10. Genezen door overwinnen van innerlijke weerstanden

Hoe kan therapie genezen 10.

Freud heeft zoveel ideeën ontwikkeld en beschreven dat het eigenlijk onmogelijk is om de kern er uit te halen. Toch wil ik proberen een nog wat preciezer beeld te schetsen van zijn genezingsmethode en de problemen die verborgen wensen met zich meebrengen (zie vorige blog). Het idee dat symptomen en klachten een vermomming kunnen zijn van een onderdrukte herinnering of verlangen heeft namelijk grote consequenties voor de therapie en de genezing van die symptomen.

Volgens Freud (1965) kan genezing van het symptomen uiteindelijk tot stand komen als een onderdrukte herinnering weer onderdeel kan worden van bewuste mentale deel van de hersenen. Het eerdere psychische conflict komt weer boven dat men wilde vermijden, maar het kan nu op een makkelijkere manier opgelost worden.

Het bewust worden van die herinnering of wens veronderstelt wel het overwinnen van een behoorlijke weerstand, namelijk het alsnog onder ogen durven zien van de pijnlijke ervaringen en het verlangen dat zorgde voor het psychische conflict. In andere woorden, een van de sleutelingrediënten van therapie is het bewust worden van beschamende of pijnlijke emoties vanwege verborgen verlangens.

Om deze pijnlijke herinneringen naar boven te halen, ontwikkelde Freud de techniek van vrije associatie. Met behulp van deze techniek kan een cliënt in zijn eigen tempo leren om de spontaan in hem opkomende gedachten steeds vaker toe te laten, te erkennen en uiteindelijk te uiten.

Voor het genezen van psychische klachten moet je dus eerst het psychische conflict dat onderdrukt wordt op tafel zien te krijgen en vervolgens moetje leren om met dat psychische conflict op een goede manier om te gaan.

Het psychische conflict bestaat eigenlijk omdat je normale, maar wel lastige, kinderlijke of erotische verlangens en behoeftes hebt, die om vervulling of oplossing vragen. Een goede manier betekent dan vooral dat je erkent dat je deze wensen hebt, dat ze er mogen zijn en dat je ze eventueel kunt bevredigen, of verplaatsen bijvoorbeeld door sublimatie, het omzetten in creatieve energie.

De machtige analytische therapeut

Freud heeft zijn ideeën en ervaringen ook op een geweldige en fantasierijke manier gepresenteerd. Ik ben zelf zeer gecharmeerd geraakt van zijn manier van denken. Ik vind het dapper, maar tegelijkertijd ook wel gevaarlijk wat hij bedacht. Ik wil je nu toch iets vertellen van mijn fantasieën op dit terrein waardoor ik wat bedenkingen heb gekregen. 

Ik heb me eens voorgesteld hoe dat zou gaan zo’n psychoanalytische behandeling waarbij je op een bank gaat liggen en zomaar moet gaan vertellen wat er in je omgaat. Want zo ging dat toen volgens mij. Freud had de techniek bedacht van vrije associatie om toegang te krijgen tot onderwerpen die iemand lastig of schaamtevol vond om te bespreken.

Ik stelde me het zo voor. Je komt als vrouw bij een mannelijke therapeut. Je moet op een bank gaan liggen en alles maar vertellen wat er in je opkomt, zonder censuur. Je moet je stapje voor stapje helemaal bloot geven. Wat denk je dat er dan gebeurt? Je moet je als vrouw overgeven aan iemand die in jouw ogen alle macht krijgt om maar met jou te doen wat hij wil. Als ik me dat alleen al voorstel krijg ik op slag een opwindend gevoel. Ik zou me letterlijk en figuurlijk moeten blootgeven. Vind je het gek dat ik dan lichamelijke, seksuele gevoelens krijg?

Dat komt volgens mij niet omdat de problemen waarvoor ik kom seksueel van aard zijn. Ik denk dat het komt door de machtspositie waarin ik als vrouw geplaatst wordt, waardoor automatisch dat soort gevoelens opgeroepen worden, bij mij althans wel.

