36. De dood is niet eng?

Hoe kan therapie genezen 36.

Over de vier vragen van Byron Katie (zie blog 34) werd ook al in de Griekse oudheid gefilosofeerd bijvoorbeeld door Socrates. Hij was een meester in het aan de orde stellen van levensvragen.

Ik kwam meer overeenkomsten tegen tussen Byron Katie (2002) en de oude Griekse filosofen. Zo stelt Epicures de onnodigheid van angst voor de dood aan de orde: ‘Als wij er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet.’ In die trant schrijft Katie Byron (2002) dat we niet bang hoeven zijn voor de dood. De dood is alleen maar een dood voorwerp of lichaam, daar is verder niets angstigs aan, behalve datgene wat jij er in ziet of aan toeschrijft met je eigen gedachten. De dood is niet eng volgens haar.

Ik kan wel gedeeltelijk met die redenatie meekomen. Persoonlijk vind ik het idee van de dood ook niet echt eng. Ik vind de dood niet eng, zolang het een dood ding betreft, een dode spin, een dode mug of een dood lichaam. Toch krijg ik van gedachten aan de dood vaak beroerde gevoelens. De dood kan bij mij ernstige, akelige, verdrietige en ook weemoedige gevoelens oproepen. Zodra een van mijn dierbaren iets ergs overkomt, ben ik nergens meer. Ik ben niet bang voor de dood van een lichaam, maar wel voor al het gemis, de emoties, de angst anderen alleen achter te laten of zelf alleen achter te blijven.

Wat te doen als je kindje komt te overlijden en je hebt het levenloze lichaampje in je armen? Vertel je me dan nog dat de dood niet beangstigend is. Zeg je me dan dat mijn diarree die ik heb van angst, niet nodig is, omdat de dood niet eng is? Hoef ik niet bang te zijn voor de leegte van het bedje en het gemis?

Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan redenaties dat de dood niet eng is, dan ben ik verloren en heb ik tijd nodig om te herstellen en er over te praten. Ik ben bang overspoeld te raken door emoties en heb behoefte aan iemand die me even vasthoud of bij me is op de moeilijkste momenten. Ik wil bang mogen zijn voor de dood en ik wil tijd krijgen om de moeilijke, pijnlijke emoties die de dood met zich meebrengt, toe te laten en te verwerken.

Op zo’n moment zit ik er niet op te wachten om de dood weg te redenen. Ik wil dat de dood er mag zijn en dat er over gesproken kan worden. Bij het verwerken van verdriet heb ik er weinig behoefte aan om de dood te relativeren. Op zo’n moment heb ik geen behoefte aan een omkeertechniek, maar aan iemand die wil luisteren en mijn pijn wil aanhoren.

Eigen verantwoordelijkheid voor je lijden?

De therapie van Byron Katie vind ik op zich heel helder en duidelijk als het gaat om het loslaten van boze gedachten. Ze gaat alleen wel erg ver in haar redenaties, en ik vind het soms te stellig en onrealistisch. Alles heb je volgens haar in eigen hand en je bent zelf verantwoordelijk voor je lijden.

Ze noemt haar therapie ‘the Work’. Ze vraagt om alle overtuigingen te onderzoeken die jou pijn bezorgen. Maak jezelf wakker uit je nachtmerries, de zoete dromen zorgen wel voor zichzelf. Als je innerlijke wereld vrij en fantastisch is, waarom zou je die dan willen veranderen? Als de droom mooi is, wie wil er dan nog wakker worden? vraagt ze.

En als je dromen niet mooi zijn, ben je welkom bij the Work. Dit doorwerken van overtuigingen kost tijd, soms korter, soms langer tot je je bevrijd hebt van je meeste stress veroorzakende gedachten. Het betekent geen bevrijding van angst, verdriet, boosheid of problemen maar wel een bevrijding dat je die gevoelens en problemen aankunt en kunt verdragen als ze zich aandienen, en te weten dat ze ook weer verdwijnen als de tijd en de realiteit zijn beloop krijgt.

Die laatste zin daar kan ik het wel mee eens zijn, maar ik houd toch wat moeite met haar absolute manier van denken. Het gaat mij een stap te ver dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen lijden, en dat je alles in het leven in de hand zou kunnen hebben.

