75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

74. Gevoeligheid voor psychose en veilig contact

Hoe kan therapie genezen 74.

Cliënten met een gevoeligheid voor psychose kunnen vaak moeilijk duidelijk maken wat er precies aan de hand is. Ze raken op zichzelf teruggetrokken en gaan contacten vaak liever uit de weg. Ze houden soms slechts een enkele vertrouweling over. Door eenzaamheid en het verbreken van die communicatielijn, de laatste strohalm, kan een tot dan toe verborgen waan plots veranderen in een acute psychotische stoornis (Leader, 2012).

Als psychotische cliënten een ontvanger hebben, iemand die luistert, kunnen ze volgens Leader beginnen met schrijven of creëren van hun geschiedenis, omdat ze zich op iets of iemand kunnen richten. Een therapeut kan proberen te vertellen dat de waan niet klopt, maar hij kan ook gewoon, en beter, getuige zijn van het verhaal. Dit verhaal vertelt zichzelf en is de levensader naar buiten. Het verhaal, hoe vreemd ook, betekent voor de cliënt een hersteloperatie om de waarde van zijn ik te bevestigen, en gezien en gehoord te worden.

Als dit lijntje naar buiten wordt doorbroken, kan de waan overgaan in een psychose waarbij alle contact met de realiteit verloren gaat. In het geval van een crisis moet de therapeut daarom bereikbaar zijn en zijn ontvangersfunctie openstellen. Daarmee kan een echte psychose volgens Leader voorkomen worden.


Begrenzing door ritme en onderbrekingen van sessies

Het luisteren naar en ontvangen van de vreemde, eigenaardige of onwaarschijnlijke verhalen is een belangrijke taak bij cliënten met ernstige psychische problematiek. Dat is echter niet het belangrijkste in de therapie volgens Leader (2012). De inhoud van een therapiesessie is vaak uiteindelijk minder belangrijk dan de begrenzing van de therapie door het ritme, de planning, de duur van de sessie, de afsluiting en de voorkomende onderbrekingen.

Het willen vergroten van inzicht, interpretatie of bespreken van andere inhoudelijke thema’s werken zelfs vaak averechts. Overweldigende psychotische verschijnselen hebben iets hardnekkigs wat ze des te onverdraaglijker maakt. Cliënten met zulke ervaringen hebben mogelijk de neiging om veel gevoelens voortaan uit de weg te gaan uit angst voor nieuwe onverdraaglijk gevoelens.

Het wennen aan de begrensde aandacht en afsluiting van sessie kan keer op keer heftige gevoelens oproepen die daaraan refereren. Leader veronderstelt dat het basisritme van aan- en afwezigheid, een soort seriële negativiteit veroorzaakt. Hierdoor kan een cliënt geleidelijk wennen aan de heftige gevoelens die gepaard gaan met het onderbreken van een verder stabiel, veilig en voedend contact.

Dit proces kan overigens ook slopend zijn voor de therapeut (Leader, 2012). Perioden van vooruitgang worden afgewisseld met periode van pijn en terugtrekking alsof alle opgebouwde intimiteit slechts een voorbode was van afwijzing. Te grote intimiteit is vaak ondraaglijk.

Juist als het goed gaat, kan een cliënt denken dat de therapeut hem toch zal laten vallen. Kleine veranderingen zoals een droge keel of verandering van stem of houding kunnen als teken van afwijzing worden opgevat, vakanties of uitval van een sessie door omstandigheden als bewijs dat de cliënt in de steek wordt gelaten.


Vuistregels voor het omgaan met gevoeligheid voor psychose

Er zijn meer mensen dan je denkt die last hebben van wanen en psychose. Het kan best zijn dat je iemand in de familie of vriendenkring hebt die deze gevoeligheid kent, maar het goed verborgen heeft weten te houden. Ik vind het belangrijk om kort aan te geven hoe familieleden of vrienden om kunnen gaan met iemand met een dergelijke gevoeligheid. Het taboe op dit soort ernstige psychische klachten moet doorbroken worden.

Margreet de Pater (2012), een betrokken Nederlandse psychiater geeft in haar boek ‘De eenzaamheid van de psychose’ concrete vuistregels voor het omgaan met cliënten met gevoeligheid voor psychosen of schizofrenie.

