17. Melanie Klein: liefde, schuld en reparatie

Hoe kan therapie genezen 17.

In therapie ontwikkelen zich vaak tegenstrijdige positieve en negatieve gevoelens ten aanzien van de therapeut (Malan, 1983, zie vorige blog). Deze tegenstelling tussen positieve en negatieve gevoelens staat ook wel bekend als de depressieve positie. Dit is een fase in de therapie die Melanie Klein als eerste zo benoemde. In haar boek ‘Love, guilt and reparation’ (1975) beschrijft ze hoe ze daar toe kwam. Melanie Klein leefde van 1882 tot 1960. Ze wordt wel de moeder van de psychoanalyse genoemd. 

Het begrip depressieve positie klinkt een beetje somber, maar eigenlijk is het therapeutisch belangrijk om de depressieve positie te bereiken. De depressieve positie kan je zien als  een ontwikkelingfase van een kind. In deze fase ga je als kind beseffen dat de moeder of verzorger die je voedt, steunt en helpt, tegelijkertijd ook iemand blijkt te zijn op wie je heel boos kan worden omdat die er niet altijd voor je is, en een eigen leven leidt.

Als je je bewust wordt dat de liefde en de haat die je voelt, gericht blijken te zijn op dezelfde persoon, gaat dat vaak gepaard met een gevoel van depressie en schuld. Een kind voelt zich slecht en verdrietig omdat het zich realiseert dat de eigen woede gericht is tegen iemand die het kind liefheeft, en het juist zo graag naar de zin wil maken. Het kind realiseert zich op een gegeven moment dat die persoon, meestal de moeder, niet ongevoelig is maar iemand met eigen gevoeligheden en emoties. Van daaruit ontstaan gevoelens van schuld, meeleven en empathie en ook de neiging om de liefde te willen repareren en het weer goed willen maken.

Twintig procent onthouden
Voor ik verder ga, wil ik even een antwoord geven op een vraag die er vast in je opgekomen is. Verwacht ik dat je dit nu allemaal gaat onthouden om straks een goede keus te kunnen maken? Ik kan je zeggen dat ik dat in het geheel niet verwacht. Ik wil je graag zo volledig en goed mogelijk voorlichten, maar het is een bekend verschijnsel dat mensen maar iets van twintig procent onthouden van wat hen wordt verteld. Dat geeft niets. Mensen onthouden namelijk juist datgene wat het meest belangrijk voor hen is, hen het meeste raakt. 

Ik kan alleen niet weten wat dat bij jou zal zijn, dus wil ik toch graag zoveel mogelijk vertellen van wat ik weet. Bovendien heb ik ook wel de behoefte om een keer te laten zien wat voor kennis er wel niet allemaal voor handen is over therapie. En meer nog misschien, vind ik het geweldig leuk om in relatief eenvoudige woorden de complexe ideeën van anderen toegankelijk te maken voor iemand zoals jij die net zo nieuwsgierig is als ik naar wat er nu allemaal gebeurt in therapie. Ik kan je ook beloven dat ik na de moeilijkste vorm van therapie, de psychoanalyse, waar ik het tot nu toe over heb gehad, straks zal toekomen aan minder complexe vormen van therapie.

Ik heb overigens bewust gekozen om eerst de psychoanalyse te bespreken. Veel moderne vormen van therapie zijn daar namelijk uit voortgekomen. Je krijgt zo bovendien een indruk hoe bepaalde vormen van therapie zoals cognitieve therapie en EMDR eigenlijk gebruik hebben gemaakt van de bijzondere kennis van de psychoanalyse.

Dan ga ik nu eerst graag verder met de fascinerende, fantastische of ook wel fantasmagorische ideeën van Melanie Klein. Een fantasmagorie is de naam van een toverlantaarn uit de 18e eeuw die beelden op muren of rook kon projecteren, waarmee een soort schimmenwereld opgeroepen kon worden. Dat beeld kwam bij me op toen ik haar ideeën probeerde te vatten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur

Klein, M. (1975). Love Guilt and Reparation and other Works 1921-1945. London: Vintage.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

Advertenties

15. Vrede na verwerking van een emotionele gebeurtenis

Hoe kan therapie genezen 15.