Het laat ook weinig ruimte voor allerlei onbewuste reactiepatronen die soms moeilijk te achterhalen of te beïnvloeden zijn. Je kunt je eigen gedrag zeker wel beïnvloeden, maar slechts tot op zekere hoogte. Het lijkt me wat dat betreft zinnig om straks ook wat over gedragstherapie te vertellen en hoe die therapie probeert cliënten te genezen. Eerst wil ik zo nog iets kwijt over een bevrijdend, gouden moment van inzicht.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

Advertenties

35. Weerspiegeling, projectie en vergeving

Hoe kan therapie genezen 35.

Je gedachten doorbreken door ze om te keren, kan volgens Byron Katie (2002) voor een ommekeer in je leven zorgen en een enorme bevrijding betekenen. De uiteindelijke ommekeer kan er voor zorgen dat je gaat beseffen dat alles buiten jezelf een weerspiegeling is van je eigen denken.

Jij bent de verhalenverteller, jij projecteert je verhalen, en de wereld is een geprojecteerd beeld van je gedachten. Vergeving is daarbij volgens Byron Katie niets anders dan ontdekken dat wat jij dacht dat er gebeurde, niet gebeurd is.

Ze gaat nog verder en belooft heel veel: als je je realiseert dat elk moment van stress een geschenk is dat je de weg wijst naar je bevrijding, wordt je leven vriendelijk en grenzeloos rijk. Volgens haar is een van de sleutelingrediënten van therapie het loslaten van je eigen negatieve overtuigingen door het omkeren van je gedachten en het besef dat je zelf de enige bent die verantwoordelijk is voor je problemen.

Zelf heeft ze zelfs haar naam omgedraaid. Ze noemt zich Byron Katie in plaats van Katie Byron. Ik moet er overigens niet aan denken dat ik mezelf Johnston Blanchefleur zou noemen. Dat zou ik toch wat onpersoonlijk en afstandelijk vinden, maar vanuit haar standpunt gezien vind ik het wel heel goed gevonden en zeer consequent.

Byron Katie geeft veel voorbeelden hoe ze cliënten geholpen heeft met haar methode. Ze gaat aan de slag met cliënten die zeer moeilijke gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals seksueel misbruik, geweld, de dood van dierbaren, ernstige ziekten en handicaps. Ze gaat daarbij pijnlijke of moeilijke vragen en antwoorden niet uit de weg. Dat vind ik heel dapper van haar.


Eerlijke antwoorden, die niet pijnlijk zijn?

Ze geeft ook duidelijke antwoorden op kritische vragen die mensen gesteld hebben op haar methode. Iemand stelde bijvoorbeeld de vraag: Is het waar dat ik niemand anders pijn kan doen? In haar antwoord gaf Byron aan dat het voor haar inderdaad onmogelijk is om een ander pijn te doen. De enige die ze kwaad kan doen, is zichzelf. Zij zal voortdurend naar waarheid antwoord geven, en vertellen wat ze werkelijk ziet, ook als dit geen leuk antwoord betreft. Hoe je met haar antwoord omgaat, bepaalt of jij je er zelf kwaad mee doet of helpt.

Een waarachtig antwoord kan alleen maar pijnlijk zijn als de ander dat als pijnlijk opvat. Zij geeft eerlijke, maar geen pijnlijke antwoorden. Nee, jij vat het op als pijnlijk of hard. Dat is niet haar aandeel, maar je eigen aandeel. Je zorgt voor je eigen pijn. Elke opmerking kun je op je zelf gaan betrekken en als persoonlijke aanval opvatten, of je kunt er je voordeel mee doen, zegt zij.

In de praktijk valt dat echter niet mee om zo te denken. Ik zou op zichzelf wel graag vaker echt eerlijk willen zijn of zo eerlijk mogelijk, maar ik wil ook graag rekening houden en empathisch zijn naar de ontvanger van mijn woorden (zie Kohut, 1984, blog 3 en 4 over empathie). Ik slik zelf wat dat betreft redelijk vaak mijn boodschap in omdat ik bang ben dat het verkeerd zal worden opgevat. Eerlijk zijn en rekening houden met de gevoeligheden van een ander lijken soms haaks op elkaar te staan.

