Einde van Hoe kan therapie genezen?

Hoe kan therapie genezen, slot.

Hier stop ik met het publiceren van het verhaal van Blanchefleur Johnston over hoe therapie kan genezen. Het slot van dit verhaal kun je lezen in het boek ‘Hoe kan therapie genezen’ dat nu te koop is als e-boek. Daarin lees je het antwoord op hoe therapie kan genezen.

Mogelijk heb je dit blog gelezen op zoek naar een goede behandeling of persoonlijke groei. Bij mij kan je daarvoor terecht. Met een verwijzing van de huisarts voor een gz-psycholoog (basis GGZ) wordt de behandeling deels of helemaal vergoed. Kijk daarvoor verder op kosten psychologische hulp. Ik help je graag!

Als je mijn blog hebt gewaardeerd, denk ik dat je het slot van dit e-boek misschien ook  de moeite waard vindt om te lezen. Ook kun je natuurlijk verder lezen op de website van mijn praktijk:
www.psy-image.nl

E-boek:
Specificaties: K.I. de Groot (2015). Hoe kan therapie genezen.
ISBN: 978-90-822810-0-2, 158 pagina’s, pdf 1,3 MB, te lezen op elke computer, ipad of e-reader. Bestellen.

In dit e-boek vind je, naast alle gepubliceerde blogs, het uiteindelijke antwoord van Blanchefleur Johnston op de vraag hoe therapie kan genezen, en ook bijvoorbeeld nog:

Hoeveel therapie heb je nodig om te genezen?
Terug naar het wetenschappelijke bewijs
Een revue van therapeuten
Ideale therapie
Voorkeur voor wezenlijke verandering
Diep en waar besef van eigenheid
Enkele andere verborgen gedachten

Meer informatie over het e-boek op: Psy-Image/Hoe kan therapie genezen

Niet te stuiten optimisme over de kracht van therapie

Het heeft me veel tijd gekost om in relatief eenvoudige woorden te schrijven wat het geheim van therapie inhoudt. Voor mij is het toch wel een huzarenstukje geweest om dit verhaal te voltooien.

Ik ben er mee doorgegaan omdat ik het gevoel had dat ik onderweg zelf steeds iets wijzer werd. Dankzij mijn blog heb ik nog veel beter kunnen begrijpen wanneer en hoe therapie werkt en wanneer niet. Ook bleek ik een niet te stuiten optimisme te hebben over de kracht van therapie.

Ik hoop dat steeds meer mensen gaan begrijpen waarom therapie zo belangrijk is om je verder emotioneel te ontwikkelen, vooral voor diegenen die daar in eerdere fasen van het leven te weinig kans voor hebben gekregen.

Blanchefleur Johnston, Karina de Groot   Karina de Groot

 

Advertenties

70. Scott Miller: the heroic client

Hoe kan therapie genezen 70.

Moeten we de evidence based therapieën (zie vorige blogs) misschien als goed bedoelde maar te beperkte behandelingen beschouwen? Scott Miller en zijn collega’s stellen in het boek ‘The heroic client’ (Duncan, Miller en Sparks, 2004) inderdaad voor om zowel de diagnoses in de psychiatrie als de daaraan gekoppelde bekende behandelingen te schrappen.

Scott Miller vindt het een mythe dat we cliënten kunnen helpen volgens het medische model waarop evidence based therapieën gebaseerd zijn. Dat model slaat de plank volledig mis en vergeet vooral dat er een cliënt is. Die komt nota bene niet eens in het diagnose-behandelplan voor. Elk voorstel voor therapie waar de cliënt niet meetelt is een aanfluiting voor geestelijke gezondheidszorg, zegt Miller.

Een diagnose geeft volgens hem bovendien een lelijk, vlak, weinig relevant en onbetrouwbaar plaatje van wat er bij een cliënt aan de hand is, laat staan dat je daar een behandeling aan kan koppelen.

Hij onderbouwt zijn mening uitstekend met wetenschappelijke cijfers. Hij laat zien wat de bekende factoren zijn die verandering bij cliënten kunnen verklaren. Veertig procent van de verandering in therapie is toe te schrijven aan de cliënt zelf en andere oorzaken buiten de therapie. Dertig procent van de verandering kan verklaard worden door de relatie of band met de therapeut. Vijftien procent kan toegeschreven worden aan positieve verwachtingen, hoop en het placebo-effect.

Tot slot kan slechts ongeveer vijftien procent verklaard worden door de soort therapie. Daarvan blijkt echter acht procent verder verklaard te kunnen worden door het rolmodel dat de therapeut toont, en uiteindelijk slechts één procent door een specifieke techniek. Scott Miller stelt daarom voor dat therapeuten zich richten op de eerste veertig procent die door cliënt verklaard wordt en de volgende dertig procent: de band met de therapeut.

