56. Slaap als remedie tegen trauma

Hoe kan therapie genezen 56

De eenvoudige oplossing van Merckelbach (2010) voor trauma’s is te zorgen voor genoeg slaap. Ik vind het de moeite waard om uit te leggen waarom hij dat denkt. Ook aparte antwoorden op de vraag hoe therapie kan genezen kunnen bijdragen aan een beter begrip.

Zoals ik vertelde (zie vorige blog) zijn vroegere trauma’s volgens Merckelbach een gevolg van het makkelijk kunnen dissociëren. Het ontstaan van dissociatie en de bijkomende psychische klachten ligt volgens hem echter niet aan een belastende of verwaarlozende omgeving. Hij verklaart het fenomeen dat sommige kinderen angstig reageren op een strenge of verwaarlozende manier van opvoeden en gaan dissociëren op een heel andere manier.

Hij stelt namelijk dat dissociatieve symptomen het bijkomende product zijn van een instabiele slaap-waakcylcus. Dissociatie heeft volgens hem niets te maken met een problematische opvoeding of trauma, maar met een gebrek aan slaap. Vanuit deze visie kan een normale opvoeding als traumatisch zijn overgekomen bij kinderen die gevoelig zijn, onvoldoende slaap krijgen en daardoor makkelijk dissociëren. Dissociatie kan worden uitgelokt door slaaptekort. En het gaat vanzelf over als iemand maar weer voldoende slaap krijgt.

Het geeft een hele eenvoudige therapie voor traumaverwerking, namelijk genoeg rust en slaap. De beste therapie is dan volgens hem ook: genoeg slaap krijgen. Dat sommige mensen slecht kunnen slapen en dat sommige cliënten veel slaap nodig hebben om tot rust te komen, kun je dan toeschrijven aan genetische verschillen in gevoeligheid. Je zou kunnen zeggen dat hij daarmee eigenlijk stelt dat veel psychische klachten het gevolg zijn van individuele, aangeboren verschillen in gevoeligheid.

Daarin staat hij overigens niet alleen. Ook andere wetenschappers menen dat psychische klachten het gevolg kunnen zijn van een individuele gevoeligheid voor hypnose of suggestie en dat ze ook weer door suggestie kunnen verdwijnen. Zelfs psychische klachten zoals wanen en persoonsproblemen zouden volgens sommigen het gevolg zijn van extreme gevoeligheid voor suggesties. De neuroloog Babinski, bekend van de Babinski–reflex, definieerde hysterie bijvoorbeeld na grondige studie uiteindelijk als ‘ieder symptoom dat door suggestie kan worden opgeroepen en door overtuigingskracht kan verdwijnen’ (Hulspas, 1999).

Ik vind het belangrijk dat alle kanten van de oorzaken van trauma’s bekeken worden. We weten dat er allerlei natuurlijke manieren zijn om op een goede manier met trauma’s om te gaan. Natuurlijk kunnen sommige nare ervaringen gewoon verdwijnen met behulp van rust, slaap, dromen of een toepasselijke slogan.

Therapie voor trauma overbodig?

Laten we niet meer therapie toepassen dan nodig is. Er zal zeker op allerlei spontane manieren en tijdens het slapen verwerking plaatsvinden van vervelende emotionele gebeurtenissen. Soms heeft verwerking ook alleen maar tijd nodig. Merckelbach (2010) heeft een punt als hij zegt dat lang niet alle nare gebeurtenissen van vroeger tot trauma’s hoeven leiden.

Jammer alleen dat Merckelbach meent dat genoeg slaap krijgen de beste therapie is voor de verwerking van trauma’s. Het lijkt alsof hij een standaardtherapie gevonden heeft voor alle trauma’s. Het lijkt ook alsof hij therapie voor traumaverwerking eigenlijk maar een beetje overbodig vindt. De kern van verwerking, namelijk het emotioneel beleven en kunnen loslaten van een gebeurtenis, gebeurt volgens hem blijkbaar gewoon vanzelf tijdens het slapen.

Volgens mij begaan dergelijke wetenschappers echter de vergissing dat nare emotionele ervaringen zich alleen tussen de oren in de hersenen zouden bevinden en dat je ze daar met suggesties ook kan aanpraten of oplossen. Ze zien over het hoofd dat veel emotionele ervaringen diep verankerd zijn in het lichaam en dat het vaak vermeden wordt om die diepere gevoelens te ervaren.