Wat ik wil zeggen, is dat ik het gevoel heb gekregen dat Freud die gevoelens eigenlijk door zijn techniek zelf opriep. Hij kreeg er een probleem bij, namelijk dat de cliënte na een tijdje als vanzelf over de erotische gevoelens begon te vertellen die door haar liggende positie ten overstaande van een machtige mannelijke therapeut werden opgeroepen.

Het is natuurlijk mogelijk dat het kunnen toestaan, uitspreken en doorwerken van deze erotische, beschamende en soms vernederende gevoelens een diepgaande therapeutische werking kunnen hebben. Mijn vraag is wel of het ook nodig is om zover te gaan. Ik moet je toegeven dat ik het tamelijk eng vind, maar dat zegt misschien meer iets over mijzelf, en vooral over mijn trots of schaamte, dan over de geneeskracht van deze therapie.

Het genot van vernedering

In andere woorden, psychoanalytische therapie volgens Freud kan in mijn ogen behoorlijk gevaarlijk en zelfs schadelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld sterke gevoelens van schaamte en vernedering oproepen, die vervolgens hopelijk in de therapie worden verwerkt en doorgewerkt. Bij andere psychoanalytici kom ik af en toe ook de opvatting tegen dat analyse een gevaarlijke component heeft.

Lacan (Leader, 2012) benoemde het verschijnsel dat een therapie gevoelens van erotisch verlangen en vernedering kan bewerkstelligen ‘erotomanie mortifiante’ of wel vernederde erotomanie. Erotomanie betekent dat een cliënt een speciale unieke, hardnekkige verslavende liefde gaat ervaren voor een ander.

Door de vorm en structuur van langdurige psychoanalytische georiënteerde therapieën ontstaat er een speciale band met de therapeut, die door de cliënt op allerlei manieren wordt uitgelegd, die vernederde effecten heeft. De prijs daarvan kan zijn dat de cliënt lange tijd tot een passieve, inerte houding vervalt in aanbidding en met erotische gevoelens voor de therapeut.

Dit kan volgens Lacan op zich sterke therapeutisch effecten hebben. Het schept stabiliteit. Het biedt oefening om met afwijzing, frustratie en vernedering om te gaan. En het kan een bevrijding betekenen van de seksuele energie die bij andere relaties of als vernieuwde creativiteit kan worden ingezet. Leader (2012) vertelde in dat kader dat sommige van deze therapieën soms tientallen jaren of een leven lang duren en emotioneel intensiever ervaren kunnen worden dan een huwelijk. Een leven lang therapie, ik vraag me toch af of dat de bedoeling is.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston


Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editons.
Leader, D. (2012) Wat is waanzin? Amsterdam: de Bezige Bij.

Advertenties

9. Freud: verborgen wensen te voorschijn brengen

Hoe kan therapie genezen 9.

Om meer te weten te komen over hoe therapie kan genezen, heb ik veel van Freud gelezen. Ik vertel je met veel plezier over zijn ideeën. Hem kan ik zo ie zo niet overslaan als vader van de psychoanalyse. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan het zoeken naar werkelijke genezing van zijn cliënten. Hij was dokter in hart en nieren en wilde het niet voor minder doen dan echte genezing. 

We hebben heel veel kennis aan hem te danken. Superlatieven schieten wat mij betreft tekort over wat we allemaal aan kennis over het bewuste en het onbewuste aan hem te danken hebben. Dankzij Freud begrijp ik nu veel meer van mijn nachtelijke dromen, die voorheen mijn verstand voorbij gingen.

Vannacht droomde ik bijvoorbeeld dat er een vliegtuig laag overvloog en neerstortte, pal voor mijn huis. Er lag een baby in het gras. Die kwam eronder. Ik rende het huis uit met een andere baby onder mijn arm en keek van een afstand toe hoe de hoek van het huis in brand vloog. De baby die onder het vliegtuig kwam, was niet meer te redden. Toch voelde ik me vreemd opgelucht. Ik wist al eerder dat die baby het te moeilijk zou krijgen om groot te worden. De baby in mijn armen voelde als een tweede kans. Ik had nog niet alles verloren.

