekingen van sessies

Het luisteren naar en ontvangen van de vreemde, eigenaardige of onwaarschijnlijke verhalen is een belangrijke taak bij cliënten met ernstige psychische problematiek. Dat is echter niet het belangrijkste in de therapie volgens Leader (2012). De inhoud van een therapiesessie is vaak uiteindelijk minder belangrijk dan de begrenzing van de therapie door het ritme, de planning, de duur van de sessie, de afsluiting en de voorkomende onderbrekingen.

Het willen vergroten van inzicht, interpretatie of bespreken van andere inhoudelijke thema’s werken zelfs vaak averechts. Overweldigende psychotische verschijnselen hebben iets hardnekkigs wat ze des te onverdraaglijker maakt. Cliënten met zulke ervaringen hebben mogelijk de neiging om veel gevoelens voortaan uit de weg te gaan uit angst voor nieuwe onverdraaglijk gevoelens.

Het wennen aan de begrensde aandacht en afsluiting van sessie kan keer op keer heftige gevoelens oproepen die daaraan refereren. Leader veronderstelt dat het basisritme van aan- en afwezigheid, een soort seriële negativiteit veroorzaakt. Hierdoor kan een cliënt geleidelijk wennen aan de heftige gevoelens die gepaard gaan met het onderbreken van een verder stabiel, veilig en voedend contact.

Dit proces kan overigens ook slopend zijn voor de therapeut (Leader, 2012). Perioden van vooruitgang worden afgewisseld met periode van pijn en terugtrekking alsof alle opgebouwde intimiteit slechts een voorbode was van afwijzing. Te grote intimiteit is vaak ondraaglijk.

Juist als het goed gaat, kan een cliënt denken dat de therapeut hem toch zal laten vallen. Kleine veranderingen zoals een droge keel of verandering van stem of houding kunnen als teken van afwijzing worden opgevat, vakanties of uitval van een sessie door omstandigheden als bewijs dat de cliënt in de steek wordt gelaten.


Vuistregels voor het omgaan met gevoeligheid voor psychose

Er zijn meer mensen dan je denkt die last hebben van wanen en psychose. Het kan best zijn dat je iemand in de familie of vriendenkring hebt die deze gevoeligheid kent, maar het goed verborgen heeft weten te houden. Ik vind het belangrijk om kort aan te geven hoe familieleden of vrienden om kunnen gaan met iemand met een dergelijke gevoeligheid. Het taboe op dit soort ernstige psychische klachten moet doorbroken worden.

Margreet de Pater (2012), een betrokken Nederlandse psychiater geeft in haar boek ‘De eenzaamheid van de psychose’ concrete vuistregels voor het omgaan met cliënten met gevoeligheid voor psychosen of schizofrenie.

Ze geeft goede tips voor familieleden om met rand psychotische klachten van cliënten om te gaan: Geef steun zonder te discussiëren. Kom niet met oplossingen of adviezen hoe het zou moeten. Geef grenzen aan op een duidelijke, vriendelijke manier. Wees zo eerlijk mogelijk in het contact wat er wel en wat er niet kan of haalbaar is. Een cliënt wil graag gewoon contact, maar heeft ook heel veel rust nodig om bij te komen. Eigenlijk zegt de cliënt steeds ook zelf wat er nodig is.

Soms kost dit echter zoveel van het empathisch vermogen van de omgeving dat die er aan onder doorgaan en een opname het beste is. Deze cliënten hebben vaak een heel team van deskundigen nodig om hun leven vanaf de grond opnieuw op te bouwen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen.

Als je echter onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele verwerkingsproblemen of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik wil graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

60. Loslaten van illusies om trauma te genezen

Hoe kan therapie genezen 60.

Naast het ontwikkelen van gezonde delen (zie blog 58 en 59), is het volgens Ruppert (2012) noodzakelijk voor genezing dat iemand zijn eigen illusies gaat herkennen en wil opgeven. Dit proces kan veel tijd kosten. Een illusie kun je niet zomaar opgeven. Het wordt vaak juist uit alle macht gehandhaafd.

