69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen.

Als je echter onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele verwerkingsproblemen of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik wil graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

Advertenties

68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

53. Werkingsmechanisme van EMDR?

Hoe kan therapie genezen 53.

Uit veel verschillend onderzoek blijkt dat EMDR inderdaad een heel effectieve therapie is bij traumaverwerking. Naar het werkingsmechanisme van EMDR wordt volop onderzoek gedaan (Shapiro, 2004). Het werkingsmechanisme is echter nog niet precies bekend.

Onderzoekers vonden dat er door de afleidende oogbewegingen een beroep wordt gedaan op het werkgeheugen. Dit kan gunstig werken omdat de pijnlijkheid van het herbeleven van emoties, dat een belangrijk onderdeel is van de procedure, wordt afgezwakt. De herbeleving is daardoor mogelijk minder heftig dan bij meer directe vormen van traumaverwerking.

Er werd ook gevonden dat oogbewegingen de toegankelijkheid van herinneringen kunnen verbeteren en dat ze automatisch tot lichamelijke ontspanning leiden. Het toelaten van emoties en tegelijkertijd ontspannen kan de verwerking bevorderen. De procedure staat toe dat er op een spontane manier nieuwe inzichten, associaties en emoties opkomen, net als bij de vrije associatie-techniek van Freud. In plaats van de herinnering te bespreken en al pratend door te werken, vindt er volgens Shapiro (2004) daarbij een verwerking plaats op een dieper fysiologisch niveau.

Als je naar de volledige procedure van EMDR kijkt, valt er nog iets anders op. Een belangrijke stap in de procedure richt zich op het formuleren van positieve, functionele cognitieve gedachten die de oude disfunctionele gedachten gaan vervangen. Er is meer nodig dan alleen het herbeleven met behulp van oogbewegingen, namelijk een verandering van innerlijke houding ten opzichte van de gebeurtenis.

Bij EMDR lijkt er door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen een proces op gang te komen, waarna er een spontaan loslaten van angst of boosheid volgt, en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Het lijkt erop dat bepaalde oogbewegingen deze positieve verandering bevorderen of vergemakkelijken. Het werkingsmechanisme of sleutelingrediënt van EMDR zou ik daarom beschrijven als de combinatie van oogbewegingen, spontane nieuwe associaties en een innerlijke verandering ten opzichte van de traumatische gebeurtenis.


Bevorderen van een bevrijdend proces

Het proces van loslaten en uiteindelijk kunnen ontspannen doet me denken aan de bevrijdende, gouden momenten van inzicht bij therapeuten als Heijligenberg (2010), Malan (1983) en Byron Katie (2002) waar ik het eerder over had (zie blog 37 over die bevrijdende, gouden momenten van inzicht).

Bevrijdende momenten zijn die momenten waarop cliënten zich iets realiseren over een trauma of gebeurtenis. Het gaat daarbij om een doorleefd inzicht en besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn.

De echte oorzaak van psychische pijn ligt niet bij de ander. Er heeft niemand schuld. De pijn blijft bestaan vanwege het onbewust herhalen van bepaald vermijdingsgedrag naar aanleiding van een traumatische periode. Het heeft te maken met het vermijden van moeilijke, akelige gevoelens die soms heel moeilijk zijn om aan te gaan of te verdragen.

Ik heb het over bijna niet te verdragen gevoelens van afgewezen, bedrogen, vernederd, beschaamd of in de steek gelaten zijn. Het is haast een natuurlijke reactie om die gevoelens in eerste instantie niet te toe te laten, en ze te vermijden omdat ze als te overweldigend worden ervaren.

Het lastigste probleem bij het vermijden van een trauma of pijnlijke herinneringen is echter dat dit heel vaak onbewust gebeurt, oftewel dat iemand er zelf geen weet van heeft. Dat is misschien ook de grootste uitdaging voor therapeuten: om manieren te verzinnen om te helpen om moeilijke dingen aan te gaan waarvan iemand vaak niet eens weet dat hij ze uit de weggaat.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur

Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

52. Succes van EMDR bij allerlei psychische klachten

Hoe kan therapie genezen 52.

