64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

Advertenties

62. Overleving in plaats van verwerking bij trauma?

Hoe kan therapie genezen 62.

Er zijn heel wat verschillende methoden ontwikkeld om trauma’s te verwerken, zoals ik al eerder liet zien (zie bv blog 47 en 51). Veel van deze therapieën berusten volgens Ruppert (2012) echter eerder op overlevingstechnieken dan op verwerking van het trauma. Hij noemt daarbij technieken als ademhalingsoefeningen, imaginatietechnieken en NLP.

Ook het gebruik van reguliere medicatie of homeopathische middelen rekent hij onder overlevingstechnieken, c.q. symptoombestrijding. En ik denk dat slaap en genoeg rust nemen zoals Merckelbach (blog 56) adviseerde daar ook onder valt. Deze technieken kunnen zeker helpen om traumagevoelens tijdelijk in toom te houden of te stabiliseren. Je kunt je echter sterk afvragen of daarbij sprake is van diepere verwerking.

Ruppert denkt van niet. Hij ziet het ervaren van desillusie en het ontwikkelen van een reëel contact met zichzelf als een noodzakelijke voorwaarde voor echte verwerking. Alleen gezonde delen van de psyche die contact maken met de realiteit en geen illusies meer koesteren, kunnen hulpbronnen zijn om een trauma te verwerken. Overlevingsstrategieën vormen daarbij juist een belemmering.

Ook rituelen om het trauma kwijt te raken of verzoening met de dader ziet Ruppert niet als noodzakelijk voor het verwerken. Het gaat vooral om het weer in contact komen met jezelf en de eigen hulpeloosheid en zwakte te herkennen en toe te laten. Vandaar uit kan je meer constructieve relaties aangaan met anderen en stoppen om het weerkerende patroon van afwijzing te herhalen.

Bij andere therapeuten zoals Horney (1991) en Malan (1983) kwam ik hetzelfde tegen, namelijk dat het kunnen accepteren van de tekortkomingen en falen van anderen en het doorzien van de illusie van een ideale wereld de overgang betekent naar psychische gezondheid.

Eerder besprak ik dat er bij bevrijdende, gouden momenten in de therapie (blog 37) een verandering van innerlijke houding ontstaat: er komt een proces op gang door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen, waarna het loslaten van angst of boosheid volgt en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Die innerlijke verandering waarbij echte verwerking van iets pijnlijks optreedt, zou ik nu preciezer beschrijven als het kunnen doorzien van het eigen onvermogen en het loslaten van verwachtingen van hoe iets had horen te gaan.

Overlevingsmechanismen en gevoeligheid voor suggesties

Een innerlijke verandering van houding kan niet ontstaan zolang iemand zijn pijnlijkste gevoelens van onvermogen op allerlei manieren uit de weggaat. Dit is echter geen bewuste keuze maar een manier van overleven die iemand uit noodzaak heeft aangeleerd.

Ruppert (2012) heeft overtuigend geschreven over de gevaren van het afsplitsen van psychische functies en dissociatie bij gevoelige kinderen. Hij merkte dat bepaalde mensen delen van hun psyche makkelijk kunnen uitzetten of afsluiten. Zijn idee is dat ze dit al vroeg geleerd hebben in het gezin van herkomst. Ze hebben een overlevingsmechanisme ontwikkeld waarbij het veiliger was om te doen wat anderen zeiden uit gevaar voor afwijzing, uitsluiting of verlies van liefde. Het was veiliger om hun angsten niet te tonen, hun onvermogen te verbloemen en te doen alsof alles goed ging.

Cliënten die gevoelig zijn voor suggestie zitten mogelijk nog steeds vast in dat overlevingsmechanisme. Ze hebben zich emotioneel weinig kunnen ontwikkelen uit angst voor uitsluiting en afwijzing. Vanuit dezelfde angst voor afwijzing doen ze dan ook heel graag wat een arts of therapeut hen adviseert.

Ze nemen soms alles aan en over van de therapeut, proberen alles uit wat de therapeut zegt en zijn bijna slaafs gehoorzaam in de hoop dat ze van hun klachten af kunnen komen. Als therapeut merk je dat je bij deze cliënten soms zeer omzichtig te werk moet gaan en het gevoel kan krijgen dat er maar erg weinig beklijft.

Uiteindelijk doen ze niet wat goed is voor hen zelf, maar wat goed is voor de therapeut. Vaak werkt dit ook even en zijn ze tijdelijk van hun klachten af. Pas als de onderliggende onveiligheid kan worden benaderd, kan een cliënt steeds vaker doen wat goed is voor hem zelf, en suggesties en adviezen van anderen op hun waarde beoordelen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

33. Haast om emotionele problemen te begrijpen

Hoe kan therapie genezen 33.

Hoe mooi ik de therapie van Heijligenberg (2010) ook vind, ik kan toch niet helemaal volgen hoe specifieke pijnplekken in mijn lichaam gekoppeld kunnen zijn aan zaken die ik me heb voorgenomen (zie blog 31). Hoe zou dat toch mogelijk zijn? Ik zou het graag begrijpen en ik heb ook haast om het te begrijpen.

