77. Jij bent de maat van jouw dingen

Hoe kan therapie genezen 77.

Als onze waarneming en gevoel serieus genomen worden, hoeven we niet te discussiëren hoe we een stoel precies waarnemen. Of de stoel blauwpaars of paarsblauw geverfd is. Het is allebei het geval, en kan naast elkaar bestaan. We hoeven niet te discussiëren of een bank wel of niet lekker zit. Met mijn korte benen zit ik er anders op dan jij met je langere benen.

Mijn lichaam is de maat van mijn dingen, jouw lichaam is de maat van jouw dingen. Ik ben de maat van mijn waarheid, jij bent de maat van jouw waarheid. Laten we niet twisten over welke meetlat echter of beter is. Laten we een bank uitzoeken waarop we allebei lekker kunnen zitten, ongeacht of de maten kloppen.

Mijn verliefdheid zal anders verlopen dan jouw verliefdheid. Ik kan er ziek van worden, diarree van krijgen, misselijk, en pijn in mijn hart. Die diarree is echt, en de rest gebeurt ook echt, ook als dat bij jou zo niet gebeurt. Zodra ik het echter ga benoemen, kun je van mij een interpretatie horen die soms ver van de waarheid verwijderd is. Tijdens het benoemen kan het verwrongen worden door allerlei mechanismen van censuur, zelfbescherming, afweer, afsplitsing, projectie, bewuste verdraaiing en onwetendheid.

Voor mij is het belangrijk om zo helder mogelijk te krijgen dat ervaren gevoelens in het moment zelf echt en waar zijn. Elke therapeut moet er op bedacht zijn dat zijn eigen beleving heel vaak klopt, maar die van de cliënt tegelijkertijd ook, hoe vreemd of onmogelijk dat soms ook toeschijnt.

Zelf moet ik daar steeds weer alert op zijn, omdat het zo eenvoudig en makkelijk is om het te vergeten. Het is belangrijk wat je zelf als therapeut waarneemt, en tegelijkertijd moet je zeer ontvankelijk zijn voor de waarneming, uitleg en interpretatie van de andere partij die het mogelijk anders heeft gevoeld of opgevat.

Waarheid durven toelaten

Als je gevoelens echt zijn waarom raken we dan vaak zo in de war en twijfelen aan onszelf? Twijfel heeft naar mijn idee te maken met het niet goed genoeg kunnen voelen wat er echt gebeurt in een situatie hier en nu.

Als je geen goed contact maakt met de realiteit van dat moment, krijg je de neiging om de situatie te gaan verklaren en te isoleren met je verstand, je verbeelding te gebruiken of af te gaan op de mening en suggesties van anderen. Als je eigen gevoel niet sterk genoeg is, afgesplitst is, of er niet mag zijn, dan ga ja af op wat anderen voelen of denken in plaats van op je eigen gevoel van dat moment.

Je kunt je misschien ook voorstellen wat er gebeurt als iemand jouw gevoel niet serieus neemt en zijn eigen gevoel over de situatie laat overheersen. Als iemands eigen gevoel sterk overheerst, dan heeft die de neiging om de eigen gevoelens en gedachten als het ware op anderen te plakken. Ofwel, hij gaat met zijn eigen gedachten invullen wat goed is voor een ander.

Iemand zal die bank, auto, bloem of therapie kiezen die goed bij hem past en denken dat dat ook het beste is voor de ander. Hij wil graag dat de wereld zoals hij die zelf ervaart, ook voor anderen geldt en probeert anderen ervan te overtuigen. Sommige mensen kunnen die neiging heel sterk hebben. Ze verkondigen erg graag hun eigen waarheid en hebben geen zicht op of belangstelling voor de waarheid van anderen.