Regelmatig heb ik me zelf afgevraagd hoe een cliënt kan weten of hij een gebeurtenis helemaal heeft verwerkt. Malan (1983, zie ook het  vorige blog) gaf me daarop een doorleefd antwoord. Verwerking van nare gebeurtenissen zou je kunnen zien als het op zo’n manier doorwerken van emoties dat je ze volledig hebt kunnen ervaren en er vrede mee kan voelen.

Er vrede mee hebben kun je vaak pas op het moment dat je beseft dat het niet anders kon gaan dan het gegaan is, gegeven de omstandigheden die je op dat moment had. De emotionele ladingen van boosheid, schaamte of verdriet zijn verdwenen en daarvoor in de plaats komt het ten volle accepteren van wat er is gebeurd. Er is berusting ontstaan van hoe het is gelopen.

In de woorden van Malan zou je verder kunnen zeggen dat therapie geneest, als je in staat bent om je emoties aan te gaan en zowel de positieve en negatieve kanten van gebeurtenissen in je leven ten volle kunt toestaan. Naarmate je je eigen emotionele reacties meer durft toelaten en meer contact krijgt met je positieve en negatieve eigen gevoelens, ga je je dankbaarder en levenslustiger voelen. Je kunt je eigen emotionele kracht gaan voelen die zich ontwikkelt doordat je steeds beter met allerlei emotionele gebeurtenissen kunt omgaan.

Heftige gevoelens kunnen verdragen
Voor de psychoanalytische therapie volgens Malan (1983) moet je overigens wel behoorlijk wat angst en andere heftige gevoelens kunnen verdragen. Malan waarschuwt daarom voor psychoanalytische therapie bij bijna-psychotische cliënten. Psychotische cliënten hebben mogelijk eerder te weinig dan te veel afweermechanismen tot hun beschikking. Hij stelt dat je heel voorzichtig moet zijn met de klassieke analytische techniek van afstandelijke, vrijzwevende aandacht en de weigering iets anders te geven dan duidingen bij dit soort cliënten. 

Deze techniek versterkt namelijk de angst en het vergroot overdrachtsverschijnselen. Dat is bij cliënten met dergelijke klachten zelfs onnodig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Het kan leiden tot destructieve of zelfbeschadigde gedragingen, onmogelijke overdrachtssituaties en voortijdig stoppen met de therapie.

Daarbij merkt hij nog op dat het risico op suïcide dan nog wel aanvaardbaar is, maar het risico op doodslag dat ook onder de oppervlakte kan liggen, niet. Zijn standpunt dat suïcide behoort tot een nog net aanvaardbaar risico klinkt heel hard, maar Malan heeft ervaren dat zowel warme betrokkenheid als meedogenloosheid beide nodig kunnen zijn voor het slagen van een therapie.

Ik vind dat een erg dappere uitspraak van Malan en ik weet niet of ik dat aan zou durven. Ik denk dat ik als de donder over zou schakelen naar minder angstige vormen van therapie zoals bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, een vorm van therapie die meer een verandering van mentaliteit beoogt dan een verandering van je innerlijke, diepste zijn.

De analytische therapie van Malan gaat vooral over een wezenlijke, emotionele ommekeer in iemands leven. Hij is er van overtuigd dat er bij cliënten die dat aankunnen een climax nodig is van vaak zeer heftige positieve en negatieve gevoelens om tot echte verandering te komen. Daar geeft hij ook allerlei verschillende en uiteenlopende voorbeelden van die zeer tot de verbeelding spreken.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

14. Zeer waardevolle, maar beperkte zorg

Hoe kan therapie genezen 14. 

Graag wil ik nog iets langer stilstaan bij de waardevolle therapie van Malan. De analytische therapie die Malan (1983) heeft ontwikkeld om cliënten te genezen, heeft namelijk hele speciale eigenschappen voor de cliënt. Aan de ene kant biedt de therapie onvoorwaardelijke acceptatie en begrip, en aan de andere kant biedt het ook niet meer dan dat, terwijl de cliënt ongetwijfeld juist veel meer wil dan dat.

