Einde van Hoe kan therapie genezen?

Hoe kan therapie genezen, slot.

Hier stop ik met het publiceren van het verhaal van Blanchefleur Johnston over hoe therapie kan genezen. Het slot van dit verhaal kun je lezen in het boek ‘Hoe kan therapie genezen’ dat nu te koop is als e-boek. Daarin lees je het antwoord op hoe therapie kan genezen.

Mogelijk heb je dit blog gelezen op zoek naar een goede behandeling of persoonlijke groei. Bij mij kan je daarvoor terecht. Met een verwijzing van de huisarts voor een gz-psycholoog (basis GGZ) wordt de behandeling deels of helemaal vergoed. Kijk daarvoor verder op kosten psychologische hulp. Ik help je graag!

Als je mijn blog hebt gewaardeerd, denk ik dat je het slot van dit e-boek misschien ook  de moeite waard vindt om te lezen. Ook kun je natuurlijk verder lezen op de website van mijn praktijk:
www.psy-image.nl

E-boek:
Specificaties: K.I. de Groot (2015). Hoe kan therapie genezen.
ISBN: 978-90-822810-0-2, 158 pagina’s, pdf 1,3 MB, te lezen op elke computer, ipad of e-reader. Bestellen.

In dit e-boek vind je, naast alle gepubliceerde blogs, het uiteindelijke antwoord van Blanchefleur Johnston op de vraag hoe therapie kan genezen, en ook bijvoorbeeld nog:

Hoeveel therapie heb je nodig om te genezen?
Terug naar het wetenschappelijke bewijs
Een revue van therapeuten
Ideale therapie
Voorkeur voor wezenlijke verandering
Diep en waar besef van eigenheid
Enkele andere verborgen gedachten

Meer informatie over het e-boek op: Psy-Image/Hoe kan therapie genezen

Niet te stuiten optimisme over de kracht van therapie

Het heeft me veel tijd gekost om in relatief eenvoudige woorden te schrijven wat het geheim van therapie inhoudt. Voor mij is het toch wel een huzarenstukje geweest om dit verhaal te voltooien.

Ik ben er mee doorgegaan omdat ik het gevoel had dat ik onderweg zelf steeds iets wijzer werd. Dankzij mijn blog heb ik nog veel beter kunnen begrijpen wanneer en hoe therapie werkt en wanneer niet. Ook bleek ik een niet te stuiten optimisme te hebben over de kracht van therapie.

Ik hoop dat steeds meer mensen gaan begrijpen waarom therapie zo belangrijk is om je verder emotioneel te ontwikkelen, vooral voor diegenen die daar in eerdere fasen van het leven te weinig kans voor hebben gekregen.

Blanchefleur Johnston, Karina de Groot   Karina de Groot

 

Advertenties

77. Jij bent de maat van jouw dingen

Hoe kan therapie genezen 77.

Als onze waarneming en gevoel serieus genomen worden, hoeven we niet te discussiëren hoe we een stoel precies waarnemen. Of de stoel blauwpaars of paarsblauw geverfd is. Het is allebei het geval, en kan naast elkaar bestaan. We hoeven niet te discussiëren of een bank wel of niet lekker zit. Met mijn korte benen zit ik er anders op dan jij met je langere benen.

Mijn lichaam is de maat van mijn dingen, jouw lichaam is de maat van jouw dingen. Ik ben de maat van mijn waarheid, jij bent de maat van jouw waarheid. Laten we niet twisten over welke meetlat echter of beter is. Laten we een bank uitzoeken waarop we allebei lekker kunnen zitten, ongeacht of de maten kloppen.

Mijn verliefdheid zal anders verlopen dan jouw verliefdheid. Ik kan er ziek van worden, diarree van krijgen, misselijk, en pijn in mijn hart. Die diarree is echt, en de rest gebeurt ook echt, ook als dat bij jou zo niet gebeurt. Zodra ik het echter ga benoemen, kun je van mij een interpretatie horen die soms ver van de waarheid verwijderd is. Tijdens het benoemen kan het verwrongen worden door allerlei mechanismen van censuur, zelfbescherming, afweer, afsplitsing, projectie, bewuste verdraaiing en onwetendheid.

