Einde van Hoe kan therapie genezen?

Hoe kan therapie genezen, slot.

Hier stop ik met het publiceren van het verhaal van Blanchefleur Johnston over hoe therapie kan genezen. Het slot van dit verhaal kun je lezen in het boek ‘Hoe kan therapie genezen’ dat nu te koop is als e-boek. Daarin lees je het antwoord op hoe therapie kan genezen.

Mogelijk heb je dit blog gelezen op zoek naar een goede behandeling of persoonlijke groei. Bij mij kan je daarvoor terecht. Met een verwijzing van de huisarts voor een gz-psycholoog (basis GGZ) wordt de behandeling deels of helemaal vergoed. Kijk daarvoor verder op kosten psychologische hulp. Ik help je graag!

Als je mijn blog hebt gewaardeerd, denk ik dat je het slot van dit e-boek misschien ook de moeite waard vindt om te lezen. Ook kun je natuurlijk verder lezen op de website van mijn praktijk: www.psy-image.nl

Of je kunt de Zelfbeeldtest van Psy-Image doen en mijn andere e-boek bestellen: ‘Denk je sterk, een cursus bij de Zelfbeeldtest’. Dit bevat heel veel praktische tips en uitleg om je zelfbeeld te verbeteren en meer grip te krijgen op jezelf.

E-boek Hoe kan therapie genezen:
Specificaties: K.I. de Groot (2015). Hoe kan therapie genezen.
ISBN: 978-90-822810-0-2, 158 pagina’s, pdf 1,3 MB, te lezen op elke computer, ipad of e-reader. Bestellen.

In dit e-boek vind je, naast alle gepubliceerde blogs, het uiteindelijke antwoord van Blanchefleur Johnston op de vraag hoe therapie kan genezen, en ook bijvoorbeeld nog:

Hoeveel therapie heb je nodig om te genezen?
Terug naar het wetenschappelijke bewijs
Een revue van therapeuten
Ideale therapie
Voorkeur voor wezenlijke verandering
Diep en waar besef van eigenheid
Enkele andere verborgen gedachten

Meer informatie over het e-boek op: Psy-Image/Hoe kan therapie genezen

Niet te stuiten optimisme over de kracht van therapie

Het heeft me veel tijd gekost om in relatief eenvoudige woorden te schrijven wat het geheim van therapie inhoudt. Voor mij is het toch wel een huzarenstukje geweest om dit verhaal te voltooien.

Ik ben er mee doorgegaan omdat ik het gevoel had dat ik onderweg zelf steeds iets wijzer werd. Dankzij mijn blog heb ik nog veel beter kunnen begrijpen wanneer en hoe therapie werkt en wanneer niet. Ook bleek ik een niet te stuiten optimisme te hebben over de kracht van therapie.

Ik hoop dat steeds meer mensen gaan begrijpen waarom therapie zo belangrijk is om je verder emotioneel te ontwikkelen, vooral voor diegenen die daar in eerdere fasen van het leven te weinig kans voor hebben gekregen.

Blanchefleur Johnston, Karina de Groot   Karina de Groot

 

77. Jij bent de maat van jouw dingen

Hoe kan therapie genezen 77.

Als onze waarneming en gevoel serieus genomen worden, hoeven we niet te discussiëren hoe we een stoel precies waarnemen. Of de stoel blauwpaars of paarsblauw geverfd is. Het is allebei het geval, en kan naast elkaar bestaan. We hoeven niet te discussiëren of een bank wel of niet lekker zit. Met mijn korte benen zit ik er anders op dan jij met je langere benen.

Mijn lichaam is de maat van mijn dingen, jouw lichaam is de maat van jouw dingen. Ik ben de maat van mijn waarheid, jij bent de maat van jouw waarheid. Laten we niet twisten over welke meetlat echter of beter is. Laten we een bank uitzoeken waarop we allebei lekker kunnen zitten, ongeacht of de maten kloppen.