Daardoor is de therapie de ene keer zeer voldoening gevend, en de andere keer zeer frustrerend. Hierdoor kan een cliënt alsnog leren om gebruikt te maken van waardevolle zorg op momenten dat die ook beschikbaar is en tegelijkertijd merken dat de pijn en frustratie op momenten dat die zorg ontbreekt, wel te verdragen is. Dit is vaak een moeilijk en pijnlijk proces. 

Veel mensen hebben de neiging om zulke pijnlijke of moeilijke gevoelens uit de weg te gaan. Ze zijn bang voor de pijn die het zal doen en bang om door het gevoel overweldigd te worden. Op het moment dat je je realiseert dat je niet genoeg krijgt van iemand, kun je inderdaad diep en pijnlijk geraakt zijn. Je kunt overstuur raken en je kan een ernstig pijnlijk gevoel, verdriet of verscheurdheid van binnen ervaren. Het is niet erg vreemd dat veel mensen die ervaring liever uit de weg gaan.

Durven ervaren van pijn en angst zonder verdediging
Mensen gebruiken dan ook allerlei verdedigingsmechanismen omdat ze bang zijn voor negatieve ervaringen. Ze beschermen zich tegen hun eigen emoties van angst, en de pijn om verlaten, afgewezen, uitgelachen of vernederd te worden. Dat gevoel kan zo heftig zijn dat je er niet aan wilt. Je beschermt je tegen overweldigende gevoelens van onmacht, radeloosheid, gekwetstheid en alleen zijn. 

Verdedigingsmechanismen zijn er zoals ik al vertelde (blog 11) , in allerlei vormen, bijvoorbeeld de oorzaak van je eigen problemen buiten je zelf leggen, de schuld bij anderen zoeken, ontkennen, vermijden, er niet bij stil willen staan, aan de maatschappij toeschrijven, het tegenovergestelde beweren, onderdrukken, rationaliseren, enzovoort. Deze mechanismen verdraaien de werkelijkheid zodat die minder hard binnenkomt. Dit biedt een tijdelijke oplossing voor slecht te verdragen emoties. Helaas sluiten ze ook vaak de mogelijkheid tot echt contact met andere mensen af.

Uiteindelijk kun je pas met iemand in contact gaan, als je ook kan verdragen dat die persoon je niet de hele tijd aardig zal vinden en je ook regelmatig zal afwijzen. In therapie kun je volgens Malan leren dat deze gevoelens wel te verdragen zijn, dat je nu niet meer zo klein, radeloos, kwetsbaar en machteloos bent als vroeger toen je een klein kind was en afhankelijk van de zorg van anderen.

Ten volle ervaren van emoties
Malan (1983) vroeg zich wel af waarom iemand dit soort gevoelens die alleen maar pijn doen, en waarvan je vaak hebt gemerkt dat je ze ook kunt vermijden, überhaupt aan zou gaan. Uiteindelijk blijkt meestal dat het ervaren van moeilijke gevoelens wel pijnlijk is, maar dat het daadwerkelijk toelaten van het gevoel van eenzaamheid, verlies of ongemak, daarna een geheel nieuwe ervaring en vrijheid met zich meebrengt. Achter de pijn ligt een troost en bevrijding die mensen van te voren niet kennen.

Deze reacties van vredigheid en tevredenheid na het ervaren van het gevoel van verlaten of afgewezen te zijn, kunnen verwonderlijk en vreemd lijken. Het komt soms ook zo verwonderlijk over omdat iemand vaak daarvoor al zo vaak gesproken heeft over eenzaamheid, verlies of verlatenheid zonder dat het gevoel verdween. Waarom kan het dan soms ineens zo’n diepgaande reactie van besef en tevredenheid oproepen?

Het antwoord daarop is volgens Malan dat iemand het daarvoor wel heeft gezegd, maar het niet ten volle heeft ervaren. Er over praten betekent namelijk helemaal niet dat je het ook ten volle hebt toegelaten.

De ervaring van Malan (1983) is dat het toelaten van uiterst onplezierige gevoelens kan leiden tot een vredig gevoel omdat het bijna altijd een opluchting is om je ware gevoelens te ervaren. Het is uiteindelijk beter om het verdriet om afwijzing of te voelen dan een valse schijn van competentie en efficiency in stand te houden.

