63. Deskundig dresseren van een cliënt

Hoe kan therapie genezen 63.

Ik ben weinig therapeuten tegengekomen zoals Ruppert (2012) en Malan (1983) die gevoel hebben voor de onnoembare ervaring van onveiligheid die veel kwetsbare cliënten liever verborgen houden.

Ik wil je hier daarom graag waarschuwen dat deze onveiligheid en bijbehorende overlevingsmechanismen heel makkelijk over het hoofd gezien worden. De vraag dringt zich bij me op of therapeuten, mezelf inbegrepen, niet regelmatig per ongeluk bezig zijn om cliënten die gevoelig zijn een kunstje aan te leren. In de therapie draait het er soms op uit dat de cliënt geen hulp krijgt, maar vooral leert om de normen, ideeën en waarde van de therapeut over te nemen.

Een goede therapie is misschien die therapie waarbij een therapeut doorheeft dat zijn eigen opvatting en theorieën mogelijk slechts als een placebo zullen werken en dat daarbij niet alleen de cliënt maar ook de therapeut behaagd wordt. Het pakket aan wensen en eisen waaraan een cliënt bij veel therapieën moet voldoen om beter te worden, kan zelfs haaks staan op de ontwikkeling en emotionele groei tot zelfstandigheid van een cliënt.

De symptomen verdwijnen door de overtuigingskracht van de gebruikte theorieën en interventies, maar keren in een ander vorm weer terug, omdat de cliënt niet geleerd heeft ze zelf aan te gaan en op zijn eigen manier te verwerken of op te lossen.

Natuurlijk kunnen we een cliënt een heleboel soorten gedrag aanleren en afleren. We kunnen een cliënten sociale vaardigheden aanleren en zorgen dat ze zich netter gedragen en beter functioneren in de maatschappij. We kunnen ze leren relativeren en zelfs leren geloven dat ze niet meer bang hoeven te zijn voor de dood (zie blog 36, de dood is niet eng, K. Byron, 2002).

Uiteindelijk zullen cliënten die zich in hun jeugd onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen tot emotioneel stabiele personen een veilige proeftuin nodig hebben. In die proeftuin kunnen ze alsnog al die dingen uitproberen die ze als kind hebben overgeslagen, zoals het niet hoeven voldoen aan de verwachtingen, tekort mogen schieten, aandacht opvragen, en ook boos worden, de strijd aangaan en daarbij de grenzen leren accepteren die een volwassen, betrokken ander daaraan stelt.

Weerstand als signaal van een overlevingsmechanisme

Over overlevingsmechanismen wil ik nog wat kwijt. Ik zie een verband tussen verdedigingsmechanismen, bescherming en overlevingsmechanismen. Eerder had ik het over Kohut (1984) die de bekende verdedigingsmechanismen van Freud (1965) omgedoopt had tot beschermingsmechanismen. De weerstanden en verdedigingen die Freud benoemd had, waren volgens hem geen weerstanden, maar waardevolle acties om jezelf te beschermen tegen het opdringerige of grensoverschrijdend gedrag van anderen en van therapeuten (zie blog 12).

Kohut zag weerstand tegen de therapeut dan ook niet als een noodzakelijk deel van het therapieproces, maar eerder als een signaal dat de therapeut te weinig rekening houdt met de cliënt, en zich te weinig inleeft in de positie van de cliënt.

We zouden de verdediging- en beschermingsmechanismen in de lijn van Ruppert (2012) echter ook kunnen benoemen als overlevingsmechanismen. Allerlei rationalisaties, verklaringen, afweer en weerstand kunnen we dan zien als overlevingsreacties in een onveilige omgeving. Die overlevingsreacties bestaan uit een afsplitsing van het gevoel waardoor je angst, pijn, verdriet of afwijzing niet hoeft te voelen.

Dit afsplitsen zorgt er ook voor dat je op dat moment geen contact voelt met jezelf of met anderen. Het is in die zin geen gezond verdedigings – of beschermingsmechanisme maar een vorm van dissociatie om pijnlijke gevoelens niet te hoeven aangaan.

Dit biedt een ander perspectief op hoe een therapeut met allerlei rationalisaties en weerstand om kan gaan. Weerstand is dan inderdaad zoals Kohut zegt een signaal van de cliënt dat de therapeut te weinig rekening houdt met de leefwereld van de cliënt.