Mijn verliefdheid zal anders verlopen dan jouw verliefdheid. Ik kan er ziek van worden, diarree van krijgen, misselijk, en pijn in mijn hart. Die diarree is echt, en de rest gebeurt ook echt, ook als dat bij jou zo niet gebeurt. Zodra ik het echter ga benoemen, kun je van mij een interpretatie horen die soms ver van de waarheid verwijderd is. Tijdens het benoemen kan het verwrongen worden door allerlei mechanismen van censuur, zelfbescherming, afweer, afsplitsing, projectie, bewuste verdraaiing en onwetendheid.

Voor mij is het belangrijk om zo helder mogelijk te krijgen dat ervaren gevoelens in het moment zelf echt en waar zijn. Elke therapeut moet er op bedacht zijn dat zijn eigen beleving heel vaak klopt, maar die van de cliënt tegelijkertijd ook, hoe vreemd of onmogelijk dat soms ook toeschijnt.

Zelf moet ik daar steeds weer alert op zijn, omdat het zo eenvoudig en makkelijk is om het te vergeten. Het is belangrijk wat je zelf als therapeut waarneemt, en tegelijkertijd moet je zeer ontvankelijk zijn voor de waarneming, uitleg en interpretatie van de andere partij die het mogelijk anders heeft gevoeld of opgevat.

Waarheid durven toelaten

Als je gevoelens echt zijn waarom raken we dan vaak zo in de war en twijfelen aan onszelf? Twijfel heeft naar mijn idee te maken met het niet goed genoeg kunnen voelen wat er echt gebeurt in een situatie hier en nu.

Als je geen goed contact maakt met de realiteit van dat moment, krijg je de neiging om de situatie te gaan verklaren en te isoleren met je verstand, je verbeelding te gebruiken of af te gaan op de mening en suggesties van anderen. Als je eigen gevoel niet sterk genoeg is, afgesplitst is, of er niet mag zijn, dan ga ja af op wat anderen voelen of denken in plaats van op je eigen gevoel van dat moment.

Je kunt je misschien ook voorstellen wat er gebeurt als iemand jouw gevoel niet serieus neemt en zijn eigen gevoel over de situatie laat overheersen. Als iemands eigen gevoel sterk overheerst, dan heeft die de neiging om de eigen gevoelens en gedachten als het ware op anderen te plakken. Ofwel, hij gaat met zijn eigen gedachten invullen wat goed is voor een ander.

Iemand zal die bank, auto, bloem of therapie kiezen die goed bij hem past en denken dat dat ook het beste is voor de ander. Hij wil graag dat de wereld zoals hij die zelf ervaart, ook voor anderen geldt en probeert anderen ervan te overtuigen. Sommige mensen kunnen die neiging heel sterk hebben. Ze verkondigen erg graag hun eigen waarheid en hebben geen zicht op of belangstelling voor de waarheid van anderen.

Ieder heeft zijn eigen waarheid, maar daarnaast bestaat er ook een gemeenschappelijke waarheid. De waarheid bestaat echt, maar je komt haar alleen te weten als je haar ook wilt leren kennen of wilt toegeven. Gezamenlijke waarheid en betekenis kunnen tot stand komen in de interactie. Het gaat erom je eigen waarheid te mogen voelen en durven zeggen in contact met een ander. Dit geloof ik, zo waarlijk heet ik Candida Albicans Blanchefleur Johnston.

Voorbij afweer en ontkenning terug naar de realiteit

Het contact met de realiteit wordt naar mijn idee gebaseerd op al je zintuigen en gevoelens. Een goed contact met je interne gevoelsleven is de basis voor contact met de realiteit en met andere mensen. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als dit gevoelsleven geblokkeerd is geraakt. Mensen kunnen extreem in de war raken als ze geen contact meer hebben met hun eigen echte gevoelens.