Het is beter om verscheurd te worden door liefde en haat, dan je van alle relaties af te sluiten, zodat je nooit iets van werkelijke waarde kunt ontvangen. Het is beter om het gevoel van vernedering door gekrenkte trots toe te laten, dan je voor altijd boven anderen verheven te voelen. Het is uiteindelijk beter om je diepgaande gevoelens te ervaren dan een leven zonder betekenisvolle ervaringen vol te houden. Dit ervaren van diepgaande gevoelens is bovendien een belangrijke manier om emotionele gebeurtenissen te kunnen verwerken.

Over het verwerken van emotionele gebeurtenissen hebben overigens veel therapeuten geschreven. Daar zal ik nog regelmatig op terugkomen. Ook Malan heeft hier heldere gedachten over ontwikkeld. Hij heeft het over het bijzondere gevoel van vrede en berusting na volledige ervaring en verwerking van emoties en hij legt uit hoe een cliënt dat kan gaan ervaren…..

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

6. Genezing door emotionele groei

Hoe kan therapie genezen 6

Een therapie die me erg aanspreekt als het gaat om genezing, is de genezing door emotionele groei van Karen Horney (1991). Karen Horney was een bekende Amerikaanse psychoanalyticus. Ze werd geboren in 1885 in Duitsland. Ze studeerde medicijnen en verdiepte zich in de psychoanalyse van Freud. Ze was echter ook kritisch over de ideeën van Freud, vooral als het ging om zijn ideeën over aangeboren verschillen tussen mannen en vrouwen. 

Ze heeft een paar prachtige boeken geschreven. Ik zou er uren over kunnen praten, zo knap en boeiend heeft ze het onder woorden gebracht. Haar bouwwerk van ideeën heeft mij veel inzicht gegeven in hoe therapie kan werken. Elke therapeut waarover ik vertel, heeft natuurlijk een mooie visie of theoretisch bouwwerk ontwikkeld over hoe we mensen met psychische klachten zo goed mogelijk kunnen helpen.

Het helpt mij wel om elk van die bouwwerken als het ware voor me te zien en dan te kijken hoe ze naast of in elkaar kunnen passen. Ik zou de hemel vol willen schilderen met deze kastelen zodat jij ook kan zien hoe al die prachtige therapieën bij elkaar kunnen passen. Daar droom ik van, dat al die therapieën als een gaaf geheel uiteindelijk bij elkaar passen, en dat er maar een enkele sleutel nodig is om de deuren te openen.

Laat ik eerst maar eens de ideeën van Horney proberen op een heldere manier aan je vertellen. In haar boek Neurosis en Human Growth (1991) legt ze uit wat het uiteindelijke doel van een therapie is. Het heeft te maken met emotionele groei door te luisteren naar eigen spontane wensen en gevoelens in plaats van naar bedachte wensen en normen. Je gaat als het ware terug naar je zelf, naar je oorsprong wat bij jou past. Dit lukt volgens haar pas als je langzamerhand je ideale zelf kan loslaten en terugkeert bij je echte, spontane zelf. Ze noemt het zelfrealisatie. Hoe ze dat voor zich ziet, kom ik nu op.

Liever het ware zelf dan het ideale zelf
Het uitgangspunt van Horney (1991) is dat je eigen reële, persoonlijke zelfbeeld in de knel komt doordat je een ideaal zelfbeeld wilt ontwikkelen. Door steeds beter en perfecter te willen worden, raak je jezelf steeds meer kwijt. Er is een subtiel maar belangrijk onderscheid tussen enerzijds jezelf verbeteren om echt jezelf te kunnen zijn en anderzijds jezelf verbeteren om te voldoen aan een ideaal van jezelf.

In het eerste, reële geval probeer je om zo goed mogelijk met de omstandigheden om te gaan door te accepteren dat je bepaalde dingen wel kunt en andere dingen niet, gegeven jouw persoonlijkheid. In het tweede geval, probeer je zo goed mogelijk en zelfs perfect te worden in de ogen van anderen en de ideale norm die er bestaat.