Ik zou heel graag willen dat de ontvangers van mijn boodschap hun eigen pijnpunten zouden kunnen herkennen waarmee ze mijn woorden interpreteren. Ik zou graag het gebied tussen hoe ik iets zeg en hoe iemand anders dat oppakt tot niemandsland willen verklaren. Nu is dat nog te vaak een oorlogsgebied van aanval en verdediging. Van Byron Katie kan ik nog beter leren om niet bang te zijn voor de reactie van de ander omdat die heel vaak niet tegen mij gericht is, maar bij die ander hoort.

De gedachtegang van Byron Katie doet me overigens sterk denken aan Seneca en Epicurus. Deze Griekse filosofen gaven ook duidelijke antwoorden op vragen over hoe je het best kon leven, en hoe je het best kon omgaan met geluk, vriendschap, ongeluk, ziekte en doodgaan. Ik las soortgelijke antwoorden op moeilijke vragen bijvoorbeeld in het boekje ‘Het gelukkige leven’ van Seneca dat hij geschreven heeft in 59 na Christus. Het is een gedachtegoed dat bestaat uit mooie, eeuwenoude wijsheden die steeds opnieuw verteld kunnen worden.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

33. Haast om emotionele problemen te begrijpen

Hoe kan therapie genezen 33.

Hoe mooi ik de therapie van Heijligenberg (2010) ook vind, ik kan toch niet helemaal volgen hoe specifieke pijnplekken in mijn lichaam gekoppeld kunnen zijn aan zaken die ik me heb voorgenomen (zie blog 31). Hoe zou dat toch mogelijk zijn? Ik zou het graag begrijpen en ik heb ook haast om het te begrijpen.

Ik heb zelfs een enorme haast en onrust is mij. Haast ook om te begrijpen hoe we mensen met emotionele problemen nog veel beter zouden kunnen helpen. Hoe meer we er van weten hoe beter. Ik wenste dat we als therapeuten al zover waren dat we iedereen konden helpen, en liefst ook konden genezen.

Vroeger nam ik soms een stap terug en ging op de maan staan. Mijn moeder raadde me dat aan als ik problemen te groot zag. Vanaf de maan lijkt alles klein. We lijken een zandkorrel of een zoutkristal, en niets lijkt meer belangrijk genoeg. Het gaf me een welkome adempauze om te beseffen hoe klein ik was. Daarna zag ik dingen weer in proportie en hoefde ik geen actie te ondernemen. Zo belangrijk was het niet wat ik wilde.

Ik denk er nu iets anders over. Mensen en problemen zijn klein en onbelangrijk vanaf de maan, maar vanuit dat onpersoonlijke perspectief verliest bijna alles zijn betekenis. Van dichtbij kunnen problemen groot en overweldigend aanvoelen en dan is het fijn als er iemand is, een therapeut, die je door een zee van warrige gevoelens kan loodsen naar een veiligere plek en je leert hoe je dergelijke emoties kunt hanteren of verdragen. Daarin voel ik me soms erg klein vergeleken de grote, ervaren therapeuten zoals Malan, Kohut, Horney en Beck (zie eerdere blogs).

Ik wil soms helemaal niet beseffen hoe klein ik ben vergeleken deze therapeuten om andere mensen te helpen om te veranderen. Ik heb nog teveel eigengereide gedachten en ideale wensen en heb soms moeite om uit mijn eigen denkwereld te stappen. Toch hoop ik dat ik ondanks mijn eigen persoonlijke, soms vreemde gedachtekronkels, iets wezenlijks kan bijdragen aan het welzijn van anderen. Daarom ga ik ook verder met mijn verhaal over hoe therapie kan genezen. Als je me tot hier gevolgd hebt, zal je het vervolg van mijn verhaal ook vast boeiend vinden.


Van onbewuste, verborgen patronen naar meer toegankelijke problemen

Tot nu toe heb ik het al vaak gehad over verborgen gevoelens, onderdrukte emoties, wegstopte wensen en verdedigingsmechanismen. Vanwege allerlei mechanismen die gevoelens verbergen of onderdrukken zijn veel psychische klachten vaak niet direct toegankelijk in de therapie. Vaak zal een psychodynamische psychotherapie of psychoanalytische psychotherapie nodig zijn om de complexe, onbewuste patronen in de omgang met anderen te leren doorbreken.

