68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

Advertenties

67. Toch liever empirisch gevalideerde therapie?

Hoe kan therapie genezen 67.

Hoor ik je daar toch vragen om empirisch bewezen therapie? Dat kan. Van een aantal therapeutisch interventies is inmiddels bewezen dat ze effectief zijn, effectiever dan geen therapie of het staan op een wachtlijst voor therapie.

Deze therapie wordt bovendien vaak vergoed door de verzekering vanwege de resultaatgerichte benadering en het wetenschappelijke gehalte ervan. Het wordt ook wel evidence based of protocollaire therapie genoemd.

Misschien denk je dat ik bezwaar heb tegen dit soort therapie gezien mijn bewondering voor de ongelofelijke ervaringskennis van therapeuten die ik tot nu toe aan het woord liet.

Boven alles vind ik het echter belangrijk dat we als therapeuten zoveel mogelijk gebruik maken van therapiemethodes die echt werken. Wetenschappelijk bewezen interventies zijn daarom naast kunde en ervaringskennis zeer van belang. Alleen daarom al kan empirisch gevalideerde therapie niet ontbreken in een overzicht over hoe therapie kan genezen.

Vooral interventies uit de cognitieve therapie en gedragstherapie zijn goed onderzocht. Op basis van deze interventies zijn behandelingen volgens vaste protocollen ontwikkeld voor verschillende soorten psychische klachten (Keijsers, et.al., 1997). Deze protocollaire behandelingen zijn vooral klacht- of symptoomgericht in plaats van cliëntgericht. Dat geeft ook gelijk de beperking aan: niet de cliënt maar de klacht staat centraal.

Voor relatief eenvoudige problematiek vind ik het een behoorlijk goede vorm van therapie. Ik raad je wel aan om ook een boek te lezen over je klachten, bijvoorbeeld over angst, depressie of burn-out. Daar staan veel bewezen technieken in die je vrij eenvoudig bij je zelf of met behulp van een therapeut kunt toepassen.

Het is verder een vorm van therapie die relatief makkelijk te leren is voor therapeuten. Ook ik ben er als eerste in opgeleid. Naar mijn idee is dit dan ook een van de eerste soorten therapie die je kan proberen. Het werkt, al is het soms maar tijdelijk, en je leert jezelf in ieder geval iets beter kennen.

Empathie in protocollaire behandeling?

Moeilijk vind ik wel dat er bij deze vrij technische vormen van therapie weinig tijd is om elkaar als persoon te leren kennen. Het is zelfs niet eens nodig. Je kunt het bijvoorbeeld ook zelf uit een boek leren of via een internetbehandeling waarbij er geen persoonlijk contact aan te pas komt.

Ook empathie is niet speciaal nodig bij deze behandeling. Als therapeut hoef je je niet in te leven in de cliënt. Centraal staat dat de klachten overgaan. Door een cliënt te leren zijn gedrag op een bepaalde manier aan te passen, zal iemand inderdaad vaak veel minder klachten ervaren.

Veel mensen hebben echter grote moeite om hun gedrag te veranderen omdat het gedrag tegelijkertijd ook een bescherming vormt tegen iets anders, namelijk tegen allerlei moeilijke gevoelens of herinneringen van afwijzing, eenzaamheid, angst of verdriet, die je liever niet meer wil ervaren. Er is dan vooral voorzichtigheid nodig en een therapeut die oog heeft voor overlevingsstrategieën en de onveiligheid en kwetsbaarheid die daar onder verborgen liggen (Ruppert, 2012).

Bij complexere psychische problemen schiet de protocollaire behandeling te kort en is een veel persoonlijkere benadering nodig waarbij vertrouwen en de relatie tussen de cliënt en de therapeut weer veel belangrijker worden dan de bewezen techniek.

Sommige angstklachten zijn echter wel eenvoudig en per ongeluk aangeleerd. Die klachten kun je ook weer vrij makkelijk afleren. Ik geef je zo een voorbeeld van de uitleg en behandeling van eenvoudige angstklachten. Het is zeker belangrijk om te gaan begrijpen en zelf te ervaren hoe je sommige, maar lang niet alle, angst- of paniekklachten redelijk makkelijk onder controle kunt krijgen door die angsten niet meer te vermijden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Ruppert, F. (2012). Bevrijding van trauma, angst en onmacht. Op weg naar gezonde autonomie en liefde. Eeserveen: Uitgeverij Akasha.

