75. Echte en verbeelde waarheid

Hoe kan therapie genezen 75.

Nu wil ik mijn naam eer aandoen als Candida Albicans Blanchefleur, en zo meteen een mooie Witte Bloem aan je geven. Eerst wil ik je aandacht vragen voor een probleem over de waarheid en impact van traumatische ervaringen. Voor mij is het belangrijk om dit probleem zo goed mogelijk te verhelderen, ook al kan ik misschien niet helemaal de juiste woorden vinden om het over te brengen.

Al eerder kwam er een verschil van mening naar voren tussen twee verschillende groepen therapeuten. Aan de ene kant zijn er therapeuten die geloven dat je eigen interpretatie, emotionele inkleuring, idealisering en fantasie van de werkelijkheid een belangrijke oorzaak is van trauma’s en psychische klachten. Ik denk bijvoorbeeld aan Karen Horney (blog 6), Melanie Klein (blog 17) en de cognitieve therapeuten als Beck (blog 27), of aan de wetenschapper Merckelbach (blog 55) en de neuroloog Babinski (Blog 56).

Aan de andere kant heb je therapeuten die geloven dat de trauma’s echt en reëel zijn. Ze geloven dat echt gebeurde akelige ervaringen in je jeugd zoals verwaarlozing, buitensluiting en misbruik oorzaak zijn van deze trauma’s. Ze kunnen diepe, emotionele, onbewuste sporen nalaten, die soms als waarheid boven tafel komen. Ik noem dan Kohut (blog 3), Freud (blog 9), Bowlby (blog 19), Shapiro (blog 51) en Ruppert (blog 57) .

Ik denk eigenlijk dat ze allebei gelijk hebben. Een trauma kan ontstaan door een juiste interpretatie, maar ook door een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Een trauma kan zelfs ontstaan door suggestie of verbeelding. De oorzaak van het trauma maakt echter niet uit voor de ervaring. De ervaring van een trauma is niet minder erg of minder waar.

Je kunt je iets verbeelden bijvoorbeeld dat je broer of zus de pik op je heeft en niet van je houdt, en daardoor een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren. Je beleeft dat echt, ook als de afwijzing zelf door verbeelding of een verkeerde interpretatie is ontstaan.

Een kind kan het bijvoorbeeld als traumatisch hebben ervaren dat ze naar een internaat gestuurd is omdat ze geloofde dat ze een lastig en onwelkom kind was. In werkelijkheid hield de moeder misschien weldegelijk van het kind, maar was ze niet sterk genoeg om voor haar te zorgen. Daarmee is de ervaring van het kind die het wegsturen naar het internaat als afwijzing of buitensluiting ervaren heeft, echter niet minder ernstig.

Een pijnlijk gevoel is geen verbeelding

Voor de ervaring maakt het niet uit of iets een werkelijke of vermeende afwijzing is geweest. Ik wil daarom graag voorstellen dat we er van uitgaan dat de emotionele gebeurtenis waarover een cliënt vertelt, waar gebeurd is. De al dan niet gekleurde waarneming van die gebeurtenis wordt namelijk door die persoon echt op dat moment waargenomen en vooral gevoeld.

We kunnen die eigen emotionele werkelijkheid van de cliënt voor waar aannemen. Hij heeft het echt ervaren en het is echt gebeurd. Een kind kan de slagen van zijn vader die bedoeld werden als opvoedend of begrenzend als vernederend of kleinerend hebben beleefd. Een kind waarvan de ouders regelmatig suggereren dat het dom is of lelijk, zal dat geloven en een pijnlijk gevoel van afwijzing ervaren.

We kunnen de beleving van de cliënt als waarheid aannemen en zijn pijnlijkste gevoelens door afwijzing van vader of moeder, of er niet bij te horen, ontvangen en laten spreken. Bovendien laten de gevolgen van gebeurtenissen, die als traumatisch zijn ervaren, bewust dan wel onbewust allerlei aantoonbare sporen na in de hersenen. Die sporen kunnen pas veranderen nadat ze erkend worden als waar ervaren, en serieus genomen zijn.