Er zijn echter ook genoeg psychische problemen die wel direct toegankelijk zijn voor therapie. De cognitieve therapie (Beck, 1995) gaat bijvoorbeeld tamelijk direct te werk en doet bovendien een hele goede poging om automatische, vaak onbewuste gedachten toch boven tafel te krijgen. Dat lukt soms wel, soms niet goed genoeg.

De therapie van Heijligenberg (2010) vind ik een geweldige vondst als het gaat om het benaderen van op zich moeilijke toegankelijke klachten. Mooi zoals daar via onverklaarbare pijnklachten toegang gezocht wordt tot innerlijke overtuigingen die onbewust een gezond psychisch functioneren in de weg staan.

Een wat eenvoudiger verhaal is het als het gaat om problemen waarvan iemand zich wel goed bewust is, of bijvoorbeeld als het gaat om psychische problemen door gebeurtenissen die iemand zich goed kan herinneren. Mensen worstelen met allerlei gebeurtenissen die aanleiding zijn voor allerlei bewuste emoties zoals woede, verdriet, teleurstelling of angst. Voor dat soort problemen is er een scala aan therapieën die soms heel effectief kunnen werken.

Sommige therapeuten ontwikkelden speciale technieken om bepaalde emoties te leren hanteren. Byron Katie (2002) ontwikkelde bijvoorbeeld een praktische methode om beter te leren omgaan met situaties waardoor je je erg boos of machteloos voelt vanwege een onrechtvaardigheid, oneerlijkheid, of onredelijkheid. Daar wil ik mee verder gaan.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

 

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.

 

 

32. Verminderen van pijn door verbeterd contact

Hoe kan therapie genezen 32.

De methode van Peter Heijligenberg (2010) om pijnklachten te genezen is zeker geen eenvoudige methode, ook al lijkt dat op het eerste gezicht misschien zo. Heijligenberg benadrukte dat we heel voorzichtig om moeten gaan met de kennis uit zijn boek. Hij geeft ook aan dat zijn methode niet goed genoeg wetenschappelijk gefundeerd is. Drie cliënten per pijnplek als bewijs is bij lange na niet genoeg, besefte hij. Dat zouden er eerder dertig moeten zijn.

Er zal een lange weg nodig zijn om meer bewijs te verzamelen voor zijn methode. Helaas geldt dat eigenlijk voor alle therapie, inclusief de op wetenschappelijk bewijs gebaseerde therapieën zoals de cognitieve therapie van Beck (1995).

Zoals ik al in mijn inleiding zei (blog 1), schiet de wetenshap behoorlijk tekort in het verhelderen van individuele, persoonlijke ervaringen en genezingsprocessen, en hebben we de schat aan ervaringen van therapeuten hard nodig om steeds meer grip te krijgen op hoe therapie kan genezen.

Ik zie de theorie van Heijligenberg als een wonderbaarlijk in elkaar grijpen van een innerlijk idee en lichamelijke pijnklachten. Als kern van de therapie geeft hij aan dat er innerlijke verandering van houding ten opzichte van iemand anders moet plaatsvinden. Weten is niet genoeg, het gaat om een doorleefd inzicht dat leidt tot gedragsverandering in het contact met anderen. Door zijn hele boek heen en vooral bij zijn adviezen kom je steeds tegen dat het belangrijk is om met de ander in contact te treden over je problemen op zo’n manier dat het voor beide partijen goed voelt.

Hij waarschuwde verder dat het bewustwordingsproces bij een cliënt overigens makkelijk verstoord kon worden als hij te snel of op een verkeerde manier de oorzaak van een pijnklachten ter sprake bracht. Ook zijn gesprekstechniek en manier van werken spelen een belangrijke rol in het therapieproces.

Daarnaast werden al zijn adviezen gericht op het op een gezondere manier omgaan met belangrijke anderen. Een verbeterde communicatie en beter, prettiger contact met dierbare anderen kan op zich een goede verklaring zijn voor het effect van zijn therapie.

Ik vind het bijzonder mooi hoe goed hij in staat is geweest om het gezonde gedrag te benoemen dat in de plaats kan komen van minder gezonde voornemens. Dat alleen al maakt zijn boek heel waardevol.

Pijn in rechterelleboog vanwege familieproblemen

Ik kijk natuurlijk ook naar zijn ideeën door mijn eigen bril. Ik vermoed dat de pijn en spanning mede kunnen verdwijnen omdat iemand beter en op een prettigere manier in contact leert komen met anderen. De weerstand, spanning en uiteindelijk pijn, die het oproept om steeds met iemand in conflict te zijn, wordt hiermee doorbroken.

