73. Eenzaamheid en ontstaan van een psychose

Hoe kan therapie genezen 73.

Hoe klachten als een psychose of schizofrenie zich kunnen ontwikkelen, blijft een zeer complex en ingewikkeld probleem. Therapeuten zoeken nog steeds op allerlei manieren naar antwoorden vanwege het dringende, wanhopige appel van cliënten met deze ernstige klachten. Hoe kunnen mensen zo verstrikt raken in hun eigen gedachtewereld dat ze van niemand meer iets aannemen, en niet of nauwelijks meer in staat zijn tot contact met de realiteit?

Eenzaamheid lijkt een belangrijke bijdrage te leveren (de Pater, 2012) aan het ontstaan van een psychose. Maar hoe kan het dat kinderen ook in ogenschijnlijk normale gezinnen zich erg eenzaam gaan voelen? En hoe kan het dat kinderen die te maken hebben gehad met duidelijke verwaarlozing er ook regelmatig redelijk gezond vanaf komen?

Ik zie een verband tussen het gevoel van eenzaamheid, zich niet kunnen uiten en een verstoorde ontvangersfunctie tussen het kind en de ouders. Mogelijk ligt een oorzaak van een psychose in het niet tot stand kunnen brengen van een gezond, steunend contact met de ouders en het daarom niet bespreekbaar kunnen maken van die eenzaamheid.

De verstoorde ontvangersfunctie (Leader 2012) kan ontstaan in gezinnen waarin de ouders een te groot emotioneel en symbiotisch beroep doen op hun kinderen, waardoor de kinderen gaan zorgen voor hun ouders. De ouders hebben door hun eigen ontwikkelingstekorten niet kunnen fungeren als een ontvanger en steunend contact voor hun kind.

Het uiten van de eigen gezonde emoties en impulsen kan in die gezinnen door ouders als onwelkom of bedreigend worden opgevat. Een gevoelig kind wordt daardoor op zichzelf teruggeworpen en kan het vragen om hulp, contact of aandacht opgeven.

Afsplitsen in plaats van uiten van woede of verdriet

Ruppert (2012) heeft helder beschreven hoe kinderen in ogenschijnlijk gezonde gezinnen op deze manier symbiotisch verstrikt geraakt zijn met hun ouders. Kinderen ontwikkelen in dit soort gezinnen allerlei overlevings- en ontkenningsstrategieën om de liefde van hun ouders te behouden.

Ze durven niet te praten over wat er met henzelf aan de hand is omdat ze bang zijn voor sociale afwijzing of verachting binnen hun eigen familie. Bij zulke kinderen kan er een emotionele verdoving ontstaan zijn, omdat ze hun eigen gevoelens hebben weg gereguleerd met behulp van allerlei cognitieve afweerstrategieën. Via verkeerde rationalisaties kunnen ze bovendien de indruk wekken van verwerking.

Als een kind steeds wordt afgewezen als het zijn boosheid, angst of verdriet laat zien, leert het zich aangepast en netjes te gedragen om de liefde van de ouders te behouden. Het gaat zorgen voor de emoties van de ouders en komt in een omgekeerde wereld terecht, waar de ouders vooral van hem houden als hij ook lief voor hen is.

Het kind leert niet anders dan dat hij voortdurend anderen gunstig moet stemmen om genoeg zorg te krijgen. De ultieme manier daarvoor is om te zorgen dat iedereen zich netjes gedraagt en lief voor elkaar is, zodat hij zelf zich geen zorgen meer hoeft te maken dat zijn ouders te kort komen. Desnoods met geweld of onder bedreiging van zelfmoord eist hij dat de wereld zich verbetert (Ruppert, 2012).

Gebrek aan aandacht, of verwaarlozing zelf veroorzaken niet altijd trauma’s en psychische problemen. Daar kunnen veel kinderen nog best mee omgaan. Maar het niet toelaten om je boosheid daarover te uiten omdat ouders dat zelf niet aankunnen of ongelukkig van worden, kan er voor zorgen dat een kind zijn woede, pijn en verdriet gaat ontkennen. Het kind blijft zitten met zijn woede, waardoor het gevoel van verwaarlozing en gebrek aan aandacht blijft voortbestaan, en steeds in nieuwe situaties herhaald wordt.

In therapie kan iemand leren om zijn woede of angst weer te voelen en op een normale manier te uiten. Hij kan leren dat hij terecht boos mag zijn als een ander hem afwijst, en dat hij niet voortdurend anderen aandacht hoeft te geven of vrolijk moet zijn om verdriet of boosheid van anderen te voorkomen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

Advertenties

52. Succes van EMDR bij allerlei psychische klachten

Hoe kan therapie genezen 52.