Een beleefde gebeurtenis is een werkelijke gebeurtenis

Hoe bedoel ik dat, de eigen emotionele werkelijkheid voor waar aannemen? Hoe precies kan de eigen emotionele werkelijkheid waar zijn? Eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. De werkelijkheid wordt voortdurend gekleurd door onze emoties vaak zonder dat we het in de gaten hebben. We denken dat we iets neutraal waarnemen, maar dat is meestal juist niet het geval.

Denk bijvoorbeeld eens aan een prachtige Witte bloem die ik jou cadeau geef. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht. Ik heb de mooiste, witte bloem die ik kon vinden in de bloemenwinkel voor je uitgezocht. Ik dacht of verbeeldde me dat jij de bloem heel mooi zou vinden. Ik voelde me daarbij heel prettig en dacht er aan hoe jouw gezicht zou stralen als ik je de bloem gaf. Die emotie gaf me een goed gevoel en veroorzaakte kleine chemische reacties en golven in mijn hersenen. Dat is wetenschappelijk tegenwoordig zelfs meetbaar en zichtbaar te maken. Die emotie gebeurt echt.

Op het moment dat ik je de prachtige, witte bloem geef, voel ik me weer zo, prettig en stralend. Jij voelt dat helaas niet. Jij ziet alleen een enkele witte bloem en je had eigenlijk liever een grote bos rode rozen gehad. Jij voelt niet hetzelfde als ik. Je bent teleurgesteld en kijkt nauwelijks naar de bloem en ook niet naar mij. Ook die emotie gebeurt echt. Ik voel me nog stralen en jij voelt teleurstelling door dezelfde witte bloem.

We ervaren allebei een andere emotionele werkelijkheid die echt gebeurt op hetzelfde moment. Er zijn twee echte, maar verschillende ervaringen naar aanleiding van dezelfde witte bloem. De eigen emotioneel gekleurde werkelijkheid is gewoon een objectief met meetinstrumenten aantoonbare en voelbare gebeurtenis van chemische reacties in het lichaam.


Inleven in andermans werkelijkheid

Even later vang ik je blik en ik zie je teleurstelling. Ik zou je kunnen vragen naar wat je voelt, en je zou me, als je durft, dan jouw ervaren werkelijkheid kunnen vertellen. Die ervaring is geen verbeelding, je hebt het net zelf gevoeld. En misschien zou ik hetzelfde kunnen gaan voelen, als je me vertelt waarom je een bos rode rozen had verwacht in plaats van een enkele witte bloem. Dan hebben we even een gemeenschappelijke waarheid.

Zo kun je ook het verschil in beleving begrijpen tussen een kind dat geslagen werd en zijn vader die het kind terecht wees. Misschien kunnen we dat verschil nog achterhalen als het kind en vader met elkaar spreken en uitwisselen wat ze hebben ervaren. De vader kan vertellen waarom hij het kind sloeg, bijvoorbeeld met een goede bedoeling om het kind te begrenzen en normen te leren, of met minder goede bedoelingen, bijvoorbeeld omdat zijn vader het zelf ook deed, of omdat hij te dronken was en zich niet kon beheersen.

Er is zeker een verschil tussen een pak slaag van een dronken vader of van een dominant, begrenzende vader. Een kind zal dat onderscheid echter vaak niet kunnen maken. Het kind kan wel van zijn kant vertellen hoe hij het ervaren heeft en bij hem is binnengekomen, bijvoorbeeld als een terechte correctie, een bedreiging, een afwijzing of vernedering.

Als een kind eerlijk durfde te vertellen hoe hij zich voelde na een pak slaag en een vader zou ook eerlijk vertellen waarom hij het pak slaag heeft gegeven, dan kan er een wederzijds begrip ontstaan en een gezamenlijke waarheid. Er ontstaat een uitwisselen van ervaringen en een verdieping van contact in plaats van het eenrichtingsverkeer van ouder naar kind.

Blanchefleur Johnston Blanchefleur Johnston

 

Advertenties

69. Bewezen aanpak van depressieve klachten

Hoe kan therapie genezen 69.