Wat dat betreft vind ik het een heel mooi voorbeeld hoe cognitieve therapie kan helpen om pijnklachten te genezen. Je kunt je verder voorstellen dat dit niet alleen werkt bij mensen met pijnklachten maar ook bij allerlei andere vormen van stress en spanning. Ontspanning door een verbeterd contact met jezelf, je lichaam en met anderen, doorbreekt de pijncirkel van zowel lichamelijke als emotionele pijn.

Nog een voorbeeld. Op dit moment heb ik zelf pijn aan mijn rechterelleboog. Ik weet waardoor ik die pijn gekregen heb. Tijdens het squashen heb ik een verkeerde beweging gemaakt waardoor de aanhechting van de spier aan mijn elleboog een klap kreeg. Daarna kon ik een week lang zelfs geen kopje optillen. Ik heb rustig aan gedaan en na enkele weken kon ik weer squashen.

Gek genoeg is de pijn echter niet verdwenen. Er blijft een plekje zitten dat steeds maar zeurt, en ook af en toe gewoon verdwenen is. Alsof zich daar spanning heeft opgehoopt, die ik nu ook als pijn voel. Als ik genoeg ontspan, verdwijnt het echter. Elke pijn waarvan ik niet weet wat de oorzaak is, zoek ik tegenwoordig op in Begrijp je pijn.

Bij pijn in de rechterelleboog vond ik het volgende. Pijn in de rechter elleboog, 31, Gedrag of innerlijke houding: Je bent het er niet mee eens dat de ander er als vanzelfsprekend van uitgaat dat jij voor hem of haar dingen doet waarvan hij of zij weet dat je die liever niet zou doen. Je wilt dat deze houding van de ander verandert. Je neemt je voor om de ander in krachtige bewoordingen duidelijk te maken dat het helemaal niet vanzelfsprekend is, dat jij iets doet wat je niet wilt doen.

Advies: Als je krachtige woorden gebruikt dan bestaat het gevaar dat er ruzie ontstaat.Je doet er goed aan om de ander op een rustige manier uit te leggen dat jij uiteindelijk zelf wilt beslissen of je iets wel of niet zult doen.

Ik moet toegeven dat ik het heel herkenbaar vind wat daar staat. Mijn neef Mozes Johnston heeft de neiging om dingen te vragen waar ik eigenlijk niet aan kan voldoen. De laatste tijd geef ik steeds vaker weerwoord aan hem, maar ik krijg daarmee ook vervelende ruzies, die zich maar moeilijk weer oplossen.

Het advies kan ik wel gebruiken. Ik denk inderdaad dat ik weer wat rustiger, maar wel duidelijk moet gaan zeggen welke dingen ik wel of niet wil of kan doen voor hem. Ik denk er wel gelijk bij, dit heeft misschien wel niets te maken met de pijn in mij elleboog, maar het is een heel verstandig advies. Het geeft een opening om weer beter in contact te komen met mijn neef en meer rekening te houden met zijn gevoeligheden.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor  medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.

 

31. Hoe verdwijnen of verminderen pijnklachten?

Hoe kan therapie genezen 31.

Hoe precies kan psychotherapie er voor zorgen dat fysieke pijnklachten verdwijnen? Die vraag kwam vroeger regelmatig bij me op als cliënten tijdens de begeleiding vaak terloops vertelden dat hun hoofdpijn, rugpijn, maagpijn of nekpijn inmiddels was verdwenen.

Heijligenberg (2010) gaf er een heel inzichtelijk antwoord op. Om pijnklachten te genezen moet volgens Heijligenberg het voornemen dat ten grondslag ligt aan de pijn (zie vorige blog) veranderd worden in een beter, adequater voornemen. Hij ging daarom samen met de cliënt na hoe die had gereageerd op de gebeurtenis en of hij ook anders had kunnen reageren. Iemand die zich bijvoorbeeld had voorgenomen niet meer met partner te praten over iets wat haar dwars zat, kwam er achter dat ze daarmee eigenlijk het contact op slot had gezet. Na het bespreken er van besefte ze dat ze er wel over moest gaan praten.