Er ontstaat een soort strijd tussen datgene wat je graag zou willen zijn, en degene die je eigenlijk bent. Je cijfert als het ware jezelf weg om te voldoen aan het ideaal dat je in je hoofd hebt voorgesteld. Hierdoor ontstaat er een grote spanning tussen je echte wensen en behoeften, en de bedachte wensen en behoeften.

Verbeelding en fantasie als oplossing
Misschien vraag je je af waarom we dan eigenlijk zo’n ideaal creëren. Dat verklaart Karen Horney ongeveer zo. Volgens haar heeft iedereen een unieke eigen identiteit, het ware zelf. Dit zal zich vanzelf ontwikkelen als het de ruimte krijgt. Het gebeurt echter nogal eens dat je als kind in de klem komt, en te weinig vrijheid krijgt om jezelf op een natuurlijke manier te ontwikkelen. Kinderen kunnen dat gaan oplossen door hun fantasie en verbeelding te gebruiken.

In hun verbeelding kunnen ze veel meer dan in het echt. In hun verbeelding zijn ze prinses of held, of de ridder die alles kan en elke moeilijkheid of onrecht overwint. Ze vormen zich in hun hoofd een ideaal van wat ze in het echt niet kunnen. Dat geeft niets, dat is een normale ontwikkeling. Deze verbeelding en fantasie kunnen echter ook in het volwassen leven een grote rol blijven spelen. Veel kinderen ontwikkelen ongemerkt in plaats van hun ware zelf, een ideaal beeld van zichzelf dat stand houdt tot ver in de volwassenheid en soms een heel leven blijft bestaan.

Proberen een ideaal of perfect leven te leiden in onze tamelijke onvolmaakte wereld leidt onherroepelijk tot frustraties, conflicten en problemen met jezelf en anderen. Bovendien strookt dat ideale beeld van jezelf of die fantasie die je hebt gecreëerd vaak niet met je eigen persoonlijke karakter. Daardoor ontstaan er ook innerlijke spanningen tussen gevoelens door de persoon die je graag wilt zijn en je eigen echte gevoelens. De therapie van Horney richt zich daarom op het alsnog leren ontdekken van je ware zelf en het volbrengen van de emotionele groei van het kind naar de volwassenheid.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation.

5. Verslaafd aan eigen model van denken?

Hoe kan therapie genezen 5

Met mijn commentaar op de ideeën van de psychiater Kohut (vorige blog) bevind ik me in goed gezelschap, zoals mijn vader zou zeggen. Uit de psychoanalytische hoek kwam er aardig veel kritiek, mede vanwege de nadruk op de ouders die een zware rol kregen toebedeeld. 

Nu is het goed om te weten dat zijn ideeën ontstonden in reactie op andere psychoanalytische therapeuten die ook op zoek waren naar wat doorslaggevend is in een behandeling. Elke therapeut heeft zo zijn eigen ideeën over wat er nu precies werkt. En er is heel wat afgeruzied over de juiste therapie tussen therapeuten. Therapeuten hebben soms onnavolgbare ruzies en vetes, en verschansen zich soms maar al te graag in hun eigen theorie, weet ik uit mijn eigen ervaring.

Met name in de psychoanalytische richting zijn verschillende therapeuten ook vaak over elkaar heen gebuiteld. Volgens Kohut raakten therapeuten zelfs verslaafd aan hun eigen model van denken en durfden er niet meer open en creatief mee om te gaan. Dat noemde hij de ziekte waar diverse psychoanalytische stromingen last van hadden. Dat stond een goede therapie vaak in de weg. Het vasthouden aan welke theorie dan ook ging voorbij aan de unieke persoon met zijn verhaal en zijn eigen mogelijkheden tot ontplooiing.

Als ik eerlijk ben, kan ik eigenlijk wel genieten van die ruzies tussen bekende therapeuten. Waar ruzie is, kunnen ook nieuwe ontwikkelingen ontstaan, denk ik vaak, mits het tenminste niet te hoog oploopt. Bij Freud en Jung liep dat helaas niet heel goed af. Ik zal daar wat over vertellen.