Bovendien zou het dan een signaal zijn dat iemand zich nog niet veilig genoeg voelt om emoties die hij altijd buiten de deur heeft gehouden, te laten zien. De cliënt heeft die gevoelens moeten afsplitsen om op een bepaald moment alleen verder te kunnen en door te gaan met zijn leven. Het gaat dan vaak om gevoelens die iemand liever verborgen houdt zoals een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. Het kan soms lang duren voordat die gevoelens in therapie uiteindelijk aan de orde kunnen komen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

Advertenties

53. Werkingsmechanisme van EMDR?

Hoe kan therapie genezen 53.

Uit veel verschillend onderzoek blijkt dat EMDR inderdaad een heel effectieve therapie is bij traumaverwerking. Naar het werkingsmechanisme van EMDR wordt volop onderzoek gedaan (Shapiro, 2004). Het werkingsmechanisme is echter nog niet precies bekend.

Onderzoekers vonden dat er door de afleidende oogbewegingen een beroep wordt gedaan op het werkgeheugen. Dit kan gunstig werken omdat de pijnlijkheid van het herbeleven van emoties, dat een belangrijk onderdeel is van de procedure, wordt afgezwakt. De herbeleving is daardoor mogelijk minder heftig dan bij meer directe vormen van traumaverwerking.

Er werd ook gevonden dat oogbewegingen de toegankelijkheid van herinneringen kunnen verbeteren en dat ze automatisch tot lichamelijke ontspanning leiden. Het toelaten van emoties en tegelijkertijd ontspannen kan de verwerking bevorderen. De procedure staat toe dat er op een spontane manier nieuwe inzichten, associaties en emoties opkomen, net als bij de vrije associatie-techniek van Freud. In plaats van de herinnering te bespreken en al pratend door te werken, vindt er volgens Shapiro (2004) daarbij een verwerking plaats op een dieper fysiologisch niveau.

Als je naar de volledige procedure van EMDR kijkt, valt er nog iets anders op. Een belangrijke stap in de procedure richt zich op het formuleren van positieve, functionele cognitieve gedachten die de oude disfunctionele gedachten gaan vervangen. Er is meer nodig dan alleen het herbeleven met behulp van oogbewegingen, namelijk een verandering van innerlijke houding ten opzichte van de gebeurtenis.

Bij EMDR lijkt er door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen een proces op gang te komen, waarna er een spontaan loslaten van angst of boosheid volgt, en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Het lijkt erop dat bepaalde oogbewegingen deze positieve verandering bevorderen of vergemakkelijken. Het werkingsmechanisme of sleutelingrediënt van EMDR zou ik daarom beschrijven als de combinatie van oogbewegingen, spontane nieuwe associaties en een innerlijke verandering ten opzichte van de traumatische gebeurtenis.


Bevorderen van een bevrijdend proces

Het proces van loslaten en uiteindelijk kunnen ontspannen doet me denken aan de bevrijdende, gouden momenten van inzicht bij therapeuten als Heijligenberg (2010), Malan (1983) en Byron Katie (2002) waar ik het eerder over had (zie blog 37 over die bevrijdende, gouden momenten van inzicht).

Bevrijdende momenten zijn die momenten waarop cliënten zich iets realiseren over een trauma of gebeurtenis. Het gaat daarbij om een doorleefd inzicht en besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn.

De echte oorzaak van psychische pijn ligt niet bij de ander. Er heeft niemand schuld. De pijn blijft bestaan vanwege het onbewust herhalen van bepaald vermijdingsgedrag naar aanleiding van een traumatische periode. Het heeft te maken met het vermijden van moeilijke, akelige gevoelens die soms heel moeilijk zijn om aan te gaan of te verdragen.

Ik heb het over bijna niet te verdragen gevoelens van afgewezen, bedrogen, vernederd, beschaamd of in de steek gelaten zijn. Het is haast een natuurlijke reactie om die gevoelens in eerste instantie niet te toe te laten, en ze te vermijden omdat ze als te overweldigend worden ervaren.

Het lastigste probleem bij het vermijden van een trauma of pijnlijke herinneringen is echter dat dit heel vaak onbewust gebeurt, oftewel dat iemand er zelf geen weet van heeft. Dat is misschien ook de grootste uitdaging voor therapeuten: om manieren te verzinnen om te helpen om moeilijke dingen aan te gaan waarvan iemand vaak niet eens weet dat hij ze uit de weggaat.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur

Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

37. Bevrijdende, gouden momenten van inzicht

Hoe kan therapie genezen 37.