Ik herkende waar de droom over ging. Het had te maken met een geestelijke baby die het misschien niet ging redden. Wat ik hier nu aan jou vertel, wil ik namelijk ook graag opschrijven, zodat anderen het ook kunnen lezen voor ze aan een therapieproces beginnen. Ik zie een gedegen boek voor me dat voor iedereen toegankelijk is, en zo helder mogelijk vertelt waar je aan toe bent als je in therapie gaat.

Gisteren las ik de eerste stukjes van dat boek door. Sommige passages kwamen me ineens voor als onaf en niet nauwkeurig genoeg. Nee, dit boek zal het ook niet gaan redden, dacht ik op dat moment. Het was alsof ik alles voor niets had geschreven en weer van voren af aan kon beginnen. Het verder schrijven aan dit boek moest ik maar weer opgeven, te hoog gegrepen. Ik stortte in en voelde me somber. Laat de bliksem nu maar inslaan om me af te leren dat ik altijd weer te hoogdravende plannen heb, ging het door mee heen. Hoe haal ik het in me hoofd om al die therapieën te gaan beoordelen om er achter te komen wat er nu eigenlijk wezenlijk is aan therapie. Hoe haal ik het in mijn hoofd om dat ook nog op een toegankelijke manier te willen uitleggen. Wat een ijdele wens, waarom verlies ik me daarin en besteed ik dagen aan iets wat uiteindelijk toch gaat stranden? Stop daar toch mee. Zo had ik nog wat associaties met een bijvoorbeeld een ezel en een tweede steen. Het voelde alsof mijn plan als een vliegtuig eindelijk, en terecht, maar wel met een sierlijke bocht, neerstortte.

Uiteindelijk weerhield de droom me niet om toch weer verder te schrijven. Nieuwsgierigheid hoe het boek gaat aflopen en al het werk dat ik er al aan had gedaan, en misschien een andere verborgen wens, won het van het gezonde verstand. Daarom ook wil ik nu graag verder gaan met Freud.

Schaamte voor erotische verlangens
Zoals je misschien weet, speelde seksualiteit bij Freud een belangrijke rol. Bij de vorige twee psychoanalytici, Kohut en Horney, (vorige blogs) heb ik het daar niet over gehad. Zij hebben juist afstand genomen van de alles overheersende rol van seksualiteit die Freud er aan had toegekend. Het lijkt me goed om daar nu wel bij stil te staan. 

Freud leefde van 1856 tot 1939, inmiddels bijna een eeuw geleden. Hij ging er onder andere vanuit dat psychische klachten uiteindelijk steeds weer terug te leiden waren naar verborgen wensen die te maken hebben met erotiek en seksualiteit. Hij merkte dat mensen symptomen ontwikkelden omdat ze de werkelijke behoefte die ze hebben niet meer durfden uiten. Het uiten van die werkelijke behoefte, bijvoorbeeld een erotisch verlangen, heeft in het verleden geleid tot pijnlijke of schaamtevolle situaties die iemand niet nog eens wil meemaken.

Freud (1910) ontdekte dat er bij iemand die vrij mocht vertellen over wat er in hem opkwam, regelmatig weerstand optrad om iets tegen de therapeut te zeggen. Die weerstand om iets hardop te zeggen had heel vaak te maken met de relatie met de therapeut. Het ging over iets wat de cliënt liever niet aan hem wilde vertellen omdat hij het pijnlijk of schaamtevol vond. Juist daar zocht Freud de kern van psychische problemen, schaamte over gevoelens van liefde en ook onoorbare verlangens die tijdens de sessies in de relatie met de therapeut naar boven kwamen.