Voor mij is het belangrijk om zo helder mogelijk te krijgen dat ervaren gevoelens in het moment zelf echt en waar zijn. Elke therapeut moet er op bedacht zijn dat zijn eigen beleving heel vaak klopt, maar die van de cliënt tegelijkertijd ook, hoe vreemd of onmogelijk dat soms ook toeschijnt.

Zelf moet ik daar steeds weer alert op zijn, omdat het zo eenvoudig en makkelijk is om het te vergeten. Het is belangrijk wat je zelf als therapeut waarneemt, en tegelijkertijd moet je zeer ontvankelijk zijn voor de waarneming, uitleg en interpretatie van de andere partij die het mogelijk anders heeft gevoeld of opgevat.

Waarheid durven toelaten

Als je gevoelens echt zijn waarom raken we dan vaak zo in de war en twijfelen aan onszelf? Twijfel heeft naar mijn idee te maken met het niet goed genoeg kunnen voelen wat er echt gebeurt in een situatie hier en nu.

Als je geen goed contact maakt met de realiteit van dat moment, krijg je de neiging om de situatie te gaan verklaren en te isoleren met je verstand, je verbeelding te gebruiken of af te gaan op de mening en suggesties van anderen. Als je eigen gevoel niet sterk genoeg is, afgesplitst is, of er niet mag zijn, dan ga ja af op wat anderen voelen of denken in plaats van op je eigen gevoel van dat moment.

Je kunt je misschien ook voorstellen wat er gebeurt als iemand jouw gevoel niet serieus neemt en zijn eigen gevoel over de situatie laat overheersen. Als iemands eigen gevoel sterk overheerst, dan heeft die de neiging om de eigen gevoelens en gedachten als het ware op anderen te plakken. Ofwel, hij gaat met zijn eigen gedachten invullen wat goed is voor een ander.

Iemand zal die bank, auto, bloem of therapie kiezen die goed bij hem past en denken dat dat ook het beste is voor de ander. Hij wil graag dat de wereld zoals hij die zelf ervaart, ook voor anderen geldt en probeert anderen ervan te overtuigen. Sommige mensen kunnen die neiging heel sterk hebben. Ze verkondigen erg graag hun eigen waarheid en hebben geen zicht op of belangstelling voor de waarheid van anderen.

Ieder heeft zijn eigen waarheid, maar daarnaast bestaat er ook een gemeenschappelijke waarheid. De waarheid bestaat echt, maar je komt haar alleen te weten als je haar ook wilt leren kennen of wilt toegeven. Gezamenlijke waarheid en betekenis kunnen tot stand komen in de interactie. Het gaat erom je eigen waarheid te mogen voelen en durven zeggen in contact met een ander. Dit geloof ik, zo waarlijk heet ik Candida Albicans Blanchefleur Johnston.

Voorbij afweer en ontkenning terug naar de realiteit

Het contact met de realiteit wordt naar mijn idee gebaseerd op al je zintuigen en gevoelens. Een goed contact met je interne gevoelsleven is de basis voor contact met de realiteit en met andere mensen. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als dit gevoelsleven geblokkeerd is geraakt. Mensen kunnen extreem in de war raken als ze geen contact meer hebben met hun eigen echte gevoelens.

Bij schizofrenie lijkt juist dat het geval, een blokkade van gevoelens en grote problemen met het waarnemen van en contact met de werkelijkheid. De gevoelens zijn geblokkeerd geraakt door afsplitsing, dissociatie en andere overlevingsmechanismen omdat ze door anderen om wat voor reden dan ook niet goed gezien, ontkend of genegeerd werden.

Daarbij volg ik de opvatting van Ruppert (2012) dat er bij schizofrenie sprake is van extreme ontkenningsstrategieën, sterke cognitieve afweer en bijkomende rationalisaties. Juist bij deze psychische problemen is sprake van het uitzetten en wegmaken van allerlei gevoelens waardoor het contact met de realiteit verloren gaat. De werkelijkheid van het eigen gevoel wordt geweld aangedaan uit loyaliteit met de gevoelens van de mensen die het meest dierbaar zijn.