Mijn vraag bij elke therapeut hoe therapie kan genezen, betekent ook dat ik therapeuten af en toe met elkaar vergelijk. Wat mij vooral opviel bij Byron Katie (2002), is dat er bij haar ook sprake is van een verandering van innerlijke houding ten opzichte van anderen.

Byron Katie benadrukt een aantal keren dat het geweldig is als je doorhebt dat je jezelf kunt zijn bij anderen in het hier en nu, in plaats van een boos of angstig iemand die de ander veroordeelt vanwege herinneringen uit het verleden.

De bevrijdende momenten die zij laat zien, zijn de momenten waarop cliënten zich iets realiseren. Als ik de vele voorbeelden lees, komt het me voor dat niet de omkering of het loslaten van de gedachten cruciaal zijn, maar het aangaan van pijnlijke herinneringen en de ontspanning, en het verbeterde contact dat daarna volgt door het loslaten van boosheid. Het doet me denken aan de berusting en bevrijding die psychiater Malan (1983) beschreef na het verwerven van een doorleefd inzicht (zie blog 15), en aan het gouden moment van inzicht van de psychotherapeut Heijligenberg (2010, zie blog 31).

In zulke situaties draait het om het uiteindelijke besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn. Het onbewust herhalen van gedrag naar aanleiding van een traumatische periode, omdat je er geen raad mee weet, voorkomt een goed contact met anderen. De neiging om de pijnlijkste gevoelens in jezelf uit de weg te blijven gaan, belemmeren je om goed, intiem en reëel contact aan te gaan met anderen.

Onverschrokkenheid bij het onder ogen zien van de pijnlijkste gedachten

Die pijnlijkste gevoelens kunnen onverdraaglijk en overweldigend voelen. Ze zijn soms bijna niet te dragen en vaak zal je er voor wegvluchten en het niet aan willen. Als je ze wel aangaat, blijken ze uiteindelijk wel te dragen en af te nemen naarmate je ze vaker toelaat.

Een van de verdiensten van Katie Byron is volgens mij dat ze deze pijnlijkste gevoelens onverschrokken bij cliënten aan de orde stelt, en niet zelden samen met de cliënt ontdekt dat de meest pijnlijke gevoelens, gevoelens van vernedering door gekwetste trots, of manipulatief gedrag, de angst betreft over de tekortkomingen van jezelf.

Als therapeut valt het soms niet mee om cliënten die dat in eerste instantie eigenlijk liever niet willen, toch voorzichtig, liefdevol en consequent te leiden naar dergelijke moeilijke gedachten over zichzelf. Op dat moment heeft een therapeut houvast aan het idee dat het voor een heel goed doel is. Het helpt ook als een therapeut zelf heeft kunnen ervaren hoe de pijnlijkste gedachten kunnen leiden tot gouden momenten van inzicht.

Toch gaat het bij lang niet alle therapie over die gouden momenten en pijnlijkste gedachten. Bij sommige soorten therapie komen je gedachten niet eens aan de orde en wordt er vanuit een heel ander uitgangspunt gewerkt. Voor de therapeut is dat soms wel zo fijn.

Die richtingen hebben hun eigen toegevoegde waarde als het gaat om de bevrijding van klachten en het verlichten van menselijke problemen. Een van de richtingen waarin niet je innerlijke wereld, maar vaardigheden en het leervermogen centraal staan, is de gedragstherapie. Daar wil ik mee verder gaan.
Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

36. De dood is niet eng?

Hoe kan therapie genezen 36.

Over de vier vragen van Byron Katie (zie blog 34) werd ook al in de Griekse oudheid gefilosofeerd bijvoorbeeld door Socrates. Hij was een meester in het aan de orde stellen van levensvragen.

Ik kwam meer overeenkomsten tegen tussen Byron Katie (2002) en de oude Griekse filosofen. Zo stelt Epicures de onnodigheid van angst voor de dood aan de orde: ‘Als wij er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.’ In die trant schrijft Katie Byron (2002) dat we niet bang hoeven zijn voor de dood. De dood is alleen maar een dood voorwerp of lichaam, daar is verder niets angstigs aan, behalve datgene wat jij er in ziet of aan toeschrijft met je eigen gedachten. De dood is niet eng volgens haar.