Ze geeft goede tips voor familieleden om met rand psychotische klachten van cliënten om te gaan: Geef steun zonder te discussiëren. Kom niet met oplossingen of adviezen hoe het zou moeten. Geef grenzen aan op een duidelijke, vriendelijke manier. Wees zo eerlijk mogelijk in het contact wat er wel en wat er niet kan of haalbaar is. Een cliënt wil graag gewoon contact, maar heeft ook heel veel rust nodig om bij te komen. Eigenlijk zegt de cliënt steeds ook zelf wat er nodig is.

Soms kost dit echter zoveel van het empathisch vermogen van de omgeving dat die er aan onder doorgaan en een opname het beste is. Deze cliënten hebben vaak een heel team van deskundigen nodig om hun leven vanaf de grond opnieuw op te bouwen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

44. Emotionele groei door cliëntgerichte therapie

Hoe kan therapie genezen 44.

Carl Rogers (1902-1987) staat bekend om zijn cliëntgerichte therapie. Het wordt ook wel Rogeriaanse therapie of client centered therapie genoemd. Ik maakte al lang geleden kennis met zijn therapie tijdens mijn studie psychologie. Het kwam me over als een warme, empathische en gevoelsrijke therapiemethode.

Tegelijkertijd vond ik het moeilijker dan de praktische en concrete therapieën zoals cognitieve therapie en gedragstherapie. Ik had er ook op de een of andere manier moeite mee, maar ik begreep toen niet goed waarom. Nu kijk ik daar anders tegen aan.

In het boek van Ryckman (1985), Theories of Personality, wordt de therapie van Rogers kort en helder uiteengezet. Volgens Rogers begint en eindigt therapie met de subjectieve ervaringen van de cliënt. De innerlijke werkelijkheid, en niet de externe, objectieve werkelijkheid speelt de sleutelrol in het bepalen van iemands gedrag. Dat vind ik wel bijzonder omdat het zo’n heel ander uitgangspunt is dan bij de cognitieve therapie of gedragstherapie.

Psychotherapie kan je volgens Rogers zien als het proces ‘to become person’. Als therapeut kun je helpen door het aanvaarden van de volledige innerlijke wereld van de cliënt, die eigenlijk heel goed weet wat er met hem aan de hand is. Ofwel je kunt iemand helpen om een emotioneel volwassen en echt eigen persoon te worden.

De cliënt centered therapeut heeft geen vaste theoretische richting, en legt niets op. De therapeut biedt een veilige relatie met een onvoorwaardelijke, positieve acceptatie van de cliënt. Door voortdurend en empathisch stil te staan bij reacties die cliënten ervaren, kunnen ze tot inzichten komen, eigen verborgen emoties ontdekken en de eigen gezonde kern opnieuw tot uitdrukking leren brengen.

De therapeut geeft als ware de juiste, meest geschikte omstandigheden voor de persoonlijke groei van de cliënt. Je kunt je voorstellen dat deze therapie vaak tamelijk lang kan duren.

Innerlijke krachtbron voor emotionele groei

Rogers gaat er daarbij vanuit dat er een natuurlijke, innerlijke motivatie en krachtbron bestaat die er voor zorgt dat we onszelf kunnen handhaven en verder kunnen ontwikkelen tot waardevolle, rijpe volwassen personen. Hij veronderstelde daarbij dat de mensen van nature goed zijn, maar geblokkeerd kunnen zijn in hun ontwikkeling, waardoor ze misstappen begaan en verkeerde keuzes maken.

Nu weet ik ook waarom ik me vroeger niet zo thuis voelde bij deze stroming. Ik vond het moeilijk te rijmen met mijn ervaringen dat mensen niet alleen positieve, innerlijke krachten hebben, maar wel degelijk ook negatieve, destructieve, innerlijke krachten. Mijn interesse in Freud en de psychoanalyse werd juist gevoed door mijn ervaringen met de immens gevaarlijke, destructieve krachten die emoties kunnen hebben.

De ideeën van Rogers gingen me een stapje te ver de andere kant op. Ik heb dan ook lange tijd te weinig oog gehad voor deze therapie. Straks zal ik je wat vertellen over Miller (2004) en zijn zienswijze dat de cliënt de held is van zijn eigen leven. Door Miller heeft de cliëntgerichte therapie veel meer mijn waardering gekregen.