De realiteit verandert voortdurend, maar een gecreëerde werkelijkheid staat stil. Iemand die een deel van zichzelf heeft afgesplitst om bepaalde gevoelens niet meer te hoeven meemaken, heeft dat stukje van wereld stilgezet. Bovendien zal hij dat stukje ook stil en bevroren willen houden uit angst om de gevoelens die hij daarmee uit de weg gaat, alsnog te gaan ervaren. Iemand kan daarbij allerlei gedachten, gevoelens en herinneringen hebben ontwikkeld die fungeren als een schild tegen wat er zich in werkelijkheid heeft afgespeeld.

Alleen als iemand kan gaan zien en erkennen dat hij door een afsplitsing bepaalde gevoelens buiten de deur houdt en daarom heen een verhaal of schijnwerkelijkheid gemaakt heeft om die afsplitsing in stand te houden, kan er een ingang ontstaan naar gezondere vormen van voelen, denken en ervaren en kan de illusie worden losgelaten.

Ik moet hier denken aan Karen Horney (1991) en het loslaten van het ideale zelfbeeld (zie blog 7 en 8). Een cliënt heeft vaak zijn eigen ideale waarden ontwikkeld die tot nu toe helder, duidelijk, juist en veilig voelden. Het is angstig om onder de ogen te zien dat datgene wat iemand als veilig ervaart juist een belemmering kan zijn voor groei. Illusies, bluf, trots, make-belief en onkwetsbaarheid moeten plaatsmaken voor het aangaan van de werkelijkheid en allerlei moeilijke gevoelens die je vaak liever niet wilt ervaren, zoals gevoelens van eenzaamheid, schaamte, verlies, verdriet of vernedering.

Hoeveel tijd het kost om illusies en trauma’s achter je te laten en hoe vaak je dit moet doen, is moeilijk in te schatten. Bij sommige cliënten gaat het snel, binnen enkele dagen, bij anderen duurt het weken, maanden, soms ook jaren, afhankelijk van het soort trauma en hoe toegankelijk het trauma of de traumatische periode is. Vooral het losmaken van het gezin van herkomst kan soms bijzonder lang duren.

Enorme moed nodig om zich los te maken

Franz Ruppert (2012) heeft vaak in zijn praktijk gezien dat het moeilijk is voor kinderen om zich los te maken van een familie die hun kwaad heeft aangedaan. Ze hebben het vroegere systeem van het gezin verregaand verinnerlijkt. Ze hebben veel strategieën aangeleerd om in een dergelijk familie te overleven. Ze spelen het spel mee en zwijgen erover naar de buitenwereld uit angst om verstoten te worden, voor sociale afwijzing of angst voor moord of zelfmoord van een van de familieleden.

Dit kunnen allemaal reële angsten zijn, want de ouders zijn daadwerkelijk onberekenbaar door hun eigen verleden en traumatisering. Ook doodsangst kan soms dermate groot zijn dat vermijdingsstrategieën zoals dissociatie en afsplitsing van psychische functies bijzonder diep zijn ingeslepen. Dit proces om te gaan zien hoe het eigen gedrag zo sterk beïnvloed werd door interacties in het gezin vergt een enorme moed.

Pas wanneer een cliënte besluit niet meer eenzijdig te investeren in de relatie met de dader, en hem of haar niet meer beschermt, kan het glashelder worden wat ze haar leven te verduren heeft gehad en waaraan ze heeft meegedaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company

51. Shapiro: EMDR en traumaverwerking

Hoe kan therapie genezen 51.

Nog niet zolang geleden ontstond er een nieuwe therapie om trauma’s sneller te verwerken: EMDR. Deze EMDR therapie werd ontwikkeld door Francine Shapiro, een Amerikaanse psychologe die werd geboren in 1948. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization en Reprocessing Therapie (Shapiro and Forrest, 2004).

Shapiro vertelt dat haar belangstelling voor therapie in eerste instantie ontstond vanwege persoonlijke moeilijkheden. Ze zocht jarenlang naar een effectieve methode om zelf te leren omgaan met bepaalde angsten en angstige herinneringen. Ze probeerde elke methode uit om haar angsten te verminderen. Ze verbaasde zich bovendien dat deze methoden bij het grote publiek zo weinig bekend waren.