Ik kan wel gedeeltelijk met die redenatie meekomen. Persoonlijk vind ik het idee van de dood ook niet echt eng. Ik vind de dood niet eng, zolang het een dood ding betreft, een dode spin, een dode mug of een dood lichaam. Toch krijg ik van gedachten aan de dood vaak beroerde gevoelens. De dood kan bij mij ernstige, akelige, verdrietige en ook weemoedige gevoelens oproepen. Zodra een van mijn dierbaren iets ergs overkomt, ben ik nergens meer. Ik ben niet bang voor de dood van een lichaam, maar wel voor al het gemis, de emoties, de angst anderen alleen achter te laten of zelf alleen achter te blijven.

Wat te doen als je kindje komt te overlijden en je hebt het levenloze lichaampje in je armen? Vertel je me dan nog dat de dood niet beangstigend is. Zeg je me dan dat mijn diarree die ik heb van angst, niet nodig is, omdat de dood niet eng is? Hoef ik niet bang te zijn voor de leegte van het bedje en het gemis?

Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan redenaties dat de dood niet eng is, dan ben ik verloren en heb ik tijd nodig om te herstellen en er over te praten. Ik ben bang overspoeld te raken door emoties en heb behoefte aan iemand die me even vasthoud of bij me is op de moeilijkste momenten. Ik wil bang mogen zijn voor de dood en ik wil tijd krijgen om de moeilijke, pijnlijke emoties die de dood met zich meebrengt, toe te laten en te verwerken.

Op zo’n moment zit ik er niet op te wachten om de dood weg te redenen. Ik wil dat de dood er mag zijn en dat er over gesproken kan worden. Bij het verwerken van verdriet heb ik er weinig behoefte aan om de dood te relativeren. Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan een omkeertechniek, maar aan iemand die wil luisteren en mijn pijn wil aanhoren.

Eigen verantwoordelijkheid voor je lijden?

De therapie van Byron Katie vind ik op zich heel helder en duidelijk als het gaat om het loslaten van boze gedachten. Ze gaat alleen wel erg ver in haar redenaties, en ik vind het soms te stellig en onrealistisch. Alles heb je volgens haar in eigen hand en je bent zelf verantwoordelijk voor je lijden.

Ze noemt haar therapie ‘the Work’. Ze vraagt om alle overtuigingen te onderzoeken die jou pijn bezorgen. Maak jezelf wakker uit je nachtmerries, de zoete dromen zorgen wel voor zichzelf. Als je innerlijke wereld vrij en fantastisch is, waarom zou je die dan willen veranderen? Als de droom mooi is, wie wil er dan nog wakker worden? vraagt ze.

En als je dromen niet mooi zijn, ben je welkom bij the Work. Dit doorwerken van overtuigingen kost tijd, soms korter, soms langer tot je je bevrijd hebt van je meeste stress veroorzakende gedachten. Het betekent geen bevrijding van angst, verdriet, boosheid of problemen maar wel een bevrijding dat je die gevoelens en problemen aankunt en kunt verdragen als ze zich aandienen, en te weten dat ze ook weer verdwijnen als de tijd en de realiteit zijn beloop krijgt.

Die laatste zin daar kan ik het wel mee eens zijn, maar ik houd toch wat moeite met haar absolute manier van denken. Het gaat mij een stap te ver dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen lijden, en dat je alles in het leven in de hand zou kunnen hebben.

Het laat ook weinig ruimte voor allerlei onbewuste reactiepatronen die soms moeilijk te achterhalen of te beïnvloeden zijn. Je kunt je eigen gedrag zeker wel beïnvloeden, maar slechts tot op zekere hoogte. Het lijkt me wat dat betreft zinnig om straks ook wat over gedragstherapie te vertellen en hoe die therapie probeert cliënten te genezen. Eerst wil ik zo nog iets kwijt over een bevrijdend, gouden moment van inzicht.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

35. Weerspiegeling, projectie en vergeving

Hoe kan therapie genezen 35.

Je gedachten doorbreken door ze om te keren, kan volgens Byron Katie (2002) voor een ommekeer in je leven zorgen en een enorme bevrijding betekenen. De uiteindelijke ommekeer kan er voor zorgen dat je gaat beseffen dat alles buiten jezelf een weerspiegeling is van je eigen denken.