54. Onzorgvuldig gebruik van EMDR-therapie

Hoe kan therapie genezen 54.

Shapiro (2004) waarschuwt voor onzorgvuldig gebruik van de EMDR-techniek, waarbij sommige therapeuten slechts gedeeltes van de procedure uitvoeren. Goede therapie is volgens haar een interactie tussen de therapeut, de cliënt en de methode.

EMDR is niet een eenvoudige oogbewegingstherapie, maar behoort volgens haar in het rijtje thuis van andere complexe therapieën zoals cognitieve therapie, gezinstherapie en psychodynamische therapie. Ze benadrukt daarbij dat EMDR een duidelijk onderscheiden vorm van therapie is met principes en technieken die echt verschillend zijn van andere therapieën.

Voorwaarde voor dit soort therapie is wel dat het trauma op zijn minst herkend moet zijn als een traumatisch, en dat hoeft niet het geval te zijn. Voor duidelijk herinnerde trauma’s vind ik het een hele mooie methode. Voor vroege of afgeweerde trauma’s ligt dat ingewikkelder.

Trauma’s uit de kindertijd zoals emotionele verwaarlozing, dwingende ouders of afwezige ouders, en allerlei persoonlijke problemen worden vaak niet als trauma beleefd, maar als iets wat tot een normale opvoeding behoort. Ook kunnen allerlei vormen van ontkenning, loyaliteit en afweer nare ervaringen buiten het bewustzijn houden. Die ervaringen kunnen moeilijker met EMDR benaderd worden. Daarvoor hebben we naast EMDR veel kennis nodig van bijvoorbeeld verdedigingsmechanismen, hechtingsgedrag en afhankelijkheidsproblematiek.

Ik vind EMDR een mooie elegante procedure, maar ik vind andere technieken om trauma’s te behandelen zelf prettiger in het gebruik. Ik vind de EMDR-techniek soms een wat afstandelijke procedure waar je jezelf als therapeut aardig achter kan verschuilen. Zoals Shapiro zelf ook zegt, kan dat makkelijke ten koste gaan van de interactie en de betrokkenheid in de therapeutische relatie.

EMDR losgekoppeld van echte therapie verwordt naar mijn idee tot een technische aanpak van problemen, die sterk lijkt op technieken die ook bij NLP gebruikt worden. Soms worden EMDR en NLP zelfs doelbewust samen gebruikt. Ik zal een voorbeeld geven.

Het juiste beeld, de juiste slogan

Er is een techniek ontwikkeld die EMDR en NLP combineert, de NLP-vingertechiek. Cladder (1998) schets die techniek als volgt. Eerst wordt het traumatische beeld opgespoord. Bij het traumatische beeld wordt een slogan gezocht, een zinnetje dat het gevoel zo goed mogelijk weergeeft zoals ‘Ik ben hulpeloos’, of ‘Ik had iets moeten doen’.

Vervolgens wordt er al experimenterend en ervarend gezocht naar een wijziging in het beeld of in de slogan, die emotioneel en fysiek beter voelt. De cliënt volgt ondertussen steeds met zijn ogen de vingerbewegingen van de therapeut. Een nieuwe slogan kan bijvoorbeeld zijn, ‘Ik heb het beste gedaan wat op dat moment binnen mijn vermogen lag’. Dan maakt de cliënt het beeld leeg, zucht een keer diep. De therapeut vraagt hoeveel spanning er nog gevoeld wordt en hoe geloofwaardig de nieuwe slogan al is.

De eenvoud waarmee problemen met deze techniek opgelost worden, doet me weer denken aan de gedragstherapie (zie blog 38 t/m 41). Daar wordt ook vaak aan een enkel concreet probleem gewerkt, wat zich dan vaak inderdaad oplost. Voor het verminderen van diepgewortelde emotionele problemen en het verminderen van innerlijke psychische conflicten zal het niet erg geschikt zijn.

De eenvoud waarmee sommige therapeuten trauma’s menen te kunnen oplossen, vind ik ook wel intrigerend. Het zou zo mooi zijn. En misschien ook kunnen we sommige trauma’s toch makkelijk verwerken, makkelijker dan we denken. Mogelijk hangt dit samen met de oorzaak van het trauma.