Elke keuze van de therapeut voor een bepaalde theoretische benadering en aanpak houdt volgens Scott Miller beperkingen in. Aan de andere kant betekent een theoretische anarchie zonder enig houvast veel flexibiliteit, maar ook meer onzekerheid en onduidelijkheid.

Elke therapeut heeft een natuurlijke voorkeur voor een bepaald soort therapie, maar zal kunnen begrijpen dat er geen inherent juiste manier is om therapie uit te voeren. Hoe ongehoord lastig dat ook klinkt en hoe onzeker dat ook voelt, het opent volgens Miller de weg naar onbeperkte mogelijkheden voor verandering.


Elegante, eenvoudige feedbackmethode

Miller heeft een heel aardige, vriendelijke oplossing bedacht hoe we therapie dan het best kunnen aanpakken. De cliënt moet weer de held van zijn eigen leven worden en ook de centrale persoon in therapie. Hij noemt zijn methode een revolutionaire manier om de effectiviteit van therapie te verbeteren.

Zijn sleutelingrediënt: het voortdurend vragen van feedback aan de cliënt over hoe de therapie verloopt en of het aansluit bij wat de cliënt nodig heeft. In andere woorden, hij heeft een heldere feedbackmethode bedacht om voortdurend op de hoogte te zijn van de vragen en behoeften van de cliënt.

Om feedback te krijgen heeft Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) een even elegante als eenvoudige techniek ontwikkeld. Deze komt er op neer dat je steeds als therapeut vraagt aan de cliënt of je als therapeut nog aansluit bij de wensen en doelen, en bijdraagt aan een vermindering van problemen. Aan het begin van elke sessie legt hij de cliënt vier vragen voor. De cliënt beantwoord deze vragen op papier door een markering te zetten op een horizontale lijn van 10 centimeter.

Er wordt gevraagd om terugkijkend naar de laatste week, met vandaag erbij, te vertellen hoe het met je gegaan is. Je kunt dit schatten door een markering te zetten op de lijn hoe goed het met je gegaan is op vier gebieden van je leven. Markeringen naar de linkerkant geven aan een laag niveau van functioneren aan. Markeringen naar de rechterkant geven een hoog niveau aan.

Aan het eind van de sessie stelt hij op dezelfde manier vier andere vragen om het gesprek te evalueren. Dit doet hij met een sessie-beoordelingsschaal. Hij vraagt een beoordeling van de zitting door een markering te zetten op de lijn dichtbij de beschrijving die het best past bij jouw ervaring. Deze vragen gaan over de relatie met de therapeut, of de doelen aansloten, of de aanpak van de therapeut geschikt was en of de zitting over het geheel genomen goed was of dat er iets ontbrak. Ik vind het dapper om je als therapeut zo op een behoorlijk directe manier te laten beoordelen.

Zijn methode is ook wel bekend geworden als de Routine Outcome Measure. Met deze feedback heb je als therapeut heel snel in de gaten of je op de goede weg zit of niet. Je kunt je stijl en aanpak vervolgens aanpassen aan de behoeften van de cliënt.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is natuurlijk ook een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen. Als je een onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele ontwikkelingstekorten of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, ver voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je evidence based therapie beter helemaal kan overslaan en zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik ben het niet helemaal met hem eens, en daar kom ik straks even op terug. Ik wil eerst graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

66. Yalom: therapie als geschenk

Hoe kan therapie genezen 66.

Irvin Yalom, een Amerikaanse psychiater heeft zowel technische leerboeken als een aantal fraaie romans geschreven over het therapeutisch proces en hoe therapie kan genezen. In ‘Therapie als geschenk’ (Yalom, 2002) zet hij op een rij waar therapie volgens hem uit bestaat en welke therapeutische interventies allemaal kunnen werken.

De kern? Empathie: kijk uit het raam van de cliënt naar buiten. Ontwerp voor iedere cliënt een aparte therapie. Neem je analyses niet te serieus. Erken je fouten. Neem zelf individuele therapie.

Hij laat anderen zien dat wij allen, zowel therapeuten als cliënten, gebukt gaan onder pijnlijke geheimen zoals schuldgevoel over dingen die we hebben gedaan, schaamte over dingen die we hebben nagelaten, de hunkering naar liefde en geborgenheid, onze grootste kwetsbaarheden, onzekerheden en angsten.