Bij schizofrenie lijkt juist dat het geval, een blokkade van gevoelens en grote problemen met het waarnemen van en contact met de werkelijkheid. De gevoelens zijn geblokkeerd geraakt door afsplitsing, dissociatie en andere overlevingsmechanismen omdat ze door anderen om wat voor reden dan ook niet goed gezien, ontkend of genegeerd werden.

Daarbij volg ik de opvatting van Ruppert (2012) dat er bij schizofrenie sprake is van extreme ontkenningsstrategieën, sterke cognitieve afweer en bijkomende rationalisaties. Juist bij deze psychische problemen is sprake van het uitzetten en wegmaken van allerlei gevoelens waardoor het contact met de realiteit verloren gaat. De werkelijkheid van het eigen gevoel wordt geweld aangedaan uit loyaliteit met de gevoelens van de mensen die het meest dierbaar zijn.

Juist daarom is het zo belangrijk zoals Leader (2012) stelt om de binnenwereld van iemand met schizofrenie of een psychose weer serieus te gaan nemen en hem voorbij alle rationele en cognitieve afweer- of overlevingsstrategieën terug te brengen naar zijn eigen innerlijke echte gevoel van de werkelijkheid in het hier en nu.

Afweer, rationalisaties en overlevingsmechanismen spelen overigens bij iedereen in meer of minder mate een rol. Heel veel mensen gebruiken bovendien hun verbeelding of allerlei bedenksels en redeneringen om in te vullen hoe de wereld van mensen om hen heen er uit ziet. Hoe vaak gebeurt het bijvoorbeeld niet dat je gevoelens van een ander meent te begrijpen terwijl je ze met je eigen verbeelding hebt ingevuld.

Hoe minder verklaringen, rationalisaties en theorieën je gebruikt en hoe meer je luistert naar de gevoelens van jezelf en de ander in het hier en nu, hoe meer je echt te weten komt over anderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

 

71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen.

Als je echter onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele verwerkingsproblemen of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik wil graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

65. Pesso: aan den lijve of lichaamsgerichte psychotherapie

Hoe kan therapie genezen 65.

Pessotherapie wordt in Nederland steeds bekender. Albert Pesso en Diane Pesso-Boyden zijn de Amerikaanse grondleggers van deze lichaamsgerichte vorm van psychotherapie. In Amerika heet het Pesso-Boyden System Psychomotor, ofwel PBSP. In het boek ‘Aan den lijve’ over Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997) wordt het doel van deze psychotherapie mooi omschreven: weer in contact komen met de eigen zielsbewegingen en de eigen levenskracht.

De therapie is niet gericht op het oplossen van problemen, maar het in gang zetten van een proces. Of ook: beter leren voelen en een manier van leven opbouwen die beter strookt met het echte zelf. De methode maakt gebruik van psychoanalytische, gezinstherapeutische en cliëntgerichte uitgangspunten om tot één geïntegreerde behandeling te komen.

In deze therapie worden de gevoelsuitingen in het lichaam gebruikt als toegangspoorten naar de eigen geblokkeerde levensenergie. Deze gevoelsuitingen staan niet op zichzelf, ze hebben bijna altijd te maken met een ander. De ander speelt dan ook een cruciale rol. Blokkeringen zijn het gevolg van niet gezien, niet gehoord, afgewezen, of niet genoeg ontvangen zijn als kind door belangrijke anderen. Deze onvervulde basisbehoeften van een kind liggen aan de basis van de gestagneerde levensenergie, en komen vaak tot uiting in symptomen, waar de cliënt hulp voor zoekt: vermoeidheid, verdriet, lichamelijke klachten of andere psychische problemen.

Er is een natuurlijk principe van tegemoetkoming en wederkerigheid dat zich onvoldoende heeft voltrokken in de jeugd. Dit heeft Pesso accommodatie genoemd. Deze accommodatie vormt het draaipunt van de therapie. Doordat anderen je alsnog tegemoetkomen, met jou accommoderen, wordt het mogelijk om weer in contact te komen met de oorspronkelijke interactieve energie. Verstarde gevoelens en bewegingen kunnen in het lichaam worden gevoeld, geuit en gericht worden op een ander die het nu wel kan ontvangen (Attekum, 1997).

Symbolische vervulling van gemis

Net als Ruppert (2012), die andere mensen opstelt in de ruimte om bepaalde rollen van familieleden uit te drukken, maakt Pessotherapie gebruik van rolfiguren. Pessotherapie wordt gedaan in een groep waarbij de groepsleden rollen op zich nemen om bepaalde scènes en belangrijke personen uit het leven van de cliënt uitdrukken. Dit wordt accommoderen genoemd.

Pessotherapie is daarbij overigens heel down to earth. Het gaat om het in contact komen met vaak heel pijnlijke gevoelens in jezelf, zoals gevoelens van gemis, verlatenheid, eenzaamheid of afwijzing. Het uitdrukken en ontvangen ervan door een ander die accommodeert, geeft de mogelijkheid om deze gevoelens in perspectief te plaatsen. Ook kan er een andere afloop gemaakt en uitgebeeld worden waardoor je basisbehoefte als kind alsnog symbolisch vervuld kan worden.

Door een andere afloop te ervaren zowel in woorden als lijfelijk, kun je een meer positieve en realistische beleving krijgen van jezelf en anderen. Daarmee open je een perspectief op meer bevredigende ervaringen en relaties met anderen.

Ik vind het een heel bijzondere therapie waarbij het lichaam als het ware een stem krijgt en onbewust opgehoopte spanningen gaan vertellen wat er aan de hand is. Voor mij werd nog duidelijker dat nare herinneringen niet alleen in je hersenen zijn opgeslagen maar ook in allerlei vormen van spierspanning in je lichaam.

Ik moet ook denken aan de psychotherapie van Heiligenberg, ‘Begrijp je pijn’ (2010). In die therapie worden lichaamspijnen gezien als signalen van een psychische blokkade (zie blog 30). Rugpijn, nekpijn, kniepijn of schouderpijn kunnen namelijk verbonden zijn met een specifiek besluit dat iemand nam door een moeilijke of traumatische ervaring. Zo’n besluit bestaat vaak uit een voornemen om iets, een bepaald gevoel, nooit meer te willen meemaken. Net als bij Pessotherapie wordt het lichaam als ingang gebruikt om meer te weten te komen over de onbewuste besluiten die je dagelijks leven vormgeven en beperken.

Een ervaringsgerichte therapie vind ik overigens heel wat moeilijker te beschrijven dan een theoretisch sterk gefundeerde therapie zoals de psychoanalyse. Het spijt me dat ik er niet duidelijker over kan zijn. Voelen en lichamelijk ervaren vertaalt zich moeilijk in een overzichtelijke beschrijving. Je zou het moeten meemaken om de bevrijding die het teweeg kan brengen zelf aan de lijve ter ervaren.

Laten we de schat aan ervaringen die psychotherapeuten hebben, koesteren en hopen dat ze hun schatten kunnen opschrijven en overdragen aan anderen. Hier geef ik het woord ook even kort aan Irvin Yalom (2002), die zijn kennis en ervaringen op een bijzondere, heldere toegankelijke manier kan verwoorden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

62. Overleving in plaats van verwerking bij trauma?

Hoe kan therapie genezen 62.

Er zijn heel wat verschillende methoden ontwikkeld om trauma’s te verwerken, zoals ik al eerder liet zien (zie bv blog 47 en 51). Veel van deze therapieën berusten volgens Ruppert (2012) echter eerder op overlevingstechnieken dan op verwerking van het trauma. Hij noemt daarbij technieken als ademhalingsoefeningen, imaginatietechnieken en NLP.

Ook het gebruik van reguliere medicatie of homeopathische middelen rekent hij onder overlevingstechnieken, c.q. symptoombestrijding. En ik denk dat slaap en genoeg rust nemen zoals Merckelbach (blog 56) adviseerde daar ook onder valt. Deze technieken kunnen zeker helpen om traumagevoelens tijdelijk in toom te houden of te stabiliseren. Je kunt je echter sterk afvragen of daarbij sprake is van diepere verwerking.

Ruppert denkt van niet. Hij ziet het ervaren van desillusie en het ontwikkelen van een reëel contact met zichzelf als een noodzakelijke voorwaarde voor echte verwerking. Alleen gezonde delen van de psyche die contact maken met de realiteit en geen illusies meer koesteren, kunnen hulpbronnen zijn om een trauma te verwerken. Overlevingsstrategieën vormen daarbij juist een belemmering.

Ook rituelen om het trauma kwijt te raken of verzoening met de dader ziet Ruppert niet als noodzakelijk voor het verwerken. Het gaat vooral om het weer in contact komen met jezelf en de eigen hulpeloosheid en zwakte te herkennen en toe te laten. Vandaar uit kan je meer constructieve relaties aangaan met anderen en stoppen om het weerkerende patroon van afwijzing te herhalen.

Bij andere therapeuten zoals Horney (1991) en Malan (1983) kwam ik hetzelfde tegen, namelijk dat het kunnen accepteren van de tekortkomingen en falen van anderen en het doorzien van de illusie van een ideale wereld de overgang betekent naar psychische gezondheid.

Eerder besprak ik dat er bij bevrijdende, gouden momenten in de therapie (blog 37) een verandering van innerlijke houding ontstaat: er komt een proces op gang door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen, waarna het loslaten van angst of boosheid volgt en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Die innerlijke verandering waarbij echte verwerking van iets pijnlijks optreedt, zou ik nu preciezer beschrijven als het kunnen doorzien van het eigen onvermogen en het loslaten van verwachtingen van hoe iets had horen te gaan.

Overlevingsmechanismen en gevoeligheid voor suggesties

Een innerlijke verandering van houding kan niet ontstaan zolang iemand zijn pijnlijkste gevoelens van onvermogen op allerlei manieren uit de weggaat. Dit is echter geen bewuste keuze maar een manier van overleven die iemand uit noodzaak heeft aangeleerd.

Ruppert (2012) heeft overtuigend geschreven over de gevaren van het afsplitsen van psychische functies en dissociatie bij gevoelige kinderen. Hij merkte dat bepaalde mensen delen van hun psyche makkelijk kunnen uitzetten of afsluiten. Zijn idee is dat ze dit al vroeg geleerd hebben in het gezin van herkomst. Ze hebben een overlevingsmechanisme ontwikkeld waarbij het veiliger was om te doen wat anderen zeiden uit gevaar voor afwijzing, uitsluiting of verlies van liefde. Het was veiliger om hun angsten niet te tonen, hun onvermogen te verbloemen en te doen alsof alles goed ging.

Cliënten die gevoelig zijn voor suggestie zitten mogelijk nog steeds vast in dat overlevingsmechanisme. Ze hebben zich emotioneel weinig kunnen ontwikkelen uit angst voor uitsluiting en afwijzing. Vanuit dezelfde angst voor afwijzing doen ze dan ook heel graag wat een arts of therapeut hen adviseert.

Ze nemen soms alles aan en over van de therapeut, proberen alles uit wat de therapeut zegt en zijn bijna slaafs gehoorzaam in de hoop dat ze van hun klachten af kunnen komen. Als therapeut merk je dat je bij deze cliënten soms zeer omzichtig te werk moet gaan en het gevoel kan krijgen dat er maar erg weinig beklijft.

Uiteindelijk doen ze niet wat goed is voor hen zelf, maar wat goed is voor de therapeut. Vaak werkt dit ook even en zijn ze tijdelijk van hun klachten af. Pas als de onderliggende onveiligheid kan worden benaderd, kan een cliënt steeds vaker doen wat goed is voor hem zelf, en suggesties en adviezen van anderen op hun waarde beoordelen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

60. Loslaten van illusies om trauma te genezen

Hoe kan therapie genezen 60.

Naast het ontwikkelen van gezonde delen (zie blog 58 en 59), is het volgens Ruppert (2012) noodzakelijk voor genezing dat iemand zijn eigen illusies gaat herkennen en wil opgeven. Dit proces kan veel tijd kosten. Een illusie kun je niet zomaar opgeven. Het wordt vaak juist uit alle macht gehandhaafd.

De realiteit verandert voortdurend, maar een gecreëerde werkelijkheid staat stil. Iemand die een deel van zichzelf heeft afgesplitst om bepaalde gevoelens niet meer te hoeven meemaken, heeft dat stukje van wereld stilgezet. Bovendien zal hij dat stukje ook stil en bevroren willen houden uit angst om de gevoelens die hij daarmee uit de weg gaat, alsnog te gaan ervaren. Iemand kan daarbij allerlei gedachten, gevoelens en herinneringen hebben ontwikkeld die fungeren als een schild tegen wat er zich in werkelijkheid heeft afgespeeld.

Alleen als iemand kan gaan zien en erkennen dat hij door een afsplitsing bepaalde gevoelens buiten de deur houdt en daarom heen een verhaal of schijnwerkelijkheid gemaakt heeft om die afsplitsing in stand te houden, kan er een ingang ontstaan naar gezondere vormen van voelen, denken en ervaren en kan de illusie worden losgelaten.

Ik moet hier denken aan Karen Horney (1991) en het loslaten van het ideale zelfbeeld (zie blog 7 en 8). Een cliënt heeft vaak zijn eigen ideale waarden ontwikkeld die tot nu toe helder, duidelijk, juist en veilig voelden. Het is angstig om onder de ogen te zien dat datgene wat iemand als veilig ervaart juist een belemmering kan zijn voor groei. Illusies, bluf, trots, make-belief en onkwetsbaarheid moeten plaatsmaken voor het aangaan van de werkelijkheid en allerlei moeilijke gevoelens die je vaak liever niet wilt ervaren, zoals gevoelens van eenzaamheid, schaamte, verlies, verdriet of vernedering.

Hoeveel tijd het kost om illusies en trauma’s achter je te laten en hoe vaak je dit moet doen, is moeilijk in te schatten. Bij sommige cliënten gaat het snel, binnen enkele dagen, bij anderen duurt het weken, maanden, soms ook jaren, afhankelijk van het soort trauma en hoe toegankelijk het trauma of de traumatische periode is. Vooral het losmaken van het gezin van herkomst kan soms bijzonder lang duren.

Enorme moed nodig om zich los te maken

Franz Ruppert (2012) heeft vaak in zijn praktijk gezien dat het moeilijk is voor kinderen om zich los te maken van een familie die hun kwaad heeft aangedaan. Ze hebben het vroegere systeem van het gezin verregaand verinnerlijkt. Ze hebben veel strategieën aangeleerd om in een dergelijk familie te overleven. Ze spelen het spel mee en zwijgen erover naar de buitenwereld uit angst om verstoten te worden, voor sociale afwijzing of angst voor moord of zelfmoord van een van de familieleden.

Dit kunnen allemaal reële angsten zijn, want de ouders zijn daadwerkelijk onberekenbaar door hun eigen verleden en traumatisering. Ook doodsangst kan soms dermate groot zijn dat vermijdingsstrategieën zoals dissociatie en afsplitsing van psychische functies bijzonder diep zijn ingeslepen. Dit proces om te gaan zien hoe het eigen gedrag zo sterk beïnvloed werd door interacties in het gezin vergt een enorme moed.

Pas wanneer een cliënte besluit niet meer eenzijdig te investeren in de relatie met de dader, en hem of haar niet meer beschermt, kan het glashelder worden wat ze haar leven te verduren heeft gehad en waaraan ze heeft meegedaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company

46. Meer problemen maar een zinvoller leven

Hoe kan therapie genezen 46.

Acceptance en commitment Therapie of ACT kiest voor een ongewone route als het gaat om hoe therapie kan genezen. Het is heel goed mogelijk dat je juist meer problemen en moeilijkheden in je leven krijgt dan voor de therapie. ACT biedt wat dat betreft een weg waarvan het einde onbekend is. Je nieuwe leven wordt dynamischer, waardevoller maar mogelijk ook moeilijker en angstaanjagender. Hayes en Smith (2006) zeggen tot slot: leven is kiezen. Niet voor wel of geen pijn, maar voor een waardengericht, zinvol leven met inherent pijn en lijden, of niet.

Misschien vraag je je af wat ze bedoelen met bereid zijn om te springen (zie vorige blog) en de pijn en het leed dat daarbij hoort voor lief te nemen? Ik denk dat ze bedoelen dat je uit de vermijdings- en beheersingscyclus moet stappen, je de controle moet leren loslaten en de sprong in het diepe moet wagen. Dat is niet hetzelfde als iemand met hoogtevrees van een hoge duikplank laten springen.

Soms lijkt het wel of ze dat bedoelen, maar dat vermoed ik niet. Ik denk dat ze op een heldere manier mensen willen laten ervaren dat het aangaan van moeilijkheden en lastige, vervelende ervaringen uiteindelijk beter is dan het aan de zijlijn blijven staan en afwachten tot je leven gaat beginnen.

Ik zie het als kiezen om de gevoelens aan te gaan die horen bij het doen van bepaalde nieuwe stappen in je leven. Een ander duwt je niet van de duikplank. Je kunt zelf stap voor stap ervaren hoe het voelt om eerst van een lagere duikplank te springen. Daarna kun je van een steeds hogere duikplank springen waarbij de sprong nu eenmaal gevoelens in je buik zal geven die daarbij horen. Die gevoelens hoef je niets mee, behalve te accepteren dat ze nu eenmaal gebeuren.

De ideeën van Hayes en Smith sluiten aan bij die van andere therapeuten die het aangaan van psychische pijn zien als een belangrijk deel van therapie. Acceptance en commitment therapie geeft wat dat betreft een hele mooie ingang. Je zou het kunnen zien als een therapie die je leert om toekomstige problemen niet meer te vermijden maar aan te gaan en te doorleven.


Demonteren van monsters

Bij deze therapie moet je wel in staat zijn om te beoordelen of te voelen wat je waardevol vindt en welke doelen in je leven belangrijk zijn. Veel cliënten blijken juist daar moeite mee te hebben. Ook lijken ze er vanuit te gaan dat je steeds opnieuw zelf verantwoorde, goede keuzes kunt maken. Verder worden de rol van onbewuste processen in de therapie, de invloed van trauma’s en de relatie met de therapeut buiten beschouwing gelaten.

Met verbazing heb ik af en toe sommige oefeningen gelezen, zoals die van het blikjesmonster (Hayes en Smith, 2006). De confrontatie met een probleem wordt vergeleken met een monster van tien meter hoog dat uit allemaal blikjes, draden en touw bestaat. Het probleem kan worden gedemonteerd in allemaal losse blikjes, en stukjes touw waardoor je de delen van het probleem stuk voor stuk kan gaan aanpakken.

Op zich vind ik het een mooie metafoor, maar wat als er nu dynamiet in sommige van die kleine blikjes zit? Mijn ervaring is dat sommige gebeurtenissen zich als dynamiet in je geheugen hebben vastgezet waardoor er blokkades bestaan die je belemmeren zonder dat je er zelf bewust van bent. Over het aanpakken van dat soort blikjes heb ik bij ACT niets kunnen terugvinden en voor trauma vind ik ACT dan ook geen goede therapie. Andere therapieën vind ik daarvoor beter geschikt. Laten we daar eens naar kijken.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Hayes, S.C. en Smith, S. (2006). Uit je hoofd in je leven. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.