Ieder heeft zijn eigen waarheid, maar daarnaast bestaat er ook een gemeenschappelijke waarheid. De waarheid bestaat echt, maar je komt haar alleen te weten als je haar ook wilt leren kennen of wilt toegeven. Gezamenlijke waarheid en betekenis kunnen tot stand komen in de interactie. Het gaat erom je eigen waarheid te mogen voelen en durven zeggen in contact met een ander. Dit geloof ik, zo waarlijk heet ik Candida Albicans Blanchefleur Johnston.

Voorbij afweer en ontkenning terug naar de realiteit

Het contact met de realiteit wordt naar mijn idee gebaseerd op al je zintuigen en gevoelens. Een goed contact met je interne gevoelsleven is de basis voor contact met de realiteit en met andere mensen. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als dit gevoelsleven geblokkeerd is geraakt. Mensen kunnen extreem in de war raken als ze geen contact meer hebben met hun eigen echte gevoelens.

Bij schizofrenie lijkt juist dat het geval, een blokkade van gevoelens en grote problemen met het waarnemen van en contact met de werkelijkheid. De gevoelens zijn geblokkeerd geraakt door afsplitsing, dissociatie en andere overlevingsmechanismen omdat ze door anderen om wat voor reden dan ook niet goed gezien, ontkend of genegeerd werden.

Daarbij volg ik de opvatting van Ruppert (2012) dat er bij schizofrenie sprake is van extreme ontkenningsstrategieën, sterke cognitieve afweer en bijkomende rationalisaties. Juist bij deze psychische problemen is sprake van het uitzetten en wegmaken van allerlei gevoelens waardoor het contact met de realiteit verloren gaat. De werkelijkheid van het eigen gevoel wordt geweld aangedaan uit loyaliteit met de gevoelens van de mensen die het meest dierbaar zijn.

Juist daarom is het zo belangrijk zoals Leader (2012) stelt om de binnenwereld van iemand met schizofrenie of een psychose weer serieus te gaan nemen en hem voorbij alle rationele en cognitieve afweer- of overlevingsstrategieën terug te brengen naar zijn eigen innerlijke echte gevoel van de werkelijkheid in het hier en nu.

Afweer, rationalisaties en overlevingsmechanismen spelen overigens bij iedereen in meer of minder mate een rol. Heel veel mensen gebruiken bovendien hun verbeelding of allerlei bedenksels en redeneringen om in te vullen hoe de wereld van mensen om hen heen er uit ziet. Hoe vaak gebeurt het bijvoorbeeld niet dat je gevoelens van een ander meent te begrijpen terwijl je ze met je eigen verbeelding hebt ingevuld.

Hoe minder verklaringen, rationalisaties en theorieën je gebruikt en hoe meer je luistert naar de gevoelens van jezelf en de ander in het hier en nu, hoe meer je echt te weten komt over anderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

 

Advertenties

71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

63. Deskundig dresseren van een cliënt

Hoe kan therapie genezen 63.

Ik ben weinig therapeuten tegengekomen zoals Ruppert (2012) en Malan (1983) die gevoel hebben voor de onnoembare ervaring van onveiligheid die veel kwetsbare cliënten liever verborgen houden.

Ik wil je hier daarom graag waarschuwen dat deze onveiligheid en bijbehorende overlevingsmechanismen heel makkelijk over het hoofd gezien worden. De vraag dringt zich bij me op of therapeuten, mezelf inbegrepen, niet regelmatig per ongeluk bezig zijn om cliënten die gevoelig zijn een kunstje aan te leren. In de therapie draait het er soms op uit dat de cliënt geen hulp krijgt, maar vooral leert om de normen, ideeën en waarde van de therapeut over te nemen.

Een goede therapie is misschien die therapie waarbij een therapeut doorheeft dat zijn eigen opvatting en theorieën mogelijk slechts als een placebo zullen werken en dat daarbij niet alleen de cliënt maar ook de therapeut behaagd wordt. Het pakket aan wensen en eisen waaraan een cliënt bij veel therapieën moet voldoen om beter te worden, kan zelfs haaks staan op de ontwikkeling en emotionele groei tot zelfstandigheid van een cliënt.