Ik heb zelfs een enorme haast en onrust is mij. Haast ook om te begrijpen hoe we mensen met emotionele problemen nog veel beter zouden kunnen helpen. Hoe meer we er van weten hoe beter. Ik wenste dat we als therapeuten al zover waren dat we iedereen konden helpen, en liefst ook konden genezen.

Vroeger nam ik soms een stap terug en ging op de maan staan. Mijn moeder raadde me dat aan als ik problemen te groot zag. Vanaf de maan lijkt alles klein. We lijken een zandkorrel of een zoutkristal, en niets lijkt meer belangrijk genoeg. Het gaf me een welkome adempauze om te beseffen hoe klein ik was. Daarna zag ik dingen weer in proportie en hoefde ik geen actie te ondernemen. Zo belangrijk was het niet wat ik wilde.

Ik denk er nu iets anders over. Mensen en problemen zijn klein en onbelangrijk vanaf de maan, maar vanuit dat onpersoonlijke perspectief verliest bijna alles zijn betekenis. Van dichtbij kunnen problemen groot en overweldigend aanvoelen en dan is het fijn als er iemand is, een therapeut, die je door een zee van warrige gevoelens kan loodsen naar een veiligere plek en je leert hoe je dergelijke emoties kunt hanteren of verdragen. Daarin voel ik me soms erg klein vergeleken de grote, ervaren therapeuten zoals Malan, Kohut, Horney en Beck (zie eerdere blogs).

Ik wil soms helemaal niet beseffen hoe klein ik ben vergeleken deze therapeuten om andere mensen te helpen om te veranderen. Ik heb nog teveel eigengereide gedachten en ideale wensen en heb soms moeite om uit mijn eigen denkwereld te stappen. Toch hoop ik dat ik ondanks mijn eigen persoonlijke, soms vreemde gedachtekronkels, iets wezenlijks kan bijdragen aan het welzijn van anderen. Daarom ga ik ook verder met mijn verhaal over hoe therapie kan genezen. Als je me tot hier gevolgd hebt, zal je het vervolg van mijn verhaal ook vast boeiend vinden.


Van onbewuste, verborgen patronen naar meer toegankelijke problemen

Tot nu toe heb ik het al vaak gehad over verborgen gevoelens, onderdrukte emoties, wegstopte wensen en verdedigingsmechanismen. Vanwege allerlei mechanismen die gevoelens verbergen of onderdrukken zijn veel psychische klachten vaak niet direct toegankelijk in de therapie. Vaak zal een psychodynamische psychotherapie of psychoanalytische psychotherapie nodig zijn om de complexe, onbewuste patronen in de omgang met anderen te leren doorbreken.

Er zijn echter ook genoeg psychische problemen die wel direct toegankelijk zijn voor therapie. De cognitieve therapie (Beck, 1995) gaat bijvoorbeeld tamelijk direct te werk en doet bovendien een hele goede poging om automatische, vaak onbewuste gedachten toch boven tafel te krijgen. Dat lukt soms wel, soms niet goed genoeg.

De therapie van Heijligenberg (2010) vind ik een geweldige vondst als het gaat om het benaderen van op zich moeilijke toegankelijke klachten. Mooi zoals daar via onverklaarbare pijnklachten toegang gezocht wordt tot innerlijke overtuigingen die onbewust een gezond psychisch functioneren in de weg staan.

Een wat eenvoudiger verhaal is het als het gaat om problemen waarvan iemand zich wel goed bewust is, of bijvoorbeeld als het gaat om psychische problemen door gebeurtenissen die iemand zich goed kan herinneren. Mensen worstelen met allerlei gebeurtenissen die aanleiding zijn voor allerlei bewuste emoties zoals woede, verdriet, teleurstelling of angst. Voor dat soort problemen is er een scala aan therapieën die soms heel effectief kunnen werken.

Sommige therapeuten ontwikkelden speciale technieken om bepaalde emoties te leren hanteren. Byron Katie (2002) ontwikkelde bijvoorbeeld een praktische methode om beter te leren omgaan met situaties waardoor je je erg boos of machteloos voelt vanwege een onrechtvaardigheid, oneerlijkheid, of onredelijkheid. Daar wil ik mee verder gaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

 

 

13. Malan: de therapeut mogen afwijzen

Hoe kan therapie genezen 13.

Nu je van me hebt gehoord hoe Kohut, Horney en Freud (zie vorige blogs) er over denken hoe ze cliënten kunnen genezen, wil ik je graag laten kennismaken met een volgende bijzondere therapeut, David Malan. Hij heeft op een prachtige manier uitgewerkt hoe therapie kan genezen.