Vanuit deze grote belangstelling studeerde ze ook klinische psychologie. Zo verzamelde ze een enorme hoeveelheid kennis en ervaring over het omgaan met allerlei soorten angsten. Tot haar eigen verbazing eindigde ze er mee om zelf een methode te creëren, die ze EMDR noemde.

De aanzet tot haar methode ontdekte Shapiro bij zichzelf tijdens het maken van een wandeling. Ze merkte een bijzonder verschijnsel op, namelijk dat haar oogbewegingen een gunstig, stress verminderend effect hadden op haar nare gedachten van dat moment. Ze vond dit zo frappant dat ze bij zichzelf ging proberen hoe dit precies werkte. Daarna vroeg ze familie, vrienden en studenten om het ook uit te proberen.

Vervolgens verfijnde ze de procedure steeds verder met behulp van eigen en andermans ervaringen, en kennis uit de verschillende therapierichtingen zoals de psychoanalyse en cognitieve therapie. Ze ontdekte overeenkomsten tussen de psychoanalytische techniek die Freud (1910) gebruikte om pijnlijk herinneringen naar boven te brengen en de EMDR-procedure. Treffend vond ik haar uitspraak dat ze op een gegeven moment aan het kijken was naar vrije associatie in turbospeed.

Ze herkende de vrije associatie-techniek die Freud had ontwikkeld (zie blog 10, overwinnen van innerlijke weerstanden), maar dan in de hoogste versnelling: de veranderingen in gevoelens en gedachten bij haar proefpersonen gingen op een gegeven moment zo snel dat ze het als het ware voor haar ogen zag gebeuren.

Uiteindelijk na uitgebreid onderzoek bij diverse cliënten lanceerde ze EMDR als een therapie voor het genezen of verminderen van klachten door traumatische gebeurtenissen en andere nare levensgebeurtenissen.


Hoe werkt de EMDR-procedure
?

EMDR wordt het vaakst gebruikt naar aanleiding van een eenmalige traumatische gebeurtenis waarbij sprake is van herbelevingen of angstige beelden in de periode na het trauma.

De procedure komt er in het kort op neer dat de traumatische gebeurtenis eerst besproken wordt. Daarna wordt er aan je gevraagd om je de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Daarbij zal de therapeut nu de eigen hand op ongeveer 30 cm voor je ogen heen en weer bewegen. Heel modern is dat de bewegingen niet meer met de hand van de therapeut gedaan worden maar door een apparaatje met led lampjes die je met je ogen kan volgen.

Er volgt zo een set van ongeveer 25 oogbewegingen per keer. Na elke set wordt er even pauze genomen. Tijdens de set van oogbewegingen komen er meestal allerlei gedachten, beelden en gevoelens boven, en soms ook andere lichamelijk sensaties.

Er wordt gevraagd wat er nu, in het heden, de ergste herinnering is van wat er is gebeurd. Daarna volgt een nieuwe set. Na elke set wordt gevraagd wat er veranderd is. Bij de volgende set richt je je op de meest opvallende verandering.

Door dit herhaald herinneren van de gebeurtenis verliest de herinnering vaak zijn lading. De herinnering verandert, de beelden verliezen aan kracht en worden vaak kleiner en waziger. Vaak komen er ook spontane gedachtes, emoties en associaties met andere gebeurtenissen boven.

Ik denk dat deze methode een betere en diepere verwerking in gang kan zetten dan bijvoorbeeld NLP (zie vorige blog). Hoe die diepere verwerking tot stand komt, kom ik later op terug. Eerst laat ik Shapiro nog even aan het woord over het succes van EMDR bij verschillende psychische klachten.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis.                 Washington: Gateway Editions.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

50. De kortste therapie die er bestaat

Hoe kan therapie genezen 50.

Misschien kun je je nu voorstellen dat je met behulp van NLP, maar ook met gedragstherapie, allerlei reacties kunt aanleren en afleren. In ‘Hoe haal je wat in je hoofd’ geeft Bandler (2001) zelfs een supersnelle therapie. Hij adviseert op grond van zijn ervaringen de kortste therapie die er bestaat.