Juist daarom is het zo belangrijk zoals Leader (2012) stelt om de binnenwereld van iemand met schizofrenie of een psychose weer serieus te gaan nemen en hem voorbij alle rationele en cognitieve afweer- of overlevingsstrategieën terug te brengen naar zijn eigen innerlijke echte gevoel van de werkelijkheid in het hier en nu.

Afweer, rationalisaties en overlevingsmechanismen spelen overigens bij iedereen in meer of minder mate een rol. Heel veel mensen gebruiken bovendien hun verbeelding of allerlei bedenksels en redeneringen om in te vullen hoe de wereld van mensen om hen heen er uit ziet. Hoe vaak gebeurt het bijvoorbeeld niet dat je gevoelens van een ander meent te begrijpen terwijl je ze met je eigen verbeelding hebt ingevuld.

Hoe minder verklaringen, rationalisaties en theorieën je gebruikt en hoe meer je luistert naar de gevoelens van jezelf en de ander in het hier en nu, hoe meer je echt te weten komt over anderen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

 

76. Werkelijkheid van binnen voelen

Hoe kan therapie genezen 76. 

Door mijn vak ben ik zeer gefascineerd geraakt door de waarheid, de werkelijkheid en de interpretatie ervan. Mijn opvatting over de werkelijkheid is heel direct, en in het hier en nu. De echte wereld is de werkelijkheid zoals die gebeurt en op dit moment gezien, gehoord, gevoeld en ervaren wordt. De werkelijkheid verandert steeds en is steeds nieuw.

Over de toekomst kan ik kort zijn. De toekomst bestaat uit alles wat nog niet gebeurd is en die kan geen waarheid bevatten. Het is gewoon niet gebeurd en dus niet waar. Elke extrapolatie naar of voorspelling van de toekomst is een theorie die wel waar kan worden, maar het nog niet is.

De waarheid is iets anders, namelijk de verzameling van alle gebeurde werkelijkheden. Ofwel de waarheid is de geschiedenis van alles wat gebeurd is in de werkelijkheid: alle feiten, gevoelens, gebeurtenissen, processen die voltrokken zijn. Elk gevoel, beleving of ervaring is een proces dat zich echt voltrokken heeft. Het zijn feiten die echt gebeurd zijn en als je veel moeite doet ook aangetoond kunnen worden. Het gevoel in het hier en nu is er echt. Voor mij is het zien van een stoel net zo echt als het waarnemen van een gevoel in je lichaam.

Dat zal ik verder moeten uitleggen, en ik hoop dat het me lukt. Naast de objectieve wereld van de stoelen, tafels, de aarde, de zon en de maan heb je ook een objectieve wereld van de processen die echt gebeuren. Die processen kun je niet zien zoals de zon en de maan, maar je kunt ze wel voelen gebeuren. Net zoals we een buitenwereld kunnen zien met onze ogen, kunnen we ook een binnenwereld voelen met onze interne organen. Het zien van een stoel met je ogen is net zo echt als het voelen van buikpijn of verdriet met je interne sensoren.

De vijf bekende zintuigen zijn op de buitenwereld gericht. We hebben echter ook een heleboel organen of gevoelens die vertellen hoe het met onze binnenwereld gesteld is. Denk bijvoorbeeld maar aan pijnsensoren, het evenwichtsgevoel en het bewegingsgevoel. Je zou kunnen zeggen dat we eigenlijk een enorme hoeveelheid informatie hebben die we van binnen waarnemen, en die vertelt hoe het met ons ten opzichte van onze omgeving gesteld is.

We hoeven ons dus niet te beperken tot het geloof in wat we waarnemen met onze vijf zo bekende zintuigen, maar we kunnen al onze andere organen, zenuwen en sensoren laten meedoen in het waarnemen van de werkelijkheid binnen en buiten ons.

Het zou heel mooi zijn als anderen ons gewoon geloven als we zeggen dat we van binnen iets voelen of merken, en het niet afwimpelen met de boodschap dat dat verbeelding is of subjectief, en dus onbelangrijk, of niet echt.