De symptomen verdwijnen door de overtuigingskracht van de gebruikte theorieën en interventies, maar keren in een ander vorm weer terug, omdat de cliënt niet geleerd heeft ze zelf aan te gaan en op zijn eigen manier te verwerken of op te lossen.

Natuurlijk kunnen we een cliënt een heleboel soorten gedrag aanleren en afleren. We kunnen een cliënten sociale vaardigheden aanleren en zorgen dat ze zich netter gedragen en beter functioneren in de maatschappij. We kunnen ze leren relativeren en zelfs leren geloven dat ze niet meer bang hoeven te zijn voor de dood (zie blog 36, de dood is niet eng, K. Byron, 2002).

Uiteindelijk zullen cliënten die zich in hun jeugd onvoldoende hebben kunnen ontwikkelen tot emotioneel stabiele personen een veilige proeftuin nodig hebben. In die proeftuin kunnen ze alsnog al die dingen uitproberen die ze als kind hebben overgeslagen, zoals het niet hoeven voldoen aan de verwachtingen, tekort mogen schieten, aandacht opvragen, en ook boos worden, de strijd aangaan en daarbij de grenzen leren accepteren die een volwassen, betrokken ander daaraan stelt.

Weerstand als signaal van een overlevingsmechanisme

Over overlevingsmechanismen wil ik nog wat kwijt. Ik zie een verband tussen verdedigingsmechanismen, bescherming en overlevingsmechanismen. Eerder had ik het over Kohut (1984) die de bekende verdedigingsmechanismen van Freud (1965) omgedoopt had tot beschermingsmechanismen. De weerstanden en verdedigingen die Freud benoemd had, waren volgens hem geen weerstanden, maar waardevolle acties om jezelf te beschermen tegen het opdringerige of grensoverschrijdend gedrag van anderen en van therapeuten (zie blog 12).

Kohut zag weerstand tegen de therapeut dan ook niet als een noodzakelijk deel van het therapieproces, maar eerder als een signaal dat de therapeut te weinig rekening houdt met de cliënt, en zich te weinig inleeft in de positie van de cliënt.

We zouden de verdediging- en beschermingsmechanismen in de lijn van Ruppert (2012) echter ook kunnen benoemen als overlevingsmechanismen. Allerlei rationalisaties, verklaringen, afweer en weerstand kunnen we dan zien als overlevingsreacties in een onveilige omgeving. Die overlevingsreacties bestaan uit een afsplitsing van het gevoel waardoor je angst, pijn, verdriet of afwijzing niet hoeft te voelen.

Dit afsplitsen zorgt er ook voor dat je op dat moment geen contact voelt met jezelf of met anderen. Het is in die zin geen gezond verdedigings – of beschermingsmechanisme maar een vorm van dissociatie om pijnlijke gevoelens niet te hoeven aangaan.

Dit biedt een ander perspectief op hoe een therapeut met allerlei rationalisaties en weerstand om kan gaan. Weerstand is dan inderdaad zoals Kohut zegt een signaal van de cliënt dat de therapeut te weinig rekening houdt met de leefwereld van de cliënt.

Bovendien zou het dan een signaal zijn dat iemand zich nog niet veilig genoeg voelt om emoties die hij altijd buiten de deur heeft gehouden, te laten zien. De cliënt heeft die gevoelens moeten afsplitsen om op een bepaald moment alleen verder te kunnen en door te gaan met zijn leven. Het gaat dan vaak om gevoelens die iemand liever verborgen houdt zoals een overweldigend gevoel van verlies, verdriet of afwijzing. Het kan soms lang duren voordat die gevoelens in therapie uiteindelijk aan de orde kunnen komen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

61. Extreme ontkenningsstrategieën en behoefte aan liefde

Hoe kan therapie genezen 61.