Over de oorzaak van trauma’s zijn de meningen namelijk tamelijk verdeeld. Er zijn bijvoorbeeld mensen, wetenschappers, die menen dat traumatische herinneringen eigenlijk weinig te maken hebben met echte gebeurtenissen maar eerder met een rijke fantasie. Ze denken ook dat ze op een eenvoudige manier te verwerken zijn. Daar wil ik nog wat meer over zeggen.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Cladder, J.M. (1998). Korte psychotherapie met hypnose en NLP. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

50. De kortste therapie die er bestaat

Hoe kan therapie genezen 50.

Misschien kun je je nu voorstellen dat je met behulp van NLP, maar ook met gedragstherapie, allerlei reacties kunt aanleren en afleren. In ‘Hoe haal je wat in je hoofd’ geeft Bandler (2001) zelfs een supersnelle therapie. Hij adviseert op grond van zijn ervaringen de kortste therapie die er bestaat.

Dat gaat als volgt. Denk aan een onplezierige gebeurtenis waarin je in verlegenheid werd gebracht of teleurgesteld was. Laat de gebeurtenis als een film in je hoofd nog eens de revue passeren. Merk of je er nog steeds negatief door wordt beïnvloed. Als dat zo is, start je de film opnieuw in je hoofd. Je voegt er direct bij het begin een vrolijk muziekje aan toe, bijvoorbeeld circusmuziek. Blijf naar de muziek luisteren, terwijl je de film helemaal afdraait. Kijk nu weer naar de oorspronkelijke film.

Bij de meesten van ons zal deze film nu van een tragedie veranderd zijn in een blijspel, zegt Bandler. Als je geen verandering hebt bemerkt, moet je misschien wat andere muziek proberen, bijvoorbeeld het Europese volkslied ‘Alle Menschen werden Brüder’ van Beethoven. Je kunt ook de film in je gedachten versneld terugspoelen, of in allemaal roze tinten laten afspelen om het gevoel van de gebeurtenis te veranderen.

Als je hiermee gaat experimenteren zal je heel wat manieren vinden om je vervelende ervaringen te wijzigen. Kortom, Bandler ziet de sleutel van het genezen van klachten in het herprogrammeren van vervelende ervaringen. Ik raad je zeker aan om het uit te proberen en te merken of het bij jou voor bepaalde gebeurtenissen ook zo werkt.

Trauma herprogrammeren of verwerken?

Als je zo al je slechte herinneringen en pijnlijke ervaringen probeert te behandelen, kun je volgens Bandler heel wat geld aan therapiekosten uitsparen. Ook traumatische ervaringen zouden op deze manier makkelijk kunnen veranderen.

Hij verwacht dat als dit gemeengoed wordt dat de traditionele therapeuten een moeilijke tijd tegemoet gaan: ‘voor ze het weten, zullen ze zich in het gezelschap bevinden van toverdokters en verkopers van gedroogde vleermuisvleugels’.

Zover zijn we nog niet. Wat zou dat overigens geweldig zijn als we ons zelf overbodig zouden kunnen maken, dat zou ik graag meemaken. Bandler heeft volgens mij echter een groot probleem over het hoofd gezien dat te maken heeft met emotionele verwerking.

Zijn methode werkt zeker, maar het blijft aan de oppervlakte. De gebeurtenis wordt als het ware visueel in je hersenen veranderd van heftig naar zachtroze, of van akelig naar vrolijk met een muziekje. Dat kan nuttig zijn om ergens wat van afstand te nemen.

De diepere emotionele lagen worden echter niet zomaar bereikt met deze herprogrammering. De therapie doet me sterk denken aan gedragstherapie waarbij je van alles kunt aanleren en afleren, maar waarbij de black box dicht blijft (zie blog 41).

Mijn indruk is dat NLP goed kan werken bij eenvoudige en normale dagelijkse problemen, maar tekort schiet bij meer complexere problematiek en trauma’s. Ik ga snel verder met een andere populaire manier om emotionele gebeurtenissen te verwerken, die ik zeer veel belovend vind, EMDR.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur

Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.

49. Emotionele afweer en allergie

Hoe kan therapie genezen 49.