Volgens Freud kan het onderdrukken van pijnlijke of lastige herinneringen die samenhangen met een behoefte of wens, er voor zorgen dat je er minder last van hebt. Het redt je van een bewuste psychische pijn, zoals verdriet of schaamte. In het onbewuste blijft de wens of herinnering echter nog steeds bestaan. Deze wacht op een kans om actief te worden en door te dringen in het bewuste. Dit lukt vaak, maar dan in een vermomde en onherkenbare surrogaatvorm, oftewel een symptoom.

In plaats van een kort conflict van emoties ontstaat er een veel hardnekkiger symptoom dat nauwelijks toegankelijk is en permanent klachten geeft. Symptomen zoals fobieën, depressie, vermoeidheid, slaapproblemen, kun je volgens Freud dan ook zien als signalen van pijnlijke herinneringen en verborgen, soms beschamende wensen. Deze klachten kunnen pas verdwijnen of genezen als de oorspronkelijke wens weer naar boven gebracht kan worden tijdens de therapie (zie volgende blog).

Je hoeft overigens niet heel bang te zijn dat ik daar met jou direct op in zal gaan. Dat vind ik zelf nog veel te eng en gevaarlijk. Waarom, dat vertel ik je misschien straks.

Blanchefleur Johnston  Blanchefleur Johnston

Literatuur
Freud, S. (1965/1910). The Origin en Development of Psychoanalysis. Washington: Gateway Editons.

8. Afstand doen van een fantasiewereld

Hoe kan therapie genezen 8

Om te genezen is het volgens Horney (1991) noodzakelijk om met behulp van therapie de fantasiewereld uit je kindertijd te boven te komen (zie vorige blog). Dit afstand doen van de fantasiewereld uit de kinderwereld kan een moeilijk proces zijn. Mensen zijn meestal zeer overtuigd van hun eigen manier van doen.

De manier die zij hebben gevonden om zich te ontwikkelen en staande te houden, voelt als de beste manier om vervulling en rust in hun leven te vinden. De eigen vertrouwde manier om met moeilijkheden om te gaan, gaf tot nu toe een innerlijke kracht en zelfverzekerdheid, die vaak hard nodig is geweest. 

Voor een cliënt zijn de eigen waarden tot nu toe helder, duidelijk, juist en veilig (Horney, 1991). Dat geeft iemand niet zomaar op. Het is angstig om onder de ogen te zien dat datgene wat iemand als veilig ervaart juist een belemmering kan zijn voor groei. Het is angstig om te ontdekken dat je zaken waarvan je in fantasie heb bedacht dat je ze kon, in werkelijkheid nog nooit hebt uitgevoerd en ervaren.

Illusies, bluf, trots en make-belief moeten plaatsmaken voor het werkelijk uitvoeren van dingen die je moeilijk vindt en waarbij je misschien afgaat in de ogen van anderen, wordt uitgelachen of vernederd. Als dat allemaal lukt, ga je de omgeving op een andere, reëlere manier waarnemen, je gaat moeilijkheden anders en lichter ervaren en je leert je anders, rijper of volwassener gedragen.

Dit proces van emotionele groei en ontwikkeling is een behoorlijke, misschien wel enorme opgave waar je vaak gedurende een paar jaar in therapie aan werkt. Psychoanalytische therapieën zoals die van Horney nemen wat betreft meestal enkele jaren in beslag.

Ik hoor je zuchten. Je vraagt je af of het echt zolang duurt? Ja, en nee. Dat hangt mede af van de basis van de problemen waarmee je start. Ik zal je straks ook vertellen over allerlei andere, kortdurende therapieën, die ook heel nuttig kunnen zijn, afhankelijk van de soort problemen waar je mee zit.

Waardevolle taal, maar lastig te begrijpen
Mijn bewondering voor Horney en haar therapeutische werk weerhoudt me ook niet van enig commentaar. Ik heb genoten van haar boeken, maar ik baal er van dat ik het niet makkelijk kan her halen en uitleggen. Het kostte me zo ie zo tamelijk veel moeite om haar manier van denken te begrijpen. Heel jammer vind ik dat, want het komt me zeer waardevol over wat zou voor haar cliënten heeft betekend. 