Over het succes van EMDR is Shapiro (2004) zeer enthousiast. Het succes beperkt zich volgens haar niet tot een duidelijk gediagnosticeerd trauma. Onderliggende, onbewuste trauma’s kunnen ook bewerkt worden met EMDR. Door de vorm van vrije associaties tijdens de EMDR procedure kunnen er spontane andere herinneringen opkomen. Die herinneringen hebben een direct emotioneel verband met het huidige trauma.

De behandeling richt zich dan ook niet alleen op het huidige trauma, maar ook op alle spontane, emotioneel geladen herinneringen die er mee samenhangen. Zo kun je ook trauma’s van vroeger op het spoor komen en behandelen.

Volgens Shapiro kan bovendien bijna elke vorm van lijden of psychische klachten teruggevoerd worden op eerdere ervaringen, en kan het geheeld worden met behulp van EMDR. Shapiro gebruikt EMDR ook bij bijvoorbeeld bij het leren omgaan met en accepteren van levensbedreigende ziekten, omgaan met handicaps, ouder worden en doodgaan.

Ook voor bepaalde pijnklachten ziet ze mogelijkheden met EMDR. Shapiro (2004) geeft enkele voorbeelden waarbij EMDR hielp om onbegrepen pijnklachten te behandelen. Clinici hebben namelijk vaker gevonden dat de oorzaak van fysieke pijn een traumatische herinnering bleek te zijn. In meerdere gevallen bleek dat fysieke pijn verdween toen een traumatische herinnering met EMDR werd behandeld.

EMDR bij fysieke pijnklachten

Het fascineert me enorm hoe pijnklachten en emotionele herinneringen kunnen samenhangen. Ik ga daarom graag in op een voorbeeld dat Shapiro in haar boek beschrijft. Ze vertelt hoe EMDR geholpen heeft bij een man met pijnklachten in zijn rechterschouder. Deze man had al jarenlang last van schouderpijn. Op een gegeven moment kwam hij bij een therapeut voor behandeling van paniekklachten en het niet meer durven autorijden. De therapeut koos er voor om de klachten met EMDR te benaderen.

Tijdens de behandeling herinnerde de man zich dat hij de pijn in zijn rechterschouder voor het eerst had gekregen tijdens een auto-ongeluk. Terwijl tijdens de EMDR behandeling de herinnering van het auto-ongeluk werd behandeld, ontspande zijn rechterschouder op een gegeven moment volledig. De pijn en spasme verdwenen geheel en kwamen niet meer terug.

Toen ik dit las, kwam er bij mij een spontane associatie boven. Het deed me sterk denken aan de psychotherapie van Heijligenberg (2010) bij onbegrepen lichamelijke pijnklachten. Ik pakte zijn boek ‘Begrijp je pijn’ erbij en keek of ik het voorbeeld met zijn methode nog beter kon begrijpen. Volgens Heijligenberg kan een bepaalde gedachte of voornemen namelijk leiden tot een langdurige pijn of verkramping ergens in je lichaam (zie blog 30, het genezen van onverklaarbare pijnklachten).

In de termen van Heijligenberg zou deze man van zijn pijnklachten afgekomen zijn doordat hij zich tijdens de EMDR-procedure bewust werd van een voornemen. Heijligenberg legt duidelijk uit welk voornemen past bij pijn in de rechterschouder. Hij beschrijft dat als volgt. ‘De ander heeft iets gedaan wat voor jou heel naar is. Je bent er door geraakt. Je had niet verwacht dat iemand zo gevoelloos met jou zou omgaan. Je bent er kwaad om. Je bedenkt nu manieren om de ander te laten weten hoe kwaad je bent.’

Je kunt je vast voorstellen dat dit soort gedachten inderdaad bij deze man na het auto-ongeluk zijn opgekomen. Die gedachten kunnen zichzelf zelfs lange tijd ergens hebben vastgezet. Mogelijk heeft de man uiteindelijk tijdens emotionele verwerking van zijn angsten en het ongeluk door EMDR vervolgens ook zijn bijkomende nare gedachten en boosheid kunnen loslaten. In andere woorden, zijn kwaadheid over het ongeluk en zijn voornemen om verhaal te willen halen heeft hij een plek kunnen geven, waardoor ook de verkramping van zijn schouder verdween.

