69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen.

Als je echter onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele verwerkingsproblemen of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik wil graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

Advertenties

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

39. Waardoor verdwijnen de klachten bij gedragstherapie?

Hoe kan therapie genezen 39.

Hoe kunnen klachten verdwijnen door te kijken naar iemands gedrag? Cliënten kunnen door de hele concrete analyse van hun klachten erachter komen dat de klachten die ze hebben op de lange termijn erger zijn en onhandiger dan het probleem dat ze ermee vermijden (Orlemans, 1993).

Een cliënte heeft bijvoorbeeld last van duizeligheid gekregen toen ze boodschappen deed. Ze is erg geschrokken van deze duizeligheid en is snel naar huis gegaan. Eenmaal thuis verdwenen de klachten vrij snel. Ze is vervolgens gaan vermijden om te winkelen omdat ze in een winkel nu bang is om duizelig te worden of flauw te vallen. Ze kan merken dat dit op korte termijn natuurlijk goed werkt. Zolang ze niet in de winkel komt, heeft ze geen last van de klachten. Op de lange termijn perkt ze daarmee haar leven echter erg in en wordt ze steeds afhankelijker van anderen.

Ze kan leren dit gedragspatroon met behulp van de therapeut vervolgens te doorbreken. Ze leert dat haar klachten van duizeligheid en flauwvallen op zich geen kwaad kunnen. Ze leert dat het flauwvallen in een winkel misschien wel naar of akelig is, maar dat het uiteindelijke gevolg van het vermijden van deze gevoelens nog veel vervelender is.

Bovendien kan ze gaan merken dat haar angst om flauw te vallen uiteindelijk verdwijnt, omdat datgene waar ze bang voor is helemaal niet zal gebeuren. Feitelijk is ze namelijk niet flauw gevallen in de winkel, ze is er alleen bang voor dat het gaat gebeuren. Als ze naar de winkel gaat en kijkt wat er gebeurt, zal ze merken dat ze niet zomaar flauwvalt.

Dit heet ook wel exposure. Door het blootstellen aan dat waar je bang voor bent, kun je leren dat het iets is dat in je eigen gedachte plaatsvindt, en dat het in het echt uiteindelijk niet gebeurt. Het vermijdende gedrag is dus vaak niet nodig, omdat datgene wat je denkt dat gaat gebeuren, helemaal niet in het echt gaat gebeuren.

Mijn ervaringen is dat dit in sommige gevallen inderdaad werkt. Helaas vaak ook niet omdat er nog heel andere, vaak onbewuste dingen een rol spelen. Je ziet dan een verschuiving van klachten, waarover straks meer.


Cirkel van angst en vermijding
doorbreken

Soms kan het natuurlijk wel gebeuren dat je duizelig wordt en echt flauwvalt. Iemand kan wel eens flauwvallen in het openbaar. Dat kan op zich echter helemaal geen kwaad. Op zo’n moment zakt het bloed uit je hoofd snel in je benen, omdat er een plotselinge vaatverwijding is ontstaan door een hormonale of emotionele schommeling. Je lichaam beschermt onmiddellijk je hersenen en zorgt er voor dat je gaat liggen om weer bloed naar je hersenen te laten stromen.

Omstanders reageren meestal vriendelijk en schieten toe om je bij te staan. Toch kunnen sommige mensen angst blijven houden om flauw te vallen. ook als ze weten dat het geen enkel kwaad kan. Het kan soms een hele zoektocht zijn waarom iemand angst houdt, terwijl hij met zijn verstand heel goed weet dat hij niet bang hoeft te zijn.

Bij sommige mensen heeft het bijvoorbeeld te maken met de indruk die ze bij andere mensen maken als ze flauwvallen. Veel mensen hebben moeite om zichzelf te laten zien op momenten dat ze zich kwetsbaar voelen. Ze zien het als een teken van persoonlijk tekortschieten en schamen zich ervoor. De angst om flauwtevallen heeft dan niet zozeer te maken met de fysiologische reactie of angst voor duizeligheid zelf, maar met angst om te falen of voor zwak aangezien te worden.

Door steeds opnieuw te bespreken wat het verband is tussen de klachten en het vermijdingsgedrag en oplossingen te bieden om anders met dat vermijdingsgedrag om te gaan, kunnen de symptomen verdwijnen. Als een cliënt de cirkel van angst en vermijding kan doorzien, kan ze andere keuzes gaan maken in haar gedrag.

Niet alleen angstklachten maar bijvoorbeeld ook depressieve klachten kunnen met gedragstherapie behandeld worden. Veel voorkomend bij depressie is dat mensen hun sociale leven hebben beperkt, bijvoorbeeld uit teleurstelling over het contact met andere mensen. Door het verminderd aantal contacten en isolatie krijgen ze steeds minder positieve ervaringen en blijven ze in hun eigen negatieve beloningscirkel zitten. Vermijden van contact voorkomt in ieder geval teleurstelling of kritiek.