Ze zeggen wel eens dat kennis hebben en er niet naar kunnen handelen, eigenlijk geen kennis van betekenis is. Alleen ervaringskennis telt uiteindelijk, kennis waar je wat mee kan doen. Dat voel ik hier heel duidelijk. Ik zal je verklappen dat ik begrijp wat ze schrijft, maar dat ik er zelf nog niet heel veel mee kan. Ingewikkelde vormen van therapie hebben heel veel oefening nodig. Misschien leef ik nog teveel in een mijn eigen denkwereld om het geheel goed te kunnen doorgronden. Of, wat ook kan, dat ik wel vrij veel kennis heb van psychoanalytische therapie, maar veel te weinig ervaring, waardoor het voor mij moeilijk is het echt te beheersen.

Helaas moet ik daarbij ook de conclusie trekken dat de kennis die ik hier met je deel lang niet altijd ervaringskennis is. Als ik naar mezelf kijk, zie ik vaak een boordevol, alles behalve blanco papieren vel, dat ik volgeschreven heb met de kennis van allerlei boeken, waarover ik je nu vertel. Ik heb een hoofd vol kennis die er uit wil. Ik zou mijn tijd wat dat betreft misschien beter kunnen besteden aan het helpen van meer cliënten dan aan het doorgronden van therapie.

Tegelijkertijd voel ik me echter nog steeds onbeholpen als het gaat om het genezen van psychische problemen. Ik wil goed genoeg zijn, en misschien wel meer dan goed genoeg als therapeut om anderen, en liefst iedereen, daadwerkelijk te kunnen helpen. Daar moet ik nog iets mee. Misschien ben ik te bescheiden of juist te overmoedig, dat mag je zelf beoordelen. Over bescheidenheid valt me overigens iets te binnen.

Verschil in bescheidenheid tussen therapeuten
De bescheidenheid over de mogelijkheden van therapie verschilt per therapeut. Ik vertelde eerder dat Kohut (1984) stelde dat hij cliënten werkelijk kon genezen (blog 3). Horney was daar duidelijk bescheidener over. Er is ook wel een duidelijk verschil tussen hen. Bij Horney ligt de sleutel tot herstel in het ontwikkelen van je ware, reële Zelf en het loslaten van het ideale Zelf. Bij Kohut is dat ook belangrijk, maar niet genoeg om te herstellen. Daar ligt de nadruk op het belang van de nieuwe interacties en de voedende response van belangrijke anderen.

Aan de ene kant overschatte Kohut zichzelf misschien, aan de andere kant gaat hij toch net een stap verder dan Horney. Waar Horney vooral naar de cliënt zelf kijkt en de eigen persoonlijke groei, legt Kohut de nadruk op het voedende contact met andere mensen in en buiten het therapieproces. Wie weet is juist het leren aangaan van voedende interacties met anderen de uiteindelijke stap die nodig is om daadwerkelijk weer psychisch gezond te worden. Daar kom ik later zeker op terug. Eerst wil ik je laten kennismaken met een aantal andere therapeuten, te beginnen met Freud (volgende blog).

Blanchefleur Johnston         Blanchefleur Johnston

Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation.
Kohut, H. (1984) How does analysis cure? Chicago: Chicago Press.

7. Innerlijke conflicten door een ideaalbeeld

Hoe kan therapie genezen 7

De overgang van kind naar volwassene, de puberteit, kun je bij uitstek de tijd noemen om allerlei verschillende soorten gevoelens te ontdekken en emotioneel te groeien. Allerlei emoties, spanningen, onzekerheden en groeipijnen horen daarbij. Volgens de Amerikaanse psychiater en psychoanalytica Karen Horney (1991, vorige blog) ontstaan spanningen of innerlijke conflicten vooral als je eisen aan jezelf stelt die passen in het ideaalbeeld, maar die niet horen bij het ware zelfbeeld. 