Het klinkt je misschien toch nog vreemd in de oren dat schouderpijn en een gedachte met elkaar te maken kunnen hebben. Toch meen ik net als Heijligenberg dat veel pijnklachten op die manier beter begrepen kunnen worden. Verwerking van trauma en emoties gebeurt niet alleen in de hersenen, het hele lichaam is er bij betrokken.

Ik voeg graag de kennis van meerdere therapeuten samen tot een steeds beter begrip van wat er eigenlijk gebeurt in iemands brein én lichaam tijdens verwerking van herinneringen en trauma’s. Daarmee kom ik op het mogelijke werkingsmechanismen van EMDR bij traumaverwerking.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

37. Bevrijdende, gouden momenten van inzicht

Hoe kan therapie genezen 37.

Mijn vraag bij elke therapeut hoe therapie kan genezen, betekent ook dat ik therapeuten af en toe met elkaar vergelijk. Wat mij vooral opviel bij Byron Katie (2002), is dat er bij haar ook sprake is van een verandering van innerlijke houding ten opzichte van anderen.

Byron Katie benadrukt een aantal keren dat het geweldig is als je doorhebt dat je jezelf kunt zijn bij anderen in het hier en nu, in plaats van een boos of angstig iemand die de ander veroordeelt vanwege herinneringen uit het verleden.

De bevrijdende momenten die zij laat zien, zijn de momenten waarop cliënten zich iets realiseren. Als ik de vele voorbeelden lees, komt het me voor dat niet de omkering of het loslaten van de gedachten cruciaal zijn, maar het aangaan van pijnlijke herinneringen en de ontspanning, en het verbeterde contact dat daarna volgt door het loslaten van boosheid. Het doet me denken aan de berusting en bevrijding die psychiater Malan (1983) beschreef na het verwerven van een doorleefd inzicht (zie blog 15), en aan het gouden moment van inzicht van de psychotherapeut Heijligenberg (2010, zie blog 31).

In zulke situaties draait het om het uiteindelijke besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn. Het onbewust herhalen van gedrag naar aanleiding van een traumatische periode, omdat je er geen raad mee weet, voorkomt een goed contact met anderen. De neiging om de pijnlijkste gevoelens in jezelf uit de weg te blijven gaan, belemmeren je om goed, intiem en reëel contact aan te gaan met anderen.

Onverschrokkenheid bij het onder ogen zien van de pijnlijkste gedachten

Die pijnlijkste gevoelens kunnen onverdraaglijk en overweldigend voelen. Ze zijn soms bijna niet te dragen en vaak zal je er voor wegvluchten en het niet aan willen. Als je ze wel aangaat, blijken ze uiteindelijk wel te dragen en af te nemen naarmate je ze vaker toelaat.

Een van de verdiensten van Katie Byron is volgens mij dat ze deze pijnlijkste gevoelens onverschrokken bij cliënten aan de orde stelt, en niet zelden samen met de cliënt ontdekt dat de meest pijnlijke gevoelens, gevoelens van vernedering door gekwetste trots, of manipulatief gedrag, de angst betreft over de tekortkomingen van jezelf.

Als therapeut valt het soms niet mee om cliënten die dat in eerste instantie eigenlijk liever niet willen, toch voorzichtig, liefdevol en consequent te leiden naar dergelijke moeilijke gedachten over zichzelf. Op dat moment heeft een therapeut houvast aan het idee dat het voor een heel goed doel is. Het helpt ook als een therapeut zelf heeft kunnen ervaren hoe de pijnlijkste gedachten kunnen leiden tot gouden momenten van inzicht.

Toch gaat het bij lang niet alle therapie over die gouden momenten en pijnlijkste gedachten. Bij sommige soorten therapie komen je gedachten niet eens aan de orde en wordt er vanuit een heel ander uitgangspunt gewerkt. Voor de therapeut is dat soms wel zo fijn.

Die richtingen hebben hun eigen toegevoegde waarde als het gaat om de bevrijding van klachten en het verlichten van menselijke problemen. Een van de richtingen waarin niet je innerlijke wereld, maar vaardigheden en het leervermogen centraal staan, is de gedragstherapie. Daar wil ik mee verder gaan.
Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

17. Melanie Klein: liefde, schuld en reparatie

Hoe kan therapie genezen 17.

In therapie ontwikkelen zich vaak tegenstrijdige positieve en negatieve gevoelens ten aanzien van de therapeut (Malan, 1983, zie vorige blog). Deze tegenstelling tussen positieve en negatieve gevoelens staat ook wel bekend als de depressieve positie. Dit is een fase in de therapie die Melanie Klein als eerste zo benoemde. In haar boek ‘Love, guilt and reparation’ (1975) beschrijft ze hoe ze daar toe kwam. Melanie Klein leefde van 1882 tot 1960. Ze wordt wel de moeder van de psychoanalyse genoemd. 