Angsten voor gebeurtenissen die nog niet zijn gebeurd, daarvan zou je misschien kunnen zeggen dat ze tussen je oren zitten. Dat kan te maken hebben met een te angstige voorstelling of fantasie van de toekomst. Het is immers nog niet gebeurd. Trauma’s die je al zijn overkomen, zitten naar mijn idee helemaal niet tussen je oren: het zijn  onafgemaakte, afgesplitste, lichamelijke ervaringen, die vaak moeilijk toegankelijk zijn en die je liever niet nog een keer wilt ervaren.

Voor mij is het een troost dat de ideeën van Merckelbach tamelijk haaks staan op opvattingen van therapeuten zoals Freud, Bowlby en Shapiro. Er wordt volgens hen niets aangepraat. Er wordt tijdens therapie een verborgen emotioneel probleem aangeraakt dat juist met behulp van allerlei rationalisaties en afleiding uit de weg wordt gegaan.

Oftewel, therapeuten kunnen raken aan overweldigende gevoelens die voor cliënten moeilijk te hanteren zijn. Dissociatie kan daarbij spontaan optreden om de emotionele verwarring onder controle te houden en te kunnen overleven in een onveilige omgeving.

Het lijkt mij trouwens niet meer dan logisch dat iemand die geleerd heeft snel te dissociëren, juist gevoelig is voor suggesties. Iemand kan immers door de afsplitsing van zijn gevoel niet goed meer voelen wat iets voor hemzelf betekent. Hij probeert dit gebrek aan betekenis vervolgens op te vullen met een verstandelijk begrip met behulp van allerlei verklaringen, theorieën, meningen en ook suggesties van anderen.

Met suggesties en zelfsuggestie kun je zelfs leren allerlei emoties en nare gevoelens nog beter uit de weg te gaan. De diepere emotionele lagen worden er niet door bereikt, maar eerder afgesplitst of gerationaliseerd.

Er komen bij mij ook een paar losse gedachten boven over wetenschappers. Een ongetemde gedachte is dat sommige wetenschappers de neiging hebben om een schil van objectiviteit om zich heen te bouwen en subjectieve emotionele ervaringen liever ontkennen, omdat ze het zelf moeilijk vinden om met emoties van anderen om te gaan.

Het doet me ook denken aan wetenschappers die opgaan in hun werk en bijvoorbeeld de fraaiste eigenschappen van neuronen en dendrieten kunnen vaststellen, maar het verdriet of angst van hun kind liever niet horen of zien. Daarom laat ik nu weer een psychotherapeut aan het woord die heel anders denkt over trauma.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Hulspas, M. (1999). Parasieten in het brein, hypnose, hysterie en hersenhelften. Skepter 12 (4).
Kloet, D. van der, en Merckelbach, H.I.J.G. (2010). Waar dissociatie vandaan komt – het schemergebied tussen waken en slapen, GZ-psychologie 7 (nov., 12 -21).

Advertenties

55. Trauma als gevolg van inbeelding of suggestie

Hoe kan therapie genezen 55.

Sommige wetenschappers menen dat veel trauma’s in de jeugd eerder het gevolg zijn van inbeelding of fantasie dan van werkelijke, traumatische gebeurtenissen. Ik heb er zelf tamelijk veel moeite mee om zo te denken. Ik zie voor me hoe er nog steeds gedragswetenschappers bezig zijn een geïsoleerd stukje brein te bestuderen. Dat zijn misschien dezelfde wetenschappers die denken dat emotionele problemen ergens tussen je oren zitten.

Toch wil ik het idee dat trauma’s het gevolg kunnen zijn van inbeelding of fantasie verder toelichten, omdat het een belangrijke gedachtegang vertegenwoordigt. Je komt het nog regelmatig tegen bij bepaalde wetenschappers en psychologen.

De wetenschapper Merckelbach heeft bijvoorbeeld sterk het idee dat trauma’s te maken hebben met een grote fantasie of inbeeldingsvermogen. Hij legt zijn idee over oorzaken van jeugdtrauma’s uit in het artikel ‘Waar dissociatie vandaan komt, het schemergebied tussen waken en slapen’ (Van der Kloet en Merckelbach, 2010).

Het komt er op neer dat een jeugdtrauma volgens hem vaak geen trauma is, maar een gevolg van suggesties door een therapeut bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Hij gaat er daarbij vanuit dat er een verband is tussen gevoeligheid voor suggestie en het vermogen tot dissociëren. Voor ik zijn bijzondere redenatie weergeef, zal ik eerst kort uitleggen wat dissociëren is.

Dissociatie kun je zien als het afstand creëren naar of afsplitsen van je gevoel zodat je het op dat moment niet hoeft te voelen. Dit wordt gezien als een verdedigingsmechanisme of afweermechanisme tegen nare emotionele of fysieke gevoelens (Freud, 1965). Dissociatie komt in lichte vorm bij iedereen wel voor, maar vooral, en in veel grotere mate, bij cliënten met ernstige psychische klachten. Het komt ook veel voor bij traumatische gebeurtenissen.

Dissociatie en automatische processen

Merckelbach twijfelt er echter aan of dissociatie een verdedigingsmechanisme is. Hij veronderstelt dat dissociatie eigenlijk een vrij normaal proces is. Iedereen doet dit in meer of mindere mate. Veel processen zijn gedissocieerd of afgesplitst. Ze vinden automatisch plaatst en dat is maar goed ook. Lopen, schrijven, typen, fietsen, sporten, autorijden kunnen we het best als we er niet bij hoeven nadenken.

Sommige mensen kunnen volgens Merckelbach veel makkelijker dissociëren dan anderen mensen. Zij kunnen veel processen onbewust of automatisch laten verlopen. Ze kunnen zich makkelijk overgeven en automatisch doen wat er gezegd wordt zonder er bij na te denken. Dit zijn vaak mensen die ook gevoelig zijn voor hypnose en suggesties, en vaak fantasierijk kunnen vertellen over hun verleden. Bij cliënten met ernstige psychische klachten komt deze combinatie van dissociatie, gevoeligheid voor suggesties en een beeldende fantasie veel voor.

De redenatie is dan dat deze cliënten zo gevoelig zijn voor suggestie dat ze therapeuten bijna onvoorwaardelijk geloven. De suggestie van de therapeut dat iemand door de opvoeding zwaar beschadigd kan zijn, roept bij dit type cliënten soms heftige reacties op. Dit wordt dan door therapeut als bewijs gezien dat de cliënt als het kind inderdaad getraumatiseerd is geraakt.

Merckelbach zegt dat trauma’s op deze manier makkelijk kunnen worden aangepraat via therapie. Of te wel, hij gaat er vanuit dat veel jeugdtrauma’s vooral voortkomen uit een rijke fantasie, gevoeligheid en verbeelding van kinderen.

In andere woorden, een cliënt is niet vatbaar voor suggesties omdat hij kwetsbaar is vanwege eerdere trauma’s zoals andere therapeuten menen. De cliënt is vatbaar voor suggesties omdat hij van nature al gevoelig en fantasierijk is. De emotionele problemen en trauma’s ontstaan daarbij door een te grote verbeelding van wat er werkelijk gebeurd is.

Door de suggestibiliteit en gevoeligheid van de cliënt worden relatief gewone gebeurtenissen, zoals afwijzing door een dierbare of te weinig aandacht van ouders, tot trauma’s benoemd. Trauma’s kunnen volgens hem daarom juist worden aangepraat of gesuggereerd.

Ik vind het belangrijk dat iedereen voor zich de woorden en ideeën van anderen op waarde weet te schatten. Ik noem zijn ideeën ook omdat hij volgens mij wel iets belangrijks toevoegt aan het begrip van verwerking van emoties. Ik laat Merckelbach nog even verder aan het woord. Hij gaat namelijk nog een stap verder en komt met een eenvoudige, interessante oplossing voor trauma’s.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editions.
Kloet, D. van der, en Merckelbach, H.I.J.G. (2010). Waar dissociatie vandaan komt –  het schemergebied tussen waken en slapen, GZ-psychologie 7 (nov., 12 -21).

54. Onzorgvuldig gebruik van EMDR-therapie

Hoe kan therapie genezen 54.

Shapiro (2004) waarschuwt voor onzorgvuldig gebruik van de EMDR-techniek, waarbij sommige therapeuten slechts gedeeltes van de procedure uitvoeren. Goede therapie is volgens haar een interactie tussen de therapeut, de cliënt en de methode.

