75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

33. Haast om emotionele problemen te begrijpen

Hoe kan therapie genezen 33.

Hoe mooi ik de therapie van Heijligenberg (2010) ook vind, ik kan toch niet helemaal volgen hoe specifieke pijnplekken in mijn lichaam gekoppeld kunnen zijn aan zaken die ik me heb voorgenomen (zie blog 31). Hoe zou dat toch mogelijk zijn? Ik zou het graag begrijpen en ik heb ook haast om het te begrijpen.

Ik heb zelfs een enorme haast en onrust is mij. Haast ook om te begrijpen hoe we mensen met emotionele problemen nog veel beter zouden kunnen helpen. Hoe meer we er van weten hoe beter. Ik wenste dat we als therapeuten al zover waren dat we iedereen konden helpen, en liefst ook konden genezen.

Vroeger nam ik soms een stap terug en ging op de maan staan. Mijn moeder raadde me dat aan als ik problemen te groot zag. Vanaf de maan lijkt alles klein. We lijken een zandkorrel of een zoutkristal, en niets lijkt meer belangrijk genoeg. Het gaf me een welkome adempauze om te beseffen hoe klein ik was. Daarna zag ik dingen weer in proportie en hoefde ik geen actie te ondernemen. Zo belangrijk was het niet wat ik wilde.

Ik denk er nu iets anders over. Mensen en problemen zijn klein en onbelangrijk vanaf de maan, maar vanuit dat onpersoonlijke perspectief verliest bijna alles zijn betekenis. Van dichtbij kunnen problemen groot en overweldigend aanvoelen en dan is het fijn als er iemand is, een therapeut, die je door een zee van warrige gevoelens kan loodsen naar een veiligere plek en je leert hoe je dergelijke emoties kunt hanteren of verdragen. Daarin voel ik me soms erg klein vergeleken de grote, ervaren therapeuten zoals Malan, Kohut, Horney en Beck (zie eerdere blogs).

Ik wil soms helemaal niet beseffen hoe klein ik ben vergeleken deze therapeuten om andere mensen te helpen om te veranderen. Ik heb nog teveel eigengereide gedachten en ideale wensen en heb soms moeite om uit mijn eigen denkwereld te stappen. Toch hoop ik dat ik ondanks mijn eigen persoonlijke, soms vreemde gedachtekronkels, iets wezenlijks kan bijdragen aan het welzijn van anderen. Daarom ga ik ook verder met mijn verhaal over hoe therapie kan genezen. Als je me tot hier gevolgd hebt, zal je het vervolg van mijn verhaal ook vast boeiend vinden.


Van onbewuste, verborgen patronen naar meer toegankelijke problemen

Tot nu toe heb ik het al vaak gehad over verborgen gevoelens, onderdrukte emoties, wegstopte wensen en verdedigingsmechanismen. Vanwege allerlei mechanismen die gevoelens verbergen of onderdrukken zijn veel psychische klachten vaak niet direct toegankelijk in de therapie. Vaak zal een psychodynamische psychotherapie of psychoanalytische psychotherapie nodig zijn om de complexe, onbewuste patronen in de omgang met anderen te leren doorbreken.

Er zijn echter ook genoeg psychische problemen die wel direct toegankelijk zijn voor therapie. De cognitieve therapie (Beck, 1995) gaat bijvoorbeeld tamelijk direct te werk en doet bovendien een hele goede poging om automatische, vaak onbewuste gedachten toch boven tafel te krijgen. Dat lukt soms wel, soms niet goed genoeg.

De therapie van Heijligenberg (2010) vind ik een geweldige vondst als het gaat om het benaderen van op zich moeilijke toegankelijke klachten. Mooi zoals daar via onverklaarbare pijnklachten toegang gezocht wordt tot innerlijke overtuigingen die onbewust een gezond psychisch functioneren in de weg staan.

Een wat eenvoudiger verhaal is het als het gaat om problemen waarvan iemand zich wel goed bewust is, of bijvoorbeeld als het gaat om psychische problemen door gebeurtenissen die iemand zich goed kan herinneren. Mensen worstelen met allerlei gebeurtenissen die aanleiding zijn voor allerlei bewuste emoties zoals woede, verdriet, teleurstelling of angst. Voor dat soort problemen is er een scala aan therapieën die soms heel effectief kunnen werken.