Problemen tussen Freud en Jung
Er hebben zich grote problemen afgespeeld tussen die twee grootmeesters in de therapie, Freud en zijn leerling Jung. Daar is een indrukwekkende film over verschenen met de onheilspellende naam ‘A Dangerous Method’. De film laat zien hoe Jung een gevaarlijke methode gebruikte om een vrouwelijke cliënte te genezen. Hoe gevaarlijk dan wel? Nou, wat mij betreft echt gevaarlijk en heftig: Jung ging een seksuele, sadomasochistische getinte relatie aan met zijn cliënte. Dit leek zowaar te helpen om de cliënte heen te laten komen over haar eigen traumatische jeugd, waarin ze werd mishandeld door haar vader. Dit was voor Freud, denk ik, nog tot daar aan toe, hij was wel wat gewend wat seksualiteit betreft. Jung ontwikkelde echter vergaande ideeën die Freud als wetenschappelijk ingestelde arts niet kon verantwoorden. Hij vond dat Jung zijn vak als objectieve wetenschap te grabbel gooide. 

Jung vertelde aan Freud enkele ontdekkingen, die wetenschappelijk gezien gewoon onmogelijk te verklaren zijn. Jung wilde met name zijn ontdekking over synchroniciteit met hem delen. Synchroniciteit gaat over het idee dat er niet alleen een causaal verband bestaat, van oorzaak en gevolg, maar ook een synchroon verband. Dat willen zeggen dat er gebeurtenissen zijn zonder causaal verband die gelijktijdig gebeuren en toch een verband met elkaar hebben.

Freud wilde daar niets van weten, hij was bang voor zijn naam als wetenschapper en arts. Het gevolg was een onherstelbare ruzie. Uiteindelijk werd Jung uitgesloten van de gemeenschap van psychoanalytici en ging zijn eigen weg.

Dat is trouwens een van de ergste dingen die je kan overkomen, uit een gemeenschap te worden gestoten. Iemand vertelde eens dat hij liever een granaat zou opvangen dan uit een groep te worden gestoten. Men zegt wel dat Jung door zijn isolatie en eenzaamheid psychotische verschijnselen heeft gekregen en dat zijn ideeën over synchroniciteit daar veel mee te maken hebben gehad. Op Jung ga ik nu verder niet in. Als je toch wat meer van Jung wilt weten, kun je het beste naar een collega gaan, want van hem weet ik vrij weinig af.

Ik denk dat het handig is dat ik je nu meer vertel over enkele andere voorgangers van Kohut zoals Sigmund Freud en Karen Horney. Dan kun je straks beter beoordelen wat de waarde is van de bijdrage van Kohut. Ik begin met Karen Horney omdat zij me erg aanspreekt (volgende blog).

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

4. Contact even noodzakelijk als zuurstof

Hoe kan therapie genezen 4

Contact even noodzakelijk als zuurstof? Hoe moet je dat zien? De psychiater Kohut (1984) stelt het nadrukkelijk in zijn boek ‘How does analysis cure?’ Volgens hem hebben we, net zoals we voortdurend zuurstof nodig hebben om te ademen, ook anderen nodig die ons kunnen voeden en energie geven. Energie krijgen van anderen, weerklank vinden, of empathische resonantie zoals Kohut het benoemt, is broodnodig voor je gezondheid.

We hebben zelfs een voortdurende echo nodig dat empathische resonantie echt mogelijk is in deze wereld. Dit betekent overigens niet dat iemand een therapeut daarvoor voortdurend nodig heeft en blijft houden. De voortdurende empathische feedback en het kunnen herstellen van misvattingen tijdens therapie zorgen er uiteindelijk voor dat de emotionele ontwikkeling die in de kindertijd geblokkeerd raakte, weer op gang komt. Iemand is daarna ook buiten de therapie in staat om anderen te vinden waarmee hij op een constructieve manier kan omgaan.

Het komt er op neer dat cliënten begrip ontmoeten, en ook frustraties ondervinden in het contact, dat dan uiteindelijk tot een goed einde worden gebracht. Het gaat er daarbij niet alleen maar om dat de therapeut luistert en je begrijpt, maar vooral ook dat de moeilijkheden in het contact er mogen zijn en bespreekbaar en hanteerbaar worden gemaakt.

