23. Traumatische ervaringen door onveilige omgeving?

Hoe kan therapie genezen 23.

Bowlby heeft als een van de eerste therapeuten aandacht gevraagd voor echte traumatische ervaringen door de opvoeding. Volgens hem kan een gebrekkige sensitiviteit van opvoeders een directe oorzaak zijn van onveilig hechtingsgedrag, traumatische ervaringen en gevoelens van verwaarlozing en eenzaamheid bij kinderen (Bowlby 1980). In zijn tijd in de jaren zestig was dat zeker niet onomstreden. Ik kan me ook voorstellen dat psychoanalytici het erg oneens waren met Bowlby.

Plotseling kwamen klachten en symptomen niet meer voort uit verborgen wensen en behoeften of beschamende gedachten van het kind (zie bv de eerdere blogs over Freud, Horney en Klein), maar werden toegeschreven aan de ongevoeligheid van de ouders of opvoeders naar het kind toe. Belevingen van traumatische gebeurtenissen bleken niet slechts door de fantasie gekleurde ervaringen, maar reële tekortkomingen van de omgeving die niet sensitief genoeg had gereageerd. Er bleek sprake van echte verwaarlozende omgeving in plaats van een gewone, normale omgeving die als te negatief beleefd werd.

Bij alle vorige therapieën kwam de omgeving eigenlijk niet direct ter sprake. De genezing van klachten bevond zich in de persoon zelf. De mogelijkheid om te komen tot een integratie van positieve en negatieve ervaringen bood kans op genezing. Maar wat nu als de omgeving de voornaamste oorzaak van klachten is? Schieten we daar iets mee op? Moeten we nu alle ouders gaan instrueren hoe ze er voor kunnen zorgen dat hun kind veilig gehecht kan raken? Ja, dat zou ik best graag willen.

Voorkomen van trauma en verwerking van emoties
Een cursus voor ouders zou dan kunnen inhouden wat therapeuten hun cliënten later als nog proberen te leren. Ik denk dan vooral aan het op een gezonde manier omgaan met allerlei heftige emoties als woede, schaamte, verdriet, angst voor ziekte en dood, wantrouwen, trots, vernedering, liefde, betrokkenheid, zorgzaamheid en het aangaan van waardevolle relaties met anderen. Ik had graag gewild dat mijn ouders, die me zo’n mooie naam gaven, dat voor me hadden kunnen betekenen. Ik zou heel graag willen dat ik dat voor mijn kinderen zou kunnen betekenen.

Ik weet echter dat ik daar maar gedeeltelijk aan kan voldoen. Ik ben slechts gedeeltelijk een sensitieve opvoeder. Ik bemerk vaak een strijd tussen willen zorgen voor mijn drie kinderen en het toegeven aan mijn eigen behoeften. Ik doe mijn best voor mijn kinderen, maar ik weet dat ik helaas regelmatig tekortschiet, omdat ik eigenlijk zo graag werk en soms te weinig tijd voor hen vrijmaak.

Tegelijkertijd probeer ik ze allerlei trauma’s te besparen, waardoor ze mogelijk juist te weinig leren omgaan met frustraties. Ik trek soms de haren uit mijn hoofd uit overbezorgdheid over hoe ik ze groot kan brengen tot stevige, aardige, zelfstandige volwassen. Ik troost me met de gedachte dat ik ook geen perfecte, ideale moeder hoef te zijn. De psychoanalyticus Winnicott gebruikte wel de uitdrukking ‘goed genoeg’ moeder. Daar heb ik houvast aan. Ook denk ik dat een moeder af en toe moet falen in de ogen van haar kinderen, en afwijzing voor lief moet nemen, om uiteindelijk echt emotioneel tot elkaar te komen.

Ik maak me regelmatig zorgen over nare ervaringen die ze in hun leven kunnen oplopen en of ik hen daarbij wel genoeg kan steunen. Ik heb er wat dat betreft groot belang bij om zo goed mogelijk in te schatten welke gebeurtenissen een traumatisch impact hebben. Laat ik daarom nog even verder ingaan op het verschil tussen de echt ervaren trauma’s van Bowlby en de verbeelde trauma’s van Klein.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1, Attachment. London: Pimlico. Klein, M. (1975). Love Guilt and Reparation and other Works 1921-1945. London: Vintage.

Advertenties