11. Meer en meer tegen frustratie kunnen

Hoe kan therapie genezen 11.

In mijn zoektocht naar hoe therapie kan genezen wil ik levenslange therapieën liever buiten beschouwing laten. Laat ik teruggaan naar Freud en zijn ideeën. In de theorie van Freud namen seksuele verlangens een hele belangrijk plaats in (zie de twee vorige blogs). Voor een diepgaande psychoanalytische therapie kun je daar misschien ook niet omheen, maar bij minder ernstige klachten hoef je misschien toch niet zo diep te gaan.

Ik vind zijn idee van verborgen verlangens heel sterk. Ik vraag me echter af of er altijd erotische verlangens achter moeten zitten. De techniek die Freud gebruikte om zijn cliënten te helpen, riep niet alleen erotische gevoelens op, maar ook veel angst en frustratie. Die frustratie lijkt mij ook juist een van de sleutelingrediënten voor verandering. Dat is wat hij cliënten misschien vooral leerde: het tegen frustratie en andere negatieve emoties kunnen. Veel verborgen wensen kunnen naar mijn idee dan ook te maken hebben met het willen voorkomen van frustraties en teleurstellingen. Daar heeft Freud ook het een en ander over gezegd.

Bij het opvoeden gaat het er volgens Freud (1965) om een kind te leren een steeds grotere mate van frustratie te verdragen in plaats van te voorkomen. Sommige wensen en verlangens die je als kind hebt, zullen niet haalbaar zijn. Onhaalbare, ideale wensen leer je door frustratie gaandeweg om te zetten in haalbare, meer reële wensen. En als dat proces niet goed op gang is gekomen, kun je het mogelijk nog leren via psychoanalyse. Psychoanalyse zou je dan kunnen zien als een proces waarin je leert om meer en meer tegen frustratie te kunnen en je verlangens op een reële manier te leren uiten.

Je kunt je voorstellen dat frustraties vooral vaak ontstaan in het contact met andere mensen. Zo’n frustratie is bijvoorbeeld dat andere mensen niet zijn zoals jij graag zou willen. Daar moet je mee om leren gaan. Als kind, als puber, en als volwassene krijg je daar steeds meer mee te maken. Als het goed is, leer je daar tijdens je opvoeding steeds beter mee om te gaan. Je leert gaandeweg wie je wel, en wie je minder kunt vertrouwen, en dat dezelfde mensen op bepaalde terreinen te vertrouwen zijn en op andere terreinen toch minder. Je leert hoe je op een goede manier met frustraties kunt omgaan zonder het contact met iemand te hoeven vermijden of te verbreken.

Proeftuin om angst voor intimiteit aan te leren gaan
Jammer genoeg kan dit natuurlijke leerproces tijdens de opvoeding ook behoorlijk misgaan en geblokkeerd raken. Als ouders zelf bijvoorbeeld moeite hebben om anderen te vertrouwen of zelf te vaak onbetrouwbaar zijn, krijgt een kind te weinig vertrouwen mee. In therapie kun je dan alsnog leren om dat vertrouwen op te bouwen. 

Door angsten en frustraties die je meemaakt in een psychoanalyse en het hardop daarover vertellen aan de therapeut, merk je gaandeweg dat sommige angsten erg eng en heftig kunnen voelen, maar ook weer overgaan. Daardoor leer je dat frustratie en angsten eigenlijk wel te dragen zijn, dat ze bij het leven horen en je er niet voor hoeft weg te lopen.

Je kan psychoanalyse ook zien als een proeftuin waar je kan leren om zo met mensen om te gaan dat je daar plezier in hebt, niet bang bent voor intimiteit, en durft andere mensen te vragen om je te helpen met je problemen, ook als ze daarmee tijdelijk sterker of machtiger zijn dan jij.

Er is tegenwoordig helaas vaak geen tijd genoeg om in therapie daadwerkelijk een proeftuin voor intimiteit aan te bieden. Dat hoeft ook lang niet altijd. Er zijn allerlei kortere versies van therapie ontwikkeld waarmee veel klachten goed behandeld kunnen worden. Daar zal ik later verder op ingaan.

Nu wil ik eerst nog wat over Freud zeggen. We weten inmiddels dat Freud het op een aantal terreinen van menselijk gedrag heel goed heeft gezien en zaken vooral ook fantastisch heeft benoemd. Hij heeft bijvoorbeeld prachtig in kaart gebracht wat voor afweermechanismen mensen allemaal gebruiken om zichzelf veilig te stellen en te doen alsof er geen problemen zijn. Daarbij kun je denken aan allerlei vormen van afweer zoals dingen vermijden, verdringen, ontkennen, negeren, er niet bij stil willen staan, aan de ander toeschrijven, rationaliseren, intellectualiseren, projecteren enzovoort.

Deze verdedigingsmechanismen vind ik nog altijd een hele fraaie manier om bepaalde gedragingen van mensen te beschrijven. Toch zijn er ook therapeuten die twijfelen of Freud het wel bij het juist eind had met zijn afweermechanismen. Kohut (1984) die ik al eerder noemde, heeft daaraan een belangrijke en zeer interessante draai gegeven die ik  zo meteen graag wil noemen.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway.
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

Advertenties