Het blijkt dat sommige allergische reacties terug te voeren zijn op een emotionele gebeurtenis. Dat wil zeggen dat er een onbewuste lichamelijke afweerreactie heeft plaatsgevonden door een emotionele aanleiding. Als we kunnen achterhalen welke emotionele afweer gekoppeld werd aan lichamelijke reactie op een plant of dier, kunnen we die verbinding weer gaan doorbreken. Daardoor kan de allergische reactie verminderen of geheel verdwijnen (Liekens, 2001).

Je hebt bijvoorbeeld wat problemen met een vriendin en reageert emotioneel gespannen als je bij haar op bezoek gaat. Zij heeft ook een kat. De tweede keer dat je bij haar op bezoek gaat, zonder dat de spanning is opgelost, blijk je allergisch te zijn voor haar kat.

Er is een koppeling ontstaan tussen jouw gespannen reactie en de kat. De afweerreactie naar je vriendin uit zich nu in de vorm van een allergische reactie voor katten. Je gaat daarna niet meer bij haar op bezoek en de vriendschap verwatert. Helaas ben je voortaan wel allergisch voor katten.

Je kunt dan alsnog die verbinding weer verbreken. Je denkt aan de laatste keer dat je de allergische reactie hebt gehad en het gevoel dat je toen had. Vervolgens ga je terug in je herinnering naar het eerst moment dat je dat gevoel hebt gehad. Van dat moment laat je een film in je hoofd afspelen. Er wordt nagegaan wat de positieve intentie geweest zou kunnen zijn van de allergische reactie, bijvoorbeeld het vermijden van ruzie met je vriendin. Als dit lukt, ben je zover om de onbewuste reactie van afweer los te laten (Liekens, 2001).

In dit voorbeeld was te achterhalen wanneer de allergie was ontstaan. Vaak kunnen we er niet meer achter komen wat precies de verbinding tot stand heeft gebracht. Maar ook daar heeft Bandler (2001) een procedure voor bedacht waardoor je ongeacht de oorzaak toch de verbinding kan leren doorbreken.


Anker van veiligheid maken

Er is een korte NLP-procedure die goed te gebruiken is om van bepaalde allergische reacties af te komen. Als het niet lukt om je te herinneren wanneer je de eerste keer een allergische reactie kreeg, kun je namelijk gebruik maken van een tegenvoorbeeld. Je bedenkt een tegenvoorbeeld van de allergische reactie, waarbij je niet allergisch reageert. Een tegenvoorbeeld is iets wat sterk lijkt op de situatie waarin je allergisch reageert, maar die je een ander, veilig gevoel geeft.

Als je bij voorbeeld allergisch bent voor pollen en je krijgt er prikkende ogen van, kun je bedenken dat er in plaats van pollen zand in je ogen is gekomen, terwijl je zat te spelen in de zandbak. Het zand en het spelen in de zandbak roepen een veilig gevoel op. Je creëert op dat moment zelf een gevoel van veiligheid door je het moment te herinneren dat je vroeger lekker in de zandbak speelde.

Vervolgens kun je heel eenvoudig een blijvende verbinding maken tussen dat veilige gevoel en iets anders wat je op dat moment doet. Dit noemen ze ook wel een anker van veiligheid. Dit anker kun je vervolgens gebruiken om de verbinding te verbreken tussen allergische reactie en de stof waar je allergisch voor geworden bent.

In je verbeelding maak je een ander verband. Je speelt als het ware een andere film af. Tot nu toe reageerde je afhoudend of vermijdend en kreeg een naar gevoel bij de stof waar je allergisch voor bent. Nu speel je in je hoofd de film af dat de stof veilig is, en geen kwaad kan. Het is als een beetje zand in je ogen als je vroeger per ongeluk in je ogen wreef als je in de zandbak speelde. Je hoeft er dus niet afwerend op te reageren en kunt de stof accepteren. Je creëert een veilig gevoel in plaats van een afwijzend gevoel en laat de reactie toe die je krijgt.

