75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is natuurlijk ook een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen. Als je een onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele ontwikkelingstekorten of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, ver voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je evidence based therapie beter helemaal kan overslaan en zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik ben het niet helemaal met hem eens, en daar kom ik straks even op terug. Ik wil eerst graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

35. Weerspiegeling, projectie en vergeving

Hoe kan therapie genezen 35.

Je gedachten doorbreken door ze om te keren, kan volgens Byron Katie (2002) voor een ommekeer in je leven zorgen en een enorme bevrijding betekenen. De uiteindelijke ommekeer kan er voor zorgen dat je gaat beseffen dat alles buiten jezelf een weerspiegeling is van je eigen denken.

Jij bent de verhalenverteller, jij projecteert je verhalen, en de wereld is een geprojecteerd beeld van je gedachten. Vergeving is daarbij volgens Byron Katie niets anders dan ontdekken dat wat jij dacht dat er gebeurde, niet gebeurd is.

Ze gaat nog verder en belooft heel veel: als je je realiseert dat elk moment van stress een geschenk is dat je de weg wijst naar je bevrijding, wordt je leven vriendelijk en grenzeloos rijk. Volgens haar is een van de sleutelingrediënten van therapie het loslaten van je eigen negatieve overtuigingen door het omkeren van je gedachten en het besef dat je zelf de enige bent die verantwoordelijk is voor je problemen.

Zelf heeft ze zelfs haar naam omgedraaid. Ze noemt zich Byron Katie in plaats van Katie Byron. Ik moet er overigens niet aan denken dat ik mezelf Johnston Blanchefleur zou noemen. Dat zou ik toch wat onpersoonlijk en afstandelijk vinden, maar vanuit haar standpunt gezien vind ik het wel heel goed gevonden en zeer consequent.

Byron Katie geeft veel voorbeelden hoe ze cliënten geholpen heeft met haar methode. Ze gaat aan de slag met cliënten die zeer moeilijke gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals seksueel misbruik, geweld, de dood van dierbaren, ernstige ziekten en handicaps. Ze gaat daarbij pijnlijke of moeilijke vragen en antwoorden niet uit de weg. Dat vind ik heel dapper van haar.


Eerlijke antwoorden, die niet pijnlijk zijn?

Ze geeft ook duidelijke antwoorden op kritische vragen die mensen gesteld hebben op haar methode. Iemand stelde bijvoorbeeld de vraag: Is het waar dat ik niemand anders pijn kan doen? In haar antwoord gaf Byron aan dat het voor haar inderdaad onmogelijk is om een ander pijn te doen. De enige die ze kwaad kan doen, is zichzelf. Zij zal voortdurend naar waarheid antwoord geven, en vertellen wat ze werkelijk ziet, ook als dit geen leuk antwoord betreft. Hoe je met haar antwoord omgaat, bepaalt of jij je er zelf kwaad mee doet of helpt.

Een waarachtig antwoord kan alleen maar pijnlijk zijn als de ander dat als pijnlijk opvat. Zij geeft eerlijke, maar geen pijnlijke antwoorden. Nee, jij vat het op als pijnlijk of hard. Dat is niet haar aandeel, maar je eigen aandeel. Je zorgt voor je eigen pijn. Elke opmerking kun je op je zelf gaan betrekken en als persoonlijke aanval opvatten, of je kunt er je voordeel mee doen, zegt zij.

In de praktijk valt dat echter niet mee om zo te denken. Ik zou op zichzelf wel graag vaker echt eerlijk willen zijn of zo eerlijk mogelijk, maar ik wil ook graag rekening houden en empathisch zijn naar de ontvanger van mijn woorden (zie Kohut, 1984, blog 3 en 4 over empathie). Ik slik zelf wat dat betreft redelijk vaak mijn boodschap in omdat ik bang ben dat het verkeerd zal worden opgevat. Eerlijk zijn en rekening houden met de gevoeligheden van een ander lijken soms haaks op elkaar te staan.

Ik zou heel graag willen dat de ontvangers van mijn boodschap hun eigen pijnpunten zouden kunnen herkennen waarmee ze mijn woorden interpreteren. Ik zou graag het gebied tussen hoe ik iets zeg en hoe iemand anders dat oppakt tot niemandsland willen verklaren. Nu is dat nog te vaak een oorlogsgebied van aanval en verdediging. Van Byron Katie kan ik nog beter leren om niet bang te zijn voor de reactie van de ander omdat die heel vaak niet tegen mij gericht is, maar bij die ander hoort.

De gedachtegang van Byron Katie doet me overigens sterk denken aan Seneca en Epicurus. Deze Griekse filosofen gaven ook duidelijke antwoorden op vragen over hoe je het best kon leven, en hoe je het best kon omgaan met geluk, vriendschap, ongeluk, ziekte en doodgaan. Ik las soortgelijke antwoorden op moeilijke vragen bijvoorbeeld in het boekje ‘Het gelukkige leven’ van Seneca dat hij geschreven heeft in 59 na Christus. Het is een gedachtegoed dat bestaat uit mooie, eeuwenoude wijsheden die steeds opnieuw verteld kunnen worden.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

31. Hoe verdwijnen of verminderen pijnklachten?

Hoe kan therapie genezen 31.