Sommige therapeuten ontwikkelden speciale technieken om bepaalde emoties te leren hanteren. Byron Katie (2002) ontwikkelde bijvoorbeeld een praktische methode om beter te leren omgaan met situaties waardoor je je erg boos of machteloos voelt vanwege een onrechtvaardigheid, oneerlijkheid, of onredelijkheid. Daar wil ik mee verder gaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

 

 

32. Verminderen van pijn door verbeterd contact

Hoe kan therapie genezen 32.

De methode van Peter Heijligenberg (2010) om pijnklachten te genezen is zeker geen eenvoudige methode, ook al lijkt dat op het eerste gezicht misschien zo. Heijligenberg benadrukte dat we heel voorzichtig om moeten gaan met de kennis uit zijn boek. Hij geeft ook aan dat zijn methode niet goed genoeg wetenschappelijk gefundeerd is. Drie cliënten per pijnplek als bewijs is bij lange na niet genoeg, besefte hij. Dat zouden er eerder dertig moeten zijn.

Er zal een lange weg nodig zijn om meer bewijs te verzamelen voor zijn methode. Helaas geldt dat eigenlijk voor alle therapie, inclusief de op wetenschappelijk bewijs gebaseerde therapieën zoals de cognitieve therapie van Beck (1995).

Zoals ik al in mijn inleiding zei (blog 1), schiet de wetenshap behoorlijk tekort in het verhelderen van individuele, persoonlijke ervaringen en genezingsprocessen, en hebben we de schat aan ervaringen van therapeuten hard nodig om steeds meer grip te krijgen op hoe therapie kan genezen.

Ik zie de theorie van Heijligenberg als een wonderbaarlijk in elkaar grijpen van een innerlijk idee en lichamelijke pijnklachten. Als kern van de therapie geeft hij aan dat er innerlijke verandering van houding ten opzichte van iemand anders moet plaatsvinden. Weten is niet genoeg, het gaat om een doorleefd inzicht dat leidt tot gedragsverandering in het contact met anderen. Door zijn hele boek heen en vooral bij zijn adviezen kom je steeds tegen dat het belangrijk is om met de ander in contact te treden over je problemen op zo’n manier dat het voor beide partijen goed voelt.

Hij waarschuwde verder dat het bewustwordingsproces bij een cliënt overigens makkelijk verstoord kon worden als hij te snel of op een verkeerde manier de oorzaak van een pijnklachten ter sprake bracht. Ook zijn gesprekstechniek en manier van werken spelen een belangrijke rol in het therapieproces.

Daarnaast werden al zijn adviezen gericht op het op een gezondere manier omgaan met belangrijke anderen. Een verbeterde communicatie en beter, prettiger contact met dierbare anderen kan op zich een goede verklaring zijn voor het effect van zijn therapie.

Ik vind het bijzonder mooi hoe goed hij in staat is geweest om het gezonde gedrag te benoemen dat in de plaats kan komen van minder gezonde voornemens. Dat alleen al maakt zijn boek heel waardevol.

Pijn in rechterelleboog vanwege familieproblemen

Ik kijk natuurlijk ook naar zijn ideeën door mijn eigen bril. Ik vermoed dat de pijn en spanning mede kunnen verdwijnen omdat iemand beter en op een prettigere manier in contact leert komen met anderen. De weerstand, spanning en uiteindelijk pijn, die het oproept om steeds met iemand in conflict te zijn, wordt hiermee doorbroken.

Wat dat betreft vind ik het een heel mooi voorbeeld hoe cognitieve therapie kan helpen om pijnklachten te genezen. Je kunt je verder voorstellen dat dit niet alleen werkt bij mensen met pijnklachten maar ook bij allerlei andere vormen van stress en spanning. Ontspanning door een verbeterd contact met jezelf, je lichaam en met anderen, doorbreekt de pijncirkel van zowel lichamelijke als emotionele pijn.

Nog een voorbeeld. Op dit moment heb ik zelf pijn aan mijn rechterelleboog. Ik weet waardoor ik die pijn gekregen heb. Tijdens het squashen heb ik een verkeerde beweging gemaakt waardoor de aanhechting van de spier aan mijn elleboog een klap kreeg. Daarna kon ik een week lang zelfs geen kopje optillen. Ik heb rustig aan gedaan en na enkele weken kon ik weer squashen.

Gek genoeg is de pijn echter niet verdwenen. Er blijft een plekje zitten dat steeds maar zeurt, en ook af en toe gewoon verdwenen is. Alsof zich daar spanning heeft opgehoopt, die ik nu ook als pijn voel. Als ik genoeg ontspan, verdwijnt het echter. Elke pijn waarvan ik niet weet wat de oorzaak is, zoek ik tegenwoordig op in Begrijp je pijn.

Bij pijn in de rechterelleboog vond ik het volgende. Pijn in de rechter elleboog, 31, Gedrag of innerlijke houding: Je bent het er niet mee eens dat de ander er als vanzelfsprekend van uitgaat dat jij voor hem of haar dingen doet waarvan hij of zij weet dat je die liever niet zou doen. Je wilt dat deze houding van de ander verandert. Je neemt je voor om de ander in krachtige bewoordingen duidelijk te maken dat het helemaal niet vanzelfsprekend is, dat jij iets doet wat je niet wilt doen.

Advies: Als je krachtige woorden gebruikt dan bestaat het gevaar dat er ruzie ontstaat.Je doet er goed aan om de ander op een rustige manier uit te leggen dat jij uiteindelijk zelf wilt beslissen of je iets wel of niet zult doen.

Ik moet toegeven dat ik het heel herkenbaar vind wat daar staat. Mijn neef Mozes Johnston heeft de neiging om dingen te vragen waar ik eigenlijk niet aan kan voldoen. De laatste tijd geef ik steeds vaker weerwoord aan hem, maar ik krijg daarmee ook vervelende ruzies, die zich maar moeilijk weer oplossen.

Het advies kan ik wel gebruiken. Ik denk inderdaad dat ik weer wat rustiger, maar wel duidelijk moet gaan zeggen welke dingen ik wel of niet wil of kan doen voor hem. Ik denk er wel gelijk bij, dit heeft misschien wel niets te maken met de pijn in mij elleboog, maar het is een heel verstandig advies. Het geeft een opening om weer beter in contact te komen met mijn neef en meer rekening te houden met zijn gevoeligheden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor  medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

 

31. Hoe verdwijnen of verminderen pijnklachten?

Hoe kan therapie genezen 31.

Hoe precies kan psychotherapie er voor zorgen dat fysieke pijnklachten verdwijnen? Die vraag kwam vroeger regelmatig bij me op als cliënten tijdens de begeleiding vaak terloops vertelden dat hun hoofdpijn, rugpijn, maagpijn of nekpijn inmiddels was verdwenen.

Heijligenberg (2010) gaf er een heel inzichtelijk antwoord op. Om pijnklachten te genezen moet volgens Heijligenberg het voornemen dat ten grondslag ligt aan de pijn (zie vorige blog) veranderd worden in een beter, adequater voornemen. Hij ging daarom samen met de cliënt na hoe die had gereageerd op de gebeurtenis en of hij ook anders had kunnen reageren. Iemand die zich bijvoorbeeld had voorgenomen niet meer met partner te praten over iets wat haar dwars zat, kwam er achter dat ze daarmee eigenlijk het contact op slot had gezet. Na het bespreken er van besefte ze dat ze er wel over moest gaan praten.

Heijlingenberg (2010) spreekt van het gouden moment van inzicht. Zulke gouden momenten heeft hij talloze keren mogen meemaken. Cruciaal tijdens de behandeling is dat de cliënt tot inzicht komt dat zijn voornemen niet goed heeft uitgepakt en dat hij op een andere, gezondere manier kan gaan reageren.

‘Op het moment dat zo’n inzicht doorbreekt, kun je aan de uiterlijke fysiek reactie van iemand zien dat er innerlijk iets belangrijks gebeurd is. Er wordt een weldadige ontspanning zichtbaar over het hele lichaam en meestal volgt en diep, lange tevreden zucht.’ De pijn is dan verdwenen. De veranderde innerlijke houding tot de ander leidt tot het verdwijnen van de klachten. De veranderde houding door een innerlijk besef en de daar op volgende ontspanning en berusting zou je hier het sleutelingrediënt kunnen noemen.

Na zo’n moment van zelfinzicht richt de therapie zich verder op het toepassen van dit inzicht in het dagelijks leven, bijvoorbeeld hoe iemand dan op een goede manier met haar partner kan gaan praten. De behandeling kan worden afgesloten als het nieuwe inzicht en gedrag geïntegreerd raken in het leven van de cliënt.

In het kort komt genezing tot stand door het achterhalen van de nare gebeurtenis, het benoemen van het voornemen dat de cliënt maakte door de nare gebeurtenis, het vervangen van het voornemen door een psychisch gezonder voornemen, en het oefenen van gezonder gedrag in de praktijk.

Ook bij andere therapeuten ben ik trouwens een duidelijk verband tegengekomen tussen fysieke pijn en herinneringen aan een nare of traumatische gebeurtenis. Shapiro (2004) vertelt bijvoorbeeld over een man die al jaren last had schouder- en rugpijn die zich plotseling herinnerde hoe de pijn ontstaan was. Door het behandelen van de traumatische herinnering verdwenen ook de schouder- en rugpijn volledig.

Shapiro ken je misschien van de EMDR-behandeling van trauma’s. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Op die therapie zal ik later zeker terugkomen.
Pijnplekken verbonden met voornemens

De ideeën van Heijligenberg (2010) gaan nog een stapje verder. Na lange jaren van ervaring ontdekte hij dat niet alleen een voornemen een rol speelde in de pijnklachten, maar dat bepaalde voornemens aan specifieke plekken gekoppeld bleken. Hij kwam op dit spoor omdat hij een cliënt had met pijn in haar linkerknie die haar voornemen aan hem vertelde: ze had besloten haar irritaties voortaan in zichzelf op te lossen.

Hij beleefde een soort déjà vu, omdat hij dit voornemen al een paar keer eerder had gehoord. En inderdaad toen hij de andere cliënten met pijn in de linkerknie opzocht in zijn archief, bleek dat zij hetzelfde voornemen hadden gehad. Het bleek geen toeval, maar een patroon. Ook bij 32 andere pijnplekken kon hij bij tenminste drie cliënten eenzelfde voornemen terugvinden.

Uiteindelijk heeft hij bij 115 pijnplekken een voornemen kunnen vinden dat specifiek bij die pijnplek hoort. In zijn boek heeft hij al deze pijnplekken benoemd. Hij heeft volledig beschreven wat het bijbehorende voornemen is. Vervolgens heeft hij ook zijn advies er aan toegevoegd hoe je dit voornemen kunt veranderen.

Ik geef je een voorbeeld zodat je er nog iets meer bij kan voorstellen. Stel je hebt pijn links onder in je rug naast je stuitje. In het boek zoek je die plek op. De plek heeft nummer 82. Vervolgens kijk je bij 82 wat het betekent en wat je kunt doen. Daar vind je een beschrijving van het voornemen die bij die pijnplek hoort en een advies. Een stukje daarvan geef ik hier weer:

Pijn circa 10 cm links van het stuitje (82). Gedrag of Innerlijke houding: je bent tot de conclusie gekomen dat de ander niet geïnteresseerd is in de diepere wensen en verlangens die jij hebt. Je voelt dit als een gemis in jullie contact. Je neemt je voor om daar niet meer met de ander over te praten.

Advies: Als je dit voornemen uitvoert dan zal jullie contact een meer afstandelijk karakter krijgen. Je doet er goed aan om de ander te vragen hoe het komt dat hij of zij geen interesse heeft in jouwe diepere wensen en verlangens. Als blijkt dat de ander die interesse niet wil of kan opbrengen, dan doe je er goed aan om hem of haar te zeggen dat jij dit in jullie contact als een gemis ervaart.

Op deze manier geeft Heijligenberg bij elke pijnplek een beschrijving van het voornemen en een advies wat je zou kunnen doen. Hij waarschuwt daarbij wel dat je een ervaren therapeut moet zijn met veel kennis van pijnklachten om deze methode op een goede manier te kunnen gebruiken.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur

Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming                 anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

 

30. Begrijp je pijn, het genezen van onverklaarbare pijnklachten

Hoe kan therapie genezen 30.

Peter Heijligenberg schreef het boek ‘Begrijp je pijn, een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarde lichaamspijnen’ (2010). Hij geeft daarin een hele speciale kijk op hoe therapie kan genezen. Ik zie het als een specifieke en bijzondere vorm van de cognitieve therapie van Beck (1995, zie vorige blog). Misschien zal je sommige pijnklachten zoals vage rugpijn, buikpijn of schouderpijn beter gaan begrijpen, als je gelezen hebt hoe Heijligenberg er tegen aankijkt.

Het verband tussen cognitieve therapie en lichamelijke pijnklachten ligt niet onmiddellijk voor de hand. Tijdens zijn werk als psychotherapeut merkte Heijligenberg dit verband echter regelmatig op. Hij ontdekte dat lichamelijke reacties en pijnklachten in je lichaam het gevolg kunnen zijn van een oordeel of gedachte over een specifieke, moeilijke of nare gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Dat oordeel heeft te maken met jezelf in relatie tot de ander. Een nare gebeurtenis heeft namelijk heel vaak te maken met iets dat er fout ging in het contact tussen de cliënt en iemand anders die belangrijk is voor die cliënt.

Het gaat om gebeurtenissen waarbij de cliënt emotioneel geraakt is, maar dat niet heeft beseft. Dit kan van alles zijn zoals een conflict, onrecht, verwijten, of iets waar hij zich voor schaamde of als vernederend heeft ervaren. Graag vertel ik je hoe hij tot zijn ideeën kwam.

Bel me, al is het midden in de nacht

Peter Heijligenberg behandelde in zijn praktijk veel mensen met pijnklachten. Na een aantal jaren met deze cliënten te werken, merkte hij dat de pijnklachten heel vaak te maken hadden met een nare gebeurtenis die had plaatsgevonden ongeveer een dag voordat de pijnklachten waren opgetreden.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie wist hij dat gedachten grote invloed hebben op gevoelens en het gedrag van mensen. Daarom vroeg hij steeds vaker aan cliënten wat er precies door hen heen was gegaan op het moment dat de pijn was ontstaan.

Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij vroeg of cliënten hem wilde bellen zodra de pijn toenam, al was het midden in de nacht. Zo ging hij samen op zoek met de cliënt naar het moment of de nare gebeurtenis waarop de pijn voor het eerst gevoeld werd. Veel cliënten konden zich dat nog heel goed herinneren.

Ook liet hij cliënten een dagboekje bijhouden waarin ze schreven wanneer de pijn toenam of wat er dan door hen heenging. Daarmee bouwde hij een schat aan ervaring op over hoe pijnklachten bij allerlei cliënten ontstonden.

Als psychotherapeut was hij zich sterk bewust dat het niet de nare gebeurtenis zelf is die nare gevoelens of pijn oproept, maar de interpretatie of gedachten over de gebeurtenis. Hij merkte tijdens de gesprekken dat die gedachten vooral bestonden uit voornemens om te zorgen dat iemand niet nog een keer zoiets ergs zou meemaken. Dit voornemen bleek echter vaak eerder blokkerend en minder psychisch gezond dan nodig. Hij ontwikkelde daarop een manier om de pijnklachten te verminderen via de behandeling van de nare ervaring en het voornemen dat er aan gekoppeld werd.

Inmiddels is Heijligenberg geen praktiserend therapeut meer. Gelukkig heeft hij zijn methode heel precies beschreven zodat zijn kennis niet verloren is gegaan. Ik zal er nog iets meer van toelichten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

29. Aandachtspunten bij cognitieve therapie

Hoe kan therapie genezen 29.