Misschien zal je nog een beetje niezen, maar dat is nu niet meer bedreigend. Hierdoor wordt je lichaam niet meer in staat van paraatheid gebracht bij de allergische stof en kan het weer normaal gaan reageren. De keren daarna wordt de stof steeds veiliger en zal je steeds minder sterk gaan reageren. Ik zeg er wel nogmaals bij dat deze techniek alleen kan werken bij allergieën die een emotionele oorsprong hebben. Bij mij werkte het zowaar.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Liekens, P. (2001). NLP en allergie. Deventer: Ankh-Hermes.

48. Bestuurder van je eigen chemische fabriek

Hoe kan therapie genezen 48.

Bandler (2001) gaat er vanuit dat je met je bewustzijn je onbewuste kunt beïnvloeden. Hij heeft wat dat betreft een opmerkelijk idee over hoe therapie kan genezen. Door het herprogrammeren van je eigen hersenen kunnen volgens Bandler namelijk veel klachten en symptomen verdwijnen. Vervelende ervaringen, trauma’s en ook allergieën kunnen er mee veranderen. Ook gebrek aan zelfwaardering, angsten en stress kunnen er mee worden aangepakt.

Als praktisch voorbeeld zal ik laten zien hoe mijn allergie voor voorjaars- en berkenpollen is verdwenen door NLP te gebruiken. Het boekje NLP en allergie (Liekens, 2001) gebaseerd op de theorie van Bandler heeft me daarbij geholpen.

Je leert als het ware de bestuurder te worden van je eigen chemische fabriek. Die bestuurder is het irrationele onderbewustzijn. NLP geeft de gebruiksaanwijzing hoe deze bestuurder door jou kan worden bijgestuurd. Een allergische reactie wordt binnen de NLP bijvoorbeeld gezien als een oncomfortabele, soms zelfs gevaarlijke keuze van het onderbewuste. Deze keuze kan met behulp van het bewustzijn kan worden rechtgezet.

Hoe ben ik van mijn pollenallergie afgekomen? Ik heb de voorbeelden gelezen hoe anderen van hun kattenallergie of pollenallergie werden afgeholpen. Daarna heb ik de methode bij mezelf toegepast. Tot mijn eigen verbazing had ik daarna geen last meer van pollenallergie. Vervolgens heb ik geprobeerd te begrijpen hoe dat werkte.

Allergie als vergissing van het onbewuste

Het idee is dat een allergische reactie kan ontstaan door een vergissing van het onderbewuste. Er is per ongeluk een verbinding ontstaan tussen twee dingen die tegelijkertijd gebeurden, maar eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Aan de ene kant was er een lichamelijke reactie, en tegelijkertijd was er bijvoorbeeld een kat of een plant aanwezig. Als dit een paar keer voorkomt, leert je onbewuste dat die lichamelijke reactie en de plant of het dier bij elkaar horen. Het is dus een aangeleerde reactie net zoals bij de hond van Pavlov.

Je weet wel, Pavlov leerde aan een hondje om te gaan kwijlen als er een bel ging. Hij deed dit door de hond wat biefstuk te geven. Daarbij gaat een hond van nature kwijlen. Telkens als hij de biefstuk gaf, liet hij ook een bel horen. De hond leerde zo dat de bel en de biefstuk bij elkaar hoorden. Na een tijdje liet hij alleen de bel horen en gaf geen biefstuk meer. Ook als de hond geen vlees meer kreeg, kwijlde het nu toch als de bel ging.

Zo worden er twee dingen aan elkaar gekoppeld die normaal geen enkel verband met elkaar hebben. Op die manier kan er ook een verband ontstaan tussen een lichamelijke reactie en een plant die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Die verkeerde koppeling kunnen we volgens Bandler ook weer afleren. Bij mij was er blijkbaar een koppeling ontstaan tussen een bepaalde afweerreactie en berkenpollen. Ik zal nog wat dieper ingaan op die afweerreactie.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Liekens, P. (2001). NLP en allergie. Deventer: Ankh-Hermes

47. Verwerken van emotionele gebeurtenissen en NLP

Hoe kan therapie genezen 47.

Mensen kunnen veel last hebben van herinneringen aan pijnlijke, traumatische of emotionele gebeurtenissen. Bovendien kan het vermijden van die herinneringen oorzaak zijn van allerlei symptomen. Bij de invloed van traumatische gebeurtenissen heb ik al uitgebreid stilgestaan toen ik het over Bowlby had. Ook bij bijvoorbeeld Freud (blog 9), Heijligenberg (blog 31), Byron Katy (blog 34) en Sue Johnson (blog 43) kwam de invloed van trauma’s kort aan de orde.