Jij bent de verhalenverteller, jij projecteert je verhalen, en de wereld is een geprojecteerd beeld van je gedachten. Vergeving is daarbij volgens Byron Katie niets anders dan ontdekken dat wat jij dacht dat er gebeurde, niet gebeurd is.

Ze gaat nog verder en belooft heel veel: als je je realiseert dat elk moment van stress een geschenk is dat je de weg wijst naar je bevrijding, wordt je leven vriendelijk en grenzeloos rijk. Volgens haar is een van de sleutelingrediënten van therapie het loslaten van je eigen negatieve overtuigingen door het omkeren van je gedachten en het besef dat je zelf de enige bent die verantwoordelijk is voor je problemen.

Zelf heeft ze zelfs haar naam omgedraaid. Ze noemt zich Byron Katie in plaats van Katie Byron. Ik moet er overigens niet aan denken dat ik mezelf Johnston Blanchefleur zou noemen. Dat zou ik toch wat onpersoonlijk en afstandelijk vinden, maar vanuit haar standpunt gezien vind ik het wel heel goed gevonden en zeer consequent.

Byron Katie geeft veel voorbeelden hoe ze cliënten geholpen heeft met haar methode. Ze gaat aan de slag met cliënten die zeer moeilijke gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals seksueel misbruik, geweld, de dood van dierbaren, ernstige ziekten en handicaps. Ze gaat daarbij pijnlijke of moeilijke vragen en antwoorden niet uit de weg. Dat vind ik heel dapper van haar.


Eerlijke antwoorden, die niet pijnlijk zijn?

Ze geeft ook duidelijke antwoorden op kritische vragen die mensen gesteld hebben op haar methode. Iemand stelde bijvoorbeeld de vraag: Is het waar dat ik niemand anders pijn kan doen? In haar antwoord gaf Byron aan dat het voor haar inderdaad onmogelijk is om een ander pijn te doen. De enige die ze kwaad kan doen, is zichzelf. Zij zal voortdurend naar waarheid antwoord geven, en vertellen wat ze werkelijk ziet, ook als dit geen leuk antwoord betreft. Hoe je met haar antwoord omgaat, bepaalt of jij je er zelf kwaad mee doet of helpt.

Een waarachtig antwoord kan alleen maar pijnlijk zijn als de ander dat als pijnlijk opvat. Zij geeft eerlijke, maar geen pijnlijke antwoorden. Nee, jij vat het op als pijnlijk of hard. Dat is niet haar aandeel, maar je eigen aandeel. Je zorgt voor je eigen pijn. Elke opmerking kun je op je zelf gaan betrekken en als persoonlijke aanval opvatten, of je kunt er je voordeel mee doen, zegt zij.

In de praktijk valt dat echter niet mee om zo te denken. Ik zou op zichzelf wel graag vaker echt eerlijk willen zijn of zo eerlijk mogelijk, maar ik wil ook graag rekening houden en empathisch zijn naar de ontvanger van mijn woorden (zie Kohut, 1984, blog 3 en 4 over empathie). Ik slik zelf wat dat betreft redelijk vaak mijn boodschap in omdat ik bang ben dat het verkeerd zal worden opgevat. Eerlijk zijn en rekening houden met de gevoeligheden van een ander lijken soms haaks op elkaar te staan.

Ik zou heel graag willen dat de ontvangers van mijn boodschap hun eigen pijnpunten zouden kunnen herkennen waarmee ze mijn woorden interpreteren. Ik zou graag het gebied tussen hoe ik iets zeg en hoe iemand anders dat oppakt tot niemandsland willen verklaren. Nu is dat nog te vaak een oorlogsgebied van aanval en verdediging. Van Byron Katie kan ik nog beter leren om niet bang te zijn voor de reactie van de ander omdat die heel vaak niet tegen mij gericht is, maar bij die ander hoort.

De gedachtegang van Byron Katie doet me overigens sterk denken aan Seneca en Epicurus. Deze Griekse filosofen gaven ook duidelijke antwoorden op vragen over hoe je het best kon leven, en hoe je het best kon omgaan met geluk, vriendschap, ongeluk, ziekte en doodgaan. Ik las soortgelijke antwoorden op moeilijke vragen bijvoorbeeld in het boekje ‘Het gelukkige leven’ van Seneca dat hij geschreven heeft in 59 na Christus. Het is een gedachtegoed dat bestaat uit mooie, eeuwenoude wijsheden die steeds opnieuw verteld kunnen worden.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.