Problemen door benoemen en isoleren van gevoelens

Dat er steeds weer problemen in de communicatie over de werkelijkheid ontstaan, lijkt helaas onvermijdelijk. Het goed uitleggen aan een ander wat je waarneemt, is namelijk tamelijk moeilijk. Het vertellen over of benoemen van al je gevoelens of wat je ziet en hoort, dus elk woord, verhaal of uitleg over een ervaring, is een interpretatie, abstractie en versimpeling van de ervaren gebeurtenis of werkelijkheid.

En daar gaat het vaak mis. Hoe abstracter de begrippen, hoe meer interpretatie er insluipt. De uitleg, de woorden, de verklaringen van wat je ziet of voelt, die kunnen makkelijk verkeerd begrepen worden. Daarvoor is het nodig om je af te stemmen op de ander en moeite te doen om iemand te begrijpen.

De stoel waarop ik zit, kan ik aan jou laten zien en daar zal je niet snel aan twijfelen. Mijn liefde voor jou kan uit zoveel woorden bestaan dat jij ze niet begrijpt, maar ik kan het je hopelijk wel laten voelen. Dat gevoel, die gebeurtenis waarin jij mijn liefde voelt, is voor jou echt gebeurd. Een gevoel gebeurt echt. Ook als het weer snel voorbij is en voor niemand zichtbaar.

Ook door het nadenken over een problematisch gevoel gaat het vaak mis. Als je gaat nadenken of piekeren over enkele gevoelens, isoleer je die gevoelens van al het andere wat je zou kunnen voelen. Je probeert je angst op te lossen en te beheersen door er met je verstand allerlei verklaringen of oorzaken voor te zoeken en er zo van af te komen.

Daarmee sluit je je echter af van je lichamelijke reacties die er op een natuurlijke manier voor zorgen dat je angst wordt verwerkt en verdwijnt. Focussen, je gedachten richten op een klein onderdeel van een ervaring, belemmert volgens mij juist de verwerking ervan. Een groot deel van je lichamelijke gevoelens bemerk je dan niet eens, laat staan dat je ze kan benoemen, verwerken of er over communiceren.

Je gevoel in het hier en nu is echt, maar de vertaling van dat gevoel in woorden kan op allerlei manieren vervormd raken.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

 

75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

71. Moed hebben om te genezen op de manier van de cliënt

Hoe kan therapie genezen 71.

We moeten volgens Miller de moed hebben om een cliënt te genezen op de manier van de cliënt (Duncan, Miller en Sparks, 2004). Daarvoor is nodig dat we aan de cliënt vragen wat die nodig heeft, welke doelen en verwachtingen de cliënt ziet en hoe die denkt dat hij of zij beter kan worden.

Cliënten weten vaak wel wat er nodig is, en als we het hen vragen en heel goed luisteren naar wat ze echt bedoelen, en steeds de uitkomst checken van wat we doen, kunnen we ze het best van dienst zijn.

Miller verwerpt een exclusieve en op theoretische expertise gebaseerde therapie. Niet een medisch model maar een model gebaseerd op de relatie met de therapeut is de beste kandidaat voor het genezen van psychische problemen. Het gaat over de ideeën van de cliënt hoe die kan genezen, over de door cliënt gekozen prioriteiten, door de cliënt begonnen activiteiten en door de cliënt ervaren vooruitgang.

Ik denk overigens niet dat het zozeer aan de mooie en elegante beoordelingsschaaltjes ligt, die hij heeft ontwikkeld (zie vorige blog). Die zijn slechts een hulpmiddel om daadwerkelijk kritiek en een oordeel te vragen aan de cliënt.

Ik zie het als een grote verdienste van Miller dat hij het goed luisteren naar de cliënt weer in ere heeft hersteld. Hij ging weer terug van een theorie-gestuurde therapie naar een cliënt georiënteerde therapie. Veel cliënten zijn hem daar erg dankbaar voor.

Miller en zijn collega’s (Duncan et al. 2004) geven diverse voorbeelden van dankbare cliënten. Amy, een cliënte met de diagnose Borderline had veel problemen om anderen te vertrouwen, vooral als ze een wat intiemere band met iemand ontwikkelde. Ze reageerde dan vaak inadequaat en ongepast. Zij zei dat ze diep in haar hart heel goed wist wat ze nodig had, en dit ook al heel lang wist.

