9. Freud: verborgen wensen te voorschijn brengen

Hoe kan therapie genezen 9.

Om meer te weten te komen over hoe therapie kan genezen, heb ik veel van Freud gelezen. Ik vertel je met veel plezier over zijn ideeën. Hem kan ik zo ie zo niet overslaan als vader van de psychoanalyse. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan het zoeken naar werkelijke genezing van zijn cliënten. Hij was dokter in hart en nieren en wilde het niet voor minder doen dan echte genezing. 

We hebben heel veel kennis aan hem te danken. Superlatieven schieten wat mij betreft tekort over wat we allemaal aan kennis over het bewuste en het onbewuste aan hem te danken hebben. Dankzij Freud begrijp ik nu veel meer van mijn nachtelijke dromen, die voorheen mijn verstand voorbij gingen.

Vannacht droomde ik bijvoorbeeld dat er een vliegtuig laag overvloog en neerstortte, pal voor mijn huis. Er lag een baby in het gras. Die kwam eronder. Ik rende het huis uit met een andere baby onder mijn arm en keek van een afstand toe hoe de hoek van het huis in brand vloog. De baby die onder het vliegtuig kwam, was niet meer te redden. Toch voelde ik me vreemd opgelucht. Ik wist al eerder dat die baby het te moeilijk zou krijgen om groot te worden. De baby in mijn armen voelde als een tweede kans. Ik had nog niet alles verloren.

Ik herkende waar de droom over ging. Het had te maken met een geestelijke baby die het misschien niet ging redden. Wat ik hier nu aan jou vertel, wil ik namelijk ook graag opschrijven, zodat anderen het ook kunnen lezen voor ze aan een therapieproces beginnen. Ik zie een gedegen boek voor me dat voor iedereen toegankelijk is, en zo helder mogelijk vertelt waar je aan toe bent als je in therapie gaat.

Gisteren las ik de eerste stukjes van dat boek door. Sommige passages kwamen me ineens voor als onaf en niet nauwkeurig genoeg. Nee, dit boek zal het ook niet gaan redden, dacht ik op dat moment. Het was alsof ik alles voor niets had geschreven en weer van voren af aan kon beginnen. Het verder schrijven aan dit boek moest ik maar weer opgeven, te hoog gegrepen. Ik stortte in en voelde me somber. Laat de bliksem nu maar inslaan om me af te leren dat ik altijd weer te hoogdravende plannen heb, ging het door mee heen. Hoe haal ik het in me hoofd om al die therapieën te gaan beoordelen om er achter te komen wat er nu eigenlijk wezenlijk is aan therapie. Hoe haal ik het in mijn hoofd om dat ook nog op een toegankelijke manier te willen uitleggen. Wat een ijdele wens, waarom verlies ik me daarin en besteed ik dagen aan iets wat uiteindelijk toch gaat stranden? Stop daar toch mee. Zo had ik nog wat associaties met een bijvoorbeeld een ezel en een tweede steen. Het voelde alsof mijn plan als een vliegtuig eindelijk, en terecht, maar wel met een sierlijke bocht, neerstortte.

Uiteindelijk weerhield de droom me niet om toch weer verder te schrijven. Nieuwsgierigheid hoe het boek gaat aflopen en al het werk dat ik er al aan had gedaan, en misschien een andere verborgen wens, won het van het gezonde verstand. Daarom ook wil ik nu graag verder gaan met Freud.

Schaamte voor erotische verlangens
Zoals je misschien weet, speelde seksualiteit bij Freud een belangrijke rol. Bij de vorige twee psychoanalytici, Kohut en Horney, (vorige blogs) heb ik het daar niet over gehad. Zij hebben juist afstand genomen van de alles overheersende rol van seksualiteit die Freud er aan had toegekend. Het lijkt me goed om daar nu wel bij stil te staan. 

Freud leefde van 1856 tot 1939, inmiddels bijna een eeuw geleden. Hij ging er onder andere vanuit dat psychische klachten uiteindelijk steeds weer terug te leiden waren naar verborgen wensen die te maken hebben met erotiek en seksualiteit. Hij merkte dat mensen symptomen ontwikkelden omdat ze de werkelijke behoefte die ze hebben niet meer durfden uiten. Het uiten van die werkelijke behoefte, bijvoorbeeld een erotisch verlangen, heeft in het verleden geleid tot pijnlijke of schaamtevolle situaties die iemand niet nog eens wil meemaken.

Freud (1910) ontdekte dat er bij iemand die vrij mocht vertellen over wat er in hem opkwam, regelmatig weerstand optrad om iets tegen de therapeut te zeggen. Die weerstand om iets hardop te zeggen had heel vaak te maken met de relatie met de therapeut. Het ging over iets wat de cliënt liever niet aan hem wilde vertellen omdat hij het pijnlijk of schaamtevol vond. Juist daar zocht Freud de kern van psychische problemen, schaamte over gevoelens van liefde en ook onoorbare verlangens die tijdens de sessies in de relatie met de therapeut naar boven kwamen.

Volgens Freud kan het onderdrukken van pijnlijke of lastige herinneringen die samenhangen met een behoefte of wens, er voor zorgen dat je er minder last van hebt. Het redt je van een bewuste psychische pijn, zoals verdriet of schaamte. In het onbewuste blijft de wens of herinnering echter nog steeds bestaan. Deze wacht op een kans om actief te worden en door te dringen in het bewuste. Dit lukt vaak, maar dan in een vermomde en onherkenbare surrogaatvorm, oftewel een symptoom.

In plaats van een kort conflict van emoties ontstaat er een veel hardnekkiger symptoom dat nauwelijks toegankelijk is en permanent klachten geeft. Symptomen zoals fobieën, depressie, vermoeidheid, slaapproblemen, kun je volgens Freud dan ook zien als signalen van pijnlijke herinneringen en verborgen, soms beschamende wensen. Deze klachten kunnen pas verdwijnen of genezen als de oorspronkelijke wens weer naar boven gebracht kan worden tijdens de therapie (zie volgende blog).

Je hoeft overigens niet heel bang te zijn dat ik daar met jou direct op in zal gaan. Dat vind ik zelf nog veel te eng en gevaarlijk. Waarom, dat vertel ik je misschien straks.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editons.

Advertenties