Alleen empathisch begrip en steun is niet genoeg. Daarom heeft Kohut misschien gekozen voor het woord resonantie. Ik zou zeggen dat een therapeut in contact blijft, wat er ook gebeurt, en niet afhaakt als het te moeilijk of vervelend wordt. De therapeut leert de cliënt uiteindelijk waaruit een echt voedend contact bestaat. Je zou dit kunnen zien als een van de sleutelingrediënten voor therapie: ‘de ervaring van de beschikbaarheid van empathische resonantie’ of het ervaren van voedend contact van belangrijke personen rond de cliënt.

Weinig empathie voor ouders 

Toen ik de therapie van Kohut leerde kennen, raakte ik onder de indruk van zijn diepgaande methode van therapie om cliënten te genezen. Het spreekt me enorm aan vanwege de diepgang, menselijke betrokkenheid en warme empathische houding van de therapeut. 

Toch heb ik ook enkele bezwaren. Ik vind de begrippen die hij gebruikt soms moeilijk toegankelijk. Met het begrip beschikbaarheid van empathische resonantie ben ik bijvoorbeeld niet heel blij omdat het nogal abstract klinkt. Ik heb moeite me er iets bij voor te stellen en ook om het te onthouden. Ik zou daar graag meer aansprekende woorden voor willen vinden.

Iets anders zit me ook niet erg lekker. Naarmate ik zijn methode verder bestudeerde, viel het me namelijk steeds meer op dat Kohut wel een erg grote druk of schuld bij de ouders neerlegt. Hij zegt dat het kind is tekort gekomen. Het heeft te weinig steun en begrip ontmoet, en heeft zich daardoor emotioneel weinig kunnen ontwikkelen.

Kohut gaat er vanuit dat alle cliënten op zoek zijn naar warme, betrokken, onvoorwaardelijke liefde zoals een moeder dat zou hebben voor haar kind. Ik geloof wel dat de genegenheid van een moeder voor een kind iets heel moois en onvoorwaardelijks heeft. Ik geloof ook dat er een behoefte bestaat om onvoorwaardelijke steun en liefde te krijgen. Dat kan echter ook een kinderlijke wens zijn, die uiteindelijk niet vervuld kan worden, en ook niet meer nodig is, zodra je ander soort relaties met mensen kunt aangaan.

Ik denk verder dat niet alle cliënten op zoek zijn naar onvoorwaardelijke liefde. Ik kom ook cliënten tegen die gesmoord zijn door teveel liefde. Ik ken cliënten die teveel beschermd zijn en zich niet hebben kunnen losmaken van hun ouders. Ik ken ook cliënten die niet speciaal behoefte hebben aan onvoorwaardelijke liefde, maar bijvoorbeeld aan uitdaging, tegenwicht, of gelijkwaardigheid. Ik denk wel dat iedereen op zoek is naar voedende relaties en intiem contact, maar dat het per persoon verschilt wat er als voedend ervaren wordt.

Een klein, voorzichtig stemmetje in mij zegt daarom dat het misschien wel zijn eigen verborgen verlangen naar liefde was waar Kohut nog geen afstand van had kunnen nemen. Misschien wilde hij te aardig zijn voor zijn cliënten, en durfde hij de weerstanden waar psychoanalytische therapie veel gebruik van maakt, niet aan. Mogelijk ook had hij zelf grote moeite met de frustraties waar hij tijdens zijn eigen psychoanalytische therapie op gestuit was en wilde hij dat zijn cliënten niet aandoen. Daar kan ik me overigens levendig voorstellen. Psychoanalyse kan volgens mij uitermate frustrerend zijn. Daar kom ik later in mijn verhaal wel op terug.

Eerst wil ik nog iets zeggen over de strijd tussen Kohut en zijn psychoanalytische compagnons (volgende blog).

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

3. Kohut: het genezende effect van analytische therapie

Hoe kan therapie genezen 3

Ik weet niet of je de naam Heinz Kohut kent? Hij is tamelijk bekend binnen de psychoanalytische therapie. Hij heeft een belangrijke vorm van therapie ontwikkeld die bekend staat als Self-psychology. Kohut was een psychiater die leefde van 1913 tot 1981. Hij heeft zich sterk verdiept in de psychoanalyse en de ontwikkeling van het zelf, de kern van iemands persoonlijkheid. Hij gaat er van uit dat psychische klachten samenhangen met je persoonlijke kern die niet goed genoeg ontwikkeld is.