Er is natuurlijk ook een op wetenschappelijk bewijs gebaseerde behandeling van depressieve klachten. Depressieve klachten worden vaak aangepakt met behulp van bewezen interventies uit de cognitieve gedragstherapie. Deze evidence based therapie bij depressie komt in het heel kort op het volgende neer.

Je leert je bewust te worden van negatieve gedachten die je zelfwaardering naar beneden halen. Je leert deze gedachten herkennen en je leert meer reële gedachten over jezelf en anderen te ontwikkelen.

Daarbij is het heel belangrijk om weer activiteiten te gaan ondernemen om positieve ervaringen op te doen. Vooral het opnieuw leren aangaan, aanhalen en verbeteren van sociale contacten zorgen daarbij voor een vermindering van depressieve gevoelens.

Het beseffen dat jij zelf actie moet ondernemen en dat anderen dat niet voor jou gaan doen, speelt daarin een heel belangrijke rol. In therapie kun je deze doelstellingen met behulp van de therapeut gaan aanpakken. In acht tot twaalf gesprekken kan dit tot een behoorlijke verbetering leiden (Keijsers, et.al., 1997).

Je kunt ook een behandeling voor depressie zoeken op basis van Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT). Naast cognitieve gedragstherapie is dit een bewezen effectieve therapie bij depressie. Interpersoonlijke psychotherapie gaat er vanuit dat veel psychische klachten samenhangen met veranderingen in sociale relaties. In het ‘Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie’ van Blom, Peeters en Jonker (2011) worden de principes helder uitgelegd.

Doel van de therapie is een verbetering van relaties met personen binnen en buiten je netwerk en daarmee het verminderen van de depressie of andere klachten. Het is een overzichtelijke vorm van psychotherapie van 12 tot maximaal 16 gesprekken. Het aantal gesprekken wordt van te voren vastgesteld zodat de cliënt precies weet waar die aan toe is. De cliënt wordt geacht daarna goed in staat te zijn om op eigen kracht weer verder te gaan.

Succes gegarandeerd

Ik garandeer je dit keer succes. Zowel cognitieve therapie als interpersoonlijke psychotherapie bestaan uit bewezen effectieve interventies, en ze werken echt. Daarna zal je zien dat je klachten behoorlijk verminderen of verdwijnen. Als je een onderliggende problemen hebt zoals gebrek aan basisveiligheid, emotionele ontwikkelingstekorten of persoonlijkheidsproblemen, zal het alleen slechts tijdelijk werken.

Als dezelfde klachten terugkeren of in een andere vorm de kop opsteken, neem dan de tijd voor een gedegen therapie waarin therapeut en cliënt samen, ver voorbij techniek en theorie, het proces aangaan van emotionele groei en het leren aangaan van zingevende, waardevolle relaties.

Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) vindt echter dat je evidence based therapie beter helemaal kan overslaan en zo ie zo beter kan beginnen met een behandeling waarbij de cliënt centraal staat in plaats van de techniek.

De cliënt hoort volgens hem de held te zijn van de therapie. Ik ben het niet helemaal met hem eens, en daar kom ik straks even op terug. Ik wil eerst graag vertellen hoe hij tegen therapie aankijkt, en vooral hoe hij dan denkt dat therapie kan genezen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Blom, M., Peeters, F. en Jonker, K. (2011). Leerboek Interpersoonlijke Psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.
Keijsers, G.P.J., Minnen, A. van, Hoogduin, C.A.L. (1997). Protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

68. Ontstaan en aanpak van angstklachten

Hoe kan therapie genezen 68.

Om te begrijpen hoe mensen angst- of paniekklachten kunnen ontwikkelen, geef ik hieronder een korte uitleg over angst en angstreacties.

Angst is eigenlijk een heel normaal en goed verschijnsel. Hartkloppingen, trillen, beven, snel ademhalen zijn lichamelijke reacties op een situatie die mogelijk spannend of gevaarlijk is. Zo zijn lichamelijke reacties bij het afleggen van een rij- of eindexamen, of een andere spannende situatie als een bijna-botsing heel normaal. In dit soort situaties kan de bloeddruk omhoog gaan, er gaat meer bloed naar de spieren, het hart gaat sneller kloppen, je kan gaan zweten, enzovoort.

