35. Weerspiegeling, projectie en vergeving

Hoe kan therapie genezen 35.

Je gedachten doorbreken door ze om te keren, kan volgens Byron Katie (2002) voor een ommekeer in je leven zorgen en een enorme bevrijding betekenen. De uiteindelijke ommekeer kan er voor zorgen dat je gaat beseffen dat alles buiten jezelf een weerspiegeling is van je eigen denken.

Jij bent de verhalenverteller, jij projecteert je verhalen, en de wereld is een geprojecteerd beeld van je gedachten. Vergeving is daarbij volgens Byron Katie niets anders dan ontdekken dat wat jij dacht dat er gebeurde, niet gebeurd is.

Ze gaat nog verder en belooft heel veel: als je je realiseert dat elk moment van stress een geschenk is dat je de weg wijst naar je bevrijding, wordt je leven vriendelijk en grenzeloos rijk. Volgens haar is een van de sleutelingrediënten van therapie het loslaten van je eigen negatieve overtuigingen door het omkeren van je gedachten en het besef dat je zelf de enige bent die verantwoordelijk is voor je problemen.

Zelf heeft ze zelfs haar naam omgedraaid. Ze noemt zich Byron Katie in plaats van Katie Byron. Ik moet er overigens niet aan denken dat ik mezelf Johnston Blanchefleur zou noemen. Dat zou ik toch wat onpersoonlijk en afstandelijk vinden, maar vanuit haar standpunt gezien vind ik het wel heel goed gevonden en zeer consequent.

Byron Katie geeft veel voorbeelden hoe ze cliënten geholpen heeft met haar methode. Ze gaat aan de slag met cliënten die zeer moeilijke gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals seksueel misbruik, geweld, de dood van dierbaren, ernstige ziekten en handicaps. Ze gaat daarbij pijnlijke of moeilijke vragen en antwoorden niet uit de weg. Dat vind ik heel dapper van haar.


Eerlijke antwoorden, die niet pijnlijk zijn?

Ze geeft ook duidelijke antwoorden op kritische vragen die mensen gesteld hebben op haar methode. Iemand stelde bijvoorbeeld de vraag: Is het waar dat ik niemand anders pijn kan doen? In haar antwoord gaf Byron aan dat het voor haar inderdaad onmogelijk is om een ander pijn te doen. De enige die ze kwaad kan doen, is zichzelf. Zij zal voortdurend naar waarheid antwoord geven, en vertellen wat ze werkelijk ziet, ook als dit geen leuk antwoord betreft. Hoe je met haar antwoord omgaat, bepaalt of jij je er zelf kwaad mee doet of helpt.

Een waarachtig antwoord kan alleen maar pijnlijk zijn als de ander dat als pijnlijk opvat. Zij geeft eerlijke, maar geen pijnlijke antwoorden. Nee, jij vat het op als pijnlijk of hard. Dat is niet haar aandeel, maar je eigen aandeel. Je zorgt voor je eigen pijn. Elke opmerking kun je op je zelf gaan betrekken en als persoonlijke aanval opvatten, of je kunt er je voordeel mee doen, zegt zij.

In de praktijk valt dat echter niet mee om zo te denken. Ik zou op zichzelf wel graag vaker echt eerlijk willen zijn of zo eerlijk mogelijk, maar ik wil ook graag rekening houden en empathisch zijn naar de ontvanger van mijn woorden (zie Kohut, 1984, blog 3 en 4 over empathie). Ik slik zelf wat dat betreft redelijk vaak mijn boodschap in omdat ik bang ben dat het verkeerd zal worden opgevat. Eerlijk zijn en rekening houden met de gevoeligheden van een ander lijken soms haaks op elkaar te staan.

Ik zou heel graag willen dat de ontvangers van mijn boodschap hun eigen pijnpunten zouden kunnen herkennen waarmee ze mijn woorden interpreteren. Ik zou graag het gebied tussen hoe ik iets zeg en hoe iemand anders dat oppakt tot niemandsland willen verklaren. Nu is dat nog te vaak een oorlogsgebied van aanval en verdediging. Van Byron Katie kan ik nog beter leren om niet bang te zijn voor de reactie van de ander omdat die heel vaak niet tegen mij gericht is, maar bij die ander hoort.

De gedachtegang van Byron Katie doet me overigens sterk denken aan Seneca en Epicurus. Deze Griekse filosofen gaven ook duidelijke antwoorden op vragen over hoe je het best kon leven, en hoe je het best kon omgaan met geluk, vriendschap, ongeluk, ziekte en doodgaan. Ik las soortgelijke antwoorden op moeilijke vragen bijvoorbeeld in het boekje ‘Het gelukkige leven’ van Seneca dat hij geschreven heeft in 59 na Christus. Het is een gedachtegoed dat bestaat uit mooie, eeuwenoude wijsheden die steeds opnieuw verteld kunnen worden.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston

Literatuur
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

Advertenties

34. Byron Katie: vier vragen die je leven veranderen

Hoe kan therapie genezen 34.

Byron Katie (2002), geboren in 1942, is geen psycholoog of psychiater, maar een ervaringsdeskundige en een heel knappe schrijfster. Tijdens een opname voor behandeling van eetproblemen en depressie ontdekte ze dat ze vooral leed door de manier waarop ze dacht over bepaalde problemen.

Ze heeft toen een speciale methode ontwikkeld om belemmerende overtuigingen of gedachten te veranderen. Ik vind het een fraaie variant op de cognitieve therapie van Beck (1995). De methode van Byron Katie werd door veel therapeuten verwelkomd en overgenomen.