Dat gaat als volgt. Denk aan een onplezierige gebeurtenis waarin je in verlegenheid werd gebracht of teleurgesteld was. Laat de gebeurtenis als een film in je hoofd nog eens de revue passeren. Merk of je er nog steeds negatief door wordt beïnvloed. Als dat zo is, start je de film opnieuw in je hoofd. Je voegt er direct bij het begin een vrolijk muziekje aan toe, bijvoorbeeld circusmuziek. Blijf naar de muziek luisteren, terwijl je de film helemaal afdraait. Kijk nu weer naar de oorspronkelijke film.

Bij de meesten van ons zal deze film nu van een tragedie veranderd zijn in een blijspel, zegt Bandler. Als je geen verandering hebt bemerkt, moet je misschien wat andere muziek proberen, bijvoorbeeld het Europese volkslied ‘Alle Menschen werden Brüder’ van Beethoven. Je kunt ook de film in je gedachten versneld terugspoelen, of in allemaal roze tinten laten afspelen om het gevoel van de gebeurtenis te veranderen.

Als je hiermee gaat experimenteren zal je heel wat manieren vinden om je vervelende ervaringen te wijzigen. Kortom, Bandler ziet de sleutel van het genezen van klachten in het herprogrammeren van vervelende ervaringen. Ik raad je zeker aan om het uit te proberen en te merken of het bij jou voor bepaalde gebeurtenissen ook zo werkt.

Trauma herprogrammeren of verwerken?

Als je zo al je slechte herinneringen en pijnlijke ervaringen probeert te behandelen, kun je volgens Bandler heel wat geld aan therapiekosten uitsparen. Ook traumatische ervaringen zouden op deze manier makkelijk kunnen veranderen.

Hij verwacht dat als dit gemeengoed wordt dat de traditionele therapeuten een moeilijke tijd tegemoet gaan: ‘voor ze het weten, zullen ze zich in het gezelschap bevinden van toverdokters en verkopers van gedroogde vleermuisvleugels’.

Zover zijn we nog niet. Wat zou dat overigens geweldig zijn als we ons zelf overbodig zouden kunnen maken, dat zou ik graag meemaken. Bandler heeft volgens mij echter een groot probleem over het hoofd gezien dat te maken heeft met emotionele verwerking.

Zijn methode werkt zeker, maar het blijft aan de oppervlakte. De gebeurtenis wordt als het ware visueel in je hersenen veranderd van heftig naar zachtroze, of van akelig naar vrolijk met een muziekje. Dat kan nuttig zijn om ergens wat van afstand te nemen.

De diepere emotionele lagen worden echter niet zomaar bereikt met deze herprogrammering. De therapie doet me sterk denken aan gedragstherapie waarbij je van alles kunt aanleren en afleren, maar waarbij de black box dicht blijft (zie blog 41).

Mijn indruk is dat NLP goed kan werken bij eenvoudige en normale dagelijkse problemen, maar tekort schiet bij meer complexere problematiek en trauma’s. Ik ga snel verder met een andere populaire manier om emotionele gebeurtenissen te verwerken, die ik zeer veel belovend vind, EMDR.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur

Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.

49. Emotionele afweer en allergie

Hoe kan therapie genezen 49.

Het blijkt dat sommige allergische reacties terug te voeren zijn op een emotionele gebeurtenis. Dat wil zeggen dat er een onbewuste lichamelijke afweerreactie heeft plaatsgevonden door een emotionele aanleiding. Als we kunnen achterhalen welke emotionele afweer gekoppeld werd aan lichamelijke reactie op een plant of dier, kunnen we die verbinding weer gaan doorbreken. Daardoor kan de allergische reactie verminderen of geheel verdwijnen (Liekens, 2001).

Je hebt bijvoorbeeld wat problemen met een vriendin en reageert emotioneel gespannen als je bij haar op bezoek gaat. Zij heeft ook een kat. De tweede keer dat je bij haar op bezoek gaat, zonder dat de spanning is opgelost, blijk je allergisch te zijn voor haar kat.