Over het succes van EMDR is Shapiro (2004) zeer enthousiast. Het succes beperkt zich volgens haar niet tot een duidelijk gediagnosticeerd trauma. Onderliggende, onbewuste trauma’s kunnen ook bewerkt worden met EMDR. Door de vorm van vrije associaties tijdens de EMDR procedure kunnen er spontane andere herinneringen opkomen. Die herinneringen hebben een direct emotioneel verband met het huidige trauma.

De behandeling richt zich dan ook niet alleen op het huidige trauma, maar ook op alle spontane, emotioneel geladen herinneringen die er mee samenhangen. Zo kun je ook trauma’s van vroeger op het spoor komen en behandelen.

Volgens Shapiro kan bovendien bijna elke vorm van lijden of psychische klachten teruggevoerd worden op eerdere ervaringen, en kan het geheeld worden met behulp van EMDR. Shapiro gebruikt EMDR ook bij bijvoorbeeld bij het leren omgaan met en accepteren van levensbedreigende ziekten, omgaan met handicaps, ouder worden en doodgaan.

Ook voor bepaalde pijnklachten ziet ze mogelijkheden met EMDR. Shapiro (2004) geeft enkele voorbeelden waarbij EMDR hielp om onbegrepen pijnklachten te behandelen. Clinici hebben namelijk vaker gevonden dat de oorzaak van fysieke pijn een traumatische herinnering bleek te zijn. In meerdere gevallen bleek dat fysieke pijn verdween toen een traumatische herinnering met EMDR werd behandeld.

EMDR bij fysieke pijnklachten

Het fascineert me enorm hoe pijnklachten en emotionele herinneringen kunnen samenhangen. Ik ga daarom graag in op een voorbeeld dat Shapiro in haar boek beschrijft. Ze vertelt hoe EMDR geholpen heeft bij een man met pijnklachten in zijn rechterschouder. Deze man had al jarenlang last van schouderpijn. Op een gegeven moment kwam hij bij een therapeut voor behandeling van paniekklachten en het niet meer durven autorijden. De therapeut koos er voor om de klachten met EMDR te benaderen.

Tijdens de behandeling herinnerde de man zich dat hij de pijn in zijn rechterschouder voor het eerst had gekregen tijdens een auto-ongeluk. Terwijl tijdens de EMDR behandeling de herinnering van het auto-ongeluk werd behandeld, ontspande zijn rechterschouder op een gegeven moment volledig. De pijn en spasme verdwenen geheel en kwamen niet meer terug.

Toen ik dit las, kwam er bij mij een spontane associatie boven. Het deed me sterk denken aan de psychotherapie van Heijligenberg (2010) bij onbegrepen lichamelijke pijnklachten. Ik pakte zijn boek ‘Begrijp je pijn’ erbij en keek of ik het voorbeeld met zijn methode nog beter kon begrijpen. Volgens Heijligenberg kan een bepaalde gedachte of voornemen namelijk leiden tot een langdurige pijn of verkramping ergens in je lichaam (zie blog 30, het genezen van onverklaarbare pijnklachten).

In de termen van Heijligenberg zou deze man van zijn pijnklachten afgekomen zijn doordat hij zich tijdens de EMDR-procedure bewust werd van een voornemen. Heijligenberg legt duidelijk uit welk voornemen past bij pijn in de rechterschouder. Hij beschrijft dat als volgt. ‘De ander heeft iets gedaan wat voor jou heel naar is. Je bent er door geraakt. Je had niet verwacht dat iemand zo gevoelloos met jou zou omgaan. Je bent er kwaad om. Je bedenkt nu manieren om de ander te laten weten hoe kwaad je bent.’

Je kunt je vast voorstellen dat dit soort gedachten inderdaad bij deze man na het auto-ongeluk zijn opgekomen. Die gedachten kunnen zichzelf zelfs lange tijd ergens hebben vastgezet. Mogelijk heeft de man uiteindelijk tijdens emotionele verwerking van zijn angsten en het ongeluk door EMDR vervolgens ook zijn bijkomende nare gedachten en boosheid kunnen loslaten. In andere woorden, zijn kwaadheid over het ongeluk en zijn voornemen om verhaal te willen halen heeft hij een plek kunnen geven, waardoor ook de verkramping van zijn schouder verdween.

Het klinkt je misschien toch nog vreemd in de oren dat schouderpijn en een gedachte met elkaar te maken kunnen hebben. Toch meen ik net als Heijligenberg dat veel pijnklachten op die manier beter begrepen kunnen worden. Verwerking van trauma en emoties gebeurt niet alleen in de hersenen, het hele lichaam is er bij betrokken.