Deze angstreactie is er om het lichaam te beschermen. Het maakt het lichaam namelijk klaar om te reageren. De angstreactie kan daarom helemaal geen kwaad. Het betekent niet dat je een hartaanval krijgt of dat je gek wordt.

Toch kunnen mensen erg bang worden voor deze lichamelijke reacties van angst. Volgens Van Dyck et al (1996) is deze angst voor de angst het gevolg van een catastrofale misinterpretatie van de lichamelijke sensaties.

Je kan de eerste keer zo schrikken van de klachten, dat je daarna bang bent gebleven om ze vaker te krijgen. Je gaat bewust of onbewust heel erg letten op wat er in je lichaam gebeurt, en of er niet weer een aanval aankomt. Op elk signaal van jouw lichaam dat op een nieuwe aanval lijkt, reageer je met een angstreactie. Je let dus bijvoorbeeld (bewust of onbewust) op het voelen van hartkloppingen. Je voelt je hart een keer overslaan en daarna sneller kloppen. Je schrikt daarvan, want je verwacht een nieuwe aanval en krijgt er allerlei catastrofale gedachten bij: je hebt een paniekaanval.


Ophouden met vermijden van angst

Bij cognitieve gedragstherapie gaat men er vanuit dat deze paniekklachten eigenlijk bestaan uit een verkeerd aangeleerd gedragspatroon. Mensen die voor het eerst een paniek- of angstaanval hebben ervaren, zijn erg bang geworden om nog een aanval te krijgen. Daardoor hebben ze hun gedrag aangepast en zijn een aantal situaties of plaatsen gaan vermijden die te maken hebben met de eerste angstaanval (Orlemans, 1993).

Een aanval bestaat uit een drietal onderdelen: 1. je voelt iets, bijvoorbeeld hartkloppingen, duizeligheid, trillen, benauwdheid; 2. je denkt iets over deze lichamelijke gevoelens, bijvoorbeeld: dit gaat verkeerd, ik ga flauwvallen. Of ook, ik heb een hartaanval, ik ga dood. En 3. je doet iets, je gaat bijvoorbeeld snel naar huis. Thuis nemen de klachten vervolgens af en verdwijnen na een tijdje. Hierdoor leer je dat het weggaan uit de situatie helpt om de klachten te verminderen.

Op korte termijn zorgt dat voor opluchting: je bent dan immers weg uit de moeilijke situatie. Op de lange termijn nemen de klachten echter alleen maar toe omdat de angst om de situaties wel op te zoeken steeds groter wordt.

Er ontstaat een vicieuze cirkel: je krijgt een eerste aanval. Je wordt bang om het nog eens te krijgen. Je gaat letten op signalen om het te voorkomen. Je gaat de situaties vermijden waarin de signalen optreden. Dat geeft opluchting en rust. Het vermijdingsgedrag wordt als het ware beloond en je blijft de angstopwekkende situaties vermijden.

De behandeling richt zich op het doorbreken van de cirkel en kan bestaan uit: Het bewust worden van gedachten of aanleiding die de angst of klachten oproepen. Meer reële gedachten over klachten ontwikkelen. Het wennen aan de lichamelijke sensaties van angst. Je blootstellen aan de situaties die je bent gaan vermijden, en bemerken dat de verschijnselen afnemen als je ze toelaat. Je gaan beseffen en daadwerkelijk begrijpen dat de verschijnselen van angst of paniek volledig onschadelijk zijn.

Dit soort behandelingen werken vaak goed en je kunt in een paar gesprekken deze angstklachten de baas leren zijn. Als er sprake is van onderliggende problematiek dan heb je echter een ander soort behandeling nodig. Soms is het dan ook niet de cliënt maar de therapeut die een catastrofale misinterpretatie begaat en worden de onderliggende problemen niet gezien.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Dyck, R. van, Balkom, A.J.L.M. van en Oppen, P. van (1996). Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Orlemans, J.W.G., Brinkman, W., Eelen, P., Haaijman, W.P. en Zwaan, E.J. (1993). Handboek voor Gedragstherapie, deel 1. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.