Hoe precies kan psychotherapie er voor zorgen dat fysieke pijnklachten verdwijnen? Die vraag kwam vroeger regelmatig bij me op als cliënten tijdens de begeleiding vaak terloops vertelden dat hun hoofdpijn, rugpijn, maagpijn of nekpijn inmiddels was verdwenen.

Heijligenberg (2010) gaf er een heel inzichtelijk antwoord op. Om pijnklachten te genezen moet volgens Heijligenberg het voornemen dat ten grondslag ligt aan de pijn (zie vorige blog) veranderd worden in een beter, adequater voornemen. Hij ging daarom samen met de cliënt na hoe die had gereageerd op de gebeurtenis en of hij ook anders had kunnen reageren. Iemand die zich bijvoorbeeld had voorgenomen niet meer met partner te praten over iets wat haar dwars zat, kwam er achter dat ze daarmee eigenlijk het contact op slot had gezet. Na het bespreken er van besefte ze dat ze er wel over moest gaan praten.

Heijlingenberg (2010) spreekt van het gouden moment van inzicht. Zulke gouden momenten heeft hij talloze keren mogen meemaken. Cruciaal tijdens de behandeling is dat de cliënt tot inzicht komt dat zijn voornemen niet goed heeft uitgepakt en dat hij op een andere, gezondere manier kan gaan reageren.

‘Op het moment dat zo’n inzicht doorbreekt, kun je aan de uiterlijke fysiek reactie van iemand zien dat er innerlijk iets belangrijks gebeurd is. Er wordt een weldadige ontspanning zichtbaar over het hele lichaam en meestal volgt en diep, lange tevreden zucht.’ De pijn is dan verdwenen. De veranderde innerlijke houding tot de ander leidt tot het verdwijnen van de klachten. De veranderde houding door een innerlijk besef en de daar op volgende ontspanning en berusting zou je hier het sleutelingrediënt kunnen noemen.

Na zo’n moment van zelfinzicht richt de therapie zich verder op het toepassen van dit inzicht in het dagelijks leven, bijvoorbeeld hoe iemand dan op een goede manier met haar partner kan gaan praten. De behandeling kan worden afgesloten als het nieuwe inzicht en gedrag geïntegreerd raken in het leven van de cliënt.

In het kort komt genezing tot stand door het achterhalen van de nare gebeurtenis, het benoemen van het voornemen dat de cliënt maakte door de nare gebeurtenis, het vervangen van het voornemen door een psychisch gezonder voornemen, en het oefenen van gezonder gedrag in de praktijk.

Ook bij andere therapeuten ben ik trouwens een duidelijk verband tegengekomen tussen fysieke pijn en herinneringen aan een nare of traumatische gebeurtenis. Shapiro (2004) vertelt bijvoorbeeld over een man die al jaren last had schouder- en rugpijn die zich plotseling herinnerde hoe de pijn ontstaan was. Door het behandelen van de traumatische herinnering verdwenen ook de schouder- en rugpijn volledig.

Shapiro ken je misschien van de EMDR-behandeling van trauma’s. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Op die therapie zal ik later zeker terugkomen.
Pijnplekken verbonden met voornemens

De ideeën van Heijligenberg (2010) gaan nog een stapje verder. Na lange jaren van ervaring ontdekte hij dat niet alleen een voornemen een rol speelde in de pijnklachten, maar dat bepaalde voornemens aan specifieke plekken gekoppeld bleken. Hij kwam op dit spoor omdat hij een cliënt had met pijn in haar linkerknie die haar voornemen aan hem vertelde: ze had besloten haar irritaties voortaan in zichzelf op te lossen.

Hij beleefde een soort déjà vu, omdat hij dit voornemen al een paar keer eerder had gehoord. En inderdaad toen hij de andere cliënten met pijn in de linkerknie opzocht in zijn archief, bleek dat zij hetzelfde voornemen hadden gehad. Het bleek geen toeval, maar een patroon. Ook bij 32 andere pijnplekken kon hij bij tenminste drie cliënten eenzelfde voornemen terugvinden.

Uiteindelijk heeft hij bij 115 pijnplekken een voornemen kunnen vinden dat specifiek bij die pijnplek hoort. In zijn boek heeft hij al deze pijnplekken benoemd. Hij heeft volledig beschreven wat het bijbehorende voornemen is. Vervolgens heeft hij ook zijn advies er aan toegevoegd hoe je dit voornemen kunt veranderen.