Ik voeg graag de kennis van meerdere therapeuten samen tot een steeds beter begrip van wat er eigenlijk gebeurt in iemands brein én lichaam tijdens verwerking van herinneringen en trauma’s. Daarmee kom ik op het mogelijke werkingsmechanismen van EMDR bij traumaverwerking.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

37. Bevrijdende, gouden momenten van inzicht

Hoe kan therapie genezen 37.

Mijn vraag bij elke therapeut hoe therapie kan genezen, betekent ook dat ik therapeuten af en toe met elkaar vergelijk. Wat mij vooral opviel bij Byron Katie (2002), is dat er bij haar ook sprake is van een verandering van innerlijke houding ten opzichte van anderen.

Byron Katie benadrukt een aantal keren dat het geweldig is als je doorhebt dat je jezelf kunt zijn bij anderen in het hier en nu, in plaats van een boos of angstig iemand die de ander veroordeelt vanwege herinneringen uit het verleden.

De bevrijdende momenten die zij laat zien, zijn de momenten waarop cliënten zich iets realiseren. Als ik de vele voorbeelden lees, komt het me voor dat niet de omkering of het loslaten van de gedachten cruciaal zijn, maar het aangaan van pijnlijke herinneringen en de ontspanning, en het verbeterde contact dat daarna volgt door het loslaten van boosheid. Het doet me denken aan de berusting en bevrijding die psychiater Malan (1983) beschreef na het verwerven van een doorleefd inzicht (zie blog 15), en aan het gouden moment van inzicht van de psychotherapeut Heijligenberg (2010, zie blog 31).

In zulke situaties draait het om het uiteindelijke besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn. Het onbewust herhalen van gedrag naar aanleiding van een traumatische periode, omdat je er geen raad mee weet, voorkomt een goed contact met anderen. De neiging om de pijnlijkste gevoelens in jezelf uit de weg te blijven gaan, belemmeren je om goed, intiem en reëel contact aan te gaan met anderen.

Onverschrokkenheid bij het onder ogen zien van de pijnlijkste gedachten

Die pijnlijkste gevoelens kunnen onverdraaglijk en overweldigend voelen. Ze zijn soms bijna niet te dragen en vaak zal je er voor wegvluchten en het niet aan willen. Als je ze wel aangaat, blijken ze uiteindelijk wel te dragen en af te nemen naarmate je ze vaker toelaat.

Een van de verdiensten van Katie Byron is volgens mij dat ze deze pijnlijkste gevoelens onverschrokken bij cliënten aan de orde stelt, en niet zelden samen met de cliënt ontdekt dat de meest pijnlijke gevoelens, gevoelens van vernedering door gekwetste trots, of manipulatief gedrag, de angst betreft over de tekortkomingen van jezelf.

Als therapeut valt het soms niet mee om cliënten die dat in eerste instantie eigenlijk liever niet willen, toch voorzichtig, liefdevol en consequent te leiden naar dergelijke moeilijke gedachten over zichzelf. Op dat moment heeft een therapeut houvast aan het idee dat het voor een heel goed doel is. Het helpt ook als een therapeut zelf heeft kunnen ervaren hoe de pijnlijkste gedachten kunnen leiden tot gouden momenten van inzicht.

Toch gaat het bij lang niet alle therapie over die gouden momenten en pijnlijkste gedachten. Bij sommige soorten therapie komen je gedachten niet eens aan de orde en wordt er vanuit een heel ander uitgangspunt gewerkt. Voor de therapeut is dat soms wel zo fijn.

Die richtingen hebben hun eigen toegevoegde waarde als het gaat om de bevrijding van klachten en het verlichten van menselijke problemen. Een van de richtingen waarin niet je innerlijke wereld, maar vaardigheden en het leervermogen centraal staan, is de gedragstherapie. Daar wil ik mee verder gaan.
Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

36. De dood is niet eng?

Hoe kan therapie genezen 36.

Over de vier vragen van Byron Katie (zie blog 34) werd ook al in de Griekse oudheid gefilosofeerd bijvoorbeeld door Socrates. Hij was een meester in het aan de orde stellen van levensvragen.