Deze cliënte legde op een heldere manier uit dat zij een relatie nodig had met een therapeut die haar hielp om rijpere emotionele relaties aan te gaan met anderen. Ze kon ook precies vertellen hoe een dergelijke emotionele rijping zich kon ontwikkelen met behulp van het veilig oefenen van allerlei gedragingen met vallen en opstaan, en feedback daarop.

Verder geven deze therapeuten aansprekende voorbeelden van het herstel bij verschillende cliënten met schizofrenie. Deze cliënten vertelden dat de sleutel van hun herstel lag in het vinden van een veilige, beschaafde plek om te leven, met een mentor, iemand die ze vertrouwde, die betrokken was en om hen gaf.

De therapeut met het badwater weggooien

Miller en collega’s schrijven zeer enthousiast over deze methode waarin de cliënt de alfa en de omega is van de therapie. Ik krijg echter wel het gevoel dat hij daarbij zichzelf en andere goede therapeuten wel erg uitvlakt of met het badwater weggooit.

Ik denk dat hij een zeer bedreven therapeut is met heel veel ervaring met moeilijke cliënten. Hij heeft geleerd daadwerkelijk te horen wat cliënten zeggen en zich in hun vaak ingewikkelde leefwereld te begeven. Daarvoor is volgens mij heel veel kennis en ervaring nodig van psychologische theorieën.

Natuurlijk kun je gewapend met beoordelingsschaaltjes de feedback vragen van de cliënt. Als therapeut moet je dan toch zover zijn om de kritiek aan te kunnen nemen, niet te veel op jezelf te betrekken, je eigen afweer- en beschermingsmechanismen te kunnen inschatten en ze in dienst van de cliënt te kunnen inzetten.

Daarnaast zullen cliënten die in hun eigen kringetje ronddraaien, en met hun eigen gedachtespinsels hun leven proberen op orde te krijgen, meer nodig hebben dan feedback. Ik denk dan aan het leren omgaan met frustratie, bewust worden en uiten van emoties, durven aangaan van pijnlijke of traumatische ervaringen, het overwinnen van trots, hulp kunnen aannemen, het aanvaarden van grenzen en relativeren van onmogelijke idealen. Emotionele ontwikkeling en groei heeft, denk ik meer nodig dan het volledig volgen van de cliënt in zijn doelen, wensen en verwachtingen.

In de voorbeelden die Miller geeft, zie ik de moeite die hij zichzelf getroost heeft om cliënten zo goed mogelijk te helpen met behulp van een grote deskundigheid in zijn vak. Hij kan de cliënt aan het woord laten, mede omdat hij zo goed afstand kan nemen van zijn eigen ideeën en denkwereld. Ik vind wat dat betreft dat Miller zichzelf tekort doet in zijn poging om de cliënt weer de enige held te maken van de therapie.

Denk eens aan al die therapeuten die met veel moed en betrokkenheid hun eigen veilige gebaande paden en vertrouwde gedachtewereld durven verlaten en een soms onbegrijpelijke, kronkelachtige gedachtewereld van de cliënt vol verborgen spelonken van boosheid, minachting en afwijzing binnen willen treden. Niet de minste therapeuten zijn aan het eind van hun leven somber geworden, mogelijk van machteloosheid ten overstaan van sommige vernietigende, menselijke krachten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

64. Empathie en liefdevolle, reële begrenzing

Hoe kan therapie genezen 64.

Er is veel voorzichtigheid nodig van een therapeut om gevoelens die te maken hebben met onveiligheid alsnog te leren hanteren. Belangrijk daarbij is dat de therapeut iedere keer opnieuw genoeg veiligheid biedt zodat iemand zijn overlevingsstrategie niet nodig heeft en op een gezonde manier in contact kan komen met zichzelf en de ander.

Door het ervaren van empathische reacties op signalen van onveiligheid en zo de beschikbaarheid van empathie zoals Kohut (1984) het noemde, zelf te ondervinden, kan iemand op een nieuwe, gezondere manier in contact komen met zichzelf en anderen.