Tijdens het therapieproces moeten er allerlei verschillende vormen van afsplitsing van de eigen gevoelens en bijbehorende overlevingsstrategieën overwonnen worden. Ruppert (2012) beschrijft zijn ervaringen met zeer verschillende type cliënten met matige tot zeer ernstige psychopathologie. Ontkenning en overlevingsstrategieën kunnen daarbij extreme vormen aannemen en soms leiden tot een psychose of waanzin. Vooral kinderen die verstrikt zijn geraakt in een traumatisch bindingssysteem dat al meerdere generaties bestaat, kunnen zich soms in extreme bochten wringen om de realiteit te ontkennen.

Een kind kan verstrikt raken omdat er van generatie op generatie te weinig liefde en aandacht voor kinderen in het gezin bestaat. Grootmoeder was bijvoorbeeld een intelligente vrouw die zelf weinig liefde of steun had ervaren en gericht was geraakt op prestaties en aandacht in de buitenwereld. Deze grootmoeder was nauwelijks in staat haar eigen kinderen op te voeden. Een van haar kinderen werd in de puberteit uit huis geplaatst omdat het grootmoeder niet lukte om voor haar te zorgen.

Dit kind heeft op haar beurt een groot emotioneel tekort ervaren. Ze heeft dit weggestopt en omgezet in de wens om zelf een gelukkig en ideaal gezin te stichten. Het gebrek aan steun en liefde van haar moeder vertaalt zich nu in een grote behoefte aan aandacht en liefde van haar eigen kinderen.

Het kind van deze moeder voegt zich tenslotte in de psychische structuur van de moeder en probeert daarbinnen haar moeder de liefde te geven waar ze zo naar verlangt. Zo leert een kind te zorgen voor de emotionele behoefte van haar getraumatiseerde moeder en haar eigen behoeften te negeren. Het is volledig symbiotisch verstrikt geraakt met de behoeften van haar moeder.

De behoefte om ondanks alles door de ouders geaccepteerd en geliefd te worden, en de loyaliteit met het gezin zijn zulke sterke psychische krachten dat emotioneel misbruikte kinderen steeds opnieuw moeite blijven doen om hun ouders te begrijpen, te troosten en te helpen (Ruppert, 2012).

Sommige kinderen gaan zelfs zo ver dat ze zelf als ‘gek’ bekend komen te staan, om hun ouders te beschermen tegen het verwijt dat die een aandeel hebben in de slechte psychische gezondheid van hun kind.

Loyaliteit, extreme angst en moord

Volgens Ruppert spelen dit soort onbesproken en geheimgehouden familiedrama’s een duidelijke rol bij schizofrenie en psychose. Volgens hem betekent psychotisch zijn symbiotisch verstrikt zijn en in de afgrond getrokken worden door de traumagevoelens en herhaalde verwaarlozing in de vorige generaties, vooral in de moederlijke lijn.

Er is sprake van extreme loyaliteit en extreme angst als de waarheid aan het licht komt dat de moeder tekort gekomen is in haar zorg. De wens om dit te voorkomen is vaak veel sterker dan de wens om een normaal leven te leiden. Bij de familie willen horen vormt vaak het hoogste doel, tegen elke prijs, zelfs als het de cliënt het eigen verstand of het eigen leven kost. Het gaat hier niet om verdrongen herinneringen vanwege trauma maar van ontkenning van angst en andere emoties om bij het gezin te blijven horen.

Schizofreen zijn betekent in Rupperts woorden dat de betrokkene zich extreme ontkenningsstrategieën heeft eigengemaakt. Het kind wil de vrede in de wereld bewerkstelligen en de Messias zijn om de liefde voor iedereen in de familie te herstellen en vecht hiervoor met zijn eigen leven. Het schroomt niet om voor zelfmoord of soms voor moord te kiezen als dat in zijn eigen ogen het probleem van liefdestekort oplost. Zo zou je sommige moorden kunnen duiden als een noodgedwongen oplossing van een enorm loyaliteitsprobleem.