Toch valt daar nog veel meer over te zeggen. Trauma’s zijn als blikjes dynamiet die heel veel pijn kunnen doen als je ze uiteindelijk durft aan te gaan. Er zijn enkele bekende therapeuten die juist aan trauma’s specifiek aandacht hebben besteed. Zij hebben speciale technieken ontwikkeld voor het verwerken van emotionele of traumatische gebeurtenissen, en dan denk ik aan NLP van Bandler (2001), EMDR van Shapiro (2004), en enkele iets minder bekende, maar zeer waardevolle methoden.

Ik zal beginnen met Bandler, omdat zijn NLP-techniek veel wordt gebruikt door coaches, maatschappelijk werkers en soms ook door psychologen tijdens de therapie. Je kan het ook vrij eenvoudig op jezelf toepassen.

Ik wil wel een waarschuwing geven. Ik vind NLP een hele praktische, maar tamelijk computerachtige techniek waarbij de kans op verschuiving van klachten groot is. Met NLP kan je bijvoorbeeld negatieve gedachten over jezelf afleren en een positief zelfbeeld kan aanleren. Met een aangeleerd positief zelfbeeld kun je de neiging ontwikkelen om negatieve emoties te vermijden of te onderdrukken. Dat kan voor allerlei nieuwe klachten zorgen. Net als bij gedragstherapie (zie blog 41) kunnen klachten dus makkelijk op een ander terrein de kop opsteken.

De NLP-methode vind ik vooral heel geschikt voor eenvoudige problemen of vervelende gebeurtenissen. Het kan heel nuttig zijn om dagelijkse moeilijkheden met deze methode aan te pakken.

Bandler: NLP of hoe haal je wat in je hoofd

Richard Bandler, geboren in 1950, bedacht een fraaie denktechniek waarmee je allerlei lastige en belemmerende gedachten kunt veranderen, en je leven veel positiever tegemoet kan treden. Hij heeft het begrip NLP, of Neuro-Linguïstische Programmering, zelf uitgevonden. Daarmee wilde hij ook afstand nemen van bestaande psychologische specialismen. In zijn boek ‘Hoe haal je wat in je hoofd’ (2001) legt hij uit wat het inhoudt.

Bandler noemt het liever geen therapie maar een leerproces. In feite leert hij mensen op een fundamentele manier hun eigen verstand te gebruiken. Met deze techniek kun je zelfstandig leren allerlei vervelende ervaringen te herprogammeren zodat je er minder of geen last meer van hebt. Ook traumatische ervaringen zou je op die manier als het ware bij kunnen sturen volgens Bandler. Daar ga ik straks nog wat meer over zeggen, maar eerst wil ik je enkele eigen ervaringen met deze techniek vertellen.

Persoonlijk heb ik wel wat aan deze techniek gehad. Dankzij de NLP heeft mijn naam Candida Albicans voor mij een mooie zangerige glans gekregen. Candida Albicans Blanchefleur, Candida, Albicans, Blanchefleur. Door het te herhalen, het mooi ritme te voelen en te koppelen aan een positief gevoel dat ik van het ritme kreeg, heb ik een veel prettiger idee bij mijn eigen naam. Ik kan mijn wat ouderwetse, schimmelachtige naam nu veel meer waarderen. Bij het woord schimmelachtig denk ik nu bijvoorbeeld ook eerder aan een mooi wit paard dan aan een klein plantje.
Ik geef toe, ik noem me zelf nog steeds liever Blanchefleur, maar schaam me niet meer voor de eerste twee namen Candida en Albicans. Dat trucje heb ik geleerd van Bandler (2001).

Verder heb ik mijn allergie voor berkenpollen kunnen afleren dankzij NLP. Feitelijk komt het er op neer dat je je hersenen iets anders programmeert. Je leert het als het ware een ander kunstje of ander liedje. Het heeft te maken met het besturen van je eigen onbewuste. Hoe je dat zelf kunt doen, zal ik je vertellen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bandler, R. (1987/2001). Hoe haal je wat in je hoofd. De nieuwe denktechniek NLP. Utrecht: Kosmos.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.