Als schatbewaarder van geheimen is hij in de loop der jaren zachtaardiger en toleranter geworden. Als hij nu mensen ontmoet die hoog van de toren blazen en zichzelf voortdurend op de borst kloppen, of mensen die door een van de vele verscheurende passies worden verteerd, dan voelt hij de pijn van hun onderliggende geheimen. Hij heeft dan geen neiging tot oordelen, maar tot compassie en verbondenheid. Dit spreekt mij bijzonder aan. Ook uit zijn manier om over therapie te vertellen en de vele technieken die hij beschrijft, spreekt een grote compassie met de psychotherapie.

Het hoogste belang van het hier-en-nu

Van alle technieken geeft Yalom (2002) aan dat het hier-en-nu een van de belangrijkste bronnen is voor therapeutisch succes. Wat er tijdens een sessie in het nu tussen de cliënt en therapeut gebeurt, vertelt namelijk erg veel over de problemen van de cliënt. Menselijke problemen hebben volgens hem hoofdzakelijk te maken met relaties met anderen.

De relatie die zich manifesteert tussen de cliënt en de therapeut weerspiegelt het gedrag en de problemen die de cliënt ook met anderen zal ervaren. Hoe een cliënt groet, gaat zitten, begint, vertelt en afsluit geeft al heel veel informatie over hoe het zijn innerlijke, onbewuste wereld projecteert op die van de therapeut.

Ook de gevoelens die een cliënt bij de therapeut in de sessie oproept, geven een schat aan informatie. Het benoemen ervan kan een doorbraak in de therapie betekenen. Een cliënt die keer op keer een soort verveling oproept, zal ook bij andere mensen regelmatig die verveling kunnen opwekken.

Door het op een niet bedreigende manier bespreekbaar te maken kan een cliënt gaan ontdekken op welke manier hij dit per ongeluk opwekt, en wat hij daarin kan veranderen. Het belang van het ontwikkelen van voelhorens voor de gevoelens die een cliënt in de therapeut opwekt, heb ik nog niet vaak zo helder beschreven gezien.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Yalom, I.D. (2002). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

56. Slaap als remedie tegen trauma

Hoe kan therapie genezen 56

De eenvoudige oplossing van Merckelbach (2010) voor trauma’s is te zorgen voor genoeg slaap. Ik vind het de moeite waard om uit te leggen waarom hij dat denkt. Ook aparte antwoorden op de vraag hoe therapie kan genezen kunnen bijdragen aan een beter begrip.

Zoals ik vertelde (zie vorige blog) zijn vroegere trauma’s volgens Merckelbach een gevolg van het makkelijk kunnen dissociëren. Het ontstaan van dissociatie en de bijkomende psychische klachten ligt volgens hem echter niet aan een belastende of verwaarlozende omgeving. Hij verklaart het fenomeen dat sommige kinderen angstig reageren op een strenge of verwaarlozende manier van opvoeden en gaan dissociëren op een heel andere manier.

Hij stelt namelijk dat dissociatieve symptomen het bijkomende product zijn van een instabiele slaap-waakcylcus. Dissociatie heeft volgens hem niets te maken met een problematische opvoeding of trauma, maar met een gebrek aan slaap. Vanuit deze visie kan een normale opvoeding als traumatisch zijn overgekomen bij kinderen die gevoelig zijn, onvoldoende slaap krijgen en daardoor makkelijk dissociëren. Dissociatie kan worden uitgelokt door slaaptekort. En het gaat vanzelf over als iemand maar weer voldoende slaap krijgt.

Het geeft een hele eenvoudige therapie voor traumaverwerking, namelijk genoeg rust en slaap. De beste therapie is dan volgens hem ook: genoeg slaap krijgen. Dat sommige mensen slecht kunnen slapen en dat sommige cliënten veel slaap nodig hebben om tot rust te komen, kun je dan toeschrijven aan genetische verschillen in gevoeligheid. Je zou kunnen zeggen dat hij daarmee eigenlijk stelt dat veel psychische klachten het gevolg zijn van individuele, aangeboren verschillen in gevoeligheid.

Daarin staat hij overigens niet alleen. Ook andere wetenschappers menen dat psychische klachten het gevolg kunnen zijn van een individuele gevoeligheid voor hypnose of suggestie en dat ze ook weer door suggestie kunnen verdwijnen. Zelfs psychische klachten zoals wanen en persoonsproblemen zouden volgens sommigen het gevolg zijn van extreme gevoeligheid voor suggesties. De neuroloog Babinski, bekend van de Babinski–reflex, definieerde hysterie bijvoorbeeld na grondige studie uiteindelijk als ‘ieder symptoom dat door suggestie kan worden opgeroepen en door overtuigingskracht kan verdwijnen’ (Hulspas, 1999).