Heijlingenberg (2010) spreekt van het gouden moment van inzicht. Zulke gouden momenten heeft hij talloze keren mogen meemaken. Cruciaal tijdens de behandeling is dat de cliënt tot inzicht komt dat zijn voornemen niet goed heeft uitgepakt en dat hij op een andere, gezondere manier kan gaan reageren.

‘Op het moment dat zo’n inzicht doorbreekt, kun je aan de uiterlijke fysiek reactie van iemand zien dat er innerlijk iets belangrijks gebeurd is. Er wordt een weldadige ontspanning zichtbaar over het hele lichaam en meestal volgt en diep, lange tevreden zucht.’ De pijn is dan verdwenen. De veranderde innerlijke houding tot de ander leidt tot het verdwijnen van de klachten. De veranderde houding door een innerlijk besef en de daar op volgende ontspanning en berusting zou je hier het sleutelingrediënt kunnen noemen.

Na zo’n moment van zelfinzicht richt de therapie zich verder op het toepassen van dit inzicht in het dagelijks leven, bijvoorbeeld hoe iemand dan op een goede manier met haar partner kan gaan praten. De behandeling kan worden afgesloten als het nieuwe inzicht en gedrag geïntegreerd raken in het leven van de cliënt.

In het kort komt genezing tot stand door het achterhalen van de nare gebeurtenis, het benoemen van het voornemen dat de cliënt maakte door de nare gebeurtenis, het vervangen van het voornemen door een psychisch gezonder voornemen, en het oefenen van gezonder gedrag in de praktijk.

Ook bij andere therapeuten ben ik trouwens een duidelijk verband tegengekomen tussen fysieke pijn en herinneringen aan een nare of traumatische gebeurtenis. Shapiro (2004) vertelt bijvoorbeeld over een man die al jaren last had schouder- en rugpijn die zich plotseling herinnerde hoe de pijn ontstaan was. Door het behandelen van de traumatische herinnering verdwenen ook de schouder- en rugpijn volledig.

Shapiro ken je misschien van de EMDR-behandeling van trauma’s. EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Op die therapie zal ik later zeker terugkomen.
Pijnplekken verbonden met voornemens

De ideeën van Heijligenberg (2010) gaan nog een stapje verder. Na lange jaren van ervaring ontdekte hij dat niet alleen een voornemen een rol speelde in de pijnklachten, maar dat bepaalde voornemens aan specifieke plekken gekoppeld bleken. Hij kwam op dit spoor omdat hij een cliënt had met pijn in haar linkerknie die haar voornemen aan hem vertelde: ze had besloten haar irritaties voortaan in zichzelf op te lossen.

Hij beleefde een soort déjà vu, omdat hij dit voornemen al een paar keer eerder had gehoord. En inderdaad toen hij de andere cliënten met pijn in de linkerknie opzocht in zijn archief, bleek dat zij hetzelfde voornemen hadden gehad. Het bleek geen toeval, maar een patroon. Ook bij 32 andere pijnplekken kon hij bij tenminste drie cliënten eenzelfde voornemen terugvinden.

Uiteindelijk heeft hij bij 115 pijnplekken een voornemen kunnen vinden dat specifiek bij die pijnplek hoort. In zijn boek heeft hij al deze pijnplekken benoemd. Hij heeft volledig beschreven wat het bijbehorende voornemen is. Vervolgens heeft hij ook zijn advies er aan toegevoegd hoe je dit voornemen kunt veranderen.

Ik geef je een voorbeeld zodat je er nog iets meer bij kan voorstellen. Stel je hebt pijn links onder in je rug naast je stuitje. In het boek zoek je die plek op. De plek heeft nummer 82. Vervolgens kijk je bij 82 wat het betekent en wat je kunt doen. Daar vind je een beschrijving van het voornemen die bij die pijnplek hoort en een advies. Een stukje daarvan geef ik hier weer:

Pijn circa 10 cm links van het stuitje (82). Gedrag of Innerlijke houding: je bent tot de conclusie gekomen dat de ander niet geïnteresseerd is in de diepere wensen en verlangens die jij hebt. Je voelt dit als een gemis in jullie contact. Je neemt je voor om daar niet meer met de ander over te praten.