Het begrip depressieve positie klinkt een beetje somber, maar eigenlijk is het therapeutisch belangrijk om de depressieve positie te bereiken. De depressieve positie kan je zien als  een ontwikkelingfase van een kind. In deze fase ga je als kind beseffen dat de moeder of verzorger die je voedt, steunt en helpt, tegelijkertijd ook iemand blijkt te zijn op wie je heel boos kan worden omdat die er niet altijd voor je is, en een eigen leven leidt.

Als je je bewust wordt dat de liefde en de haat die je voelt, gericht blijken te zijn op dezelfde persoon, gaat dat vaak gepaard met een gevoel van depressie en schuld. Een kind voelt zich slecht en verdrietig omdat het zich realiseert dat de eigen woede gericht is tegen iemand die het kind liefheeft, en het juist zo graag naar de zin wil maken. Het kind realiseert zich op een gegeven moment dat die persoon, meestal de moeder, niet ongevoelig is maar iemand met eigen gevoeligheden en emoties. Van daaruit ontstaan gevoelens van schuld, meeleven en empathie en ook de neiging om de liefde te willen repareren en het weer goed willen maken.

Twintig procent onthouden
Voor ik verder ga, wil ik even een antwoord geven op een vraag die er vast in je opgekomen is. Verwacht ik dat je dit nu allemaal gaat onthouden om straks een goede keus te kunnen maken? Ik kan je zeggen dat ik dat in het geheel niet verwacht. Ik wil je graag zo volledig en goed mogelijk voorlichten, maar het is een bekend verschijnsel dat mensen maar iets van twintig procent onthouden van wat hen wordt verteld. Dat geeft niets. Mensen onthouden namelijk juist datgene wat het meest belangrijk voor hen is, hen het meeste raakt. 

Ik kan alleen niet weten wat dat bij jou zal zijn, dus wil ik toch graag zoveel mogelijk vertellen van wat ik weet. Bovendien heb ik ook wel de behoefte om een keer te laten zien wat voor kennis er wel niet allemaal voor handen is over therapie. En meer nog misschien, vind ik het geweldig leuk om in relatief eenvoudige woorden de complexe ideeën van anderen toegankelijk te maken voor iemand zoals jij die net zo nieuwsgierig is als ik naar wat er nu allemaal gebeurt in therapie. Ik kan je ook beloven dat ik na de moeilijkste vorm van therapie, de psychoanalyse, waar ik het tot nu toe over heb gehad, straks zal toekomen aan minder complexe vormen van therapie.

Ik heb overigens bewust gekozen om eerst de psychoanalyse te bespreken. Veel moderne vormen van therapie zijn daar namelijk uit voortgekomen. Je krijgt zo bovendien een indruk hoe bepaalde vormen van therapie zoals cognitieve therapie en EMDR eigenlijk gebruik hebben gemaakt van de bijzondere kennis van de psychoanalyse.

Dan ga ik nu eerst graag verder met de fascinerende, fantastische of ook wel fantasmagorische ideeën van Melanie Klein. Een fantasmagorie is de naam van een toverlantaarn uit de 18e eeuw die beelden op muren of rook kon projecteren, waarmee een soort schimmenwereld opgeroepen kon worden. Dat beeld kwam bij me op toen ik haar ideeën probeerde te vatten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur

Klein, M. (1975). Love Guilt and Reparation and other Works 1921-1945. London: Vintage.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

16. Climax van de therapie en ommekeer

Hoe kan therapie genezen 16.

Van de vele, zeer gevarieerde voorbeelden die Malan (1983) geeft van therapie wil ik er graag één uitlichten. Het is een duidelijk voorbeeld van de climax van een therapie waarin het belang van zowel positieve als negatieve emotionele reacties in de therapie duidelijk wordt. Het keerpunt in die therapie bestond uit een integratie van deze positieve en negatieve ervaringen in de relatie met de therapeut. 

Malan beschrijft heel precies wat er voor zorgde dat er een ommekeer kwam in de therapie bij een vrouwelijke cliënte. Wat deze cliënte nodig had tijdens haar therapie was namelijk niet alleen een warmvoelend begrip voor de werkelijke tekort gekomen zorg en de verwaarlozing die de cliënt in haar jeugd had mee gemaakt, maar ook een meedogenloze duiding dat haar reactie op die verwaarlozing een vicieuze cirkel betekende.