53. Werkingsmechanisme van EMDR?

Hoe kan therapie genezen 53.

Uit veel verschillend onderzoek blijkt dat EMDR inderdaad een heel effectieve therapie is bij traumaverwerking. Naar het werkingsmechanisme van EMDR wordt volop onderzoek gedaan (Shapiro, 2004). Het werkingsmechanisme is echter nog niet precies bekend.

Onderzoekers vonden dat er door de afleidende oogbewegingen een beroep wordt gedaan op het werkgeheugen. Dit kan gunstig werken omdat de pijnlijkheid van het herbeleven van emoties, dat een belangrijk onderdeel is van de procedure, wordt afgezwakt. De herbeleving is daardoor mogelijk minder heftig dan bij meer directe vormen van traumaverwerking.

Er werd ook gevonden dat oogbewegingen de toegankelijkheid van herinneringen kunnen verbeteren en dat ze automatisch tot lichamelijke ontspanning leiden. Het toelaten van emoties en tegelijkertijd ontspannen kan de verwerking bevorderen. De procedure staat toe dat er op een spontane manier nieuwe inzichten, associaties en emoties opkomen, net als bij de vrije associatie-techniek van Freud. In plaats van de herinnering te bespreken en al pratend door te werken, vindt er volgens Shapiro (2004) daarbij een verwerking plaats op een dieper fysiologisch niveau.

Als je naar de volledige procedure van EMDR kijkt, valt er nog iets anders op. Een belangrijke stap in de procedure richt zich op het formuleren van positieve, functionele cognitieve gedachten die de oude disfunctionele gedachten gaan vervangen. Er is meer nodig dan alleen het herbeleven met behulp van oogbewegingen, namelijk een verandering van innerlijke houding ten opzichte van de gebeurtenis.

Bij EMDR lijkt er door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen een proces op gang te komen, waarna er een spontaan loslaten van angst of boosheid volgt, en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Het lijkt erop dat bepaalde oogbewegingen deze positieve verandering bevorderen of vergemakkelijken. Het werkingsmechanisme of sleutelingrediënt van EMDR zou ik daarom beschrijven als de combinatie van oogbewegingen, spontane nieuwe associaties en een innerlijke verandering ten opzichte van de traumatische gebeurtenis.


Bevorderen van een bevrijdend proces

Het proces van loslaten en uiteindelijk kunnen ontspannen doet me denken aan de bevrijdende, gouden momenten van inzicht bij therapeuten als Heijligenberg (2010), Malan (1983) en Byron Katie (2002) waar ik het eerder over had (zie blog 37 over die bevrijdende, gouden momenten van inzicht).

Bevrijdende momenten zijn die momenten waarop cliënten zich iets realiseren over een trauma of gebeurtenis. Het gaat daarbij om een doorleefd inzicht en besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn.

De echte oorzaak van psychische pijn ligt niet bij de ander. Er heeft niemand schuld. De pijn blijft bestaan vanwege het onbewust herhalen van bepaald vermijdingsgedrag naar aanleiding van een traumatische periode. Het heeft te maken met het vermijden van moeilijke, akelige gevoelens die soms heel moeilijk zijn om aan te gaan of te verdragen.

Ik heb het over bijna niet te verdragen gevoelens van afgewezen, bedrogen, vernederd, beschaamd of in de steek gelaten zijn. Het is haast een natuurlijke reactie om die gevoelens in eerste instantie niet te toe te laten, en ze te vermijden omdat ze als te overweldigend worden ervaren.

Het lastigste probleem bij het vermijden van een trauma of pijnlijke herinneringen is echter dat dit heel vaak onbewust gebeurt, oftewel dat iemand er zelf geen weet van heeft. Dat is misschien ook de grootste uitdaging voor therapeuten: om manieren te verzinnen om te helpen om moeilijke dingen aan te gaan waarvan iemand vaak niet eens weet dat hij ze uit de weggaat.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur

Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

52. Succes van EMDR bij allerlei psychische klachten

Hoe kan therapie genezen 52.