Zo zou je ook kunnen zeggen dat kinderen die te veel gedwongen worden om te leven zoals hun ouders dat voor zich zien, extreme escapemechanismen kunnen gaan gebruiken om aan een goedbedoeld, maar te rigide regiem te ontkomen.
Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

57. Ruppert: bevrijding van trauma, angst en onmacht

Hoe kan therapie genezen 57.

Na de eenvoudige benadering van trauma’s door sommige wetenschappers ga ik graag in op de zeer interessante methode van Franz Ruppert (2012). Ruppert is een Duitse hoogleraar en psychotherapeut die veel ervaring heeft met psychotrauma. Zijn methode ‘Bevrijding van trauma, angst en onmacht, op weg naar gezonde autonomie en liefde’, maakte veel indruk op me.

Hij schrijft de oorsprong van psychische problemen toe aan traumatische gebeurtenissen in de familie die generaties lang kunnen doorwerken. Het kan zijn dat een cliënt zelf een of meerdere traumatische ervaringen heeft gehad, zoals het verlies van een moeder, vader, broer of zus, een scheiding, misbruik, geweld of een ernstig ongeluk. Het kan echter ook zijn dat vader, moeder, opa of oma zoiets heeft meegemaakt.

De gevolgen van een dergelijk trauma werken onbewust door in het gedrag van degene die het is overkomen. Een moeder kan bijvoorbeeld erg voorzichtig worden met een kind omdat ze eerder een kind verloren heeft. Ze kan zich erg gaan hechten aan haar andere kinderen, waardoor die veel meer worden ingeperkt in hun vrijheid dan nodig. Een jongen die vroeger regelmatig slaag heeft gehad, kan dit gewoon vinden en ook zijn eigen kinderen streng en met slaag opvoeden. Of het kan zich juist erg afzetten tegen een dergelijke opvoeding en zijn kinderen te veel vrijlaten. Je zou kunnen zeggen dat het trauma kan zorgen voor een overdreven of uitvergrootte reactie zonder dat je je daarvan bewust bent.

Zelf geeft Ruppert een verklaring die gebaseerd is op de therapie van familieopstellingen van Hellinger. Analoog daaraan spreekt hij van traumaopstellingen. Hij combineert dit met psychotherapie. Zijn ervaringen als psychotherapeut vind ik dermate waardevol en goed passen in de rest van mijn verhaal dat ik er graag over vertel.


Genezen door integratie van afgesplitste psychische functies

Hoe denkt psychotherapeut Franz Ruppert (2012) cliënten te genezen? Daarvoor moeten we eerst kijken naar zijn ideeën hoe de psyche functioneert. De psyche is een enorm complex geheel waarin diverse functies een rol spelen zoals waarnemen, geheugen, denken en voelen.

Het is de taak van een gezonde psyche om al deze taken te integreren. Psychische gezondheid is volgens hem dat we de werkelijkheid in al haar verscheidenheid, diepte, geladenheid en tegenstrijdigheid kunnen waarnemen en verduren.

Het gaat daarbij om een harmonische samenwerking van de emotionele functie, die de energie levert en de cognitieve functie die de uitvoering reguleert en evalueert. Hierdoor zijn we in staat om voortdurend en flexibel mee te bewegen met de stroom van veranderingen in de werkelijkheid.

De psyche heeft allerlei taken die gericht zijn op zelfbehoud en behoud van de soort. Een van de functies is daarbij ook dat het zich kan beschermen tegen een realiteit die te belastend of te schadelijk is. Op allerlei manieren kan de werkelijkheid verdraaid, vervaagd of op afstand gehouden of geblokkeerd worden.

Het tijdelijk uitschakelen, het niet hoeven voelen, dissociatie genoemd, kan gezien worden als een van de functies van een gezonde psyche. In bepaalde, moeilijke omstandigheden is dit beschermen tegen of vervagen van de werkelijkheid zelfs het centrale doel van de psyche.