Ik kan je vertellen dat ik het boek van Malan (1983) ‘Individuele psychotherapie’ zeker negen keer heb gelezen. Laag voor laag voor laag dringt hij steeds dieper door in de betekenis van symptomen voor een cliënt. Het maakte enorme indruk op me hoe het hem lukte om steeds een nieuwe, diepere verklaring te geven van hetzelfde gedrag dat iemand vertoonde. 

Veel cliënten hebben klachten of problemen omdat ze in hun jeugd zorg en aandacht tekort zijn gekomen. Malan gaat er vanuit dat ze vervolgens een mechanisme hebben ontwikkeld dat er voor zorgt dat ze hulp en steun niet meer willen, of nog steeds niet kunnen aannemen. De tekort gekomen zorg zal niet meer kunnen worden goedgemaakt, maar toch is therapie zinvol om het patroon van gebrek aan hulpbronnen te doorbreken.

Door het patroon dat cliënten vroeger hebben geleerd, blijven ze nog steeds tekort komen, terwijl er eigenlijk wel hulp beschikbaar is. Door de herinneringen van vroeger waarin iemand niet kon vertrouwen op hulp, maakt de cliënt eigenlijk de relaties met anderen kapot van wie die anders wel hulp zou kunnen ontvangen. Malan noemt dit een soort zelfvernietigend mechanisme, dat aan de oppervlakte kan worden gebracht en doorgewerkt om uiteindelijk geneutraliseerd en omgekeerd te worden.

Verdediging en angst voor verborgen gevoel
Om grip te krijgen op deze emotionele problemen gaat Malan (1983) uit van een driehoek van Verdediging, Angst en een Verborgen gevoel. Dat wil zeggen dat je diep in je een gevoel hebt waarvan je niet wil dat anderen er achter komen. Dit verborgen gevoel is vaak een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. De cliënt is bang voor dat grote, enorme gevoel. Ook wil de cliënt liever de angst daarover niet voelen, en doet dat door zich tegen deze angst op allerlei manieren te verdedigen.

Dit verborgen gevoel heeft meestal te maken met vroegere gevoelens van tekortkoming van een of beide ouders. Dit blokkeert de relatie met belangrijke anderen mensen. Die relatie met belangrijke anderen beschrijft hij met behulp van een tweede driehoek van relaties. Dit is de driehoek van relaties van de cliënt met Anderen, de Therapeut en de Ouders.

De nare of akelige gevoelens die de cliënt heeft ten opzichte van anderen zijn ontstaan in de kindertijd. Ze weerspiegelen zich ook in de huidige relatie met de therapeut. Het doel van de therapie is dan om ‘onder de verdediging en de angst te rijken naar het verborgen gevoel via de relatie met de therapeut’. De cliënt kan zo via zijn relatie met de therapeut die heftige verborgen gevoelens leren openleggen en alsnog leren doorwerken.

Slagen door te falen
Malan (1983) schets de zware rol van de therapeut daarbij. De functie van de therapeut is eigenlijk om niet te slagen, maar te falen. Het zo nu en dan falen van de therapeut zorgt er namelijk voor dat een cliënt zeer pijnlijke gevoelens aangaat en doorwerkt, en uiteindelijk een reëel, berustend gevoel van tevredenheid kan ontwikkelen.

Daarmee wordt er een ‘correctieve emotionele ervaring’ geboden zoals een andere psychoanalyticus, Winnicott, dat ooit zo mooi benoemde. Deze correctieve emotionele ervaring, die de therapeut biedt, of in andere woorden het doorwerken van allerlei pijnlijke gevoelens uit het verleden en een erop volgend reëel en berustend gevoel, is een van de sleutelingrediënten van zijn therapie.

De therapeut moet daarvoor ten eerste symbolische zorg geven, wat hij doet door te luisteren en te proberen de cliënt te begrijpen. Daarna moet hij falen om genoeg te geven. Dit laatste is eigenlijk vrij makkelijk omdat een therapeut nooit meer kan geven dan inherent is aan de therapeutische situatie.

De therapeut moet vervolgens accepteren dat de cliënt boos wordt en de therapeut zal afwijzen en dit toestaan en begrijpen. Daarna moet hij alle woede en destructiviteit die op hem gericht worden vanwege het gevoel van verwaarlozing dat hij oproept, toestaan, blootleggen en accepteren. Wanneer dit goed gaat, kan een cliënt opnieuw leren vertrouwen, en kan daarna een onverwachte en dramatische verbetering plaatsvinden.

Hoe zo’n dramatische wending kan gebeuren, heeft Malan ook fraai uiteengezet (volgende blog).

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

N.B. Per 1 juli 2015 is het e-boek ‘Hoe kan therapie genezen’ verschenen.
ISBN 978-90-822810-0-2.
Hierin staan alle blogs in een makkelijk leesbare volgorde, en wordt er uiteindelijk een eerlijk en persoonlijk antwoord gegeven op hoe therapie kan genezen. Bestel: Hoe kan therapie genezen.

Tip: doe de zelfbeeldtest om te kijken hoe je er zelf op dit moment voorstaat en therapie je misschien verder kan helpen.