Er is een koppeling ontstaan tussen jouw gespannen reactie en de kat. De afweerreactie naar je vriendin uit zich nu in de vorm van een allergische reactie voor katten. Je gaat daarna niet meer bij haar op bezoek en de vriendschap verwatert. Helaas ben je voortaan wel allergisch voor katten.

Je kunt dan alsnog die verbinding weer verbreken. Je denkt aan de laatste keer dat je de allergische reactie hebt gehad en het gevoel dat je toen had. Vervolgens ga je terug in je herinnering naar het eerst moment dat je dat gevoel hebt gehad. Van dat moment laat je een film in je hoofd afspelen. Er wordt nagegaan wat de positieve intentie geweest zou kunnen zijn van de allergische reactie, bijvoorbeeld het vermijden van ruzie met je vriendin. Als dit lukt, ben je zover om de onbewuste reactie van afweer los te laten (Liekens, 2001).

In dit voorbeeld was te achterhalen wanneer de allergie was ontstaan. Vaak kunnen we er niet meer achter komen wat precies de verbinding tot stand heeft gebracht. Maar ook daar heeft Bandler (2001) een procedure voor bedacht waardoor je ongeacht de oorzaak toch de verbinding kan leren doorbreken.


Anker van veiligheid maken

Er is een korte NLP-procedure die goed te gebruiken is om van bepaalde allergische reacties af te komen. Als het niet lukt om je te herinneren wanneer je de eerste keer een allergische reactie kreeg, kun je namelijk gebruik maken van een tegenvoorbeeld. Je bedenkt een tegenvoorbeeld van de allergische reactie, waarbij je niet allergisch reageert. Een tegenvoorbeeld is iets wat sterk lijkt op de situatie waarin je allergisch reageert, maar die je een ander, veilig gevoel geeft.

Als je bij voorbeeld allergisch bent voor pollen en je krijgt er prikkende ogen van, kun je bedenken dat er in plaats van pollen zand in je ogen is gekomen, terwijl je zat te spelen in de zandbak. Het zand en het spelen in de zandbak roepen een veilig gevoel op. Je creëert op dat moment zelf een gevoel van veiligheid door je het moment te herinneren dat je vroeger lekker in de zandbak speelde.

Vervolgens kun je heel eenvoudig een blijvende verbinding maken tussen dat veilige gevoel en iets anders wat je op dat moment doet. Dit noemen ze ook wel een anker van veiligheid. Dit anker kun je vervolgens gebruiken om de verbinding te verbreken tussen allergische reactie en de stof waar je allergisch voor geworden bent.

In je verbeelding maak je een ander verband. Je speelt als het ware een andere film af. Tot nu toe reageerde je afhoudend of vermijdend en kreeg een naar gevoel bij de stof waar je allergisch voor bent. Nu speel je in je hoofd de film af dat de stof veilig is, en geen kwaad kan. Het is als een beetje zand in je ogen als je vroeger per ongeluk in je ogen wreef als je in de zandbak speelde. Je hoeft er dus niet afwerend op te reageren en kunt de stof accepteren. Je creëert een veilig gevoel in plaats van een afwijzend gevoel en laat de reactie toe die je krijgt.

Misschien zal je nog een beetje niezen, maar dat is nu niet meer bedreigend. Hierdoor wordt je lichaam niet meer in staat van paraatheid gebracht bij de allergische stof en kan het weer normaal gaan reageren. De keren daarna wordt de stof steeds veiliger en zal je steeds minder sterk gaan reageren. Ik zeg er wel nogmaals bij dat deze techniek alleen kan werken bij allergieën die een emotionele oorsprong hebben. Bij mij werkte het zowaar.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Liekens, P. (2001). NLP en allergie. Deventer: Ankh-Hermes.

47. Verwerken van emotionele gebeurtenissen en NLP

Hoe kan therapie genezen 47.

Mensen kunnen veel last hebben van herinneringen aan pijnlijke, traumatische of emotionele gebeurtenissen. Bovendien kan het vermijden van die herinneringen oorzaak zijn van allerlei symptomen. Bij de invloed van traumatische gebeurtenissen heb ik al uitgebreid stilgestaan toen ik het over Bowlby had. Ook bij bijvoorbeeld Freud (blog 9), Heijligenberg (blog 31), Byron Katy (blog 34) en Sue Johnson (blog 43) kwam de invloed van trauma’s kort aan de orde.

