70. Scott Miller: the heroic client

Hoe kan therapie genezen 70.

Moeten we de evidence based therapieën (zie vorige blogs) misschien als goed bedoelde maar te beperkte behandelingen beschouwen? Scott Miller en zijn collega’s stellen in het boek ‘The heroic client’ (Duncan, Miller en Sparks, 2004) inderdaad voor om zowel de diagnoses in de psychiatrie als de daaraan gekoppelde bekende behandelingen te schrappen.

Scott Miller vindt het een mythe dat we cliënten kunnen helpen volgens het medische model waarop evidence based therapieën gebaseerd zijn. Dat model slaat de plank volledig mis en vergeet vooral dat er een cliënt is. Die komt nota bene niet eens in het diagnose-behandelplan voor. Elk voorstel voor therapie waar de cliënt niet meetelt is een aanfluiting voor geestelijke gezondheidszorg, zegt Miller.

Een diagnose geeft volgens hem bovendien een lelijk, vlak, weinig relevant en onbetrouwbaar plaatje van wat er bij een cliënt aan de hand is, laat staan dat je daar een behandeling aan kan koppelen.

Hij onderbouwt zijn mening uitstekend met wetenschappelijke cijfers. Hij laat zien wat de bekende factoren zijn die verandering bij cliënten kunnen verklaren. Veertig procent van de verandering in therapie is toe te schrijven aan de cliënt zelf en andere oorzaken buiten de therapie. Dertig procent van de verandering kan verklaard worden door de relatie of band met de therapeut. Vijftien procent kan toegeschreven worden aan positieve verwachtingen, hoop en het placebo-effect.

Tot slot kan slechts ongeveer vijftien procent verklaard worden door de soort therapie. Daarvan blijkt echter acht procent verder verklaard te kunnen worden door het rolmodel dat de therapeut toont, en uiteindelijk slechts één procent door een specifieke techniek. Scott Miller stelt daarom voor dat therapeuten zich richten op de eerste veertig procent die door cliënt verklaard wordt en de volgende dertig procent: de band met de therapeut.

Elke keuze van de therapeut voor een bepaalde theoretische benadering en aanpak houdt volgens Scott Miller beperkingen in. Aan de andere kant betekent een theoretische anarchie zonder enig houvast veel flexibiliteit, maar ook meer onzekerheid en onduidelijkheid.

Elke therapeut heeft een natuurlijke voorkeur voor een bepaald soort therapie, maar zal kunnen begrijpen dat er geen inherent juiste manier is om therapie uit te voeren. Hoe ongehoord lastig dat ook klinkt en hoe onzeker dat ook voelt, het opent volgens Miller de weg naar onbeperkte mogelijkheden voor verandering.


Elegante, eenvoudige feedbackmethode

Miller heeft een heel aardige, vriendelijke oplossing bedacht hoe we therapie dan het best kunnen aanpakken. De cliënt moet weer de held van zijn eigen leven worden en ook de centrale persoon in therapie. Hij noemt zijn methode een revolutionaire manier om de effectiviteit van therapie te verbeteren.

Zijn sleutelingrediënt: het voortdurend vragen van feedback aan de cliënt over hoe de therapie verloopt en of het aansluit bij wat de cliënt nodig heeft. In andere woorden, hij heeft een heldere feedbackmethode bedacht om voortdurend op de hoogte te zijn van de vragen en behoeften van de cliënt.

Om feedback te krijgen heeft Scott Miller (Duncan, Miller en Sparks, 2004) een even elegante als eenvoudige techniek ontwikkeld. Deze komt er op neer dat je steeds als therapeut vraagt aan de cliënt of je als therapeut nog aansluit bij de wensen en doelen, en bijdraagt aan een vermindering van problemen. Aan het begin van elke sessie legt hij de cliënt vier vragen voor. De cliënt beantwoord deze vragen op papier door een markering te zetten op een horizontale lijn van 10 centimeter.

Er wordt gevraagd om terugkijkend naar de laatste week, met vandaag erbij, te vertellen hoe het met je gegaan is. Je kunt dit schatten door een markering te zetten op de lijn hoe goed het met je gegaan is op vier gebieden van je leven. Markeringen naar de linkerkant geven aan een laag niveau van functioneren aan. Markeringen naar de rechterkant geven een hoog niveau aan.

Aan het eind van de sessie stelt hij op dezelfde manier vier andere vragen om het gesprek te evalueren. Dit doet hij met een sessie-beoordelingsschaal. Hij vraagt een beoordeling van de zitting door een markering te zetten op de lijn dichtbij de beschrijving die het best past bij jouw ervaring. Deze vragen gaan over de relatie met de therapeut, of de doelen aansloten, of de aanpak van de therapeut geschikt was en of de zitting over het geheel genomen goed was of dat er iets ontbrak. Ik vind het dapper om je als therapeut zo op een behoorlijk directe manier te laten beoordelen.

Zijn methode is ook wel bekend geworden als de Routine Outcome Measure. Met deze feedback heb je als therapeut heel snel in de gaten of je op de goede weg zit of niet. Je kunt je stijl en aanpak vervolgens aanpassen aan de behoeften van de cliënt.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Duncan, B.L., Miller, S.D., and Sparks, J.A. (2004). The heroic client. San Francisco: Jossey-Bass.

Advertenties