Het uitschakeling of afsplitsen van bepaalde psychische functies leidt echter op langere termijn tot psychische klachten. De integratie van denken, waarnemen en voelen komt dan niet goed meer tot stand. Hierdoor kan een cliënt last kan krijgen van allerlei symptomen zonder te begrijpen waardoor dat komt.

De behandeling richt zich op hernieuwde integratie van de psyche en het herstellen van de functies die tijdelijk zijn uitgeschakeld. Allerlei afweermechanismen om de werkelijkheid buiten de deur te houden zijn dan niet meer nodig. Hoe dit in zijn werk kan gaan in therapie, zal ik vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

55. Trauma als gevolg van inbeelding of suggestie

Hoe kan therapie genezen 55.

Sommige wetenschappers menen dat veel trauma’s in de jeugd eerder het gevolg zijn van inbeelding of fantasie dan van werkelijke, traumatische gebeurtenissen. Ik heb er zelf tamelijk veel moeite mee om zo te denken. Ik zie voor me hoe er nog steeds gedragswetenschappers bezig zijn een geïsoleerd stukje brein te bestuderen. Dat zijn misschien dezelfde wetenschappers die denken dat emotionele problemen ergens tussen je oren zitten.

Toch wil ik het idee dat trauma’s het gevolg kunnen zijn van inbeelding of fantasie verder toelichten, omdat het een belangrijke gedachtegang vertegenwoordigt. Je komt het nog regelmatig tegen bij bepaalde wetenschappers en psychologen.

De wetenschapper Merckelbach heeft bijvoorbeeld sterk het idee dat trauma’s te maken hebben met een grote fantasie of inbeeldingsvermogen. Hij legt zijn idee over oorzaken van jeugdtrauma’s uit in het artikel ‘Waar dissociatie vandaan komt, het schemergebied tussen waken en slapen’ (Van der Kloet en Merckelbach, 2010).

Het komt er op neer dat een jeugdtrauma volgens hem vaak geen trauma is, maar een gevolg van suggesties door een therapeut bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Hij gaat er daarbij vanuit dat er een verband is tussen gevoeligheid voor suggestie en het vermogen tot dissociëren. Voor ik zijn bijzondere redenatie weergeef, zal ik eerst kort uitleggen wat dissociëren is.

Dissociatie kun je zien als het afstand creëren naar of afsplitsen van je gevoel zodat je het op dat moment niet hoeft te voelen. Dit wordt gezien als een verdedigingsmechanisme of afweermechanisme tegen nare emotionele of fysieke gevoelens (Freud, 1965). Dissociatie komt in lichte vorm bij iedereen wel voor, maar vooral, en in veel grotere mate, bij cliënten met ernstige psychische klachten. Het komt ook veel voor bij traumatische gebeurtenissen.

Dissociatie en automatische processen

Merckelbach twijfelt er echter aan of dissociatie een verdedigingsmechanisme is. Hij veronderstelt dat dissociatie eigenlijk een vrij normaal proces is. Iedereen doet dit in meer of mindere mate. Veel processen zijn gedissocieerd of afgesplitst. Ze vinden automatisch plaatst en dat is maar goed ook. Lopen, schrijven, typen, fietsen, sporten, autorijden kunnen we het best als we er niet bij hoeven nadenken.

Sommige mensen kunnen volgens Merckelbach veel makkelijker dissociëren dan anderen mensen. Zij kunnen veel processen onbewust of automatisch laten verlopen. Ze kunnen zich makkelijk overgeven en automatisch doen wat er gezegd wordt zonder er bij na te denken. Dit zijn vaak mensen die ook gevoelig zijn voor hypnose en suggesties, en vaak fantasierijk kunnen vertellen over hun verleden. Bij cliënten met ernstige psychische klachten komt deze combinatie van dissociatie, gevoeligheid voor suggesties en een beeldende fantasie veel voor.