EMDR is niet een eenvoudige oogbewegingstherapie, maar behoort volgens haar in het rijtje thuis van andere complexe therapieën zoals cognitieve therapie, gezinstherapie en psychodynamische therapie. Ze benadrukt daarbij dat EMDR een duidelijk onderscheiden vorm van therapie is met principes en technieken die echt verschillend zijn van andere therapieën.

Voorwaarde voor dit soort therapie is wel dat het trauma op zijn minst herkend moet zijn als een traumatisch, en dat hoeft niet het geval te zijn. Voor duidelijk herinnerde trauma’s vind ik het een hele mooie methode. Voor vroege of afgeweerde trauma’s ligt dat ingewikkelder.

Trauma’s uit de kindertijd zoals emotionele verwaarlozing, dwingende ouders of afwezige ouders, en allerlei persoonlijke problemen worden vaak niet als trauma beleefd, maar als iets wat tot een normale opvoeding behoort. Ook kunnen allerlei vormen van ontkenning, loyaliteit en afweer nare ervaringen buiten het bewustzijn houden. Die ervaringen kunnen moeilijker met EMDR benaderd worden. Daarvoor hebben we naast EMDR veel kennis nodig van bijvoorbeeld verdedigingsmechanismen, hechtingsgedrag en afhankelijkheidsproblematiek.

Ik vind EMDR een mooie elegante procedure, maar ik vind andere technieken om trauma’s te behandelen zelf prettiger in het gebruik. Ik vind de EMDR-techniek soms een wat afstandelijke procedure waar je jezelf als therapeut aardig achter kan verschuilen. Zoals Shapiro zelf ook zegt, kan dat makkelijke ten koste gaan van de interactie en de betrokkenheid in de therapeutische relatie.

EMDR losgekoppeld van echte therapie verwordt naar mijn idee tot een technische aanpak van problemen, die sterk lijkt op technieken die ook bij NLP gebruikt worden. Soms worden EMDR en NLP zelfs doelbewust samen gebruikt. Ik zal een voorbeeld geven.

Het juiste beeld, de juiste slogan

Er is een techniek ontwikkeld die EMDR en NLP combineert, de NLP-vingertechiek. Cladder (1998) schets die techniek als volgt. Eerst wordt het traumatische beeld opgespoord. Bij het traumatische beeld wordt een slogan gezocht, een zinnetje dat het gevoel zo goed mogelijk weergeeft zoals ‘Ik ben hulpeloos’, of ‘Ik had iets moeten doen’.

Vervolgens wordt er al experimenterend en ervarend gezocht naar een wijziging in het beeld of in de slogan, die emotioneel en fysiek beter voelt. De cliënt volgt ondertussen steeds met zijn ogen de vingerbewegingen van de therapeut. Een nieuwe slogan kan bijvoorbeeld zijn, ‘Ik heb het beste gedaan wat op dat moment binnen mijn vermogen lag’. Dan maakt de cliënt het beeld leeg, zucht een keer diep. De therapeut vraagt hoeveel spanning er nog gevoeld wordt en hoe geloofwaardig de nieuwe slogan al is.

De eenvoud waarmee problemen met deze techniek opgelost worden, doet me weer denken aan de gedragstherapie (zie blog 38 t/m 41). Daar wordt ook vaak aan een enkel concreet probleem gewerkt, wat zich dan vaak inderdaad oplost. Voor het verminderen van diepgewortelde emotionele problemen en het verminderen van innerlijke psychische conflicten zal het niet erg geschikt zijn.

De eenvoud waarmee sommige therapeuten trauma’s menen te kunnen oplossen, vind ik ook wel intrigerend. Het zou zo mooi zijn. En misschien ook kunnen we sommige trauma’s toch makkelijk verwerken, makkelijker dan we denken. Mogelijk hangt dit samen met de oorzaak van het trauma.

Over de oorzaak van trauma’s zijn de meningen namelijk tamelijk verdeeld. Er zijn bijvoorbeeld mensen, wetenschappers, die menen dat traumatische herinneringen eigenlijk weinig te maken hebben met echte gebeurtenissen maar eerder met een rijke fantasie. Ze denken ook dat ze op een eenvoudige manier te verwerken zijn. Daar wil ik nog wat meer over zeggen.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur
Cladder, J.M. (1998). Korte psychotherapie met hypnose en NLP. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.

53. Werkingsmechanisme van EMDR?

Hoe kan therapie genezen 53.

Uit veel verschillend onderzoek blijkt dat EMDR inderdaad een heel effectieve therapie is bij traumaverwerking. Naar het werkingsmechanisme van EMDR wordt volop onderzoek gedaan (Shapiro, 2004). Het werkingsmechanisme is echter nog niet precies bekend.

Onderzoekers vonden dat er door de afleidende oogbewegingen een beroep wordt gedaan op het werkgeheugen. Dit kan gunstig werken omdat de pijnlijkheid van het herbeleven van emoties, dat een belangrijk onderdeel is van de procedure, wordt afgezwakt. De herbeleving is daardoor mogelijk minder heftig dan bij meer directe vormen van traumaverwerking.

Er werd ook gevonden dat oogbewegingen de toegankelijkheid van herinneringen kunnen verbeteren en dat ze automatisch tot lichamelijke ontspanning leiden. Het toelaten van emoties en tegelijkertijd ontspannen kan de verwerking bevorderen. De procedure staat toe dat er op een spontane manier nieuwe inzichten, associaties en emoties opkomen, net als bij de vrije associatie-techniek van Freud. In plaats van de herinnering te bespreken en al pratend door te werken, vindt er volgens Shapiro (2004) daarbij een verwerking plaats op een dieper fysiologisch niveau.

Als je naar de volledige procedure van EMDR kijkt, valt er nog iets anders op. Een belangrijke stap in de procedure richt zich op het formuleren van positieve, functionele cognitieve gedachten die de oude disfunctionele gedachten gaan vervangen. Er is meer nodig dan alleen het herbeleven met behulp van oogbewegingen, namelijk een verandering van innerlijke houding ten opzichte van de gebeurtenis.

Bij EMDR lijkt er door het op een bepaalde manier aangaan van moeilijke of pijnlijke herinneringen een proces op gang te komen, waarna er een spontaan loslaten van angst of boosheid volgt, en er een natuurlijke ontspanning en een verbeterd contact tot stand komt.

Het lijkt erop dat bepaalde oogbewegingen deze positieve verandering bevorderen of vergemakkelijken. Het werkingsmechanisme of sleutelingrediënt van EMDR zou ik daarom beschrijven als de combinatie van oogbewegingen, spontane nieuwe associaties en een innerlijke verandering ten opzichte van de traumatische gebeurtenis.


Bevorderen van een bevrijdend proces

Het proces van loslaten en uiteindelijk kunnen ontspannen doet me denken aan de bevrijdende, gouden momenten van inzicht bij therapeuten als Heijligenberg (2010), Malan (1983) en Byron Katie (2002) waar ik het eerder over had (zie blog 37 over die bevrijdende, gouden momenten van inzicht).

Bevrijdende momenten zijn die momenten waarop cliënten zich iets realiseren over een trauma of gebeurtenis. Het gaat daarbij om een doorleefd inzicht en besef dat een ander die jou mogelijk heeft beschadigd door bepaalde dingen te doen of na te laten, niet de echte oorzaak is van de pijn.

De echte oorzaak van psychische pijn ligt niet bij de ander. Er heeft niemand schuld. De pijn blijft bestaan vanwege het onbewust herhalen van bepaald vermijdingsgedrag naar aanleiding van een traumatische periode. Het heeft te maken met het vermijden van moeilijke, akelige gevoelens die soms heel moeilijk zijn om aan te gaan of te verdragen.

Ik heb het over bijna niet te verdragen gevoelens van afgewezen, bedrogen, vernederd, beschaamd of in de steek gelaten zijn. Het is haast een natuurlijke reactie om die gevoelens in eerste instantie niet te toe te laten, en ze te vermijden omdat ze als te overweldigend worden ervaren.

Het lastigste probleem bij het vermijden van een trauma of pijnlijke herinneringen is echter dat dit heel vaak onbewust gebeurt, oftewel dat iemand er zelf geen weet van heeft. Dat is misschien ook de grootste uitdaging voor therapeuten: om manieren te verzinnen om te helpen om moeilijke dingen aan te gaan waarvan iemand vaak niet eens weet dat hij ze uit de weggaat.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston

Literatuur

Byron, K. (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.
Heijligenberg, P. (2010). Begrijp je pijn. Een nieuwe behandelmethode voor medisch niet-verklaarbare lichaamspijnen. Deventer: Uitgeverij Ankh-Hermes.
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.
Shapiro, F. and Forrest, M.S. (2004). EMDR, the breakthrough therapy for overcoming anxiety, stress, and trauma. New York: Basic Books.