Ze herleefde zo in de relatie met de therapeut enerzijds de behoefte om iemand heel hard nodig te hebben en tegelijkertijd het gevoel te hebben door hem alleen gelaten te worden met de verantwoordelijkheid, en zich weer ongewenst en ongeliefd voelde. En hoe ze daarop nog steeds reageerde door zich met woede en haat van mensen afsloot en haar eenzaamheid vergrootte.

In een dergelijke therapeutische situatie zijn zowel de positieve gevoelens, het nodig hebben van de therapeut, als de negatieve gevoelens, zich ongeliefd voelen en met woede en gekrenktheid daarop reageren, op dezelfde persoon gericht. Oftewel, de persoon die de cliënte nodig heeft, is ook de persoon die ze haat. De climax van de therapie bestaat dan uit de uiteindelijke integratie van de twee zeer tegengestelde gevoelens.

Toen de cliënte zich daadwerkelijk ten volle realiseerde dat ze zich ongewenst voelde, ook bij de therapeut, maar tegelijkertijd kon ervaren dat zij ook geliefd was, kon de onrust veranderen in een gevoel van berusting en vredigheid. Dat laatste was de ommekeer waardoor de therapie volgens Malan uiteindelijk kon gaan werken.

Op het bestaan van zeer tegenstrijdige gevoelens wil ik graag zo nog wat verder ingaan. Eerst moet er iets anders van mijn hart.

Frustratie door tegenstrijdige verklaringen
Malan geeft een enorme hoeveelheid voorbeelden hoe zijn therapie in de praktijk in zijn werkt gaat. Hij legt uit dat, wat op het eerst gezicht evident lijkt, bij een tweede of derde beschouwing toch weer anders geduid kan worden. Hij is ook in staat om verklaringen die tegenstrijdig lijken toch weer logisch te laten klinken. Soms werd ik echter tureluurs van zijn steeds weer nieuwe verklaringen van dezelfde situatie.

Wat wil je nu eigenlijk, ging het door me heen. Het lijkt wel of je jezelf aan het verdedigen bent. Je belicht elke situatie van zoveel kanten dat ik af en toe volledig de draad kwijt raak. Dacht ik eindelijk een het voorbeeld te begrijpen en dan ga je er nog een keer op in waarbij je je vorige positie zelf weer ter discussie stelt. Alsof je erdoor heen glibbert, nooit te pakken bent op een echte verklaring, en altijd weer een nieuwe bij de hand hebt. Ik kreeg af en toe erg weinig vat op. Ook na meerdere lezingen bleef ik soms verbaasd en haast bedwelmd achter door de hoeveelheid verklaringen.

Zelf geeft Malan aan dat hij graag terug wil naar de elementaire uitgangspunten van de psychoanalyse, namelijk naar pure waarnemingen, zoals ook alle andere wetenschappen zich bezighouden met waarnemingen. Deze waarnemingen, hoe vreemd of verontrustend ze ook mogen zijn, zouden volgens hem onweerlegbaar vastgesteld kunnen worden. Hij geeft dan ook vele voorbeelden en waarnemingen als bewijzen voor zijn ideeën. Hij gebruikt zijn waarnemingen af en toe als zeer sterk bewijsmateriaal,  dat zeer geloofwaardig overkomt. Toch vind ik het toch niet helemaal te volgen, laat staan onweerlegbaar.

En dat verwijt ik hem misschien wel. Hij gaat te ver door en maakt het zo ingewikkeld dat niemand hem na kan doen. Zijn theorie klinkt eigenlijk wel simpel. Met zijn ene driehoek van Verdediging, Angst en een Verborgen gevoel en de tweede driehoek, Anderen, Therapeut en Ouder legt hij allerlei verbindingen die heel fraai beschreven zijn, maar ook soms onnavolgbaar. Soms denk ik aan het scheermes van Ockham en zou ik elke verklaring die er een te veel is, weg willen scheren om eindelijk te begrijpen wat hij bedoeld heeft.

Zo, dat luchtte op. Ondanks mijn frustratie ben ik gefascineerd geraakt door wat hij ziet als kern van het therapeutisch proces, het aangaan en integreren van heftige, pijnlijke, verborgen tegenstrijdige gevoelens. Om weer wat meer in een therapeutische stemming te komen, ga ik verder met iemand die de functie van tegenstrijdige gevoelens uitstekend benoemd heeft, Melanie Klein.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur

Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum