76. Werkelijkheid van binnen voelen

Hoe kan therapie genezen 76. 

Door mijn vak ben ik zeer gefascineerd geraakt door de waarheid, de werkelijkheid en de interpretatie ervan. Mijn opvatting over de werkelijkheid is heel direct, en in het hier en nu. De echte wereld is de werkelijkheid zoals die gebeurt en op dit moment gezien, gehoord, gevoeld en ervaren wordt. De werkelijkheid verandert steeds en is steeds nieuw.

Over de toekomst kan ik kort zijn. De toekomst bestaat uit alles wat nog niet gebeurd is en die kan geen waarheid bevatten. Het is gewoon niet gebeurd en dus niet waar. Elke extrapolatie naar of voorspelling van de toekomst is een theorie die wel waar kan worden, maar het nog niet is.

De waarheid is iets anders, namelijk de verzameling van alle gebeurde werkelijkheden. Ofwel de waarheid is de geschiedenis van alles wat gebeurd is in de werkelijkheid: alle feiten, gevoelens, gebeurtenissen, processen die voltrokken zijn. Elk gevoel, beleving of ervaring is een proces dat zich echt voltrokken heeft. Het zijn feiten die echt gebeurd zijn en als je veel moeite doet ook aangetoond kunnen worden. Het gevoel in het hier en nu is er echt. Voor mij is het zien van een stoel net zo echt als het waarnemen van een gevoel in je lichaam.

Dat zal ik verder moeten uitleggen, en ik hoop dat het me lukt. Naast de objectieve wereld van de stoelen, tafels, de aarde, de zon en de maan heb je ook een objectieve wereld van de processen die echt gebeuren. Die processen kun je niet zien zoals de zon en de maan, maar je kunt ze wel voelen gebeuren. Net zoals we een buitenwereld kunnen zien met onze ogen, kunnen we ook een binnenwereld voelen met onze interne organen. Het zien van een stoel met je ogen is net zo echt als het voelen van buikpijn of verdriet met je interne sensoren.

De vijf bekende zintuigen zijn op de buitenwereld gericht. We hebben echter ook een heleboel organen of gevoelens die vertellen hoe het met onze binnenwereld gesteld is. Denk bijvoorbeeld maar aan pijnsensoren, het evenwichtsgevoel en het bewegingsgevoel. Je zou kunnen zeggen dat we eigenlijk een enorme hoeveelheid informatie hebben die we van binnen waarnemen, en die vertelt hoe het met ons ten opzichte van onze omgeving gesteld is.

We hoeven ons dus niet te beperken tot het geloof in wat we waarnemen met onze vijf zo bekende zintuigen, maar we kunnen al onze andere organen, zenuwen en sensoren laten meedoen in het waarnemen van de werkelijkheid binnen en buiten ons.

Het zou heel mooi zijn als anderen ons gewoon geloven als we zeggen dat we van binnen iets voelen of merken, en het niet afwimpelen met de boodschap dat dat verbeelding is of subjectief, en dus onbelangrijk, of niet echt.


Problemen door benoemen en isoleren van gevoelens

Dat er steeds weer problemen in de communicatie over de werkelijkheid ontstaan, lijkt helaas onvermijdelijk. Het goed uitleggen aan een ander wat je waarneemt, is namelijk tamelijk moeilijk. Het vertellen over of benoemen van al je gevoelens of wat je ziet en hoort, dus elk woord, verhaal of uitleg over een ervaring, is een interpretatie, abstractie en versimpeling van de ervaren gebeurtenis of werkelijkheid.

En daar gaat het vaak mis. Hoe abstracter de begrippen, hoe meer interpretatie er insluipt. De uitleg, de woorden, de verklaringen van wat je ziet of voelt, die kunnen makkelijk verkeerd begrepen worden. Daarvoor is het nodig om je af te stemmen op de ander en moeite te doen om iemand te begrijpen.

De stoel waarop ik zit, kan ik aan jou laten zien en daar zal je niet snel aan twijfelen. Mijn liefde voor jou kan uit zoveel woorden bestaan dat jij ze niet begrijpt, maar ik kan het je hopelijk wel laten voelen. Dat gevoel, die gebeurtenis waarin jij mijn liefde voelt, is voor jou echt gebeurd. Een gevoel gebeurt echt. Ook als het weer snel voorbij is en voor niemand zichtbaar.

Ook door het nadenken over een problematisch gevoel gaat het vaak mis. Als je gaat nadenken of piekeren over enkele gevoelens, isoleer je die gevoelens van al het andere wat je zou kunnen voelen. Je probeert je angst op te lossen en te beheersen door er met je verstand allerlei verklaringen of oorzaken voor te zoeken en er zo van af te komen.

Daarmee sluit je je echter af van je lichamelijke reacties die er op een natuurlijke manier voor zorgen dat je angst wordt verwerkt en verdwijnt. Focussen, je gedachten richten op een klein onderdeel van een ervaring, belemmert volgens mij juist de verwerking ervan. Een groot deel van je lichamelijke gevoelens bemerk je dan niet eens, laat staan dat je ze kan benoemen, verwerken of er over communiceren.

Je gevoel in het hier en nu is echt, maar de vertaling van dat gevoel in woorden kan op allerlei manieren vervormd raken.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

74. Gevoeligheid voor psychose en veilig contact

Hoe kan therapie genezen 74.

Cliënten met een gevoeligheid voor psychose kunnen vaak moeilijk duidelijk maken wat er precies aan de hand is. Ze raken op zichzelf teruggetrokken en gaan contacten vaak liever uit de weg. Ze houden soms slechts een enkele vertrouweling over. Door eenzaamheid en het verbreken van die communicatielijn, de laatste strohalm, kan een tot dan toe verborgen waan plots veranderen in een acute psychotische stoornis (Leader, 2012).

Als psychotische cliënten een ontvanger hebben, iemand die luistert, kunnen ze volgens Leader beginnen met schrijven of creëren van hun geschiedenis, omdat ze zich op iets of iemand kunnen richten. Een therapeut kan proberen te vertellen dat de waan niet klopt, maar hij kan ook gewoon, en beter, getuige zijn van het verhaal. Dit verhaal vertelt zichzelf en is de levensader naar buiten. Het verhaal, hoe vreemd ook, betekent voor de cliënt een hersteloperatie om de waarde van zijn ik te bevestigen, en gezien en gehoord te worden.

Als dit lijntje naar buiten wordt doorbroken, kan de waan overgaan in een psychose waarbij alle contact met de realiteit verloren gaat. In het geval van een crisis moet de therapeut daarom bereikbaar zijn en zijn ontvangersfunctie openstellen. Daarmee kan een echte psychose volgens Leader voorkomen worden.


Begrenzing door ritme en onderbrekingen van sessies

Het luisteren naar en ontvangen van de vreemde, eigenaardige of onwaarschijnlijke verhalen is een belangrijke taak bij cliënten met ernstige psychische problematiek. Dat is echter niet het belangrijkste in de therapie volgens Leader (2012). De inhoud van een therapiesessie is vaak uiteindelijk minder belangrijk dan de begrenzing van de therapie door het ritme, de planning, de duur van de sessie, de afsluiting en de voorkomende onderbrekingen.

Het willen vergroten van inzicht, interpretatie of bespreken van andere inhoudelijke thema’s werken zelfs vaak averechts. Overweldigende psychotische verschijnselen hebben iets hardnekkigs wat ze des te onverdraaglijker maakt. Cliënten met zulke ervaringen hebben mogelijk de neiging om veel gevoelens voortaan uit de weg te gaan uit angst voor nieuwe onverdraaglijk gevoelens.

Het wennen aan de begrensde aandacht en afsluiting van sessie kan keer op keer heftige gevoelens oproepen die daaraan refereren. Leader veronderstelt dat het basisritme van aan- en afwezigheid, een soort seriële negativiteit veroorzaakt. Hierdoor kan een cliënt geleidelijk wennen aan de heftige gevoelens die gepaard gaan met het onderbreken van een verder stabiel, veilig en voedend contact.

Dit proces kan overigens ook slopend zijn voor de therapeut (Leader, 2012). Perioden van vooruitgang worden afgewisseld met periode van pijn en terugtrekking alsof alle opgebouwde intimiteit slechts een voorbode was van afwijzing. Te grote intimiteit is vaak ondraaglijk.

Juist als het goed gaat, kan een cliënt denken dat de therapeut hem toch zal laten vallen. Kleine veranderingen zoals een droge keel of verandering van stem of houding kunnen als teken van afwijzing worden opgevat, vakanties of uitval van een sessie door omstandigheden als bewijs dat de cliënt in de steek wordt gelaten.


Vuistregels voor het omgaan met gevoeligheid voor psychose

Er zijn meer mensen dan je denkt die last hebben van wanen en psychose. Het kan best zijn dat je iemand in de familie of vriendenkring hebt die deze gevoeligheid kent, maar het goed verborgen heeft weten te houden. Ik vind het belangrijk om kort aan te geven hoe familieleden of vrienden om kunnen gaan met iemand met een dergelijke gevoeligheid. Het taboe op dit soort ernstige psychische klachten moet doorbroken worden.

Margreet de Pater (2012), een betrokken Nederlandse psychiater geeft in haar boek ‘De eenzaamheid van de psychose’ concrete vuistregels voor het omgaan met cliënten met gevoeligheid voor psychosen of schizofrenie.

Ze geeft goede tips voor familieleden om met rand psychotische klachten van cliënten om te gaan: Geef steun zonder te discussiëren. Kom niet met oplossingen of adviezen hoe het zou moeten. Geef grenzen aan op een duidelijke, vriendelijke manier. Wees zo eerlijk mogelijk in het contact wat er wel en wat er niet kan of haalbaar is. Een cliënt wil graag gewoon contact, maar heeft ook heel veel rust nodig om bij te komen. Eigenlijk zegt de cliënt steeds ook zelf wat er nodig is.

Soms kost dit echter zoveel van het empathisch vermogen van de omgeving dat die er aan onder doorgaan en een opname het beste is. Deze cliënten hebben vaak een heel team van deskundigen nodig om hun leven vanaf de grond opnieuw op te bouwen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

73. Eenzaamheid en ontstaan van een psychose

Hoe kan therapie genezen 73.

Hoe klachten als een psychose of schizofrenie zich kunnen ontwikkelen, blijft een zeer complex en ingewikkeld probleem. Therapeuten zoeken nog steeds op allerlei manieren naar antwoorden vanwege het dringende, wanhopige appel van cliënten met deze ernstige klachten. Hoe kunnen mensen zo verstrikt raken in hun eigen gedachtewereld dat ze van niemand meer iets aannemen, en niet of nauwelijks meer in staat zijn tot contact met de realiteit?

Eenzaamheid lijkt een belangrijke bijdrage te leveren (de Pater, 2012) aan het ontstaan van een psychose. Maar hoe kan het dat kinderen ook in ogenschijnlijk normale gezinnen zich erg eenzaam gaan voelen? En hoe kan het dat kinderen die te maken hebben gehad met duidelijke verwaarlozing er ook regelmatig redelijk gezond vanaf komen?

Ik zie een verband tussen het gevoel van eenzaamheid, zich niet kunnen uiten en een verstoorde ontvangersfunctie tussen het kind en de ouders. Mogelijk ligt een oorzaak van een psychose in het niet tot stand kunnen brengen van een gezond, steunend contact met de ouders en het daarom niet bespreekbaar kunnen maken van die eenzaamheid.

De verstoorde ontvangersfunctie (Leader 2012) kan ontstaan in gezinnen waarin de ouders een te groot emotioneel en symbiotisch beroep doen op hun kinderen, waardoor de kinderen gaan zorgen voor hun ouders. De ouders hebben door hun eigen ontwikkelingstekorten niet kunnen fungeren als een ontvanger en steunend contact voor hun kind.

Het uiten van de eigen gezonde emoties en impulsen kan in die gezinnen door ouders als onwelkom of bedreigend worden opgevat. Een gevoelig kind wordt daardoor op zichzelf teruggeworpen en kan het vragen om hulp, contact of aandacht opgeven.

Afsplitsen in plaats van uiten van woede of verdriet

Ruppert (2012) heeft helder beschreven hoe kinderen in ogenschijnlijk gezonde gezinnen op deze manier symbiotisch verstrikt geraakt zijn met hun ouders. Kinderen ontwikkelen in dit soort gezinnen allerlei overlevings- en ontkenningsstrategieën om de liefde van hun ouders te behouden.

Ze durven niet te praten over wat er met henzelf aan de hand is omdat ze bang zijn voor sociale afwijzing of verachting binnen hun eigen familie. Bij zulke kinderen kan er een emotionele verdoving ontstaan zijn, omdat ze hun eigen gevoelens hebben weg gereguleerd met behulp van allerlei cognitieve afweerstrategieën. Via verkeerde rationalisaties kunnen ze bovendien de indruk wekken van verwerking.

Als een kind steeds wordt afgewezen als het zijn boosheid, angst of verdriet laat zien, leert het zich aangepast en netjes te gedragen om de liefde van de ouders te behouden. Het gaat zorgen voor de emoties van de ouders en komt in een omgekeerde wereld terecht, waar de ouders vooral van hem houden als hij ook lief voor hen is.

Het kind leert niet anders dan dat hij voortdurend anderen gunstig moet stemmen om genoeg zorg te krijgen. De ultieme manier daarvoor is om te zorgen dat iedereen zich netjes gedraagt en lief voor elkaar is, zodat hij zelf zich geen zorgen meer hoeft te maken dat zijn ouders te kort komen. Desnoods met geweld of onder bedreiging van zelfmoord eist hij dat de wereld zich verbetert (Ruppert, 2012).

Gebrek aan aandacht, of verwaarlozing zelf veroorzaken niet altijd trauma’s en psychische problemen. Daar kunnen veel kinderen nog best mee omgaan. Maar het niet toelaten om je boosheid daarover te uiten omdat ouders dat zelf niet aankunnen of ongelukkig van worden, kan er voor zorgen dat een kind zijn woede, pijn en verdriet gaat ontkennen. Het kind blijft zitten met zijn woede, waardoor het gevoel van verwaarlozing en gebrek aan aandacht blijft voortbestaan, en steeds in nieuwe situaties herhaald wordt.

In therapie kan iemand leren om zijn woede of angst weer te voelen en op een normale manier te uiten. Hij kan leren dat hij terecht boos mag zijn als een ander hem afwijst, en dat hij niet voortdurend anderen aandacht hoeft te geven of vrolijk moet zijn om verdriet of boosheid van anderen te voorkomen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Leader, D. (2012). Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.
Pater, M. de, (2012). De eenzaamheid van de psychose. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

63. Deskundig dresseren van een cliënt

Hoe kan therapie genezen 63.

Ik ben weinig therapeuten tegengekomen zoals Ruppert (2012) en Malan (1983) die gevoel hebben voor de onnoembare ervaring van onveiligheid die veel kwetsbare cliënten liever verborgen houden.

Ik wil je hier daarom graag waarschuwen dat deze onveiligheid en bijbehorende overlevingsmechanismen heel makkelijk over het hoofd gezien worden. De vraag dringt zich bij me op of therapeuten, mezelf inbegrepen, niet regelmatig per ongeluk bezig zijn om cliënten die gevoelig zijn een kunstje aan te leren. In de therapie draait het er soms op uit dat de cliënt geen hulp krijgt, maar vooral leert om de normen, ideeën en waarde van de therapeut over te nemen.

Een goede therapie is misschien die therapie waarbij een therapeut doorheeft dat zijn eigen opvatting en theorieën mogelijk slechts als een placebo zullen werken en dat daarbij niet alleen de cliënt maar ook de therapeut behaagd wordt. Het pakket aan wensen en eisen waaraan een cliënt bij veel therapieën moet voldoen om beter te worden, kan zelfs haaks staan op de ontwikkeling en emotionele groei tot zelfstandigheid van een cliënt.

De symptomen verdwijnen door de overtuigingskracht van de gebruikte theorieën en interventies, maar keren in een ander vorm weer terug, omdat de cliënt niet geleerd heeft ze zelf aan te gaan en op zijn eigen manier te verwerken of op te lossen.

Natuurlijk kunnen we een cliënt een heleboel soorten gedrag aanleren en afleren. We kunnen een cliënten sociale vaardigheden aanleren en zorgen dat ze zich netter gedragen en beter functioneren in de maatschappij. We kunnen ze leren relativeren en zelfs leren geloven dat ze niet meer bang hoeven te zijn voor de dood (zie blog 36, de dood is niet eng, K. Byron, 2002).

Uiteindelijk zullen cliënten die zich in hun jeugd onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen tot emotioneel stabiele personen een veilige proeftuin nodig hebben. In die proeftuin kunnen ze alsnog al die dingen uitproberen die ze als kind hebben overgeslagen, zoals het niet hoeven voldoen aan de verwachtingen, tekort mogen schieten, aandacht opvragen, en ook boos worden, de strijd aangaan en daarbij de grenzen leren accepteren die een volwassen, betrokken ander daaraan stelt.

Weerstand als signaal van een overlevingsmechanisme

Over overlevingsmechanismen wil ik nog wat kwijt. Ik zie een verband tussen verdedigingsmechanismen, bescherming en overlevingsmechanismen. Eerder had ik het over Kohut (1984) die de bekende verdedigingsmechanismen van Freud (1965) omgedoopt had tot beschermingsmechanismen. De weerstanden en verdedigingen die Freud benoemd had, waren volgens hem geen weerstanden, maar waardevolle acties om jezelf te beschermen tegen het opdringerige of grensoverschrijdend gedrag van anderen en van therapeuten (zie blog 12).

Kohut zag weerstand tegen de therapeut dan ook niet als een noodzakelijk deel van het therapieproces, maar eerder als een signaal dat de therapeut te weinig rekening houdt met de cliënt, en zich te weinig inleeft in de positie van de cliënt.

We zouden de verdediging- en beschermingsmechanismen in de lijn van Ruppert (2012) echter ook kunnen benoemen als overlevingsmechanismen. Allerlei rationalisaties, verklaringen, afweer en weerstand kunnen we dan zien als overlevingsreacties in een onveilige omgeving. Die overlevingsreacties bestaan uit een afsplitsing van het gevoel waardoor je angst, pijn, verdriet of afwijzing niet hoeft te voelen.

Dit afsplitsen zorgt er ook voor dat je op dat moment geen contact voelt met jezelf of met anderen. Het is in die zin geen gezond verdedigings – of beschermingsmechanisme maar een vorm van dissociatie om pijnlijke gevoelens niet te hoeven aangaan.

Dit biedt een ander perspectief op hoe een therapeut met allerlei rationalisaties en weerstand om kan gaan. Weerstand is dan inderdaad zoals Kohut zegt een signaal van de cliënt dat de therapeut te weinig rekening houdt met de leefwereld van de cliënt.

Bovendien zou het dan een signaal zijn dat iemand zich nog niet veilig genoeg voelt om emoties die hij altijd buiten de deur heeft gehouden, te laten zien. De cliënt heeft die gevoelens moeten afsplitsen om op een bepaald moment alleen verder te kunnen en door te gaan met zijn leven. Het gaat dan vaak om gevoelens die iemand liever verborgen houdt zoals een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. Het kan soms lang duren voordat die gevoelens in therapie uiteindelijk aan de orde kunnen komen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.