De redenatie is dan dat deze cliënten zo gevoelig zijn voor suggestie dat ze therapeuten bijna onvoorwaardelijk geloven. De suggestie van de therapeut dat iemand door de opvoeding zwaar beschadigd kan zijn, roept bij dit type cliënten soms heftige reacties op. Dit wordt dan door therapeut als bewijs gezien dat de cliënt als het kind inderdaad getraumatiseerd is geraakt.

Merckelbach zegt dat trauma’s op deze manier makkelijk kunnen worden aangepraat via therapie. Of te wel, hij gaat er vanuit dat veel jeugdtrauma’s vooral voortkomen uit een rijke fantasie, gevoeligheid en verbeelding van kinderen.

In andere woorden, een cliënt is niet vatbaar voor suggesties omdat hij kwetsbaar is vanwege eerdere trauma’s zoals andere therapeuten menen. De cliënt is vatbaar voor suggesties omdat hij van nature al gevoelig en fantasierijk is. De emotionele problemen en trauma’s ontstaan daarbij door een te grote verbeelding van wat er werkelijk gebeurd is.

Door de suggestibiliteit en gevoeligheid van de cliënt worden relatief gewone gebeurtenissen, zoals afwijzing door een dierbare of te weinig aandacht van ouders, tot trauma’s benoemd. Trauma’s kunnen volgens hem daarom juist worden aangepraat of gesuggereerd.

Ik vind het belangrijk dat iedereen voor zich de woorden en ideeën van anderen op waarde weet te schatten. Ik noem zijn ideeën ook omdat hij volgens mij wel iets belangrijks toevoegt aan het begrip van verwerking van emoties. Ik laat Merckelbach nog even verder aan het woord. Hij gaat namelijk nog een stap verder en komt met een eenvoudige, interessante oplossing voor trauma’s.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kloet, D. van der, en Merckelbach, H.I.J.G. (2010). Waar dissociatie vandaan komt –  het schemergebied tussen waken en slapen, GZ-psychologie 7 (nov., 12 -21).

14. Zeer waardevolle, maar beperkte zorg

Hoe kan therapie genezen 14. 

Graag wil ik nog iets langer stilstaan bij de waardevolle therapie van Malan. De analytische therapie die Malan (1983) heeft ontwikkeld om cliënten te genezen, heeft namelijk hele speciale eigenschappen voor de cliënt. Aan de ene kant biedt de therapie onvoorwaardelijke acceptatie en begrip, en aan de andere kant biedt het ook niet meer dan dat, terwijl de cliënt ongetwijfeld juist veel meer wil dan dat.

Daardoor is de therapie de ene keer zeer voldoening gevend, en de andere keer zeer frustrerend. Hierdoor kan een cliënt alsnog leren om gebruikt te maken van waardevolle zorg op momenten dat die ook beschikbaar is en tegelijkertijd merken dat de pijn en frustratie op momenten dat die zorg ontbreekt, wel te verdragen is. Dit is vaak een moeilijk en pijnlijk proces. 

Veel mensen hebben de neiging om zulke pijnlijke of moeilijke gevoelens uit de weg te gaan. Ze zijn bang voor de pijn die het zal doen en bang om door het gevoel overweldigd te worden. Op het moment dat je je realiseert dat je niet genoeg krijgt van iemand, kun je inderdaad diep en pijnlijk geraakt zijn. Je kunt overstuur raken en je kan een ernstig pijnlijk gevoel, verdriet of verscheurdheid van binnen ervaren. Het is niet erg vreemd dat veel mensen die ervaring liever uit de weg gaan.

Durven ervaren van pijn en angst zonder verdediging
Mensen gebruiken dan ook allerlei verdedigingsmechanismen omdat ze bang zijn voor negatieve ervaringen. Ze beschermen zich tegen hun eigen emoties van angst, en de pijn om verlaten, afgewezen, uitgelachen of vernederd te worden. Dat gevoel kan zo heftig zijn dat je er niet aan wilt. Je beschermt je tegen overweldigende gevoelens van onmacht, radeloosheid, gekwetstheid en alleen zijn. 