Eerst ga ik echter verder met enkele andere veelbelovende therapieën die psychische klachten kunnen genezen of verminderen. Een therapie die momenteel veel belangstelling krijgt, is gebaseerd op acceptatie en betrokkenheid, de Acceptance en Commitment Therapie, of ACT van Hayes en Smith (2006). Die therapie vraagt je om je moeilijkheden en pijn te accepteren en aan te gaan. Ik vertel je graag hoe zij voor zich zien hoe je dat kan doen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ryckman, R.M. (1985). Theories of Personality. Belmont: Wadsworth.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Hayes, S.C. en Smith, S. (2006). Uit je hoofd in je leven. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

42. Sue Johnson: Houd me vast

Hoe kan therapie genezen 42.

Ik benadruk graag hoe belangrijk een voedend contact met andere mensen kan zijn voor de psychische gezondheid. Hulp, steun en intimiteit kunnen dienen als bron van energie en ontspanning. Het is als zuurstof van het psychische leven zoals Kohut (1984) het noemde. Zoals we zuurstof nodig hebben om te ademen, hebben we ook anderen nodig die ons kunnen voeden en energie geven (blog 4).

Toch zijn er niet zoveel therapeuten die dit ook direct als uitgangspunt van hun therapie kiezen. Kohut en Bowlby (1980, blog 19) deden dit wel. Zij maakten duidelijk wat goede relaties en hechting met andere mensen kunnen betekenen. Dat is ook een reden waarom ik nu graag wat vertel over Sue Johnson (2012) en haar relatietherapie. Zij ontwikkelde de methode ‘Houd me vast’. Dit is een methode waarin de rol van empathie, liefde en hechting heel helder naar voren komt.

Met het uitstapje dat ik nu maak, ga ik overigens niet in op de relatietherapie zelf en hoe dat in zijn werk gaat. Het gaat mij steeds om de schat aan ervaring van therapeuten en hun ontdekkingen hoe ze cliënten hebben kunnen helpen. Sue Johnson past daarom heel goed in dit rijtje. Ze heeft heel knap uiteengezet hoe haar therapie kan helpen genezen.

Wat maakt een relatietherapie succesvol?

Sue Johnson vertelt dat ze er lang over gedaan heeft om te begrijpen hoe ze stellen kon helpen om weer tot elkaar te komen. Vanuit haar werk als psychotherapeut had ze al ervaren dat het luisteren naar en het ingaan op sleutelemoties essentieel waren voor verandering in individuele therapie. Toch kwam ze daarmee niet veel verder in relatietherapie. Ze merkte dat ze er op de een of andere manier naast zat.

Ze keek urenlang gefascineerd naar op de band vastgelegde sessies en besloot te blijven kijken totdat ze de dramatische gestrande liefdes die ze daar zag echt zou begrijpen. Uiteindelijk zag ze een duidelijk plaatje. Ze zag relaties waarin de ene partner de aanvallende, verwijtende partij bleek en de andere partij zich steeds meer terugtrok.

Er viel haar iets op aan de partners die zich meer op zichzelf hadden teruggetrokken. Als deze partners in staat waren om hun angst voor verlies en isolement op te biechten, konden ze ook gaan praten over hun verlangen naar genegenheid en verbondenheid. Die openbaring bewoog dan de verwijtende partners om met meer tederheid te reageren, en om hun eigen behoeften en angsten met de ander te delen. Plotseling leek het alsof beide partners naakt, maar sterk van aangezicht tot aangezicht tegenover elkaar stonden.

Ze beschrijft dit als wonderbaarlijke en dramatische momenten. Ze veranderden alles en vormden het begin van een nieuwe positieve spiraal van liefde en verbondenheid. Paren vertelden haar dat dergelijke momenten hun leven veranderd hadden.

Toch gaf dat haar nog niet het gevoel dat ze het helemaal begreep. Ze wilde nog verder kijken en het nog beter begrijpen. Ze zag toen iets waardoor alles op zijn plek viel, en ze de sleutel kreeg tot succesvolle relatietherapie. Daar zal ik nog wat meer over vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1. London: Pimlico.
Johnson, S. (2012). Houd me vast. Zeven gesprekken voor een hechtere en veilige  relatie. Utrecht: Kosmos.
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.