Ik vind het belangrijk dat alle kanten van de oorzaken van trauma’s bekeken worden. We weten dat er allerlei natuurlijke manieren zijn om op een goede manier met trauma’s om te gaan. Natuurlijk kunnen sommige nare ervaringen gewoon verdwijnen met behulp van rust, slaap, dromen of een toepasselijke slogan.

Therapie voor trauma overbodig?

Laten we niet meer therapie toepassen dan nodig is. Er zal zeker op allerlei spontane manieren en tijdens het slapen verwerking plaatsvinden van vervelende emotionele gebeurtenissen. Soms heeft verwerking ook alleen maar tijd nodig. Merckelbach (2010) heeft een punt als hij zegt dat lang niet alle nare gebeurtenissen van vroeger tot trauma’s hoeven leiden.

Jammer alleen dat Merckelbach meent dat genoeg slaap krijgen de beste therapie is voor de verwerking van trauma’s. Het lijkt alsof hij een standaardtherapie gevonden heeft voor alle trauma’s. Het lijkt ook alsof hij therapie voor traumaverwerking eigenlijk maar een beetje overbodig vindt. De kern van verwerking, namelijk het emotioneel beleven en kunnen loslaten van een gebeurtenis, gebeurt volgens hem blijkbaar gewoon vanzelf tijdens het slapen.

Volgens mij begaan dergelijke wetenschappers echter de vergissing dat nare emotionele ervaringen zich alleen tussen de oren in de hersenen zouden bevinden en dat je ze daar met suggesties ook kan aanpraten of oplossen. Ze zien over het hoofd dat veel emotionele ervaringen diep verankerd zijn in het lichaam en dat het vaak vermeden wordt om die diepere gevoelens te ervaren.

Angsten voor gebeurtenissen die nog niet zijn gebeurd, daarvan zou je misschien kunnen zeggen dat ze tussen je oren zitten. Dat kan te maken hebben met een te angstige voorstelling of fantasie van de toekomst. Het is immers nog niet gebeurd. Trauma’s die je al zijn overkomen, zitten naar mijn idee helemaal niet tussen je oren: het zijn  onafgemaakte, afgesplitste, lichamelijke ervaringen, die vaak moeilijk toegankelijk zijn en die je liever niet nog een keer wilt ervaren.

Voor mij is het een troost dat de ideeën van Merckelbach tamelijk haaks staan op opvattingen van therapeuten zoals Freud, Bowlby en Shapiro. Er wordt volgens hen niets aangepraat. Er wordt tijdens therapie een verborgen emotioneel probleem aangeraakt dat juist met behulp van allerlei rationalisaties en afleiding uit de weg wordt gegaan.

Oftewel, therapeuten kunnen raken aan overweldigende gevoelens die voor cliënten moeilijk te hanteren zijn. Dissociatie kan daarbij spontaan optreden om de emotionele verwarring onder controle te houden en te kunnen overleven in een onveilige omgeving.

Het lijkt mij trouwens niet meer dan logisch dat iemand die geleerd heeft snel te dissociëren, juist gevoelig is voor suggesties. Iemand kan immers door de afsplitsing van zijn gevoel niet goed meer voelen wat iets voor hemzelf betekent. Hij probeert dit gebrek aan betekenis vervolgens op te vullen met een verstandelijk begrip met behulp van allerlei verklaringen, theorieën, meningen en ook suggesties van anderen.

Met suggesties en zelfsuggestie kun je zelfs leren allerlei emoties en nare gevoelens nog beter uit de weg te gaan. De diepere emotionele lagen worden er niet door bereikt, maar eerder afgesplitst of gerationaliseerd.

Er komen bij mij ook een paar losse gedachten boven over wetenschappers. Een ongetemde gedachte is dat sommige wetenschappers de neiging hebben om een schil van objectiviteit om zich heen te bouwen en subjectieve emotionele ervaringen liever ontkennen, omdat ze het zelf moeilijk vinden om met emoties van anderen om te gaan.

Het doet me ook denken aan wetenschappers die opgaan in hun werk en bijvoorbeeld de fraaiste eigenschappen van neuronen en dendrieten kunnen vaststellen, maar het verdriet of angst van hun kind liever niet horen of zien. Daarom laat ik nu weer een psychotherapeut aan het woord die heel anders denkt over trauma.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Hulspas, M. (1999). Parasieten in het brein, hypnose, hysterie en hersenhelften. Skepter 12 (4).
Kloet, D. van der, en Merckelbach, H.I.J.G. (2010). Waar dissociatie vandaan komt – het schemergebied tussen waken en slapen, GZ-psychologie 7 (nov., 12 -21).