Verdedigingsmechanismen zijn er zoals ik al vertelde (blog 11) , in allerlei vormen, bijvoorbeeld de oorzaak van je eigen problemen buiten je zelf leggen, de schuld bij anderen zoeken, ontkennen, vermijden, er niet bij stil willen staan, aan de maatschappij toeschrijven, het tegenovergestelde beweren, onderdrukken, rationaliseren, enzovoort. Deze mechanismen verdraaien de werkelijkheid zodat die minder hard binnenkomt. Dit biedt een tijdelijke oplossing voor slecht te verdragen emoties. Helaas sluiten ze ook vaak de mogelijkheid tot echt contact met andere mensen af.

Uiteindelijk kun je pas met iemand in contact gaan, als je ook kan verdragen dat die persoon je niet de hele tijd aardig zal vinden en je ook regelmatig zal afwijzen. In therapie kun je volgens Malan leren dat deze gevoelens wel te verdragen zijn, dat je nu niet meer zo klein, radeloos, kwetsbaar en machteloos bent als vroeger toen je een klein kind was en afhankelijk van de zorg van anderen.

Ten volle ervaren van emoties
Malan (1983) vroeg zich wel af waarom iemand dit soort gevoelens die alleen maar pijn doen, en waarvan je vaak hebt gemerkt dat je ze ook kunt vermijden, überhaupt aan zou gaan. Uiteindelijk blijkt meestal dat het ervaren van moeilijke gevoelens wel pijnlijk is, maar dat het daadwerkelijk toelaten van het gevoel van eenzaamheid, verlies of ongemak, daarna een geheel nieuwe ervaring en vrijheid met zich meebrengt. Achter de pijn ligt een troost en bevrijding die mensen van te voren niet kennen.

Deze reacties van vredigheid en tevredenheid na het ervaren van het gevoel van verlaten of afgewezen te zijn, kunnen verwonderlijk en vreemd lijken. Het komt soms ook zo verwonderlijk over omdat iemand vaak daarvoor al zo vaak gesproken heeft over eenzaamheid, verlies of verlatenheid zonder dat het gevoel verdween. Waarom kan het dan soms ineens zo’n diepgaande reactie van besef en tevredenheid oproepen?

Het antwoord daarop is volgens Malan dat iemand het daarvoor wel heeft gezegd, maar het niet ten volle heeft ervaren. Er over praten betekent namelijk helemaal niet dat je het ook ten volle hebt toegelaten.

De ervaring van Malan (1983) is dat het toelaten van uiterst onplezierige gevoelens kan leiden tot een vredig gevoel omdat het bijna altijd een opluchting is om je ware gevoelens te ervaren. Het is uiteindelijk beter om het verdriet om afwijzing of te voelen dan een valse schijn van competentie en efficiency in stand te houden.

Het is beter om verscheurd te worden door liefde en haat, dan je van alle relaties af te sluiten, zodat je nooit iets van werkelijke waarde kunt ontvangen. Het is beter om het gevoel van vernedering door gekrenkte trots toe te laten, dan je voor altijd boven anderen verheven te voelen. Het is uiteindelijk beter om je diepgaande gevoelens te ervaren dan een leven zonder betekenisvolle ervaringen vol te houden. Dit ervaren van diepgaande gevoelens is bovendien een belangrijke manier om emotionele gebeurtenissen te kunnen verwerken.

Over het verwerken van emotionele gebeurtenissen hebben overigens veel therapeuten geschreven. Daar zal ik nog regelmatig op terugkomen. Ook Malan heeft hier heldere gedachten over ontwikkeld. Hij heeft het over het bijzondere gevoel van vrede en berusting na volledige ervaring en verwerking van emoties en hij legt uit hoe een cliënt dat kan gaan ervaren…..

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.