Die kern, of het Zelf, kun je tijdens therapie als het ware restaureren. Dat proces beschrijft hij in zijn boek ‘How does analysis cure?’ (Kohut, 1984): hoe je het Zelf kunt restaureren, of hoe psychoanalyse mensen kan genezen. Ik vind het prachtig zoals hij dat durft te benoemen, ‘het restaureren van je zelf’. Ik zal je uitleggen hoe hij dat voor zich ziet en wat volgens hem de kern vormt van een succesvolle analytische therapie.


Onvoorwaardelijke liefde

Volgens Kohut is een cliënt eigenlijk voortdurend op zoek naar een warme, betrokken, onvoorwaardelijke liefde zoals een moeder die geeft aan haar kind. Cliënten hebben dit in hun jeugd om wat voor reden dan ook niet goed kunnen krijgen. Hun behoefte om deze onvoorwaardelijke steun en liefde te krijgen van ouders kan helaas niet meer worden vervuld. Het is onmogelijk om dat nog te verwachten van je ouders of van iemand anders. Er kan echter wel iets voor in de plaats komen.

Wat is het dan wat er in de plaats kan komen? Het is iets wat erop lijkt, maar waar eigenlijk geen eenvoudige of goede woorden voor bestaan. Kohut heeft het een speciale naam gegeven en noemt het ‘de ervaring van de beschikbaarheid van empathische resonantie’.

Met empathische resonantie bedoelt hij het kunnen ervaren van medeleven en medegevoel van anderen waardoor iemand gevoed en gesterkt wordt in zijn eigenheid. Empathische resonantie is volgens hem de belangrijkste bron van veiligheid en zekerheid voor volwassenen. Ik wil ik graag toelichten hoe hij dat voor zich ziet.


Ervaren van beschikbaarheid van empathie

Kohut (1984) beschrijft wat er volgens hem voor genezing zorgt in therapie. Tijdens de therapie leert iemand op zich allerlei vaardigheden zoals zich beter uitdrukken, zich meer beheersen, beter met zijn emoties en stress omgaan, zijn eigen capaciteiten beter waarderen en gebruiken.

Deze vaardigheden zijn echter niet de kern van de genezing volgens Kohut. Natuurlijk zijn deze vaardigheden en innerlijke waarden en doelen belangrijk, maar uiteindelijk moeten ze weerklank vinden bij andere mensen. De innerlijke bron wordt gevoed door de reacties die andere mensen er op geven. Juist die respons zorgt voor de uiteindelijke verbetering of genezing van psychische klachten.

Met resonantie bedoelt hij overigens niet dat je elkaar feilloos gaat aanvoelen of elkaar volledig gaat begrijpen, maar meer het tot elkaar blijven komen ondanks de misvattingen, die er steeds weer kunnen ontstaan. De voortdurende inspanning van de therapeut om de cliënt te begrijpen leidt tot twee verschillende resultaten.

Ten eerste zorgen de fouten en misvattingen die de therapeut af en toe maakt voor de opbouw van een gezonde frustratietolerantie. Ten tweede zal het over het overheersende gevoel dat de therapeut de cliënt toch regelmatig wel goed begrijpt en echt belangstelt in wat de cliënt te zeggen heeft er toe leiden dat de cliënt zich iets gaat realiseren.

Hij realiseert zich dat er, tegenovergesteld aan de ervaringen in zijn jeugd, wel degelijk begrip en empathie beschikbaar is in deze wereld. In andere woorden de sleutel tot herstel is ervaring dat anderen mensen, en als eerste de therapeut, in staat zijn om hem te begrijpen ondanks de misvattingen die er zullen zijn.

Kohut gaat eigenlijk nog verder en legt uit dat contact even noodzakelijk is als zuurstof. Daar ga ik graag wat dieper op in als je het goed vindt. (Volgende blog).

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur

Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.