Typisch voor gedragstherapie is om mensen met een depressie weer te activeren, dat wil zeggen allerlei activiteiten te laten ontplooien waardoor ze weer meer positieve ervaringen en prikkels kunnen opdoen. Dat kan bij bepaalde cliënten voldoende zijn om weer zin en plezier in het leven te krijgen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993).
Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

28. Wezenlijke verandering van overtuiging

Hoe kan therapie genezen 28.

De cruciale vraag in cognitieve therapie, ‘welke gedachte ging er net door je heen’, kan verstrekkende gevolgen hebben als het lukt om de kerngedachten of overtuigingen ook daadwerkelijk boven tafel te krijgen. De meest wezenlijk verandering in de cognitieve therapie is daarbij de constructie van een set geheel nieuwe overtuigingen, of een heel nieuw gedachteschema zoals het ook wel genoemd wordt. Cognitieve therapie wordt daarom ook wel gezien als het herstructureren van gedachten. Deze methode wordt veel gebruikt bij het behandelen van bijvoorbeeld depressieve klachten.

Een ander iets beperkter doel is een herinterpretatie van de overtuigingen, waarbij de overtuiging wel behouden blijft, maar de verstorende kant ervan herkend en gekaderd wordt tot een gedachte die beter werkt. Daarmee wordt een cliënt in staat gesteld om nieuw gedrag aan te gaan en uit te proberen, en zijn eigen leven op orde te krijgen (Beck, 1995).

De woorden cognitief, constructie, herstructureren en gedachtenschema komen wat mij betreft helaas nogal abstract en wat kil over. Als je het woord cognitie opzoekt in het woordenboek is dat het kenvermogen, of het kennen, ook al zo’n afstandelijk woord. Toch gaat het om een wezenlijke verandering waarbij verandering van gevoelens een grote rol spelen.

Je zou kunnen zeggen dat het sleutelingrediënt van cognitieve therapie is, dat er een cognitieve verschuiving of een verandering van paradigma plaatsvindt, waardoor de cliënt op een nieuwe manier tegen anderen en de wereld gaat aankijken. Deze cognitieve verschuiving is niet eenvoudig een andere kijk op de zaak, maar een daadwerkelijk nieuw besef van eigen klachten, mogelijkheden en beperkingen.

Het veranderen van gedachten en ontwikkelen van een ander, reëler perspectief kan soms in korte tijd bereikt worden. Vaak ook duurt het langer. Over de duur van cognitieve therapie zijn de meningen wel verdeeld. Cognitieve therapie staat vooral bekend als een vorm van kortdurende therapie. Ik vind het interessant wat vader een dochter Beck daar zelf over zeggen.

Hoelang duurt cognitieve therapie volgens Beck?
Judith Beck (1995) geeft aan dat cliënten met duidelijk omschreven psychische klachten zoals een angststoornis of depressieve stoornis behandeld kunnen worden in vier tot veertien sessies. De doelen van de therapie zijn dan vrij helder zoals vermindering van symptomen, het faciliteren van herstel van de stoornis, helpen om de belangrijkste problemen van dat moment op te lossen, en vaardigheden of gereedschap aanleren waarmee terugval kan worden voorkomen.

Haar ervaring is ook dat lang niet alle patiënten genoeg verbeteren binnen enkele maanden. Sommige cliënten hebben 1 á 2 jaar therapie nodig om de vaste overtuigingen en gedragspatronen die bijdragen aan hun stoornis te kunnen veranderen.

Aaron Beck waarschuwt ook voor onrealistische verwachtingen van cognitieve therapie. Veel therapeuten die cognitieve gedragstherapie leren, hebben het idee meegekregen zij omnipotent zijn en psychopathologie snel kunnen overwinnen in twaalf sessies of minder (Beck, 1990).

Het zal duidelijk zijn dat complexe, diepgewortelde problemen meer nodig hebben dan vijftien of twintig sessies. Als een therapieproces bij een cliënt langzaam gaat, adviseert Beck om niet te vroeg en voortijdig op te geven, maar ook niet te lang door te gaan met een mogelijk verkeerd gekozen benadering van deze cliënt. Je kunt cognitieve therapie wat dat betreft zien als een efficiënte, intelligente, maar wel beperkte vorm van therapie. Hij geeft daarom ook een aantal aandachtspunten waar je op moet letten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, A.T., Freeman A. and associates (1990). Cognitive Therapy of Personality Disorders. New York: The Guillford Press.
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press