Het is volgens mij echter niet genoeg om empathie en veiligheid te bieden. Er is meer nodig dan empathie, namelijk het bieden van een veilige, maar reële omgeving waarin illusies en allerlei rationalisaties kunnen worden herkend en losgelaten. Om een veilige, maar realistische omgeving te bieden zag Malan (1983) het dan ook als een van de taken van de therapeut om te falen en soms te kort te schieten, waardoor de cliënt ook de reële beperkingen en grenzen van de therapeut leert kennen. Naast empathie is er liefdevolle, reële begrenzing nodig om afstand te kunnen nemen van irreële voorstellingen over hoe de wereld of andere mensen zouden moeten zijn.

Bij heel verschillende therapeuten zoals Ruppert (2012), Malan, en Horney (1991) herkende ik een dergelijk moment in de therapie waarin een wezenlijke verandering op gang komt. Dat is het moment waarop de cliënt het veilig genoeg vindt voor het onder ogen zien van nare ervaringen door ten eerste het durven aangaan en ervaren van weggestopte pijnlijke gevoelens, ten tweede het erkennen van het eigen onvermogen en falen, en ten derde het beleven van spontane, bevrijdende eigen emoties.

Veel cliënten hebben iemand nodig die hen opnieuw leert dat ze mogen falen en hoe ze op andere mensen kunnen vertrouwen zonder het eigen gevoel te hoeven afsplitsen. In therapie kan iemand alsnog leren dat veel onplezierige reacties en negatieve emoties die als in eerste instantie als overweldigend aanvoelen uiteindelijk wel te dragen zijn en dat iemand ze uiteindelijk zelf kan opvangen en begrenzen.

Onschatbare waarde van de juiste therapeut

Het dissociëren of afsplitsen van gevoelens vanwege een onveilige omgeving lijkt aan de basis te liggen van veel trauma’s en psychische klachten. Volgens Ruppert (2012) is het zelfs de belangrijkste oorzaak van psychische problemen.

De neiging om gebruik te maken van dissociatie kan naar mijn idee meerdere oorzaken hebben zoals trauma’s tijdens de opvoeding, onveilige of verwaarlozende omstandigheden, generationele trauma’s, een aangeboren sensitiviteit van de cliënt, gebrek aan sensitiviteit van de ouders, of een mismacht tussen ouders en kind. De kern daarvan is dat een cliënt zich om wat voor reden dan ook onveilig heeft gevoeld en geleerd heeft zijn negatieve emoties in bepaalde situaties te blokkeren.

Therapeuten die deze emoties kunnen begrijpen, hanteren en er laten zijn, hebben een onschatbare waarde voor kinderen en volwassenen die verlangen naar een goed, emotioneel ontwikkeld levenspad.

Het geheim van de therapie van deze therapeuten is misschien wel dat iemand op wat voor manier dan ook een beter, plezieriger, spontaan en ontspannen contact leert opbouwen met andere mensen. Pas na het voelen van de afgrond door een tijdelijke of vermeende afwijzing van de therapeut, kan de cliënt gaan beseffen wat er voor nodig is om toch met dezelfde persoon een echte relatie te onderhouden. Soms is daar een lange weg voor nodig. Door het keer op keer oefenen van dit soort contact met de therapeut kan iemand uiteindelijk gaan merken dat veel mensen minder afwijzend zijn en betrouwbaarder dan gedacht.

Naast de methode van Ruppert zijn er meer vormen van psychotherapie waarin veel aandacht is voor het ontwikkelen van een eigen veilig basisgevoel en het verwerken van vroege, negatieve ervaringen. Een daarvan spreekt mij bijzonder, namelijk de Pesso-psychotherapie (van Attekum, 1997). Dit is een moderne lichaamsgerichte vorm van psychotherapie die ruimte biedt om trauma’s aan den lijve te verwerken. Daar ga ik graag mee verder.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Attekum, M. van (1997). Aan den lijve, lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Amsterdam: Pearson.
Kohut, H. (1984). How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation. New York: Norton and Company.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum. Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.