Ik geef je een voorbeeld zodat je er nog iets meer bij kan voorstellen. Stel je hebt pijn links onder in je rug naast je stuitje. In het boek zoek je die plek op. De plek heeft nummer 82. Vervolgens kijk je bij 82 wat het betekent en wat je kunt doen. Daar vind je een beschrijving van het voornemen die bij die pijnplek hoort en een advies. Een stukje daarvan geef ik hier weer:

Pijn circa 10 cm links van het stuitje (82). Gedrag of Innerlijke houding: je bent tot de conclusie gekomen dat de ander niet geïnteresseerd is in de diepere wensen en verlangens die jij hebt. Je voelt dit als een gemis in jullie contact. Je neemt je voor om daar niet meer met de ander over te praten.

Advies: Als je dit voornemen uitvoert dan zal jullie contact een meer afstandelijk karakter krijgen. Je doet er goed aan om de ander te vragen hoe het komt dat hij of zij geen interesse heeft in jouwe diepere wensen en verlangens. Als blijkt dat de ander die interesse niet wil of kan opbrengen, dan doe je er goed aan om hem of haar te zeggen dat jij dit in jullie contact als een gemis ervaart.

Op deze manier geeft Heijligenberg bij elke pijnplek een beschrijving van het voornemen en een advies wat je zou kunnen doen. Hij waarschuwt daarbij wel dat je een ervaren therapeut moet zijn met veel kennis van pijnklachten om deze methode op een goede manier te kunnen gebruiken.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur

Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming                 anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

 

30. Begrijp je pijn, het genezen van onverklaarbare pijnklachten

Hoe kan therapie genezen 30.

Peter Heijligenberg schreef het boek ‘Begrijp je pijn, een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarde lichaamspijnen’ (2010). Hij geeft daarin een hele speciale kijk op hoe therapie kan genezen. Ik zie het als een specifieke en bijzondere vorm van de cognitieve therapie van Beck (1995, zie vorige blog). Misschien zal je sommige pijnklachten zoals vage rugpijn, buikpijn of schouderpijn beter gaan begrijpen, als je gelezen hebt hoe Heijligenberg er tegen aankijkt.

Het verband tussen cognitieve therapie en lichamelijke pijnklachten ligt niet onmiddellijk voor de hand. Tijdens zijn werk als psychotherapeut merkte Heijligenberg dit verband echter regelmatig op. Hij ontdekte dat lichamelijke reacties en pijnklachten in je lichaam het gevolg kunnen zijn van een oordeel of gedachte over een specifieke, moeilijke of nare gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Dat oordeel heeft te maken met jezelf in relatie tot de ander. Een nare gebeurtenis heeft namelijk heel vaak te maken met iets dat er fout ging in het contact tussen de cliënt en iemand anders die belangrijk is voor die cliënt.

Het gaat om gebeurtenissen waarbij de cliënt emotioneel geraakt is, maar dat niet heeft beseft. Dit kan van alles zijn zoals een conflict, onrecht, verwijten, of iets waar hij zich voor schaamde of als vernederend heeft ervaren. Graag vertel ik je hoe hij tot zijn ideeën kwam.

Bel me, al is het midden in de nacht

Peter Heijligenberg behandelde in zijn praktijk veel mensen met pijnklachten. Na een aantal jaren met deze cliënten te werken, merkte hij dat de pijnklachten heel vaak te maken hadden met een nare gebeurtenis die had plaatsgevonden ongeveer een dag voordat de pijnklachten waren opgetreden.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie wist hij dat gedachten grote invloed hebben op gevoelens en het gedrag van mensen. Daarom vroeg hij steeds vaker aan cliënten wat er precies door hen heen was gegaan op het moment dat de pijn was ontstaan.

Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij vroeg of cliënten hem wilde bellen zodra de pijn toenam, al was het midden in de nacht. Zo ging hij samen op zoek met de cliënt naar het moment of de nare gebeurtenis waarop de pijn voor het eerst gevoeld werd. Veel cliënten konden zich dat nog heel goed herinneren.

Ook liet hij cliënten een dagboekje bijhouden waarin ze schreven wanneer de pijn toenam of wat er dan door hen heenging. Daarmee bouwde hij een schat aan ervaring op over hoe pijnklachten bij allerlei cliënten ontstonden.

Als psychotherapeut was hij zich sterk bewust dat het niet de nare gebeurtenis zelf is die nare gevoelens of pijn oproept, maar de interpretatie of gedachten over de gebeurtenis. Hij merkte tijdens de gesprekken dat die gedachten vooral bestonden uit voornemens om te zorgen dat iemand niet nog een keer zoiets ergs zou meemaken. Dit voornemen bleek echter vaak eerder blokkerend en minder psychisch gezond dan nodig. Hij ontwikkelde daarop een manier om de pijnklachten te verminderen via de behandeling van de nare ervaring en het voornemen dat er aan gekoppeld werd.

Inmiddels is Heijligenberg geen praktiserend therapeut meer. Gelukkig heeft hij zijn methode heel precies beschreven zodat zijn kennis niet verloren is gegaan. Ik zal er nog iets meer van toelichten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.