Over het succes van EMDR is Shapiro (2004) zeer enthousiast. Het succes beperkt zich volgens haar niet tot een duidelijk gediagnosticeerd trauma. Onderliggende, onbewuste trauma’s kunnen ook bewerkt worden met EMDR. Door de vorm van vrije associaties tijdens de EMDR procedure kunnen er spontane andere herinneringen opkomen. Die herinneringen hebben een direct emotioneel verband met het huidige trauma.

De behandeling richt zich dan ook niet alleen op het huidige trauma, maar ook op alle spontane, emotioneel geladen herinneringen die er mee samenhangen. Zo kun je ook trauma’s van vroeger op het spoor komen en behandelen.

Volgens Shapiro kan bovendien bijna elke vorm van lijden of psychische klachten teruggevoerd worden op eerdere ervaringen, en kan het geheeld worden met behulp van EMDR. Shapiro gebruikt EMDR ook bij bijvoorbeeld bij het leren omgaan met en accepteren van levensbedreigende ziekten, omgaan met handicaps, ouder worden en doodgaan.

Ook voor bepaalde pijnklachten ziet ze mogelijkheden met EMDR. Shapiro (2004) geeft enkele voorbeelden waarbij EMDR hielp om onbegrepen pijnklachten te behandelen. Clinici hebben namelijk vaker gevonden dat de oorzaak van fysieke pijn een traumatische herinnering bleek te zijn. In meerdere gevallen bleek dat fysieke pijn verdween toen een traumatische herinnering met EMDR werd behandeld.

EMDR bij fysieke pijnklachten

Het fascineert me enorm hoe pijnklachten en emotionele herinneringen kunnen samenhangen. Ik ga daarom graag in op een voorbeeld dat Shapiro in haar boek beschrijft. Ze vertelt hoe EMDR geholpen heeft bij een man met pijnklachten in zijn rechterschouder. Deze man had al jarenlang last van schouderpijn. Op een gegeven moment kwam hij bij een therapeut voor behandeling van paniekklachten en het niet meer durven autorijden. De therapeut koos er voor om de klachten met EMDR te benaderen.

Tijdens de behandeling herinnerde de man zich dat hij de pijn in zijn rechterschouder voor het eerst had gekregen tijdens een auto-ongeluk. Terwijl tijdens de EMDR behandeling de herinnering van het auto-ongeluk werd behandeld, ontspande zijn rechterschouder op een gegeven moment volledig. De pijn en spasme verdwenen geheel en kwamen niet meer terug.

Toen ik dit las, kwam er bij mij een spontane associatie boven. Het deed me sterk denken aan de psychotherapie van Heijligenberg (2010) bij onbegrepen lichamelijke pijnklachten. Ik pakte zijn boek ‘Begrijp je pijn’ erbij en keek of ik het voorbeeld met zijn methode nog beter kon begrijpen. Volgens Heijligenberg kan een bepaalde gedachte of voornemen namelijk leiden tot een langdurige pijn of verkramping ergens in je lichaam (zie blog 30, het genezen van onverklaarbare pijnklachten).

In de termen van Heijligenberg zou deze man van zijn pijnklachten afgekomen zijn doordat hij zich tijdens de EMDR-procedure bewust werd van een voornemen. Heijligenberg legt duidelijk uit welk voornemen past bij pijn in de rechterschouder. Hij beschrijft dat als volgt. ‘De ander heeft iets gedaan wat voor jou heel naar is. Je bent er door geraakt. Je had niet verwacht dat iemand zo gevoelloos met jou zou omgaan. Je bent er kwaad om. Je bedenkt nu manieren om de ander te laten weten hoe kwaad je bent.’

Je kunt je vast voorstellen dat dit soort gedachten inderdaad bij deze man na het auto-ongeluk zijn opgekomen. Die gedachten kunnen zichzelf zelfs lange tijd ergens hebben vastgezet. Mogelijk heeft de man uiteindelijk tijdens emotionele verwerking van zijn angsten en het ongeluk door EMDR vervolgens ook zijn bijkomende nare gedachten en boosheid kunnen loslaten. In andere woorden, zijn kwaadheid over het ongeluk en zijn voornemen om verhaal te willen halen heeft hij een plek kunnen geven, waardoor ook de verkramping van zijn schouder verdween.