Voor eenvoudige, dagelijkse problemen lijkt het een hele goede methode. Ik waarschuw ook gelijk maar vast. Voor emotionele problemen bijvoorbeeld vanwege een sterke basisonveiligheid, ernstige trauma’s of hechtingsproblemen kun je deze techniek beter niet gebruiken.

Byron Katie gaat uit van vier vragen die je leven kunnen veranderen (2002). Je kunt jezelf genezen van stress, depressie en trauma’s door bijzonder eerlijk te zijn naar jezelf en de realiteit van wat is onder de ogen te zien. Miljoenen mensen hebben haar boek inmiddels gelezen en ook veel psychologen hebben het opgenomen in hun repertoire.

Haar methode is tamelijk direct en eenvoudig toe te passen. Ze verwoordt dit ook in tamelijk eenvoudige, toegankelijke woorden. De techniek werkt heel in het kort als volgt.

Oordeel over je naaste. Schrijf het op. Stel de vier vragen. Keer het om.

De vier vragen die je stelt over wat je hebt opgeschreven zijn dan:
1. Is dat waar?
2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
3. Hoe reageer je als je die gedachte hebt?
4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Daarna volgt de omkering. Nadat je de vier vragen gesteld hebt, ga je de gedachten die je hebt opgeschreven, omkeren door overal het woordje ‘niet’ voor te zetten. Dan ga ja na of die gedachten ook waar kunnen zijn. Op die manier ga je er op een andere manier tegen aankijken, waardoor je je oorspronkelijke gedachten kan relativeren en loslaten.

Loslaten van oordelen door omkeren van gedachten

De kracht van de methode van Byron Katie (2002) zit misschien wel in de omkering. Elke gedachte of oordeel die je hebt over een ander ga je uiteindelijk omkeren. Dat betekent dat je voor elke situatie iedere keer opnieuw kijkt naar wat je eigen aandeel daarin is geweest. Je bent bijvoorbeeld boos op je moeder omdat zij vroeger te weinig aandacht voor je heeft gehad. Mogelijk heeft je moeder je inderdaad verwaarloosd, maar dat is haar aandeel, niet het jouwe, daar kun je niets meer aan doen.

Hoe klein ook, zelf heb je ook een aandeel in de positie waar je nu zit. Door de gedachte op allerlei manieren om te keren, word je er uiteindelijk van bewust dat je gedachten over de situatie de problemen hebben veroorzaakt. De gedachte ‘Mijn moeder is tekort geschoten’, wordt eerst ‘Mijn moeder is niet tekort geschoten’. Daarna ‘Ik ben tekort geschoten’, en tot slot ‘Mijn denken is tekort geschoten’.

Een voorbeeld. Stel, je bent zestien en je ontmoet op een feestje een leuke kennis van achtentwintig jaar. Het klikt en je maakt grapjes met hem. Hij vraagt op een gegeven moment of je mee naar buiten gaat om een luchtje te scheppen. Buiten begint hij ineens te zoenen en dat vind je eigenlijk wel leuk. De man vat het op als een aanmoediging, is ineens niet meer te stoppen en hij randt je aan. Je bent zo verrast, dat je het laat gebeuren. Je voelt je overdonderd. Achteraf ben je erg kwaad dat deze man dit heeft gedaan terwijl hij wist dat je minderjarig was. Je neemt het die ander nu nog steeds kwalijk. Op de boze gedachten rond deze gebeurtenis kun je de techniek van Byron Katie loslaten.

Oordeel: hij had mij nooit mogen aanranden. Schrijf het op: zet zoveel mogelijk boze gedachten over hem op papier. ‘Het is vreselijk dat hij dit gedaan heeft. Ik wil hem nooit meer zien, ik blijf voortaan uit zijn buurt. Hij heeft mijn jeugd verpest. Door hem ben ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt.’

Kies dan de meest boze of stressvolle gedachte uit en stel de vier vragen. Je kiest bijvoorbeeld de gedachte: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest.’
1. Is het waar? 2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte denkt? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?
Bijvoorbeeld: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’. Is dat waar? Misschien. Weet ik dat absoluut zeker? Nee. Hoe reageer ik als ik die gedachte heb? Ik voel me somber en boos. Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Zonder die gedachte zou ik me veel rustiger voelen.

Keer de gedachte om. ‘Hij heeft mijn jeugd verpest’ wordt dan ‘Hij heeft mijn jeugd niet verpest’. En daarna vervang je het woordje ‘hij’ door ‘ik’: ‘Ik heb mijn jeugd verpest’. Het woordje ‘Ik’ vervang je vervolgens door ‘Mijn denken’. En ‘Mijn denken heeft mijn jeugd verpest’.

Door het zo om te keren, en na te gaan of in de omgekeerde gedachte ook een kern van waarheid kan zitten, kun je loskomen van je eerste gedachte. Hij heeft het je aangerand, en dat was heel erg. Je jeugd hoeft echter niet door een aanranding verpest te zijn.

Ik krijg er zelf wel vaak behoorlijk de kriebels van en een gevoel van weerstand als ik op deze manier probeer te denken. Op die weerstand kom ik later nog wel terug. Toch vind ik de techniek van Byron Katie zeer de moeite waard voor bepaalde situaties. Dat heeft te maken met het verhaal dat je zelf van een situatie hebt gemaakt. Je gedachten zijn op de loop gegaan met de gebeurtenis en hebben er een eigen verhaal van gemaakt. Dat verhaal kun je gaan doorbreken met haar methode.

Blanchefleur Johnston   Blanchefleur Johnston


Literatuur
Beck, J.S. (1995). Cognitive Therapy, Basics and Beyond. New York: The Guillford Press.
Byron Katie (2002). Vier vragen die je leven veranderen. Utrecht: Spectrum.