Volgens Aaron Beck (1990) is het veranderen van overtuigingen een wezenlijk, cruciaal onderdeel van therapie. Er zijn echter ook beperkingen aan cognitieve therapie waarvan Beck er een aantal op een rij gezet heeft. In de aanbevelingen die Beck geeft voor cliënten met persoonlijkheidsproblemen herken ik de psychoanalyticus die hij vroeger was. Daar maakt hij duidelijk dat er bij cliënten met complexe problematiek vaak toch meer komt kijken dan het veranderen van overtuigingen.

Hij noemt bijvoorbeeld het belang van het werken aan duidelijke gezamenlijke therapiedoelen en het gebruik van allerlei technieken uit de gedragstherapie, het aanleren van allerlei vaardigheden en het versterken van het vertrouwen in eigen kunnen, afhankelijk van de problematiek van de cliënt.

Hij noemt ook de meer dan gewone aandacht voor de relatie tussen de cliënt en therapeut. De effectiviteit van de therapie kan volgens hem behoorlijk toenemen als de overdrachtsrelatie tussen hen gebruikt kan worden als ingang voor het benaderen van de problemen van de cliënt. Een therapeut moet dan ook veel aandacht geven aan zijn eigen emotionele reacties op de cliënt om deze als extra bron van informatie te kunnen gebruiken tijdens het proces. Daar kun je ook het belang van hechting in de relatie in herkennen waar ik het eerder over had (blog 21).

Verder geeft hij het belang aan van het ingaan op angst voor veranderingen. Hij schrijft dat de herkenning van de angst die opgeroepen wordt door veranderingen zelfs cruciaal is voor een succesvolle behandeling. Veranderen gaat vaak gepaard met veel angst. Cliënten moeten hun oude vertrouwde houding en gewoontes gaan loslaten en onbekende nieuwe dingen gaan uitproberen. Als een cliënt voorbereid wordt op angsten die kunnen ontstaan tijdens het therapieproces komt dat minder uit de lucht vallen. Dit kan helpen om de cliënt door moeilijke perioden heen te loodsen.

Nog tien andere principes bij cognitieve therapie

Ook Judith Beck (1995) benadrukt een scala aan technieken die gebruikt worden naast puur cognitieve technieken. In haar inleiding noemt ze tien principes die aan de basis liggen van elke cognitieve therapie zoals het voortdurend opnieuw aanpassen en inschatten van de problemen van de cliënt, de therapeutische band, empathie en veiligheid, en actieve houding en samenwerking van beide partijen, en een doelgerichte en oplossingsgerichte benaderingswijze.

Wat dat betreft vind ik het wel jammer dat cognitieve therapie in de praktijk soms beperkt wordt tot een technische vorm cognitieve herstructurering, het dure woord voor anders leren denken. Het wordt zelfs wel eens omdenken genoemd, in mijn ogen een armoedig woord voor een tot techniek gereduceerde therapie.

Ondanks de beperkingen vind ik het een geweldige, toegankelijke en concrete methode. Ik heb ervaren dat je sommige mensen inderdaad binnen enkele sessies een ander besef van hun problemen kunt geven, waardoor ze veel angst en spanning kunnen loslaten. Bij redelijk emotioneel stabiele cliënten met niet te veel klachten kun je er snel iets mee bereiken. Veel psychologen gebruiken het als basis voor hun eigen therapie die ze verder aanvullen met kennis vanuit andere therapiestromingen en hun eigen klinische ervaringen.

Een heel mooi voorbeeld hoe je gedachten bepaalde symptomen en pijnklachten kunnen veroorzaken vond ik bij een Nederlandse psychotherapeut, Peter Heijligenberg (2010). Het ligt misschien een beetje buiten het kader van alle bekende buitenlandse namen die ik tot nu toe heb genoemd. Ik wil het toch noemen omdat het fraai toelicht hoe gedachten pijn zouden kunnen veroorzaken en kunnen verminderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, A.T., Freeman A. and associates (1990). Cognitive Therapy of Personality
Disorders. New York: The Guillford Press.
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford
Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch
niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.