20. Veilige en onveilige gehechtheid

Hoe kan therapie genezen 20.

De ideeën van Bowlby over het hechtingsgedrag bij kinderen werden verder ontwikkeld en in de praktijk toegepast door Marie Ainsworth. Ainsworth deed onderzoek naar verschillende manieren van gehechtheid bij kinderen door een stressvolle situatie na te bootsen (Bowlby, 1980). Daarbij verlaat de moeder de kamer waar haar kind aan het spelen is. Ze laat het achter bij een vreemde en komt daarna weer terug.

In het gedrag wat ze daarbij observeerde kon ze vier verschillende manieren van gehechtheid herkennen. Ik schets ze hier heel kort.
1. Veilig gehecht: een kind dat wat gespannen raakt als de moeder het alleen laat en blij is als de moeder weer terugkomt.
2. Onveilig-ambivalent gehecht: een kind dat het moeilijk heeft als de moeder weggaat en de moeder weer opzoekt als ze terug komt, maar wel negatieve emoties toont of zich afwerend of juist aanklampend en zorgbehoeftig gedraagt. Het kind heeft een soort dubbele, ambivalente houding naar de moeder met zowel heel positieve als negatieve gevoelens.
3. Onveilig-vermijdend gehecht: een kind dat de moeder negeert en niet opzoekt als ze terugkomt.
4. Gedesorganiseerd gehecht: een kind dat niet weet wat het moet doen, de moeder tijdelijk negeert als ze terugkomt, of wel opzoekt maar dan bevriest, of ander, soms vreemd gedrag vertoont waaruit blijkt dat het bang is voor de ouder.

Dit onderzoek werd zeer bekend. Het wordt nog steeds veel gebruikt om de kwaliteit van hechting bij kinderen te achterhalen. Misschien wel het belangrijkste verschil met eerdere ideeën (zie Melanie Klein) en onderzoek is dat de oorzaak van onveiligheid hier niet aan het kind of de situatie wordt toegeschreven, maar aan de opvoeder, meestal de moeder. Haar sensitiviteit voor de signalen van het kind en het al dan niet ingaan op diens behoefte aan bescherming en begrenzing vormt de basis van de gehechtheid. Veilige hechting kan ontstaan als een moeder sensitief genoeg is, de signalen van het kind snel kan waarnemen, goed weet te interpreteren, en er direct en adequaat op kan reageren.

Opvoeder als bron van stress
Dit idee dat de opvoeder niet alleen belangrijk is voor voeding en verzorging, maar ook voor het gevoel van veiligheid in het kind maakt veel uit. Het doet een veel groter beroep op de communicatievaardigheden van de ouder dan daarvoor werd gedacht.

Je kunt je voorstellen dat er vooral in de communicatie veel mis kan gaan tussen het kind en de ouders, met name bij ouders die zelf niet goed geleerd hebben om sensitief te reageren op het kind. Als een moeder bijvoorbeeld zelf onveilig gehecht is, of meer op zichzelf en haar eigen behoeften gericht is dan op het kind, zal ze minder makkelijk openstaan voor emotionele signalen. Deze belangstelling voor sensitieve communicatie tussen ouder en kind heeft in de jaren zestig en zeventig dan ook gezorgd voor een aardverschuiving in de manier waarop tegen opvoeders en de opvoeding werd aangekeken.

Hechtingsgedrag heeft ook gevolgen voor het leren omgaan met trauma’s in de kindertijd. Kinderen die iets moeilijks, angstigs of bedreigends meemaken kunnen hier makkelijker mee omgaan als er op dat moment een ouder beschikbaar is die het kind opvangt, steunt, troost en weer een veilig gevoel geeft.

Kinderen die om wat voor reden dan ook geen steun of veiligheid vinden bij hun opvoeder, zullen waarschijnlijk meer moeite hebben om een dergelijke gebeurtenis te verwerken. Zij blijven vaker of langer zitten met een dreigend gevoel van onveiligheid en zonder de ervaring dat er iemand is die hen er doorheen helpt. Deze kinderen verzinnen vaker eigen oplossingen om met de gebeurtenis om te gaan waarbij ze geen beroep hoeven doen op een ander. Ze missen daarbij feedback waardoor een bedreigende gebeurtenis ook in alle mogelijke proporties in hun fantasie kan gaan rondspoken.

Hoe belangrijk ik de hechtingtheorie vind, wordt hierdoor denk ik wel duidelijk. Er zijn ook wetenschappelijk bewijzen voor het belang van veilige hechting gevonden die ik kort wil aanstippen.

Blanchefleur Johnston    Blanchefleur Johnston


Literatuur
Bowlby, J. (1980). Attachment and Loss, Volume 1, Attachment. London: Pimlico.
Klein, M. (1975). Love Guilt and Reparation and other Works 1921-1945. London: Vintage.
 

Advertenties