Ik kwam meer overeenkomsten tegen tussen Byron Katie (2002) en de oude Griekse filosofen. Zo stelt Epicures de onnodigheid van angst voor de dood aan de orde: ‘Als wij er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.’ In die trant schrijft Katie Byron (2002) dat we niet bang hoeven zijn voor de dood. De dood is alleen maar een dood voorwerp of lichaam, daar is verder niets angstigs aan, behalve datgene wat jij er in ziet of aan toeschrijft met je eigen gedachten. De dood is niet eng volgens haar.

Ik kan wel gedeeltelijk met die redenatie meekomen. Persoonlijk vind ik het idee van de dood ook niet echt eng. Ik vind de dood niet eng, zolang het een dood ding betreft, een dode spin, een dode mug of een dood lichaam. Toch krijg ik van gedachten aan de dood vaak beroerde gevoelens. De dood kan bij mij ernstige, akelige, verdrietige en ook weemoedige gevoelens oproepen. Zodra een van mijn dierbaren iets ergs overkomt, ben ik nergens meer. Ik ben niet bang voor de dood van een lichaam, maar wel voor al het gemis, de emoties, de angst anderen alleen achter te laten of zelf alleen achter te blijven.

Wat te doen als je kindje komt te overlijden en je hebt het levenloze lichaampje in je armen? Vertel je me dan nog dat de dood niet beangstigend is. Zeg je me dan dat mijn diarree die ik heb van angst, niet nodig is, omdat de dood niet eng is? Hoef ik niet bang te zijn voor de leegte van het bedje en het gemis?

Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan redenaties dat de dood niet eng is, dan ben ik verloren en heb ik tijd nodig om te herstellen en er over te praten. Ik ben bang overspoeld te raken door emoties en heb behoefte aan iemand die me even vasthoud of bij me is op de moeilijkste momenten. Ik wil bang mogen zijn voor de dood en ik wil tijd krijgen om de moeilijke, pijnlijke emoties die de dood met zich meebrengt, toe te laten en te verwerken.

Op zo’n moment zit ik er niet op te wachten om de dood weg te redenen. Ik wil dat de dood er mag zijn en dat er over gesproken kan worden. Bij het verwerken van verdriet heb ik er weinig behoefte aan om de dood te relativeren. Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan een omkeertechniek, maar aan iemand die wil luisteren en mijn pijn wil aanhoren.

Eigen verantwoordelijkheid voor je lijden?

De therapie van Byron Katie vind ik op zich heel helder en duidelijk als het gaat om het loslaten van boze gedachten. Ze gaat alleen wel erg ver in haar redenaties, en ik vind het soms te stellig en onrealistisch. Alles heb je volgens haar in eigen hand en je bent zelf verantwoordelijk voor je lijden.

Ze noemt haar therapie ‘the Work’. Ze vraagt om alle overtuigingen te onderzoeken die jou pijn bezorgen. Maak jezelf wakker uit je nachtmerries, de zoete dromen zorgen wel voor zichzelf. Als je innerlijke wereld vrij en fantastisch is, waarom zou je die dan willen veranderen? Als de droom mooi is, wie wil er dan nog wakker worden? vraagt ze.

En als je dromen niet mooi zijn, ben je welkom bij the Work. Dit doorwerken van overtuigingen kost tijd, soms korter, soms langer tot je je bevrijd hebt van je meeste stress veroorzakende gedachten. Het betekent geen bevrijding van angst, verdriet, boosheid of problemen maar wel een bevrijding dat je die gevoelens en problemen aankunt en kunt verdragen als ze zich aandienen, en te weten dat ze ook weer verdwijnen als de tijd en de realiteit zijn beloop krijgt.

Die laatste zin daar kan ik het wel mee eens zijn, maar ik houd toch wat moeite met haar absolute manier van denken. Het gaat mij een stap te ver dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen lijden, en dat je alles in het leven in de hand zou kunnen hebben.

Het laat ook weinig ruimte voor allerlei onbewuste reactiepatronen die soms moeilijk te achterhalen of te beïnvloeden zijn. Je kunt je eigen gedrag zeker wel beïnvloeden, maar slechts tot op zekere hoogte. Het lijkt me wat dat betreft zinnig om straks ook wat over gedragstherapie te vertellen en hoe die therapie probeert cliënten te genezen. Eerst wil ik zo nog iets kwijt over een bevrijdend, gouden moment van inzicht.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.