Toch valt daar nog veel meer over te zeggen. Trauma’s zijn als blikjes dynamiet die heel veel pijn kunnen doen als je ze uiteindelijk durft aan te gaan. Er zijn enkele bekende therapeuten die juist aan trauma’s specifiek aandacht hebben besteed. Zij hebben speciale technieken ontwikkeld voor het verwerken van emotionele of traumatische gebeurtenissen, en dan denk ik aan NLP van Bandler (2001), EMDR van Shapiro (2004), en enkele iets minder bekende, maar zeer waardevolle methoden.

Ik zal beginnen met Bandler, omdat zijn NLP-techniek veel wordt gebruikt door coaches, maatschappelijk werkers en soms ook door psychologen tijdens de therapie. Je kan het ook vrij eenvoudig op jezelf toepassen.

Ik wil wel een waarschuwing geven. Ik vind NLP een hele praktische, maar tamelijk computerachtige techniek waarbij de kans op verschuiving van klachten groot is. Met NLP kan je bijvoorbeeld negatieve gedachten over jezelf afleren en een positief zelfbeeld kan aanleren. Met een aangeleerd positief zelfbeeld kun je de neiging ontwikkelen om negatieve emoties te vermijden of te onderdrukken. Dat kan voor allerlei nieuwe klachten zorgen. Net als bij gedragstherapie (zie blog 41) kunnen klachten dus makkelijk op een ander terrein de kop opsteken.

De NLP-methode vind ik vooral heel geschikt voor eenvoudige problemen of vervelende gebeurtenissen. Het kan heel nuttig zijn om dagelijkse moeilijkheden met deze methode aan te pakken.

Bandler: NLP of hoe haal je wat in je hoofd

Richard Bandler, geboren in 1950, bedacht een fraaie denktechniek waarmee je allerlei lastige en belemmerende gedachten kunt veranderen, en je leven veel positiever tegemoet kan treden. Hij heeft het begrip NLP, of Neuro-Linguïstische Programmering, zelf uitgevonden. Daarmee wilde hij ook afstand nemen van bestaande psychologische specialismen. In zijn boek ‘Hoe haal je wat in je hoofd’ (2001) legt hij uit wat het inhoudt.

Bandler noemt het liever geen therapie maar een leerproces. In feite leert hij mensen op een fundamentele manier hun eigen verstand te gebruiken. Met deze techniek kun je zelfstandig leren allerlei vervelende ervaringen te herprogammeren zodat je er minder of geen last meer van hebt. Ook traumatische ervaringen zou je op die manier als het ware bij kunnen sturen volgens Bandler. Daar ga ik straks nog wat meer over zeggen, maar eerst wil ik je enkele eigen ervaringen met deze techniek vertellen.

Persoonlijk heb ik wel wat aan deze techniek gehad. Dankzij de NLP heeft mijn naam Candida Albicans voor mij een mooie zangerige glans gekregen. Candida Albicans Blanchefleur, Candida, Albicans, Blanchefleur. Door het te herhalen, het mooi ritme te voelen en te koppelen aan een positief gevoel dat ik van het ritme kreeg, heb ik een veel prettiger idee bij mijn eigen naam. Ik kan mijn wat ouderwetse, schimmelachtige naam nu veel meer waarderen. Bij het woord schimmelachtig denk ik nu bijvoorbeeld ook eerder aan een mooi wit paard dan aan een klein plantje.
Ik geef toe, ik noem me zelf nog steeds liever Blanchefleur, maar schaam me niet meer voor de eerste twee namen Candida en Albicans. Dat trucje heb ik geleerd van Bandler (2001).

Verder heb ik mijn allergie voor berkenpollen kunnen afleren dankzij NLP. Feitelijk komt het er op neer dat je je hersenen iets anders programmeert. Je leert het als het ware een ander kunstje of ander liedje. Het heeft te maken met het besturen van je eigen onbewuste. Hoe je dat zelf kunt doen, zal ik je vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.