In de puberteit of later kan een gevecht ontstaan tussen het ware zelf, datgene wat je echt kan en bent, en het ideale zelf, dat wat je in je verbeelding kunt of wilt zijn. Dit levert intern behoorlijke conflicten op, die je kunt voelen in de vorm van ontevredenheid, verzet, angstaanvallen, somberheid, moeheid, of uitputting.

Als je een ideaal zelfbeeld nastreeft, voel je je de ene keer geweldig als het af en toe inderdaad lukt om aan je idealen te voldoen. Het andere moment voel je volledig tekortschieten op moment dat je er niet aan kan voldoen. Zo krijg je een wisselend, instabiel gevoel afhankelijk van de normen die je hebt gesteld. Ook kunnen mensen op allerlei manieren gaan proberen dit ideaal beeld in stand te houden, waarbij veel middelen geoorloofd zijn, van lief zijn, iets voor een ander doen, vleien, beïnvloeden, tot jokken, bedriegen, liegen, bedreigen en manipuleren.

Naast het ideale beeld van jezelf heb je ook een eigen oorspronkelijk, echt zelf. Dit ware zelfbeeld heeft weinig last van spanningen of conflicten. Daarbij streef je geen normen na, maar ontwikkel jezelf op basis van wensen en verlangens die in jezelf zitten. Je ontwikkelt je op basis van de spontane gevoelens die in je opkomen in plaats van aan de hand van wensen en normen van anderen. Je leert weer luisteren naar signalen van jezelf die zijn ondergesneeuwd door de opgelegde normen en wensen van anderen. Dit ware, echte, zelf is de basis van persoonlijke groei. Daar ligt ook de kern van therapie volgens Horney.

Ontwikkeling van eigen identiteit door therapie
Horney gaat er vanuit dat therapie een proces is dat zich in zijn eigen tempo ontwikkelt met een volledig eigen logica waarin steeds meer delen van de persoonlijkheid tot rijping komen.

Ze waarschuwt voor te optimistische, makkelijke en snelle genezing van klachten. Een snelle verbetering van symptomen betekent meestal niet erg veel. De symptomen zijn eigenlijk signalen van onderliggende problematiek die zo ie zo niet te genezen is. Volgens Horney kunnen we de verkeerde koers die de ontwikkeling van een persoon heeft genomen ook niet genezen. We kunnen iemand alleen assisteren om hem geleidelijk over zijn eigen moeilijkheden heen te laten groeien, zodat hij meer en meer een prettigere, minder veeleisende, constructieve ontwikkeling kan gaan volgen.

De doelen in therapie zijn gericht op het vinden van zichzelf, en de mogelijkheid om het ware zelf te ontwikkelen. Het aangaan van bevredigende menselijke relaties is daar een belangrijk deel van, maar ook voldoening kunnen ervaren in werk en het aangaan van verantwoordelijkheden.

Wat daarvoor nodig is, is in het kort dat iemand alle behoeften, wensen en doelen die zijn groei belemmeren, te boven kan komen of kan overwinnen. Iemand kan zich pas echt gaan ontwikkelen als die kan zien dat deze behoeften en gewenste doelen eigenlijk illusies zijn. Je zult je valse trots en hoop moeten gaan opgeven om je eigen echte mogelijkheden te bevrijden.

Je zou kunnen zeggen dat de sleutel van verandering ligt in de veranderde waarneming van het kind van zijn omgeving. Iemand kan zichzelf pas ontwikkelen als hij zich ontdaan heeft van een fantasievolle, maar irreële en te ideale kijk op de werkelijkheid. Geloof mij maar dat wat Horney beschrijft een moeilijk proces is, waarin je met pijn en moeite afstand moet doen van een fantasiewereld, waarin je je in de kindertijd zo veilig hebt gevoeld.

Blanchefleur Johnston     Blanchefleur Johnston


Literatuur
Horney, K. D (1991). Neurosis and human growth, The struggle towards self realisation.