Het klinkt je misschien toch nog vreemd in de oren dat schouderpijn en een gedachte met elkaar te maken kunnen hebben. Toch meen ik net als Heijligenberg dat veel pijnklachten op die manier beter begrepen kunnen worden. Verwerking van trauma en emoties gebeurt niet alleen in de hersenen, het hele lichaam is er bij betrokken.

Ik voeg graag de kennis van meerdere therapeuten samen tot een steeds beter begrip van wat er eigenlijk gebeurt in iemands brein én lichaam tijdens verwerking van herinneringen en trauma’s. Daarmee kom ik op het mogelijke werkingsmechanismen van EMDR bij traumaverwerking.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

45. Hayes en Smith: aangaan en acceptatie van psychische pijn

Hoe kan therapie genezen 45.

Acceptance en Commitment therapie, in het kort ACT, van Hayes en Smith (2006) gaat er vanuit dat het lijden bij het leven hoort. Acceptatie van dit lijden is daarbij een stap op weg naar een dynamisch en flexibel leven. ACT belooft dat een fundamentele verandering van perspectief je leven wezenlijk kan veranderen. Die fundamentele verandering bestaat uit een andere manier van omgaan met je eigen ervaringen. Hoe precies zetten ze uiteen in hun boek ‘Uit je hoofd in je leven’.

Met de titel van hun boek geven ze ook het doel van de therapie weer. Volgens hen kun je vanaf dit moment, hier en nu, een voor jou waardevol leven leiden, maar daarvoor moet je wel leren om uit je hoofd te stappen en in het leven.

Ze gaan er daarbij van uit dat psychische pijn normaal is en belangrijk, en dat iedereen er last van heeft. Je kunt psychische pijn niet doelbewust elimineren, maar wel stappen nemen om te voorkomen dat hij toeneemt. Acceptatie van je pijn is een stap in de richting van verlossing van het lijden, de sleutel naar een ander, rijker leven.

Ik vind dat mooi gezegd, maar het klinkt wel wat eenvoudig na alle vorige therapieën waarover ik je vertelde. Bovendien vind ik het jammer dat je hoofd, of het denken, bijna de boosdoener lijkt van je problemen. Daar denk ik wat anders over, maar laten we eens kijken hoe ACT erover denkt hoe je uit je hoofd kunt stappen.

Uit je hoofd in je leven stappen

Door de technieken van ACT kan volgens Hayes en Smith de concrete inhoud veranderen van je psychische problemen zoals depressie, angst, boosheid en stress en daarmee ook de invloed daarvan op je leven. Ze vertellen het hoopvolle verhaal dat je minder krampachtig, opener en waardevoller kunt gaan leven, als je uit het gepieker in je hoofd stapt, en de emoties die moeilijkheden met zich meebrengen, leert aangaan en verdragen.

Hayes en Smith beschouwen het piekeren, en de woorden en gedachten, die je verstand continu produceert als een beheersings- en vermijdingscyclus van problemen. Daartegen over stellen ze de acceptatiecyclus die te maken heeft met in het hier en nu, zonder oordeel, emoties en gedachten, aanwezig zijn, en met het betrokken en flexibel aangaan van problemen.

Vooruitgang bestaat dan uit steeds vaker kunnen kiezen voor de acceptatie en commitment cyclus en steeds minder voor de beheersings- en vermijdingscylcus. Om dit aan cliënten te leren, maken therapeuten gebruik van verschillende technieken en oefeningen zoals mindfulness, afstand nemen van je gedachten, bereidheid oefenen om te springen, observatietechnieken en het kiezen van waarden en doelen in je leven.

Ze geven ook aan hoe lang ze verwachten dat een dergelijk therapieproces duurt. Steeds opnieuw zal je in je leven voor de beslissing komen te staan met steeds weer nieuwe problemen. Stel je voor dat je eerst vooral aan de zijkant van het leven stond toe te kijken en nu de stap gezet heb om nieuwe contacten aan te gaan. Bij de volgende stap kom je nieuwe problemen tegen met de contacten die je bent aangegaan die misschien wel zwaarder en heftiger zijn dan daarvoor.

