76. Werkelijkheid van binnen voelen

Hoe kan therapie genezen 76. 

Door mijn vak ben ik zeer gefascineerd geraakt door de waarheid, de werkelijkheid en de interpretatie ervan. Mijn opvatting over de werkelijkheid is heel direct, en in het hier en nu. De echte wereld is de werkelijkheid zoals die gebeurt en op dit moment gezien, gehoord, gevoeld en ervaren wordt. De werkelijkheid verandert steeds en is steeds nieuw.

Over de toekomst kan ik kort zijn. De toekomst bestaat uit alles wat nog niet gebeurd is en die kan geen waarheid bevatten. Het is gewoon niet gebeurd en dus niet waar. Elke extrapolatie naar of voorspelling van de toekomst is een theorie die wel waar kan worden, maar het nog niet is.

De waarheid is iets anders, namelijk de verzameling van alle gebeurde werkelijkheden. Ofwel de waarheid is de geschiedenis van alles wat gebeurd is in de werkelijkheid: alle feiten, gevoelens, gebeurtenissen, processen die voltrokken zijn. Elk gevoel, beleving of ervaring is een proces dat zich echt voltrokken heeft. Het zijn feiten die echt gebeurd zijn en als je veel moeite doet ook aangetoond kunnen worden. Het gevoel in het hier en nu is er echt. Voor mij is het zien van een stoel net zo echt als het waarnemen van een gevoel in je lichaam.

Dat zal ik verder moeten uitleggen, en ik hoop dat het me lukt. Naast de objectieve wereld van de stoelen, tafels, de aarde, de zon en de maan heb je ook een objectieve wereld van de processen die echt gebeuren. Die processen kun je niet zien zoals de zon en de maan, maar je kunt ze wel voelen gebeuren. Net zoals we een buitenwereld kunnen zien met onze ogen, kunnen we ook een binnenwereld voelen met onze interne organen. Het zien van een stoel met je ogen is net zo echt als het voelen van buikpijn of verdriet met je interne sensoren.

De vijf bekende zintuigen zijn op de buitenwereld gericht. We hebben echter ook een heleboel organen of gevoelens die vertellen hoe het met onze binnenwereld gesteld is. Denk bijvoorbeeld maar aan pijnsensoren, het evenwichtsgevoel en het bewegingsgevoel. Je zou kunnen zeggen dat we eigenlijk een enorme hoeveelheid informatie hebben die we van binnen waarnemen, en die vertelt hoe het met ons ten opzichte van onze omgeving gesteld is.

We hoeven ons dus niet te beperken tot het geloof in wat we waarnemen met onze vijf zo bekende zintuigen, maar we kunnen al onze andere organen, zenuwen en sensoren laten meedoen in het waarnemen van de werkelijkheid binnen en buiten ons.

Het zou heel mooi zijn als anderen ons gewoon geloven als we zeggen dat we van binnen iets voelen of merken, en het niet afwimpelen met de boodschap dat dat verbeelding is of subjectief, en dus onbelangrijk, of niet echt.


Problemen door benoemen en isoleren van gevoelens

Dat er steeds weer problemen in de communicatie over de werkelijkheid ontstaan, lijkt helaas onvermijdelijk. Het goed uitleggen aan een ander wat je waarneemt, is namelijk tamelijk moeilijk. Het vertellen over of benoemen van al je gevoelens of wat je ziet en hoort, dus elk woord, verhaal of uitleg over een ervaring, is een interpretatie, abstractie en versimpeling van de ervaren gebeurtenis of werkelijkheid.

En daar gaat het vaak mis. Hoe abstracter de begrippen, hoe meer interpretatie er insluipt. De uitleg, de woorden, de verklaringen van wat je ziet of voelt, die kunnen makkelijk verkeerd begrepen worden. Daarvoor is het nodig om je af te stemmen op de ander en moeite te doen om iemand te begrijpen.

De stoel waarop ik zit, kan ik aan jou laten zien en daar zal je niet snel aan twijfelen. Mijn liefde voor jou kan uit zoveel woorden bestaan dat jij ze niet begrijpt, maar ik kan het je hopelijk wel laten voelen. Dat gevoel, die gebeurtenis waarin jij mijn liefde voelt, is voor jou echt gebeurd. Een gevoel gebeurt echt. Ook als het weer snel voorbij is en voor niemand zichtbaar.

Ook door het nadenken over een problematisch gevoel gaat het vaak mis. Als je gaat nadenken of piekeren over enkele gevoelens, isoleer je die gevoelens van al het andere wat je zou kunnen voelen. Je probeert je angst op te lossen en te beheersen door er met je verstand allerlei verklaringen of oorzaken voor te zoeken en er zo van af te komen.

Daarmee sluit je je echter af van je lichamelijke reacties die er op een natuurlijke manier voor zorgen dat je angst wordt verwerkt en verdwijnt. Focussen, je gedachten richten op een klein onderdeel van een ervaring, belemmert volgens mij juist de verwerking ervan. Een groot deel van je lichamelijke gevoelens bemerk je dan niet eens, laat staan dat je ze kan benoemen, verwerken of er over communiceren.

Je gevoel in het hier en nu is echt, maar de vertaling van dat gevoel in woorden kan op allerlei manieren vervormd raken.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.