Advies: Als je dit voornemen uitvoert dan zal jullie contact een meer afstandelijk karakter krijgen. Je doet er goed aan om de ander te vragen hoe het komt dat hij of zij geen interesse heeft in jouwe diepere wensen en verlangens. Als blijkt dat de ander die interesse niet wil of kan opbrengen, dan doe je er goed aan om hem of haar te zeggen dat jij dit in jullie contact als een gemis ervaart.

Op deze manier geeft Heijligenberg bij elke pijnplek een beschrijving van het voornemen en een advies wat je zou kunnen doen. Hij waarschuwt daarbij wel dat je een ervaren therapeut moet zijn met veel kennis van pijnklachten om deze methode op een goede manier te kunnen gebruiken.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur

Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming                 anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

 

 

30. Begrijp je pijn, het genezen van onverklaarbare pijnklachten

Hoe kan therapie genezen 30.

Peter Heijligenberg schreef het boek ‘Begrijp je pijn, een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarde lichaamspijnen’ (2010). Hij geeft daarin een hele speciale kijk op hoe therapie kan genezen. Ik zie het als een specifieke en bijzondere vorm van de cognitieve therapie van Beck (1995, zie vorige blog). Misschien zal je sommige pijnklachten zoals vage rugpijn, buikpijn of schouderpijn beter gaan begrijpen, als je gelezen hebt hoe Heijligenberg er tegen aankijkt.

Het verband tussen cognitieve therapie en lichamelijke pijnklachten ligt niet onmiddellijk voor de hand. Tijdens zijn werk als psychotherapeut merkte Heijligenberg dit verband echter regelmatig op. Hij ontdekte dat lichamelijke reacties en pijnklachten in je lichaam het gevolg kunnen zijn van een oordeel of gedachte over een specifieke, moeilijke of nare gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Dat oordeel heeft te maken met jezelf in relatie tot de ander. Een nare gebeurtenis heeft namelijk heel vaak te maken met iets dat er fout ging in het contact tussen de cliënt en iemand anders die belangrijk is voor die cliënt.

Het gaat om gebeurtenissen waarbij de cliënt emotioneel geraakt is, maar dat niet heeft beseft. Dit kan van alles zijn zoals een conflict, onrecht, verwijten, of iets waar hij zich voor schaamde of als vernederend heeft ervaren. Graag vertel ik je hoe hij tot zijn ideeën kwam.

Bel me, al is het midden in de nacht

Peter Heijligenberg behandelde in zijn praktijk veel mensen met pijnklachten. Na een aantal jaren met deze cliënten te werken, merkte hij dat de pijnklachten heel vaak te maken hadden met een nare gebeurtenis die had plaatsgevonden ongeveer een dag voordat de pijnklachten waren opgetreden.

Vanuit de cognitieve gedragstherapie wist hij dat gedachten grote invloed hebben op gevoelens en het gedrag van mensen. Daarom vroeg hij steeds vaker aan cliënten wat er precies door hen heen was gegaan op het moment dat de pijn was ontstaan.

Hij raakte zo geïnteresseerd dat hij vroeg of cliënten hem wilde bellen zodra de pijn toenam, al was het midden in de nacht. Zo ging hij samen op zoek met de cliënt naar het moment of de nare gebeurtenis waarop de pijn voor het eerst gevoeld werd. Veel cliënten konden zich dat nog heel goed herinneren.

Ook liet hij cliënten een dagboekje bijhouden waarin ze schreven wanneer de pijn toenam of wat er dan door hen heenging. Daarmee bouwde hij een schat aan ervaring op over hoe pijnklachten bij allerlei cliënten ontstonden.

Als psychotherapeut was hij zich sterk bewust dat het niet de nare gebeurtenis zelf is die nare gevoelens of pijn oproept, maar de interpretatie of gedachten over de gebeurtenis. Hij merkte tijdens de gesprekken dat die gedachten vooral bestonden uit voornemens om te zorgen dat iemand niet nog een keer zoiets ergs zou meemaken. Dit voornemen bleek echter vaak eerder blokkerend en minder psychisch gezond dan nodig. Hij ontwikkelde daarop een manier om de pijnklachten te verminderen via de behandeling van de nare ervaring en het voornemen dat er aan gekoppeld werd.

Inmiddels is Heijligenberg geen praktiserend therapeut meer. Gelukkig heeft hij zijn methode heel precies beschreven zodat zijn kennis niet verloren is gegaan. Ik zal er nog iets meer van toelichten.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.