Dat zou betekenen dat er eigenlijk geen einde is aan het therapieproces, maar een steeds vaker aangaan van steeds grotere moeilijkheden. Laten we hopen dat je daarvoor dan niet steeds opnieuw in therapie hoeft. Ik zal je het antwoord geven dat ACT daarop heeft.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Hayes, S.C. en Smith, S. (2006). Uit je hoofd in je leven. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

37. Bevrijdende, gouden momenten van inzicht

Hoe kan therapie genezen 37.

Mijn vraag bij elke therapeut hoe therapie kan genezen, betekent ook dat ik therapeuten af en toe met elkaar vergelijk. Wat mij vooral opviel bij Byron Katie (2002), is dat er bij haar ook sprake is van een verandering van innerlijke houding ten opzichte van anderen.

Byron Katie benadrukt een aantal keren dat het geweldig is als je doorhebt dat je jezelf kunt zijn bij anderen in het hier en nu, in plaats van een boos of angstig iemand die de ander veroordeelt vanwege herinneringen uit het verleden.

De bevrijdende momenten die zij laat zien, zijn de momenten waarop cliënten zich iets realiseren. Als ik de vele voorbeelden lees, komt het me voor dat niet de omkering of het loslaten van de gedachten cruciaal zijn, maar het aangaan van pijnlijke herinneringen en de ontspanning, en het verbeterde contact dat daarna volgt door het loslaten van boosheid. Het doet me denken aan de berusting en bevrijding die psychiater Malan (1983) beschreef na het verwerven van een doorleefd inzicht (zie blog 15), en aan het gouden moment van inzicht van de psychotherapeut Heijligenberg (2010, zie blog 31).

In zulke situaties draait het om het uiteindelijke besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn. Het onbewust herhalen van gedrag naar aanleiding van een traumatische periode, omdat je er geen raad mee weet, voorkomt een goed contact met anderen. De neiging om de pijnlijkste gevoelens in jezelf uit de weg te blijven gaan, belemmeren je om goed, intiem en reëel contact aan te gaan met anderen.

Onverschrokkenheid bij het onder ogen zien van de pijnlijkste gedachten

Die pijnlijkste gevoelens kunnen onverdraaglijk en overweldigend voelen. Ze zijn soms bijna niet te dragen en vaak zal je er voor wegvluchten en het niet aan willen. Als je ze wel aangaat, blijken ze uiteindelijk wel te dragen en af te nemen naarmate je ze vaker toelaat.

Een van de verdiensten van Katie Byron is volgens mij dat ze deze pijnlijkste gevoelens onverschrokken bij cliënten aan de orde stelt, en niet zelden samen met de cliënt ontdekt dat de meest pijnlijke gevoelens, gevoelens van vernedering door gekwetste trots, of manipulatief gedrag, de angst betreft over de tekortkomingen van jezelf.

Als therapeut valt het soms niet mee om cliënten die dat in eerste instantie eigenlijk liever niet willen, toch voorzichtig, liefdevol en consequent te leiden naar dergelijke moeilijke gedachten over zichzelf. Op dat moment heeft een therapeut houvast aan het idee dat het voor een heel goed doel is. Het helpt ook als een therapeut zelf heeft kunnen ervaren hoe de pijnlijkste gedachten kunnen leiden tot gouden momenten van inzicht.

Toch gaat het bij lang niet alle therapie over die gouden momenten en pijnlijkste gedachten. Bij sommige soorten therapie komen je gedachten niet eens aan de orde en wordt er vanuit een heel ander uitgangspunt gewerkt. Voor de therapeut is dat soms wel zo fijn.

Die richtingen hebben hun eigen toegevoegde waarde als het gaat om de bevrijding van klachten en het verlichten van menselijke problemen. Een van de richtingen waarin niet je innerlijke wereld, maar vaardigheden en het leervermogen centraal staan, is de gedragstherapie. Daar wil ik mee verder gaan.
Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum. Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch                 niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.