15. Vrede na verwerking van een emotionele gebeurtenis

Hoe kan therapie genezen 15.

Regelmatig heb ik me zelf afgevraagd hoe een cliënt kan weten of hij een gebeurtenis helemaal heeft verwerkt. Malan (1983, zie ook het  vorige blog) gaf me daarop een doorleefd antwoord. Verwerking van nare gebeurtenissen zou je kunnen zien als het op zo’n manier doorwerken van emoties dat je ze volledig hebt kunnen ervaren en er vrede mee kan voelen.

Er vrede mee hebben kun je vaak pas op het moment dat je beseft dat het niet anders kon gaan dan het gegaan is, gegeven de omstandigheden die je op dat moment had. De emotionele ladingen van boosheid, schaamte of verdriet zijn verdwenen en daarvoor in de plaats komt het ten volle accepteren van wat er is gebeurd. Er is berusting ontstaan van hoe het is gelopen.

In de woorden van Malan zou je verder kunnen zeggen dat therapie geneest, als je in staat bent om je emoties aan te gaan en zowel de positieve en negatieve kanten van gebeurtenissen in je leven ten volle kunt toestaan. Naarmate je je eigen emotionele reacties meer durft toelaten en meer contact krijgt met je positieve en negatieve eigen gevoelens, ga je je dankbaarder en levenslustiger voelen. Je kunt je eigen emotionele kracht gaan voelen die zich ontwikkelt doordat je steeds beter met allerlei emotionele gebeurtenissen kunt omgaan.

Heftige gevoelens kunnen verdragen
Voor de psychoanalytische therapie volgens Malan (1983) moet je overigens wel behoorlijk wat angst en andere heftige gevoelens kunnen verdragen. Malan waarschuwt daarom voor psychoanalytische therapie bij bijna-psychotische cliënten. Psychotische cliënten hebben mogelijk eerder te weinig dan te veel afweermechanismen tot hun beschikking. Hij stelt dat je heel voorzichtig moet zijn met de klassieke analytische techniek van afstandelijke, vrijzwevende aandacht en de weigering iets anders te geven dan duidingen bij dit soort cliënten. 

Deze techniek versterkt namelijk de angst en het vergroot overdrachtsverschijnselen. Dat is bij cliënten met dergelijke klachten zelfs onnodig en kan zelfs gevaarlijk zijn. Het kan leiden tot destructieve of zelfbeschadigde gedragingen, onmogelijke overdrachtssituaties en voortijdig stoppen met de therapie.

Daarbij merkt hij nog op dat het risico op suïcide dan nog wel aanvaardbaar is, maar het risico op doodslag dat ook onder de oppervlakte kan liggen, niet. Zijn standpunt dat suïcide behoort tot een nog net aanvaardbaar risico klinkt heel hard, maar Malan heeft ervaren dat zowel warme betrokkenheid als meedogenloosheid beide nodig kunnen zijn voor het slagen van een therapie.

Ik vind dat een erg dappere uitspraak van Malan en ik weet niet of ik dat aan zou durven. Ik denk dat ik als de donder over zou schakelen naar minder angstige vormen van therapie zoals bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, een vorm van therapie die meer een verandering van mentaliteit beoogt dan een verandering van je innerlijke, diepste zijn.

De analytische therapie van Malan gaat vooral over een wezenlijke, emotionele ommekeer in iemands leven. Hij is er van overtuigd dat er bij cliënten die dat aankunnen een climax nodig is van vaak zeer heftige positieve en negatieve gevoelens om tot echte verandering te komen. Daar geeft hij ook allerlei verschillende en uiteenlopende voorbeelden van die zeer tot de verbeelding spreken.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Malan, D.H. (1983). Individuele psychotherapie. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum.

Advertenties